FYI.

This story is over 5 years old.

nieuws

De taliban hebben vingers van Afghaanse stemmers afgehakt

Stemmen is een gevaarlijke aangelegenheid in Afghanistan. “Als ik alle tien vingers aan mijn handen moest opofferen om te kunnen stemmen, zou ik het nog doen.”
18.6.14

In de koele zalen van het ziekenhuis in Herat, in het westen van Afghanistan, liggen elf Afghaanse stemmers met ingezwachtelde handen op hun bedden.

Deze boeren uit het dorpje Rabat Sangi kenden de risico’s van het stemmen voor een nieuwe Afghaanse president. En toen de taliban ze bij een checkpoint buiten hun dorp tot stilstand brachten, wisten ze dat vergelding onvermijdelijk was.

“Ze hielden onze auto tegen,” zei Kamaluddin, een dorpsoudste met een witte baard, “en toen ze de inkt op onze vingers zagen, namen ze ons mee naar een plek waar meer van hen zaten en zeiden ze dat ze onze vingers af zouden snijden omdat we gestemd hadden. Ze namen ons mee naar een kamer, vervolgens legden ze mijn hand op een stuk hout en sneden ze mijn vinger af met een mes.” Kamaluddin laat het bebloede verband om zijn hand zien.

Advertentie

 “Maar we moesten stemmen: als we niet stemmen is er niets dat we kunnen doen.”

Een ander slachtoffer van rond de twintig hield een stuk papier voor zijn gezicht voordat hij sprak, uit angst voor verdere repercussies van de taliban. “Ze hielden ons drie of vier uur vast, en toen namen ze ons mee naar een plek waar we moesten wachten op een besluit van hun leidinggevenden. Ze zeiden dat ze ons misschien zouden vermoorden, en anders alleen onze vingers af zouden snijden – de vingers die onder de inkt zaten van het stemmen. Dat is uiteindelijk wat ze gedaan hebben.”

“De taliban houden zich niet op in ons dorp, maar wel overal daarbuiten,” zegt Abdul Rahman, die de mannen die dag naar het stemloket had gereden. “Overal buiten het dorp weten ze je te pakken te krijgen, vooral als je iets doet dat tegen ze ingaat.”

“Maar ik heb er geen spijt van dat ik heb gestemd, want wat er met me moet gebeuren, gebeurt toch wel.”

In de zaal ernaast haalt Mir Ahmed, een andere boer uit Dehlika, de lakens weg van de twee kinderen naast hem. Hun lichamen zitten onder het opgedroogde bloed en wonden van granaatscherven. Een van hen, een zesjarig meisje, verloor twee vingers tijdens een explosie. De kinderen staren glazig in de verte terwijl hun oom vertelt wat er gebeurd is.

“De gevechten begonnen om half zeven ‘s ochtends, toen een raket een tuk-tuk in ons dorp raakte. Ik weet niet of de raket was afgevuurd door de taliban of door de regering, maar het raakte de tuk-tuk en doodde vier van mijn familieleden. Vier andere familieleden raakten gewond. Ons huis ligt erg dicht bij het stembureau, we waren net van plan te gaan stemmen toen de raket insloeg. Het was moeilijk om de lichamen en gewonden daar weg te krijgen – we hadden geen idee wat we moesten doen,” zegt Ahmed.

Advertentie

“De taliban zijn tegen de verkiezingen, ze vinden dat niemand zou mogen stemmen. Ze hebben die dag onze oogst verbrand, we zijn alles kwijt. Toen ik hier kwam met de kinderen, hoorde ik dat er in ons dorp opnieuw gevechten waren uitgebroken. Alle mensen in het dorp zijn hun huis ontvlucht vanwege de gevechten, de vrouwen en kinderen hebben zich schuil gehouden in de woestijn. Dit zijn de kinderen van mijn broer die achterbleef om hun moeder, grootmoeder en twee andere familieleden te begraven. De kinderen hebben nog geen idee dat hun familieleden dood zijn.”

Mullah Shir Agha, de talibancommandant die de opdracht gaf tot de verminking van de handen van de elf mannen, is inmiddels door de Afghaanse troepen gevonden en gedood. Dat nieuws bereikte VICE News bij het schrijven van dit artikel. Als we de boeren opbellen om ze het nieuws te brengen, horen we ze lachen vanaf hun ziekenhuisbedden.

“Ik ben blij om dat te horen,” zegt een van hen, “dat is goed nieuws.”

De meesten van hen waren te bang om voor de camera te praten, maar degenen die dat wel deden blijven ook nu nog standvastig: “Als ik alle tien vingers aan mijn handen moest opofferen om te kunnen stemmen, zou ik het nog doen,” zegt een zestigjarige boer. “Het is ons recht.”

Alle foto’s door Frederick Paxton.