De cultuurschok van een Brabander in Myanmar

Jeroen de Bakker fotografeerde een jaar lang in Myanmar, een voormalige dictatuur. Van lepralijders tot dictators: het oude regime heeft op iedereen zijn sporen achtergelaten. Het project moet nu een boek worden.

Fotograaf Jeroen de Bakker (34) verhuisde ooit voor de fotografie van Brabant naar Amsterdam, maar zocht het vanaf 2013 nog verder weg. Toen begon hij namelijk een fotoproject in Myanmar, een land dat na zestig jaar net onder het juk van een militair regime uit was. Jeroen wilde onderzoeken hoezeer het land die dictatuur achter zich had kunnen laten.

Van zijn project publiceerden we eerder een serie over Myanmarese rappers, en Jeroen wil nu van het hele project een fotoboek maken. Om dat te financieren is hij een crowdfundingcampagne begonnen, die dit weekend live ging. VICE sprak hem over zijn ervaringen in Myanmar.

VICE: Ha Jeroen, waarom wilde je per se naar Myanmar?
Jeroen de Bakker: Myanmar leek me een goede bestemming omdat het land zestig jaar een dictatuur is geweest, en het me leek dat iedereen die er woont een heel duidelijke, directe connectie met die voormalige dictatuur heeft. Dat is de rode draad geweest, en ik heb dat uiteindelijk vanuit alle klassen van de samenleving in Myanmar kunnen laten zien.

Hoe kwam dat dan bijvoorbeeld aan de onderkant van die samenleving tot uitdrukking?
Daar zie je heel heftige dingen. Ik was bijvoorbeeld bij een tehuis waar mensen met lepra samenleven omdat ze niet meer over straat durven en extreem gediscrimineerd worden. Er heerst namelijk een groot stigma rond dat soort kwalen, omdat de bevolking er totaal geen onderwijs over krijgt. Slecht onderwijs is natuurlijk ook een sturingsmechanisme van dictatuur: mensen zonder kennis van zaken zijn makkelijker te onderdrukken. Maar vanwege die gebrekkige kennis is iedereen wel als de dood om besmet te worden.

De mensen met lepra in dat tehuis hebben daarom vaak heel lang ontkend dat ze ziek waren. Daardoor konden ze misschien meedoen in de maatschappij, maar zijn de gevolgen des te gruwelijker; je ziet echt hoe ledematen, handen, armen en gezichten zijn afgebrokkeld. Een meisje dat ik daar fotografeerde vertelde me ook dat ze haar ouders niet meer gezien heeft sinds haar zeventiende, vanwege haar lepra. In het huis ontmoette ze een man met lepra met wie ze een kind kreeg dat gewoon gezond is. Er wonen dan ook redelijk veel gezonde kinderen in het huis. Het is heel raar om die rond te zien rennen in dat tehuis, terwijl de lichamen van hun ouders soms compleet aangetast zijn.

Vanwege het stigma op lepra, heeft dit meisje haar ouders al jaren niet meer gezien.

De verkiezingen van 2010 werden als frauduleus bestempeld, maar leidden wel een serie democratische hervormingen in. Wat merk je nog van het militaire bestuur?
Het is nog steeds vrij onoverzichtelijk. Laatst is er weer een volkstelling gehouden waaruit bleek dat er 250 verschillende etnische groepen in het land zijn, waarvan sommige zo groot zijn dat ze een eigen leger hebben. Ik sprak ook met generaal Saw Mote Tho. Hij heeft nog steeds een eigen gebiedje in handen waar zwaarbewapende soldaten lopen: Myawaddy. Dat ligt dicht tegen de Thaise grens, op hemelsbreed dezelfde hoogte als Bangkok, dat op vijf uur rijden ligt. Je voelt nog steeds de angst onder de bevolking van Myawaddye. Deze man is dus eigenlijk een dictator in het klein, en hij gaf me ook een heel naar gevoel, hij was een soort enge clown.

De generaal

Generaal Saw Mote Tho heeft officieel dus wel een vredesverklaring getekend, maar krijgt gewoon nog geld van de regering om een leger te hebben. Hij lacht zich ondertussen kapot. Hij zei: "Ik kan alles maken, en wapens die hier verboden zijn koop ik wel over de grens in Thailand."

Wat is het raarste dat je er hebt meegemaakt?
Dat was waarschijnlijk mijn bezoek aan de nieuwe hoofdstad, Naypyidaw. Eerst was Rangoon de hoofdstad, maar dat lag tactisch ongunstig en te dicht bij de zee. De regering was bang voor Amerikaanse oorlogsschepen voor de kust, dus op 26 maart 2006 werd ineens bij het journaal verteld: "Jongens, we hebben een nieuwe hoofdstad." Maar die stad is midden in de jungle aangelegd en is vijf keer zo groot als Berlijn – totale grootheidswaanzin van de toenmalige regering.

Naypyidaw staat vol met hotels en gebouwen van de ministeries, maar afgezien van de dertigduizend ambtenaren – die er dus ook van de ene op de andere dag naartoe moesten verhuizen – zit er bijna niemand. Er leidt een snelweg van twintig banen naartoe, en je kunt daar gewoon stilstaan met je auto en de vogeltjes horen fluiten. Je kunt zelfs een tent opzetten als je wil, zo leeg is het er. Ik was toen al twaalf maanden in Myanmar, maar toen ik op die snelweg stond met mijn auto beleefde ik een extra, driedubbele cultuurschok. Dat land is straatarm en het aanleggen van die stad heeft miljarden gekost. Bezopen.

Je ging naar Myanmar om te kijken of het land opkrabbelt na jarenlange dictatuur. Wat is je conclusie?
Er zijn zeker democratische hervormingen doorgevoerd. Mensen hebben bijvoorbeeld veel makkelijker toegang tot internet, en durven zich meer uit te spreken over politiek. Toch lijkt het me geen oprechte stap naar democratie, eerlijk gezegd. Ik las laatst dat er toch weer journalisten opgepakt zijn, en je hoort veel tegengestelde signalen. En Aung San Suu Kyi is dan wel vrijgelaten, maar als politica kan ze zich nog steeds niet uitspreken. Als gevangene was ze eigenlijk een sterker symbool, gek genoeg.

Ga naar The Myanmar Project om Jeroen te helpen met zijn fotoboek.

Meer VICE
VICE-kanalen