WE INTERVIEWDEN KUNST-TSARINA ANN DEMEESTER OVER HET KUNSTBELEID

Toegegeven: wij zijn nogal een stel chumps als het aankomt op cijfers en shit. Daarom hebben we geen idee of de bezuinigingen en plannen van het nieuwe kabinet een goed danwel slecht idee zijn. Dat die WWIK moet optiefen lijkt met boerenverstand gedacht nog wel een goed idee, maar de btw van 6 naar 19 procent? Dunno! Omdat we je een slim commentaar op de nieuwe situatie niet wilden onthouden, besloten we een van de meest welingelichte vrouwen te vragen die we kenden. Ann Demeester is vanaf 2006 curator van een van ’s Neerlands beste kunstinstellingen De Appel. Ook heeft ze voor de gemeente Amsterdam onderzoek gedaan naar het culturele klimaat en daar heel zinnige dingen over gezegd. Maar goed, hier is het gesprek. Wij gaan weer naar een muur staren.

Vice: Kan je kort uitleggen wat de Appel is?
Ann Demeester: De Appel is in wezen een museum voor hedendaagse kunst, maar dan zonder collectie. De nadruk ligt op jonge, internationaal georiënteerde kunstenaars. We doen heel veel: aan de ene kant is er een publieksprogramma met onder andere tentoonstellingen, lezingen en performances. Daarnaast publiceert de Appel boeken en verzorgen we het Curatorial Programme: een soort paramilitaire opleiding voor jonge curatoren, waarin ze in korte tijd heel veel leren over wat het is om tentoonstellingsmaker te zijn. Veel ex-studenten van dat programma hebben nu belangrijke posities in de kunstwereld, zoals museumdirecteur.

Videos by VICE

Over die bezuinigingen: kunstenaars staan bekend om hun inventiviteit, die verzinnen daar toch wel wat op?
Ja, maar het is de vraag wat je wil, als beleidsmaker. Natuurlijk, mensen in de kunstsector zijn kampioenen in do it yourself. Maar het hóeft helemaal niet zo; het negentiende-eeuwse idee dat een kunstenaar moet afzien op een zolderkamertje is allang achterhaald. We zitten hier niet in een derdewereldland. Ook onder iets comfortabelere omstandigheden wordt ontzettend goede kunst gemaakt.

Levert dat betere kunst op?
Ik denk niet dat je dat onderscheid kan maken. Het kan uiteraard op de houtje-touwtje manier, maar zo extreem is de crisis nou ook weer niet dat zoiets zou moeten. Als de subsidies worden afgeschaft is alles hier heus niet ineens leeg en dood. Tenzij de PVV stiekem een genocide plant op culturele producenten. Maar kunst wordt met dit soort extreme bezuinigingen wel moeilijker toegankelijk voor het publiek. Aan de ene kant wordt kunst in de grote instellingen dan echt een aangelegenheid van de financiële elite, niet eens meer bereikbaar voor de linkse intellectuelen wiens hobby het zogenaamd is, maar alleen nog maar voor de échte rijken met een Porsche voor de deur. Aan de andere kant wordt het heel underground, met obscure tentoonstellingen waar maar drie mensen naar komen kijken.

Je hebt echt problemen met het beleid van nieuwe kabinet.
Ja, het is helemaal gericht op onverdraagzaamheid. Als je zo enorm tegen de conservatieve Islam bent, zou je toch juist in progressieve Westerse cultuur moeten investeren? Maar nee, ze hebben Nederland het liefst lekker gezapig. Het motto van dit kabinet is ‘weg met alles wat anders is’, en kunst is één van die dingen. De bezuinigingen in onze sector zijn echt buitenproportioneel, terwijl het relatief gezien helemaal niet zoveel geld kost. Ze doen alsof kunst een soort Louis Vuitton-tas is, overbodige luxe. Maar Nederland heeft er de afgelopen 50 jaar juist op ingezet dat kunst voor iedereen toegankelijk moet zijn. Waarom zou je dat nu ineens terugdraaien? Mijn buitenlandse collega’s zijn echt ontzet als ze erover horen, ze denken steeds dat het een grap is. Nederland stond juist zo goed bekend om het feit dat er ook in nieuwe, experimentele dingen geïnvesteerd werd.

Je reist heel veel. Op welke plaatsen in de wereld gaat het nog wel heel goed met kunst?
In Berlijn zijn er ontzettend veel kunstenaars en initiatieven, want je hebt er alle ruimte en de regelgeving wordt er niet zo strak nageleefd. Als je een tentoonstelling wilt improviseren in een halve ruïne komt de politie je niet tegenhouden. Het probleem in Berlijn is alleen de financiële markt: er is geen geld. Wat dat betreft zou je eigenlijk naar Sjanghai moeten kijken. Daar wordt ontzettend geïnvesteerd in de culturele sector. Er zijn veel verzamelaars, kunst is er helemaal bling bling. Een combinatie van die twee, de vrijheid in Berlijn en het levendige economische klimaat van Sjanghai, zou ideaal zijn.

Wat belemmert die vrijheid dan zo in Amsterdam?
De volstrekt neurotische regelgeving. Als je iets in de openbare ruimte wilt organiseren, moet je de vergunning aanvragen per stadsdeel, en die hebben stuk voor stuk andere regels en procedures die maanden in beslag nemen. Je kan onmogelijk iets spontaans doen. Dat gefragmenteerde is echt onnodig ingewikkeld, want Amsterdam is ongeveer zo groot als een zakdoek.

Stelt Amsterdam in de internationale kunstwereld nog wel wat voor?
Amsterdam heeft heel veel potentie om weer een interessante plek voor kunst te worden: de ligging is centraal en het is een veilige, goed beheersbare stad, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Rio de Janeiro of Vilnius. Maar de veel te lange sluiting van het Stedelijk Museum heeft een negatieve uitwerking gehad op Amsterdam als kunststad. Het Stedelijk werkt als een soort vuurtoren: mensen worden erdoor naar de stad gelokt, en ontdekken daarna de minder zichtbare dingen zoals de Appel, W139 of SMART Project Space. Maar zonder die vuurtoren zijn we moeilijk vindbaar. Het ergste vind ik nog wel de gemeente er niets aan heeft gedaan om het Post CS, dat een fantastisch surrogaat was voor het Stedelijk Museum, open te houden totdat het echte museumgebouw weer in gebruik genomen kon worden. In plaats daarvan moest het Stedelijk nu de stad door met een sleurhut, echt verschrikkelijk. Gelukkig is het museum nu weer toegankelijk voor het publiek en dat heeft een onmiddellijk positieve uitwerking op het imago van de stad.

Oké, tot zover het beleid, terug naar de kunst. Je komt met ontzettend veel kunstwerken in aanraking, maar wat is nou het aller-allerbeste dat je de afgelopen tijd gezien hebt?
Jezus, dat is moeilijk. Videokunstenaar Steve McQueen heeft in 2008 een speelfilm gemaakt, Hunger. Het is hele esthetische een film met nauwelijks dialoog, bijna een bewegend schilderij, maar toch zit er een hele sterke politieke boodschap in. Echt een eyeopener. En iets heel anders wat ik ook erg goed vond was het werk Speech Bubbles van Philippe Parreno, een conceptuele kunstenaar uit Frankrijk, in het Italiaanse Castello di Rivoli,. Het waren allemaal zilveren heliumballonnen in de vorm van spreekwolkjes, die aan het plafond van de ruimte zweefden. Het werk was bijna alleen maar een idee, een bevraging van het instituut, maar tegelijkertijd was het ook heel poëtisch en verleidelijk.

Je bent sinds 2006 directeur van de Appel. Wat vond je de leukste projecten die je tot nu toe hebt gedaan?
Oh, dat zijn er zo veel. Ik was heel blij met een tentoonstelling van de Pools-Brits-Franse kunstenaar Marc Camille Chaimowizc. Hij is erg bezig met toegepaste kunst, en heeft altijd heel erg in de marge van de kunstwereld gewerkt. We hebben een soort overzichtstentoonstelling gemaakt waar niet alleen zijn eigen werk te zien was, maar ook zijn inspiratiebronnen. Zo waren er oude modetekeningen te zien, en architectuurmodellen van Rietveld, maar ook werk van jonge kunstenaars waar hij affiniteit mee heeft. Dat was een hele mooie combinatie. Een performance die ik heel goed vond, was Voyage of the White Widow van een groep uit LA, My Barbarian. Hierin vermengden ze hardcore postkolonial kritiek met entertainment en een kitscherige Chantal Janzen-esthetiek: het was een scherpe veroordeling van de manier waarop Nederland met zijn koloniale verleden omgaat, maar dan op een absurde en hilarische manier gebracht. Qua publicaties ben ik heel blij met F.R. David, een journal met allerlei teksten die gaan over de relatie tussen kunst en taal. We maakten dat gewoon omdat we het leuk vonden, heel intuïtief, zonder een specifiek beargumenteerd idee erachter. Maar het magazine werd toen onverwachts heel populair, het kreeg echt een soort cultstatus.

Vind je dat belangrijk, een groter publiek bereiken?
We doen vaak best moeilijke dingen, voor een heel gespecialiseerd publiek, en daarom is het lastig om veel mensen te bereiken. Maar alleen preaching to the converted is ook niet leuk. Onlangs hadden we de tentoonstelling ‘For the blind man in the dark room looking for the black cat that isn’t there’, een echte I don’t quite get it–show. Het ging over het feit dat veel mensen afgeschrikt worden door hedendaagse kunst, alsof je eerst 20 boeken gelezen moet hebben voordat je er iets mee kan. Maar kunst is geen kruiswoordpuzzel, je hoeft het niet altijd meteen te begrijpen. Je kan ook gewoon vertrouwen op je eigen reacties en zeggen dat je het leuk of niet leuk vindt.

Naar welke projecten van de Appel kijk je uit?
Naar ons hele programma, maar in het bijzonder naar een groepstentoonstelling die voor volgende zomer gepland staat, met als werktitel ‘Iedereen kan alles’. Het gaat over het verschil tussen amateurkunst en professionele kunst, en daarmee over de wat de essentie van kunst maken is. Maar het is ook een soort kanttekening bij de plannen van het nieuwe kabinet, dat professionele kunst totaal irrelevant vindt en er extreem op wil bezuinigen.

Wat zijn op dit moment volgens jou belangrijke tendensen in de hedendaagse kunst?
Dat is heel moeilijk te benoemen. Het is zo ontzettend divers, zo ongeveer iedere kunstenaar is op zich al een eigen stroming. Maar ik vind de combinatie van een goed concept en een mooi beeld heel interessant. Kunstenaars zijn heel erg bezig met het uitwerken van een idee, het is echt niet alleen spontane zelfexpressie, zo van: ik voel dit en ik spat het meteen op het canvas. Bijna alle kunstwerken van nu hebben in de figuurlijke zin een hele tekst aan de achterkant. Veel conceptuele kunst is haast alleen nog maar een idee, een zin op een vel papier. Maar de kunstenaars die ik goed vind, verliezen de esthetiek niet uit het oog. Hun werk is ook verleidelijk. En onder die verleiding zit dan vaak venijn.

Je hebt de afgelopen 10 jaar diep, heel diep in de kunstwereld gezeten. Was het een interessant decennium voor kunst?
Wat erg opviel was de nieuwe dominantie van de kunstmarkt. Grote commerciële galerieën en verzamelaars zoals Saatchi werden heel invloedrijk, en daardoor werd het ineens belangrijk hoe duur en populair een kunstwerk was. Maar de economische crisis heeft dat alweer veranderd.
Aan de andere kant was het ook een boeiende periode, bijvoorbeeld door de revival van schilderkunst en performance. En conceptuele kunst is eindelijk volledig tot bloei gekomen.

Tenslotte, waar hoop je op voor de komende tien jaar?
Globaal gezien worden door het inkrimpen van de kunstmarkt goede ideeën hopelijk weer belangrijker dan hoe fancy en duur iets is. En ik hoop dat de vreselijke verrechtsing van Europa ertoe zal leiden dat we het anarchistische potentieel van kunst opnieuw gaan uitbuiten. Dat we weer heel dwars tegen de dingen ingaan, in het verzet. Er zijn veel negatieve kanten aan de politieke situatie, maar je kan het ook zo bekijken: we zeggen gewoon keihard ‘fuck you’ tegen de situatie, wij ontwikkelen zelf een alternatief met en door kunst.

TEKST: MARIAN COUSIJN
FOTO: MATHIJS TROMP

Thank for your puchase!
You have successfully purchased.