Mijn beste vriend is psychopaat en we hebben het meestal erg gezellig

Het was hoogzomer vorig jaar, toen mijn vriend Bas* me opbelde en me vertelde dat hij ons dorp ging platbranden.

|
25 mei 2018, 11:04am

Foto via Getty Images

We waren zestien, en gingen met onze vriendengroep kamperen in Maastricht. Op een morgen hadden we een onenigheid over wat we die dag gingen doen. Op een of andere manier ging de discussie zo snel bergafwaarts, dat ik Bas compleet zag flippen. Eigenlijk ging het nergens over. Ieder normaal persoon zou het uitpraten, zich eroverheen zetten.

Maar om één of andere reden zag ik iets in hem breken en opeens had alles wat hij zei alleen maar een doel: mij zo diep mogelijk raken. Een flinke scheldpartij, gesmijt met allerlei attributen en een paar onthutste buren later bedaarde de situatie, maar na die dag heb ik wel vaak nagedacht waarom Bas eigenlijk zo vaak zo veel schijt had aan de gevoelens van mensen die hij zelf zijn vrienden noemde.

Dat was het moment dat ik me realiseerde dat Bas gewoon geen rekening met anderen hield. Hij kon zich simpelweg niet verplaatsen in mij. Toen vertelde ik hem voor het eerst: ‘niet iedereen is Bas’. Ik heb hem dat daarna nog vele malen moeten zeggen.

Bas is een karakter. Veel mensen kennen hem als die roekeloze, schaamteloze, maar op een vreemde manier toch charmante jongen die altijd wel een goed verhaal met je wil delen onder het genot van een pilsje.

Tot ongeveer een jaar geleden zag ik hem ook zo. Hij was vreemd, dat was altijd al duidelijk, maar dat nam ik voor lief. Samen hebben we festivals, vakanties en feestjes getrotseerd en hij is een van mijn oudste vrienden. Eigenlijk had ik nooit iets gezocht achter zijn gedrag - ik dacht dat hij het gewoon leuk vond om tegen het systeem aan te schoppen. Toen ik eind vorig jaar hoorde van zijn diagnose, vielen er een hoop puzzelstukjes op hun plek.

“Ik heb een keer een vuur gemaakt op een matras, en al mijn kussens erop gegooid. Ik was zes.”

Eigenlijk stuitte Bas per toeval op zijn diagnose. Vorig jaar werd hij door een zware burn-out gedwongen te stoppen met zijn fulltimebaan. Zijn behandelaar raadde hem aan om bij een andere tak van de GGZ een uitgebreide analyse te doen, waarmee ze erachter kwamen dat er meer aan de hand was.

Bas lijkt geen enkele moeite te hebben met daden die de meeste mensen ontzettend immoreel zouden vinden. En vaak zijn dit geen dingen die hij in een opwelling doet; je zou ze eerder kunnen beschrijven als zijn projectjes. Een tijdje heeft hij een klein drugslab gehad waarin hij meth maakte. Daarmee is hij gestopt – niet omdat hij wakker lag van de gedachte aan alle levens die hij indirect verwoestte, maar omdat op dat moment een aantal andere drugslabs in die omgeving werden opgerold door de politie en het hem te heet onder de voeten werd.


Afgelopen jaar gaf ik een oudejaarsfeestje bij mijn ouders thuis. In de aankondiging op Facebook gaf ik aan dat ik geen vuurwerk in de tuin wilde – het huis heeft zo’n mooi, ontzettend brandbaar rieten dak. De klok sloeg twaalf uur, en ik struinde naar buiten om naar het vuurwerk te kijken. Toen ik terug naar binnen liep, hoorde ik een harde knal. Bas was een stuk zelfgemaakt vuurwerk aan het afsteken in mijn woonkamer. Er stonden een paar mensen, sommige lacherig, de meesten geschokt, naar te kijken. Ondanks het feit dat hij zich netjes aan mijn enige regel had gehouden - geen vuurwerk was afgestoken in de tuin - was voor mij de maat vol.

Het was hoogzomer vorig jaar, toen Bas me opbelde en me met dubbele tong vertelde dat hij ons dorp ging platbranden.

Het was weer een van die dingen die voor Bas volkomen normaal leken, maar in de ogen van de gemiddelde persoon absoluut geen goed idee zouden zijn. Ik heb hem bijna letterlijk mijn huis uit getrapt, en hij verdween zonder tegenstribbelen de nacht in. Ik begon een patroon te observeren, dus vergevingsgezind – en vooral nieuwsgierig – als ik ben, besloot ik mijn vriend er zelf naar te vragen.

Psychopaten hebben de neiging zich snel te vervelen. Om hiervoor te compenseren gaan ze thrillseeken. “Ik heb een keer een vuur gemaakt op een matras, en al mijn kussens erop gegooid. Ik was zes,” vertelt Bas me. “Ik vond dat gewoon leuk. Het is bij mij overgegaan van vuur maken, maar bommen maken, naar drugs maken. Ik krijg er een gevoel van macht en respect voor mezelf van, maar eigenlijk is het ook gewoon stomme lol. Ik geef niks om de wet. Het gaat er alleen om of ik er mee wegkom of niet.” Waar zo goed als alle mensen schuldgevoel kennen, is dat niet een emotie waardoor Bas zich laat leiden.

Het was hoogzomer vorig jaar, toen Bas me opbelde en me met dubbele tong vertelde dat hij ons dorp ging platbranden. Ik was bij mijn vriend aan de andere kant van het land en kon dus niet veel voor hem betekenen op dat moment, maar was inmiddels niet meer erg geschokt door het telefoontje. Het was niet de eerste keer dat hij compleet van de kaart bij mij kwam aankloppen met vreemde gedachten. Uiteindelijk heeft een gemeenschappelijke vriend hem weten te kalmeren – het bleek meer een schreeuw om aandacht van Bas, dan een daadwerkelijk dreigement – en ook die was niet verbaasd: door de jaren heen hebben we Bas zo vaak zien ontsporen. Er kwam geen einde aan zijn drugsgebruik en drinken. Hij wilde alleen maar meer. Een paar keer heeft dit hem bijna het leven gekost.

Op vrijdagavond neemt hij zelden genoegen met één drankje. En vaak komt na een paar biertjes zijn roekeloze kant naar boven. Alles moet snel, groots en overdreven. Er zijn geen grenzen. Ik heb hem vaak dingen zien vandaliseren, en hij heeft een vreemde obsessie met over dingen heen plassen die niet van hem zijn. Soms steelt hij dingen. Ik probeer bij deze escapades uit de buurt te blijven. Wanneer verandert kwajongensgedrag in zorgwekkende, sociaal onacceptabele misdragingen of zelfs criminaliteit?

Voor mij blijft hij een mens, ook al is hij misschien een tijdbom waar ik nu al zo’n zes jaar bovenop zit.

Vroeger verklaarde en rechtvaardigde ik Bas’ acties in mijn hoofd vaak met zijn enthousiaste middelengebruik. Ik zie mijn beste vriend nog altijd als zijn eigen slachtoffer, al zal hij het hiermee waarschijnlijk oneens zijn. Morele corruptie is niet een eigenschap die je graag toekent aan iemand van wie je houdt.

Veel van de beste momenten in mijn leven heb ik met hem gedeeld. Ik kan altijd bij hem terecht voor advies en steun - hij is erg intelligent - of als ik spontaan zin heb om een idioot plan uit te gaan voeren of iets leuks te gaan doen. Zijn ongeremdheid zorgt ervoor dat het nooit saai is. Hij is zo iemand voor wie de wereld bijna niet groot genoeg is, die zich niet laat tegenhouden door oordelen van anderen, door het keurslijf waar onze generatie ingeduwd wordt, hij lééft, en dat werkt ontzettend aanstekelijk.

Psychopathie is niet opgenomen in de DSM-5, het handboek voor psychologen. Je kunt psychopaten beter zien als mensen met een andere neurologische bedrading (zoals psychiater James Fallon dat bij zichzelf ontdekte toen hij er onderzoek naar deed, en erachter kwam dat hij zelf een psychopaat was). Psychopathie wordt vastgesteld met een checklist van twintig punten, waarin wordt gekeken naar eigenschappen of gedragingen als charisma, (jeugd-)criminaliteit, manipulatief gedrag en impulsiviteit.

Psychopaten hebben een gebrek aan empathie, aldus Dini Hoenink, forensisch psychiater. “In hun contacten zijn ze ontzettend aardig en aimabel. Socialere mensen kun je je niet voorstellen. Maar ze zijn ook gewetenloos. Omdat ze geen medeleven op kunnen brengen hebben ze de neiging om op een hele instrumentele manier relaties aan te gaan.” In andere woorden: ze manipuleren mensen om de zaken naar hun hand te zetten.

Voor mij, een empaat in hart en nieren, is dit moeilijk te begrijpen. Maar Bas kan het beamen: “Als psychopaat is het eigenlijk meer alsof je een soort spelletje speelt. Je bent met anderen, maar je bent niet echt samen. Ik voel me niet echt verbonden met mensen zoals anderen dat voelen.”

Bas vertelt me dat de psychopaten waar ik echt bang voor moet zijn de CEO’s zijn, de mensen op Wall Street en leugenachtige politici.

Maar hoe is het dan voor Bas om een social butterfly te zijn, als je de warmte, de bevrediging van sociaal succes niet voelt zoals de meeste mensen? “Sinds een tijdje merk ik wel dat ik bepaalde dingen mis, die voor anderen kennelijk fijn zijn. Bijvoorbeeld het gevoel van verbondenheid,” zegt mijn vriend daarop.

Sinds de diagnose spoken er veel vragen door mijn hoofd. Is Bas wel een echte vriend? Heeft hij al die tijd geveinsd dat hij het gezellig vond met me, dat hij geïnteresseerd was mijn verhalen over liefdesverdriet, mijn hopen en dromen, de dingen waar ik ‘s nachts van wakker lag?

Mensen met een normaal brein zijn minder geneigd om te liegen, omdat hun empathisch vermogen, impulsbeheersing en schuldgevoelens ze daarvan weerhouden. Psychopaten hebben niet zo'n filter. Daarom breekt hen niet het zweet uit als ze leugens vertellen. De moralen, wetten en regels van deze samenleving waar iedereen braafjes rekening mee houdt, zijn voor psychopathische mensen alleen maar abstract, inefficiënt en onnodig. Vaak gaan psychopaten dan ook geloven in hun eigen leugens, zegt Dini.

Op de een of andere manier is dit voor mij een comfortabele gedachte; áls mijn vriend me dan gebruikt, heb ik liever dat hij het niet moedwillig doet. In ieder geval heeft hij zelf ook een bepaalde waarde toegekend aan mijn vriendschap, al is het alleen voor zijn eigen gewin. Zijn alle vriendschappen niet een beetje zo?


“Ik ervaar gevoelens anders dan andere mensen. Ik heb er meer controle over. Ik vind het wel moeilijk dat ik niet goed kan zeggen wat gemeend is en wat aangeleerd gedrag is als het aankomt op vriendschappen – de dingen die ik doe om ze gaande te houden. Niet dat het zo veel uitmaakt, want het resultaat is hetzelfde,” zegt Bas. Ook voor hem is het blijkbaar nog een worsteling om te bepalen wanneer hij niet alleen anderen, maar ook zichzelf voor de gek houdt.


Menig psychiater zou me vertellen dat ik me gewoon laat manipuleren. Een van de eerste dingen die forensisch psychiater Dini tegen me zei toen ik haar interviewde voor dit stuk was dat ik het beste zo ver mogelijk bij mijn vriend vandaan kon blijven. Maar, zoals de bekende neuropsycholoog en psychopaat James Fallon al eerder benoemde, hoef je geen gewelddadige maniak te zijn als je psychopatisch bent.


“Het is natuurlijk niet zo dat alle psychopaten gediagnostiseerd worden,” zegt Dini, “en ook niet alle psychopaten komen in contact met criminaliteit. Vaak worden mensen pas gediagnosticeerd als ze de fout ingegaan zijn. Je hebt ook de witteboorden-psychopaten. Bijvoorbeeld mensen die in de politiek of in het zakenleven zichzelf verrijken door anderen uit te buiten. Ze zijn erg charmant in de omgang, maar ze hebben geen besef van wat het voor anderen betekent. In de oppervlakkigheid is het gebrek aan empathie niet per se een probleem, maar als je met mensen in zee gaat, moet je hopen dat alles meezit.”

"We moeten nadenken over hoe we ons als maatschappij opstellen tegenover deze mensen. Je kunt wel psychopaat zijn, maar allereerst ben je een mens."


Naar schatting heeft één procent van de bevolking psychopathie. In gevangenissen zijn psychopaten zeer oververtegenwoordigd; zo’n 15% van de gevangenen is psychopatisch. Het beeld dat de meeste mensen hebben van psychopaten is dus ook niet geheel onterecht.

“Maar we moeten wel nadenken over hoe we ons als maatschappij opstellen tegenover deze mensen. Je kunt wel psychopaat zijn, maar allereerst ben je een mens. De mensen die echt gevaarlijk zijn, dat is maar een heel beperkte groep,” zegt Theo Kloosterman. Hij is behandelaar in een GGZ-instelling in Noord-Holland. Hij werkt op een landgoed waar psychiatrische patiënten huisvesting krijgen om te herintegreren in de samenleving. Hij heeft in het verleden ook op forensisch-psychiatrische klinieken gewerkt. Onder zijn cliënten zijn ook psychopaten.

Zijn beeld van psychopaten is iets minder zwartgallig dan dat van Dini. Kloosterman: “Ik maak regels in de omgang met psychopaten, en houd waar dat nodig is ook afstand. Maar ik laat wel merken dat ze er voor mij zíjn, dat ze in mijn ogen mensen blijven.” Zo denk ik er ook over. Misschien is dat wel naïef van me. Misschien is het wel, zoals Dini me zei, een soort tijdbom waar ik nu al zo’n zes jaar bovenop zit.

Sinds de diagnose doet hij erg zijn best om zich aan te passen aan zijn omgeving. “Vroeger dacht ik bij het woord ‘psychopaat’ aan een kerel met een kettingzaag, maar nu weet ik dat psychopaten winnaars zijn,” zegt Bas. “Goede mensen, machtige mensen, eenzame mensen. Ik heb er veel over nagedacht om mezelf als genuanceerd voorbeeld te presenteren van een psychopaat. Er zijn weinig mensen die er echt open over zijn. Maar dan krijg je er niet de juiste aandacht mee, en ik heb geen zin in dat soort aandacht. Ik wil niet dat mensen mij op een andere manier zien. Al zou ik ook niet anders willen zijn dan ik ben.”

En ik begrijp hem wel. Zolang het woord ‘psychopaat’ nog steeds rond wordt gesmeten als scheldwoord, en mensen daarbij gelijk denken aan een Patrick Bateman of een Hannibal Lecter, zou ik ook niet geassocieerd willen worden met deze term. Bas vertelt me dat de psychopaten waar ik echt bang voor moet zijn de CEO’s zijn, de mensen op Wall Street en leugenachtige politici. “Ik doe nu erg mijn best om andere mensen, voornamelijk familie en vrienden, beter te begrijpen en me minder extreem en asociaal te gedragen.”

Al is het onbetwistbaar dat onze vriendschap voor hem anders voelt dan voor mij, blijf ik Bas zien als mijn vriend. Eigenlijk is onze vriendschap niet heel anders dan de meeste van mijn vriendschappen: hij is er voor mij, en ik voor hem. We hebben het gezellig. En soms ook niet.

* Naam is gefingeerd wegens privacyredenen, maar bekend bij de redactie.