DE KEERZIJDE

Hoe ik als clubloze keeper de transfermarkt afzoek

“Nadat mijn laatste stage in Letland niks werd, ben ik in een vrije val geraakt.”

door Sam van Raalte
31 augustus 2018, 9:05am

Sam van Raalte

We hebben in de serie Ongewenst Transfervrij een hoop voetballers aan het woord gelaten, maar nog nooit een keeper. Vandaag doet Jonathan Waterberg zijn verhaal. Hij is een 23-jarige doelman die speelde bij Cambuur Leeuwarden en FC Eindhoven, voordat hij aan het eind van vorig seizoen zonder club kwam te zitten.

Voor een clubloze keeper ziet de zoektocht naar een nieuwe werkgever er anders uit dan voor een veldspeler. De transfermarkt is voor keepers bijvoorbeeld minder flexibel. Omdat er minder makkelijk aan keepers te verdienen is, doen sommige zaakwaarnemers ook geen zaken met keepers.

VICE Sports sprak Waterberg op een terras in zijn thuishaven Rotterdam over zijn zoektocht naar een nieuwe lat om onder te staan. Dit is zijn verhaal.


“Als ik op proef kom bij een club heb ik meestal één directe concurrent voor één positie. Dat is anders dan voor veldspelers. Als een centrale verdediger op proef komt bij een club, kan hij altijd nog als rechtsback of verdedigende middenvelder aan de bak als ze daar net iemand nodig hebben. Bij een keeper kan dat natuurlijk niet. Een voorbeeld daarvan is mijn stageperiode in Letland afgelopen maand.

In juli ben ik met twee andere spelers uit Nederland naar Letland gegaan, om stage te lopen bij Riga FC. Er waren ook een paar Franse spelers op proef, waaronder David N’Gog, die nog bij Liverpool heeft gespeeld. Na een paar dagen trainen speelden we een oefenwedstrijd tegen de nummer één van Estland, Nõmme Kalju. Er liep ook een andere keeper stage, een wat meer ervaren man van 28 jaar uit Schotland. Hij was er een jaar uit geweest met een blessure en probeerde terug te komen.

We zouden eerst samen op de kamer slapen, maar dat zag ik niet zitten. Je weet nooit wat zo iemand gaat doen als ik in slaap val of zo. In die oefenwedstrijd tegen Nõmme Kalju mochten we allebei een helft keepen. Mijn concurrent de eerste, ik de tweede. Toen hij speelde keek ik aandachtig naar hem, maar ik hoopte niet nadrukkelijk dat hij een fout zou maken. Zo ben ik niet. Juist als ik dat ga doen, maar ik later zelf zo’n fout. Ik hoopte dus gewoon dat hij goed zou keepen en ik daarna nog beter.

Foto: Proshots

Maar ja, hij kreeg wel een goal tegen in de wedstrijd. Een corner viel het vijfmetergebied in. Hij moest uitkomen, maar bleef op zijn lijn staan, waardoor de bal werd ingekopt. Ik rook mijn kans. Bij de eerste corner die we tegen kregen in mijn helft, kwam ik als een gek uit de goal. Het was een beetje druk voor me, maar ik stompte die bal weg. Mijn ploeggenoten gaven me complimenten en zeiden dat het een lekkere actie was. Dat zag mijn concurrent natuurlijk ook in de dug-out. Ik kreeg in mijn helft geen goal tegen. Het laatste fluitsignaal voelde zo lekker.

De keeperstrainer van Riga FC zei ook dat ik me volwassen gedroeg voor een jonge keeper, omdat ik mijn mond opentrok in het veld. Keepers van mijn leeftijd durven meestal niet zoveel te praten, maar ik lul bijna de oren van je hoofd. Het gaat om communicatie, je moet mensen op hun plek zetten. Ik dacht na die oefenwedstrijd echt dat ik een contract zou krijgen, maar eenmaal terug in het hotel, kregen de stagespelers te horen dat niemand van ons een contract aangeboden kreeg. Op N’Gog na, maar die heeft er niet getekend. Dus daar zaten we dan.

Ik ging terug naar Nederland en ben sindsdien in een vrije val geraakt. Vanuit profclubs en zaakwaarnemers hoorde ik niks meer. Maar zelf blijf ik zaakwaarnemers appen. Ik kijk bijvoorbeeld welke zaakwaarnemers sterke contacten met bepaalde clubs uit de Jupiler League hebben, en benader die zaakwaarnemers dan. Stel dat een zaakwaarnemer meerdere spelers bij Telstar heeft, dan neem ik daarmee contact op. Tot nu toe heb ik alleen vaak te horen gekregen dat de spelers van die zaakwaarnemer dan voorrang krijgen. Dat is ook wel begrijpelijk.

Tegenwoordig heb ik van bijna elke club in de Jupiler League het nummer van de technisch directeur. Via Instagram neem ik bijvoorbeeld contact op met jongens die ik al ken omdat ik met ze samen heb gespeeld. Dan vraag ik heel brutaal of ze me het nummer van hun TD willen geven. Ik ben daar heel makkelijk in, want als iemand dat aan mij zou vragen, zou ik diegene ook gunnen. Ik probeer het dus vooral zelf op te lossen. Ik heb in Nederland ook even stage gelopen bij Top Oss, maar financieel kwamen we daar niet uit. Dan zou ik niet rond komen.

Ondertussen blijf ik in contact met zaakwaarnemers. Een probleem is dat niet alle zaakwaarnemers zaken doen met keepers, omdat veldspelers makkelijker naar clubs te brengen zijn. Ik hoor van zaakwaarnemers vaak teksten als “ik kan wel voor je kijken, maar niks beloven”. En dan blijft het stil. Of ik krijg reacties als “veel keepers zijn transfervrij”, “ik zit niet in de keepersmarkt”, of “het is moeilijk om keepers weg te brengen”. Het is moeilijk om dat elke keer weer te horen, maar het is niet anders.

Clubs willen altijd drie keepers in de selectie hebben. Een ervaren keeper, een jongere keeper die de concurrentie aan kan gaan met de ervaren keeper, en een heel jong talent. Dat proberen ze tenminste. Mijn probleem is dat ik jong ben, maar niet meer heel jong. Ik moet dus de jonge keeper zijn die de concurrentie aangaat met de ervaren keeper. Maar ik heb nog niet veel wedstrijden op profniveau gespeeld. Dat is een struikelblok om binnen te komen bij een club.

Ze vragen me altijd waar ik mijn wedstrijden heb gespeeld. In het tweede van FC Eindhoven, zeg ik dan. Dan vragen ze om een video. Ik vind dat ze in Nederland makkelijker moeten zijn met een speler op stage nemen, in plaats van dat ze bij voorbaat al nee zeggen op basis van weinig informatie. Ik ben in Nederland, en kan zelf naar de club komen. Wat kost het de club? Alleen tijd. Daarin kan je kijken of ik goed genoeg ben. Maar nu krijg ik meestal niet eens de kans om me te laten zien.

Ik heb nog wel wat contact met clubs uit de Tweede en Derde Divisie. Die zijn wel concreet, en ik heb van aansprekende teams daaruit gehoord dat ze me erbij willen hebben. Maar ik stel dat nu nog een beetje uit. Ik besef wel dat als ik een vol seizoen in de Tweede Divisie speel, ik zo weer een stap omhoog kan zetten. Maar ook dat ligt moeilijk, want ik heb nu de voorbereiding gemist door verschillende proefperiodes in Zweden, Malta en Letland. Hoofdtrainers in de Tweede en Derde Divisie hebben hun keuze al gemaakt voor een eerste keeper, dus dan begin ik sowieso op de bank.

Als het allemaal niks meer wordt in het profvoetbal, pak ik mijn ICT-opleiding weer op. Daarmee was ik gestopt voordat ik in 2015 naar Cambuur Leeuwarden ging, en me volledig wilde focussen op voetbal. In de ICT is op dit moment juist veel werk, dus dat kan nog. Maar ik wil het echt nog proberen in het profvoetbal. Gek genoeg heb ik er vertrouwen in dat het nog gaat lukken.”

Dit is een verhaal uit de rubriek Ongewenst Transfervrij, waarin VICE Sports profvoetballers aan het woord laat die graag weer willen spelen, maar door hun eigen fouten of botte pech geen club hebben. Zie hier alle verhalen uit deze serie.

Je kunt je hier aanmelden voor onze nieuwsbrief om wekelijks het beste van VICE Sports Nederland in jouw mailbox te krijgen.