Ik ben Isis ‘Fight Queen’ Verbeek
Dave Aalbers
Sport

Ik ben Isis ‘Fight Queen’ Verbeek

“Ik heb zelfs een afzegging gehad omdat mijn tegenstander ineens was uitgegleden in de badkamer.”
04 augustus 2018, 10:00am

In deze serie laat VICE Sports jonge, opkomende vechtsporters aan het woord. Dit keer is dat Isis Verbeek, de 23-jarige kickbokser uit Steenbergen. De Fight Queen kreeg al twee jaar geen partij meer toegewezen door Glory. Momenteel is ze druk bezig om zich om te scholen tot MMA-vechter. In de Hemmers Gym in Amsterdam vertelt ze over haar jeugd op het platteland, haar overstap naar Invicta en haar moeizame verstandhouding met Glory.

Dit is het verhaal van Isis Verbeek.


“Veel mensen die mij over straat zien lopen, zullen niet snel denken dat ik knok als beroep. Misschien zou ik er wel nog meer als een tut bijlopen als ik niet zou vechten. Veel vrouwelijke vechters zijn best wel mannelijk. Ik ben niet zo. Ik vind het wel lekker dat mensen van buitenaf niet zien dat ik vechtsporter ben. Ik ben liever undercover. Vroeger was ik eigenlijk gewoon een klein jongetje. Dat geloven mensen helemaal niet als ze me tegenwoordig zien.

Ik groeide op in het Brabantse Steenbergen en was altijd buiten te vinden. Crossmotor rijden, scheuren op een quad, boomhutten bouwen en in de modder banjeren. Mijn ouders hebben een eigen fruitbedrijf, dus ik woonde echt op het platteland. We waren altijd op pad met mijn zus en broertjes. Mijn neven en nichten woonden om de hoek, dus die bende was er ook altijd bij. Tegenwoordig zie ik steeds meer kinderen op hun telefoon en PlayStation. Dat vind ik zo zonde. Ik werkte in de zomer altijd bij het fruitbedrijf van mijn ouders. Dan reed ik op de trekker of plukte ik fruit. Alle kinderen van de familie hielpen mee bij het bedrijf.

Ik kwam als boerenmeisje al vroeg in aanraking met vechtsport. Op mijn elfde nam het ex-vriendje van mijn zus me voor het eerst mee naar een kickboksgala. Daar zag ik een meisje van elf een wedstrijd vechten. Ik vond dat zo cool, dat vergeet ik nooit meer. Vanaf dat moment was ik verkocht. Ik wilde niets anders meer. Ik trainde meteen vijf keer per week. Mijn eerste partij vocht ik op mijn elfde. Ik moest bijna kotsen van de zenuwen. Eigenlijk ging dat vechten op zo’n jonge leeftijd nergens over. Ik liep recht naar voren en begon maar wat te meppen en te schoppen. Toch lukte het me die eerste partij te winnen.

Dat meisje van elf heeft een lange weg moeten afleggen tot ze de vechter werd die ik nu ben. Ik was pas zestien toen ik Brabant achter me liet. Na de middelbare school ben ik in mijn eentje in een appartementje in Amsterdam gaan wonen. Ik volgde een opleiding tot schoonheidsspecialiste, maar daar ben ik al snel mee gestopt. Ik wilde niet naar school, het enige dat ik wilde doen was kickboksen. Ik was vijf dagen per week te vinden bij de Cross Gym in Amsterdam.

Wettelijk mocht ik op die leeftijd niet eens stoppen met school, maar mijn ouders hebben nooit geprobeerd om me op andere gedachten te brengen. Het enige dat mijn vader zei was: “Als je je boeken nog maar niet hebt besteld.” Dat had ik nog niet, dus het maakte hem weinig uit. “Oké, dan mag je stoppen. Als dit is wat je wil, ga er gewoon voor,” zei hij. Dat was het. Het voelt voor mij ook alsof ik mijn ouders teleurstel als ik verlies. Ik wil ze iets teruggeven voor het vertrouwen dat ze altijd in me hebben gehad. Dan weten ze dat het allemaal niet voor niets is geweest.

Het is extra fucked up dat ik van jongs af aan alles opzij zet voor de sport, maar de afgelopen twee jaar geen kansen heb gekregen van Glory. Ik heb al twee jaar geen partij meer gevochten voor ze. Glory heeft me gewoon laten stikken. Misschien komt het doordat ik niet zo schijnheilig ben. Ik ben geen billenlikker. Veel mensen mogen me hierdoor al gauw niet. Ik kruip niet in iemands kont om iets te bereiken. Soms is dat gewoon nodig in deze sport. Het is heel jammer, want ik zou bij Glory nog graag tegen Tiffany van Soest of Anissa Meksen vechten.

Omdat ik bij Glory geen partijen heb gekregen de laatste tijd, ben ik het ergens anders gaan zoeken, bijvoorbeeld in het shootboksen in Japan. Maar het is als vrouwelijk kickbokser niet altijd makkelijk om een tegenstander te vinden, laat staan een geschikte tegenstander. Ik heb de gekste dingen meegemaakt op het gebied van afzeggingen. Vorig jaar stond ik op een weging in Hongkong en daar hoorde ik ineens dat mijn partij niet doorging. Ik heb geen idee hoe je het voor elkaar krijgt, maar mijn tegenstander was uitgegleden in de badkamer. Dan train ik zes weken lang en dan krijg ik zo’n verhaal te horen.

Ik krijg nog genoeg voorstellen hoor, zeker tien organisaties hebben de laatste tijd gebeld. Alleen komen ze dan vaak met tegenstanders die niet eens in mijn gewichtsklasse zitten. Ik vecht normaal gesproken tussen de 48 en 55 kilo. Bij een partij in Japan moest ik zakken naar mijn minimum van 48 kilo. Dat is echt het limiet voor mij, lager kan ik niet gaan met mijn lengte. Maar als het geld goed is, ben ik wel bereid zo ver te gaan. Echt geloof me, het leek wel alsof ik anorexia had in de voorbereiding. Drie weken lang at ik maar 400 calorieën per dag. Naast een klein beetje eten was het heel veel water drinken. Mensen van buitenaf hebben geen idee hoeveel ik heb afgezien.

De laatste acht dagen voor die partij zat ik twee keer per dag in de sauna. Ik heb echt veel dagen gehad waarop ik dacht: ik ben het zat. Ik heb echt geen zin meer in deze ellende. Voor het weekend dat we vlogen woog ik 53 kilo. Op Schiphol was ik alweer gezakt richting de vijftig. Die ochtend voor de weging zat ik goed qua gewicht. Vlak voor de weging keek ik nog eens voor de zekerheid. Wat denk je? 48,25 kilo, weer net erboven dus. Ik haalde mijn topje weg en deed een handdoek om. Godzijdank, zonder dat kledingstuk woog ik precies 48. Dat was zo’n ongelooflijke opluchting. Dieper kan ik echt niet gaan.

Als ik gewoon een normaal aantal partijen per jaar krijg, dan kan ik prima leven van het kickboksen. Doordat ik te weinig partijen van Glory heb gehad, sta ik voor mijn gevoel nu twee jaar stil, en dan wordt het een stuk lastiger. Er kwam weinig binnen, dus ik moest iets naast de sport gaan doen. Ik heb hier in Amsterdam drie dagen in de week bij een zonnestudio gewerkt. Ik moest iets. Doordat ik niet continu stil wil staan, ben ik ook begonnen met MMA-training. Ik was al twaalf jaar bezig met kickboksen, en MMA is helemaal nieuw. Het is een flinke uitdaging om het onder de knie te krijgen, maar als ik het goed doe, valt er veel geld te verdienen in dat wereldje.

Nadat de Amerikaanse MMA-organisatie Invicta te horen had gekregen dat ik bezig was met MMA-training, gaven ze me in februari een contract. Dat was een lekker gevoel. Bij Invicta voel ik de waardering die ik bij Glory weleens mis. Als ik twee of drie partijen win bij Invicta, dan kan het zo gebeuren dat de UFC op de deur klopt. Dat is mijn ultieme doel. Ik heb na een moeilijke periode eindelijk weer de touwtjes in handen. In september kan ik kiezen tussen vechten bij Invicta en een shootbokstoernooi in Japan. Glory heeft me ook een nieuw contract aangeboden, maar dat moet ik allemaal nog even zien. Ik heb keuze zat, dat is ook weleens lekker.”