Money

Ik zocht een middagje goud in de Rijn met een echte gouddelver

“Ik ben een van de weinige gekken die dit doet. En stel dat je een goudader vindt, dan moet je dat aan niemand vertellen. Dan is al het goud voor jezelf.”

door Gwen van der Zwan en Foto's: Maud Droste
03 april 2019, 11:10am

Ik heb altijd gedacht dat je om goud te zoeken naar het buitenland moest. Naar Australië bijvoorbeeld, waar een amateurgoudzoeker een paar jaar geleden nog een klomp goud ter waarde van 235.000 euro vond. Maar onlangs leerde ik dat je ook in Nederland goud kunt vinden, namelijk in de Rijn. Het goud komt uit de bergen in Zwitserland, waarna de kleinere stukjes door de rivier worden meegevoerd, en uiteindelijk in Nederland belanden.

Er bestaat een kleine groep Nederlanders die fanatiek naar die gouddeeltjes zoeken. Via een forum over bodemvondsten kom ik in contact met de 31-jarige Bas Hulst uit Rotterdam. Omdat het idee van rijk worden met goud vinden me enorm aanstaat, spreek ik met hem af op zijn favoriete gouddelfplek in Gendt, een klein Gelders dorpje in de buurt van de Duitse grens, op een strandje waar de Rijn net vertakt is in de Waal.

Hij heeft me een dag eerder een kaart gestuurd met daarop de plek waar ik moet zijn. Daar haalt hij me op met zijn stationwagon. Op het dak zit een enorme skibox vol met goudzoekspullen, en in de auto zit de 29-jarige Tom Houdijk, een vriend van Bas, die hij kent van het goud zoeken. Met moeite prop ik me op de achterbank naast alle pompen, sluizen, motoren en scheppen. Goud zoeken met alleen een zeef, daar doet Bas niet aan. “Met deze apparatuur heb je meer kans om iets te vinden, want je kan veel meer kubieke meters grond verwerken,” zegt hij.

Terwijl we naar de rivier rijden, vraag ik Bas of hij naast goudzoeker nog een andere baan heeft. “Ik werk voor een baggerbedrijf. Daar vinden we ook weleens een beetje goud. Er worden ook bommen en landmijnen gevonden. Mijn vrienden grappen weleens dat ik daar stiekem ben gaan werken vanwege mijn goudkoorts.”

Twee mannen aan het water opzoek naar goud

Als we zijn aangekomen bij het strand waar Bas vaker goud zoekt, gooien we alle spullen in een bolderkar en laat Tom zich op een steen zakken. “Voor mij is goud zoeken vooral een excuus om bier te drinken en te ouwehoeren,” zegt hij. Voor Bas is dat volgens hem anders: “Hij staat hele dagen voorover gebogen zijn rug te verkloten op zoek naar goud.” Bas doet dat nu een jaartje of tien. In die tijd is hij er niet rijk van geworden, omdat hij toch vooral “een heleboel gruis” heeft gevonden.

Terwijl Bas de spullen gereedmaakt, vraag ik hem hoe je erachter komt waar je moet zoeken. “Om te beginnen moet je je in de geschiedenis verdiepen,” zegt hij. “Waar vonden mensen eerder goud? Daar kom je achter door je in kaarten te verdiepen en fora af te struinen. Eenmaal op locatie is het een kwestie van de natuur lezen. Bijvoorbeeld de rivier: goud ligt altijd in de binnenbocht. En dan is het een kwestie van proberen, met je pannetje. Op de ene plek vind je één korrel goud, op de andere vijf. Je zet dan een soort raster af om te bepalen waar het meeste goud zit, en daar ga je graven.”

Bas aan het werk met zijn apparaat

Bas zet zijn motortje aan. Met veel kabaal pompt het apparaat via een lange slang water in een sluis, een soort metalen glijbaan waarvan de bodem bekleed is met matjes met gaten erin. “Omdat goud zwaarder is dan zand, blijft dat in de matjes hangen, terwijl het zand en het water de rivier weer instromen,” zegt Bas, terwijl hij zorgvuldig zand in de sluis schept.

Ik vraag Bas of hij denkt dat we vandaag een goede vangst zullen hebben. “Ik hoop wel een paar korrels te vinden,” zegt hij. “Maar in Nederland vind je natuurlijk alleen het kleine spul. Voor de goudnuggets ga ik naar het buitenland. Ik heb weleens in Australië, in New South Wales, wat kleine klompjes ter waarde van 35 euro per stuk gevonden. Maar ik ken ook mensen die een klompje van een paar duizend euro hebben gevonden.”

Vrouw schept de natte zand op

Nadat Bas een uurtje zand in zijn sluis heeft geschept, ben ik aan de beurt. Tom zit nog steeds op zijn steen. Met al mijn kracht schep ik het natte zand op, laat ik het in de sluis vallen en kijk ik of ik al iets zie glinsteren. “Het is zwaar werk,” zegt Bas. “En het werk beperkt zich niet tot hier. Ik maak thuis al mijn apparatuur zelf. Sluizen, pompen, buizen. Ik ben er elke dag mee bezig. Door het zelf te maken, bespaar ik geld, want het is een dure hobby. Wat je hier ziet staan heeft me – ondanks dat ik het zelf gemaakt heb – 500 euro gekost. Maar ja, een visser geeft ook klauwen met geld uit aan hengels. En vissen zijn een stuk minder waard dan goud.”

“Betaal je eigenlijk belasting over het goud dat je vindt?” vraag ik. “Nee joh,” zegt Bas. “Je geeft het toch ook niet op als je een mooie edelsteen vindt. Je houdt gewoon je bakkes dicht.”

Ineens houdt het motortje ermee op. “Shit, de benzine is op,” zegt Bas. Er staan in de verte vissers te juichen, want al die tijd hebben we hun vissen weggejaagd. Nieuwe benzine hebben we niet bij ons, dus we zullen het moeten doen met het goud dat er hopelijk nu in de sluis ligt. Op de bodem van de sluis ligt zwart zand. “Dat is het zwaarste soort zand, daar ligt het goud ergens tussen.” Vanuit de sluis kiepen we het in een goudpan, een schoteltje dat eruitziet als een frisbee. “Nu is het een kwestie van pannen, dat doe je door lichte en regelmatige draaibewegingen met de goudpan te maken. Zo scheid je het zand van het goud.”

Bas scheidt het goud van het zand

“Voel je nu goudkoorts?” vraag ik Bas. “Ja, sinds ik het heb opgelopen in Australië, is die koorts niet meer weggegaan,” zegt hij. “Natuurlijk hoop ik ooit nog eens zoveel goud te vinden dat ik ervan kan leven. In Amerika valt nog het meeste goud te vinden, heb ik gehoord.” Bas wijst naar de korreltjes goud – een stuk of tien, die in totaal zo’n vijftig cent waard zijn – die in de pan tevoorschijn komen. “Daar zijn ze dan! Het is niet veel, maar ik hoop natuurlijk ooit een grote vondst te doen.”

Ik sta versteld. Hoe klein ook, we hebben zojuist goudkorrels uit de rivier geplukt. Samen met het resterende zand kiept Bas ze in een emmer die hij mee naar huis neemt. “Daar moet het nog door allemaal zeven, om het goud helemaal schoon te krijgen,” zegt hij. “Het is nog een heel proces voordat ik de potjes puur goud heb die dan uiteindelijk stof staan te happen op mijn nachtkastje. In totaal heb ik denk ik voor zo’n vijftig euro aan goud. Ik verkoop het niet, want het heeft een sentimentele waarde. Ik word er blij van door ernaar te kijken. Die paar tientjes, waar ik toch alleen maar bier van koop, zijn het niet waard om het te verkopen.” Bas vertelt dat hij wel een keer een koppel heeft ontmoet die hun trouwringen bij elkaar hadden gesprokkeld. “Wie weet is dat nog iets voor de toekomst,” zegt hij. “Maar dan moet ik eerst een vrouw vinden.”

Emmer waarin de kleine korrels goud zitten

Als we de spullen weer in de auto laden, laat Bas de klompjes goud zien die hij ooit in z’n eentje in Australië vond tijdens een middagje delven. “Ga je dan expres alleen, zodat je de concurrentie voorblijft?”, vraag ik hem. “Nou, ik doe het vooral in Nederland,” zegt hij. “Ik ben een van de weinige gekken die hier naar goud zoekt. En stel dat je een goudader vindt – in het buitenland of heel misschien in Limburg – dan is het belangrijk dat je het aan niemand vertelt. Dan is al het goud voor jezelf.”

Als ik vraag of Bas weleens zo’n plek gevonden heeft, zegt hij met een knipoog: “Dat weet je niet. En dat zul je ook nooit weten.”

Correctie: in een eerdere versie van dit artikel stond dat Gendt aan de Rijn ligt. Dat is incorrect: het ligt aan de Waal.

Hou je ook zo van geld? Like VICE Money en ontvang dagelijks gratis geldverhalen: