Tech by VICE

Hoe slecht is het internet voor het milieu?

Zelfs als je stopt met vliegvakanties, naar je werk fietst en geen vlees meer eet, draag je nog steeds bij aan de vernieling van de wereld als je veel online bent.

door Antonella Di Biase
24 september 2019, 9:37am

Illustratie door Davide Bart. Salvemini

Meld je aan voor onze Climate Coverage Now-nieuwsbrief als je onze klimaatverhalen van over de hele wereld wil ontvangen. Als je geen zin hebt om te wachten: lees hier wat we tot nu toe hebben geschreven over de klimaatcrisis.

Als je denkt aan alle dingen die de wereld het ergst vervuilen, kom je waarschijnlijk al snel uit bij de luchtvaart, de veehouderij, kolenmijnen of oliemaatschappijen. Waar je misschien wat minder snel aan denkt, is iets dat je momenteel gebruikt om dit te lezen: het internet. Toch is er al behoorlijk wat onderzoek gedaan naar de invloed van het wereldwijde web op het milieu, en heeft de ICT-sector in zijn geheel net zo’n grote uitstoot als de wereldwijde luchtvaartindustrie – wat neerkomt op 2 procent van de totale broeikasgasemissies.

Het is lastig om precies te berekenen hoeveel milieuschade deze volledige sector kan veroorzaken, aangezien de sector in deze onderzoeken op verschillende manieren gedefinieerd wordt. Hoort tv er bijvoorbeeld wel bij, of niet? En hoe zit het met de invloed van de winning van coltan in Congo, een belangrijk onderdeel van microchips? Om te begrijpen wat we op dit gebied zelf kunnen doen, hoeven we in ieder geval niet veel verder te denken dan het apparaat dat je nu voor je neus hebt of vasthoudt.

“Onze telefoons en soortgelijke apparaten hebben gedurende hun hele levenscyclus veel impact op de planeet – van de productie totdat je ze niet meer gebruikt,” zegt Gary Cook van Greenpeace, die zich vanuit San Francisco inzet om IT-bedrijven te verduurzamen. “IT-bedrijven moeten hun productieketen verschonen, en producten zo ontwerpen dat ze zo lang mogelijk meegaan. Dus dat ze opnieuw worden gebruikt, en niet gedumpt worden.”

Met andere woorden: we zouden niet onze telefoons zomaar weg moeten gooien omdat er weer eens een nieuw model is uitgekomen, of omdat het duurder is om ze te repareren dan een nieuwe te kopen.

Een andere vervuilende factor in deze industrie zijn de datacentra die clouds, sociale platformen en zoekmachines draaiende houden. De milieu-impact zit ‘m vooral in de hoeveelheid elektriciteit die nodig is om de servers te laten werken en te koelen. Om hier wat tegen te doen heeft Facebook een aantal servers naar koude gebieden verplaatst (zoals het noorden van Zweden), en heeft Microsoft servers onder water laten zakken voor de kust van Schotland. Apple zegt dat het wereldwijd wordt aangedreven door 100 procent hernieuwbare energie, onder andere dankzij de grote hoeveelheid zonnepanelen bij het hoofdkantoor in Californië.

Afgelopen februari publiceerde een onderzoeksgroep van Greenpeace, die door Cook werd geleid, een rapport over Data Center Alley, het gebied met de grootste hoeveelheid datacentra ter wereld. Het ligt in Virginia, en wordt ook wel ‘Het Silicon Valley van de oostkust’ genoemd. Ruim 95 procent van de energie voor dit gebied wordt geproduceerd met fossiele brandstoffen. Data Center Alley host ondertussen wel 70 procent van de IP-adressen van de Amazon Web Service (AWS), het grootste en meest uitgebreide openbare cloudplatform ter wereld.

“Niet ieder bedrijf heeft evenveel toegang tot hernieuwbare energie,” legt Cooke uit. “Het is bijvoorbeeld afhankelijk van de plek waar de datacentra zich bevinden. Maar Amazon, en AWS in het bijzonder – de belangrijkste inkomstenbron van het bedrijf – zijn wat hulpbronnen of geografische ligging betreft helemaal nergens door beperkt. Het heersende idee is nog steeds om zo snel mogelijk te groeien en zo min mogelijk te betalen tot het echt niet anders meer kan. Amazon en AWS waren in eerste instantie terughoudend om toe te zeggen dat ze over zouden stappen op duurzame energie, maar uiteindelijk deden ze dat in 2014 wel.”

Volgens Cook heeft AWS die toezegging echter nogal los opgevat. “Ze hebben razendsnel uitgebreid, zonder gebruik te maken van hernieuwbare energie.”

Gary Cook is ook een van de mensen achter ClickClean, een site die beoordeelt hoe duurzaam internetgiganten zijn – ze nemen hun energiebronnen onder de loep, maar ook de transparantie, efficiëntie en mate waarin ze zich inzetten voor de groene zaak. Volgens gegevens uit 2017 geven apps van Apple, Facebook en Google het goede voorbeeld. Amazon, Netflix, Twitter en Soundcloud gebruiken echter nog vooral energie van fossiele brandstoffen. Volgens het rapport zijn ze hier ook niet bepaald transparant over.

Google maakte in 2011 al gegevens openbaar over zijn CO2-voetafdruk, maar dat geldt niet voor de meeste andere soortgelijke bedrijven, en dat maakt het moeilijk om betrouwbare inschattingen te maken. “Bedrijven zouden zulke informatie toegankelijk moeten maken voor gebruikers,” zegt Cook. “Neem Netflix. Die laten ons er echt voor werken. En we weten dat ze op AWS draaien.”

Het streamen van video’s beslaat een groot gedeelte van het dataverkeer, en zou eigenlijk strenger gereguleerd moeten worden. Volgens een rapport van Sandvine is Netflix alleen al verantwoordelijk voor 15 procent van het wereldwijde internetverkeer – 4 procent meer dan YouTube. Daarom is Greenpeace de petitie “Tell Netflix to go green” gestart, om het bedrijf aan te zetten om over te stappen op hernieuwbare energie.

Zelfs als je gestopt bent met vliegvakanties, naar je werk fietst en geen vlees of zuivel meer eet, draag je wellicht nog steeds bij aan de vernieling van de wereld door veel tijd online door te brengen. Dat betekent niet dat je daarom ook maar meteen volledig moet stoppen met internetten – en dat doe je waarschijnlijk ook niet, want anders was je ook nooit tot deze laatste alinea gekomen – maar je kunt wel een aantal maatregelen treffen. Schrijf je uit voor nieuwsbrieven die je toch nooit leest, of gebruik daar een app voor – nieuwsbrieven hebben namelijk een behoorlijk grote CO2-afdruk. Of maak gebruik van zoekmachines als Ecosia, die een groot deel van zijn inkomsten schenkt aan het planten van bomen. Het internet kan de weg naar meer duurzaamheid natuurlijk ook juist vooruit helpen, bijvoorbeeld door petities te starten. En om tot actie over te gaan, mensen op de been krijgen en zo politici en bedrijven duidelijker maken dat er echt wat moet veranderen.