Tech by VICE

Een van de laatste wetenschappers achter het Manhattan-project is overleden

En met hem misschien ons gezonde nucleaire verstand.

door Brian Merchant
27 september 2017, 2:37pm

Foto: Steven St. John

Murray Peshkin, een van de laatste overlevende wetenschappers achter het Manhattan-project, is vorige week overleden na een jarenlange strijd met hartproblemen. Hij was 92.

Peshkin raakte betrokken bij het Manhattan-project toen hij nog maar een natuurkundestudentje aan het Amerikaanse Cornell University was. Hij was nog maar 18 jaar oud toen een hoogleraar natuurkunde hem apart nam en vroeg of hij mee wilde werken aan een ontzettend geheim – en vaderlandslievend, zo werd hem verzekerd – project waar hij zelf ook maar nauwelijks wat van wist. Omdat het oorlog was en omdat hij de ernst van de zaak aanvoelde, zei Peshkin ter plekke ja. Uiteindelijk werkte hij onder wetenschappers als Enrico Fermi en Edward Teller bij Los Alamos, waar hij de berekeningen deed die de weg vrijmaakte voor Gadget, de eerste atoombom.

Ik ontmoette Murray twee jaar geleden, op het zeventigste jubileum van de geboorte van de atoombom.

Toen die eerste testbom tot ontploffing werd gebracht op het testterrein van Trinity in juli 1945, opende dat de deur naar een tijdperk van nucleaire bewapening die nooit helemaal dicht is gegaan. Luttele weken nadat Gadget het woestijnzand samensmolt tot een grote plaat radioactief groen glas – dat door de wetenschappers 'Trinitiet' werd genoemd – werd het eerste kernwapen, Little Boy, op Hiroshima gegooid.

Murray Trinity. Foto: Steven St. John

Ik ontmoette Murray twee jaar geleden, op het zeventigste jubileum van de geboorte van de kernbom. Samen met zijn zoon Michael, reisden we met zijn drieën af naar de krater die achterbleef, waar Murray niet was geweest sinds hij de stralingsmeters uit het radioactieve zand had gegraven met een schep (waarna hij ze poedelnaakt in een pickup truck naar de basis reed, maar dat is een ander verhaal), een paar dagen na de test. Toen, in 2015, leek het niet zo gek om te veronderstellen dat het tijdperk van twee minuten tot middernacht wel eens achter ons zou kunnen liggen. Ik gaf mijn verhaal over Murray, onze reis en de nalatenschap van het Manhattan-project de titel "The Twilight of the Bomb."

Daarmee wilde ik niet impliceren dat we uit de gevarenzone waren, maar dat de bom, niet langer de centrale dreiging uit de Koude Oorlog, een minder groot en dreigend risico was geworden. Er waren immers redenen om hoopvol te zijn: Barack Obama en Vladimir Putin hadden productieve gesprekken gehad over nucleaire ontwapening, de deal met Iran werd gevierd als een stap in de richting van non-proliferatie en wapenvoorraden leken op zijn minst af te gaan nemen in plaats van groeien.

Nu lijkt de dreiging van nucleair conflict weer groter dan ooit na het einde van de Koude Oorlog, met twee van 's werelds meest oorlogzuchtige en belachelijke leiders verwikkeld in een angstaanjagende en onbegrijpelijke woordenstrijd.

Ik heb veel aan Murray gedacht sinds Michael me schreef over zijn overlijden. Niet alleen omdat hij een razend slimme en verrassende man was, gul en attent, en omdat ik intens had genoten van onze discussies over zijn leven en de bom. Of omdat ik datzelfde weekend had gehoord dat ik vader zou worden – en twee dagen later de krater van de bom in stapte – en het gewicht van totale menselijke vernietiging en intieme menselijke schepping tegelijk een ongelooflijk intense ervaring was. Maar ook omdat het overlijden van Murray een dag kwam nadat president Trump een hele natie met nucleaire vernietiging had bedreigd.

Een leven vol wijsheid over de bom (en veel andere dingen), vol intieme kennis over de kracht en de last die dat zich met zich meebrengt, in stilte heengegaan terwijl een man die er geen zak van snapt de wereld ermee bedreigt.

Foto: Steven St. John

Meer dan ooit hebben we geesten en perspectieven als die van Murray nodig. Naast dat hij namelijk alles wist over de ontwikkeling ervan, had Murray erg dubbele gevoelens over zijn kleine rol in de schepping van de bom. Eén gesprek is me in het bijzonder bijgebleven. Hij verwoordde zijn gevoelens over het onderwerp ongeveer zo: "Stel dat we de Tweede Wereldoorlog verloren hadden en de overwinnaars hadden besloten de oorlogsmisdadigers te vervolgen. Zouden ze mij dan als een oorlogsmisdadiger zien? Misschien wel. Ik zou de voor de hand liggende verdediging aanvoeren, dus misschien was ik niet een volledige oorlogsmisdadiger, maar dat is wat ze zouden hebben gezegd."

Murray was zeker geen oorlogsmisdadiger. Hij was een tiener die berekeningen uitvoerde voor zijn natuurkundige helden, die samenwerkten aan wat een patriottisch doel zou zijn, en hij kwam er pas in een later stadium van het project achter dat hij meehielp aan het bouwen van een bom. Toch woog die kennis decennia later zwaar op hem. "Weet je, ik heb hier zoveel over nagedacht gedurende de jaren, al die hele moeilijke vragen, weet je wel, hadden we dit wel moeten doen?" vroeg hij zich hardop af. "Hadden we het anders kunnen doen? Ik denk dat ik die gedachten wel heb nagejaagd," zei hij tegen me. Zoals ik toen schreef:

Maar er is geen bevredigend antwoord, want hoe kan dat er zijn? Een uitbundige tiener, gevraagd om deel te nemen aan een geheim wetenschapsproject, die zich op de tast een weg naar die toekomst baande. Maar onze toekomst hield niet op bij Hiroshima.

Ondanks dat zijn deelname aan het Manhattan-project zijn carrière lanceerde, ondanks zijn diepe liefde voor natuurkunde en het hebben leren kennen van een aantal van diens grootste geesten, weegt de bom zo zwaar op hem dat hij alles op zou geven om de destructieve ontdekking ongedaan te maken. "Als je het me nu vraagt, met de kans om de geschiedenis nog eens over te doen," zegt hij, "en ik was er niet bij betrokken, wat zou ik dan liever willen? Ik denk dat ik er liever niet bij betrokken zou zijn geweest."

In bepaalde mate vertegenwoordigt Murray het heengaan van een generatie wetenschappers en denkers die zich volledig bewust waren van het gewicht van de bom. Voor mij staat zijn overlijden deels voor het verlies van die morele ernst, die haarfijne relatie met het wapen. Het is makkelijk om te vergeten hoe dicht bij het einde we meerdere keren zijn gekomen. Als Stanislav Petrov, die vorige week ook overleed, niet een glitch in zijn software had genegeerd, had hij waarschijnlijk het hele Sovjetarsenaal gelanceerd en de wereld in een nucleaire holocaust gebracht. Met het overlijden van deze helden, groeit er een kloof, en blijven we achter met figuren als Trump en Kim die geen morele verbinding met de mogelijkheid van de bom hebben – een angstaanjagend vooruitzicht.

"Ik heb altijd het idee gehad dat ik mijn morele kompas van mijn vader heb," schreef Sharon Peshkin, Murrays dochter, me. "Hij wist wat juist was en handelde daarnaar."

Na het Manhattan-project, wijdde Murray zijn leven aan de wetenschap, zowel in onderzoek als onderwijs. Hij werd hoogleraar aan Northwestern University en op den duur waarnemend directeur van de natuurkunde-afdeling van Argonne National Laboratory. Hij bleef actief bij onderzoek betrokken tot het eind, waarbij hij natuurkundige berekeningen letterlijk vanuit zijn ziekenhuisbed deed.

"Het laatste dat ik met mijn vader deed was hem helpen bij het aanleggen van een VPN-verbinding door het ziekenhuisnetwerk, zodat hij zijn neutronenmodellen in kon bij het Argonne National Lab," schreef Michael. "Zijn kinderen en kleinkinderen waren veel bij hem in wat zijn laatste dagen bleken te zijn, en mijn moeder was zoals altijd aan zijn zijde," schreef hij daarnaast. "Hij heeft een lang, gelukkig en vol leven geleefd, en het is geëindigd op de voorwaarden die hij wilde."

Rust in vrede, Murray.