Advertentie
Identiteit

Koopverslaafden vertellen hoe het is om koopverslaafd te zijn

“Ik móést elke dag iets nieuws aan, want ik voelde me vies en lelijk als ik iets twee keer aan had.”

door Milou Deelen
30 november 2017, 3:14pm

Afbeelding via Mosuno/Stocksy 

Afgelopen vrijdag was het Black Friday, een uit Amerika overgewaaide traditie die het seizoen moet inluiden voor de kerstinkopen, en de dag erna was het Internationale Niet-Winkeldag: een protest tegen de westerse consumptiecultuur.

Voor koopverslaafden moet dit verwarrend zijn – de ene dag word je verleid om zoveel mogelijk in te slaan, voor onweerstaanbare bodemprijzen, en de dag erna mag je niet toegeven aan je verslaving, wil je een beetje bewuste burger zijn.

Sowieso is de maand december een uitdaging voor mensen die zichzelf de schulden in winkelen. Koopverslaving is een probleem dat niet te onderschatten valt – uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat het vaak gepaard gaat met vervreemding van familie en vrienden, relatieproblemen, en geestesziektes als depressies, angststoornissen en eetproblemen.

Ik sprak een aantal (ex-)koopverslaafden over hoe het is om de onbedwingbare behoefte te hebben om spullen te kopen, en hoe het met ze gaat in deze tijd van cadeaus en extra kortingen.

"Als ik een leuk shirtje zag, kocht ik ‘m in alle kleuren, en als mijn maat er niet meer was, kocht ik het alsnog, ook als ik het niet paste."

Michelle (21)

Ik was tot twee jaar geleden heel erg koopverslaafd. Als ik een leuk shirtje zag, kocht ik ‘m in alle kleuren, en als mijn maat er niet meer was, kocht ik het alsnog, ook als ik het niet paste. Ik ging vier keer per week naar de stad om iets te kopen en kwam nooit met lege handen thuis. Altijd als ik me rot voelde ging ik shoppen, en dan was alles weer goed.

Ik móést elke dag iets nieuws aan, want ik voelde me vies en lelijk als ik iets twee keer aan had. Heel af en toe kwam het voor dat ik twee keer hetzelfde aan had, dan voelde ik me de hele dag heel ongemakkelijk. Het allerergste vond ik het als iemand dat opviel – dan was ik bang dat ze me vies zouden vinden.

Toen mijn broer uit huis ging, kon ik zijn kamer gebruiken voor mijn kleding, en op de gang stond een kast waar mijn zeventig paar schoenen in stonden. Vrienden noemden mijn dertig beha’s mijn meesterverzameling, maar ik vond dat onzin en overdreven. Mijn schoonzus heeft me op een gegeven moment opgegeven voor een programma om af te kicken van mijn koopverslaving, waaraan ik heb meegedaan. Ik ben naar een psycholoog geweest, en daardoor heb ik ingezien dat andere dingen belangrijker zijn dan kleding. Ik weet nu dat ik er ook mooi kan uitzien zonder nieuwe kleding. Nog steeds vind ik het moeilijk om een winkel in te lopen en niks te kopen, maar door de gesprekken met de psycholoog kan ik me nu bedwingen.

Linda (35)

Sinds ik kinderen heb, ben ik koopverslaafd. Ik heb geen rem meer voor wat ik wel en niet voor ze koop. Ik denk bij ál het speelgoed: dit vinden ze leuk om mee te spelen, en dan koop ik het. Ik heb twee kinderen, dus als ik wat voor de ene koop, dan moet ik voor de ander ook wat meenemen. Het valt me op dat hoe meer ze hebben, hoe minder ze ermee spelen – maar alsnog kan ik het niet laten.

Deze weken zijn het lastigst voor mij, omdat Sinterklaas eraan komt. Het begint al weken van tevoren te kriebelen. Ik neem dan voor om niet te veel te kopen, maar de drang is zo groot dat ik toch overstag ga en weer met tassen vol spullen thuiskom.

"Deze weken zijn het lastigst voor mij, omdat Sinterklaas eraan komt."

De kinderen hebben ontzettend veel lego, maar het probleem is dat mijn partner lego zelf ook leuk vindt – misschien nog wel meer dan de kinderen. Dus hij roept mij ook geen halt toe, en dat is gevaarlijk.

Ik denk dat mijn koopverslaving te maken heeft met een schuldgevoel, omdat ik door mijn werk zo weinig thuis ben. Ik wil dat gevoel afkopen, en daardoor heb ik een koopverslaving ontwikkeld. Sinds de zomer ben ik meer thuis, waardoor ik soms beter met mijn koopdrang kan omgaan.

Bibi (23)

Ik was zeventien en koopverslaafd. Als ik iets had gekocht, voelde ik me voldaan en compleet. Elke keer als ik iets nieuws had, voelde het als een overwinning. Ik heb ooit de pinpas van mijn moeder gestolen, omdat ik geen geld had maar toch iets wilde kopen. Tijdens het boodschappen doen keek ik mee toen mijn moeder haar pincode invoerde, en daarna heb ik ‘m uit haar portemonnee gepakt. Maar ik toetste de verkeerde code in, waardoor mijn ouders erachter kwamen. Ze waren woest.

In diezelfde periode ging ik kleding stelen, omdat ik nog steeds geen geld had, maar wel nieuwe dingen wilde hebben. De tassen met nieuwe kleren verstopte ik voor mijn ouders. Uiteindelijk ben ik opgepakt terwijl ik oorbellen aan het stelen was, en moest ik naar Bureau Halt om gesprekken te voeren over waarom ik had gestolen. Door die gesprekken besefte ik dat mijn koopdrang moest ophouden.

Tegenwoordig spendeer ik uren van mijn dagen aan internetshoppen, maar daar word ik zenuwachtig van. Als het dan aankomt en niet past, kan ik helemaal van de leg zijn.

Juan (27)

"De MediaMarkt is mijn walhalla, die winkel probeer ik zoveel mogelijk te ontlopen."

Ik ben gek op gadgets, al mijn geld gaat eraan op. Halverwege de maand besef ik altijd dat ik al mijn geld heb uitgegeven, en dat ik voor de rest van de maand bijna niks meer overheb. Reclamefolders vind ik de grootste verleiding: dan zie ik allemaal nieuwe spullen die ik moet hebben.

De MediaMarkt is mijn walhalla, die winkel probeer ik zoveel mogelijk te ontlopen. Als ik daar naar binnen ga, loop ik altijd met veel te veel spullen de deur uit: horloges, telefoons, bitcoinmachines, gamecontrollers, van alles. De verleiding is zo groot, omdat gadgets allemaal verschillende dingen zijn en ze aan de lopende band veranderen. Daarom kan ik nooit genoeg hebben, en dat vind ik het moeilijkst. Overal waar je komt, kom je gadgets tegen. Als ik ergens heen loop, kom ik onderweg zoveel dingen tegen die ik moet kopen.

Ik heb altijd spijt als ik thuiskom, omdat ik weet dat ik het niet nodig heb. Maar ik kan het gewoon niet laten. Als ik bij de kassa sta, hoor ik alleen maar een stemmetje in mijn hoofd, dat zegt: meer meer meer.