televisie

Animatie is beter in het vertolken van emoties dan speelfilms

‘BoJack Horseman’ is in staat om de schrijnende realiteit van een depressie te laten zien, juist omdat de setting niet realistisch is.

door Emma Garland
07 oktober 2018, 6:00am

Screen shots van 'BoJack Horseman' / Netflix

Dit artikel kan spoilers bevatten voor seizoen 5.

Er zijn een heleboel hedendaagse televisieprogramma’s waarbij het plot draait om de mentale problemen van de personages. Girls, Fleabag en Crazy Ex Girlfriend volgen allemaal de chaotische levens van (voornamelijk witte) jonge vrouwen die worstelen met mentale gezondheid. End of the F***king world en 13 Reasons Why zijn radicaal anders dan de voorgenoemde, maar gaan net zo intens in op traumatische ervaringen – in dit geval bij tieners. In This is Us, Mr. Robot en Homeland worden angststoornissen, dissociatie en bipolariteit respectievelijk aangestipt.

Hoewel ze niet allemaal even goed zijn, doen deze series wel afstand van de idiote stereotypes die dominant zijn in de filmwereld, bijvoorbeeld de ‘tragische heldinnen’ zoals Marissa Cooper in The OC of Jenny Schecter in The L Word. Of bijvoorbeeld de ‘gekwelde genieën’ van Sherlock, House en Dexter – de manier waarop we mentale aandoeningen portretteren wordt steeds eerlijker. De sociaal geaccepteerde aandoeningen, in elk geval.

BoJack Horseman, de cartoon/dramedy over een beroemd paard, is misschien wel het beste voorbeeld hiervan.

BoJack Horseman wordt vanaf 2014 uitgezonden op Netflix en gaat over een arrogante voormalige sitcom-ster die te veel rookt, drinkt, met iedereen naar bed gaat, en eigenlijk gewoon een eikel is. Een beetje zoals Charlie Harper van Two and a Half Men, eigenlijk. Ogenschijnlijk is de serie een slimme satire van Hollywood, waarin mensen en gepersonifieerde dieren met elkaar leven, zonder specifieke reden. Ja, er komt slapstickcomedy in voor, er zijn verwijzingen naar popcultuur en er is een personage bestaande uit drie kinderen op elkaar gestapeld in een jas, die een volwassene moet voorstellen. Maar BoJack kent niet de valkuilen die andere volwassen-animatieseries zoals Bob’s Burgers, Rick and Morty en The Venture Bros wel kennen. Zware momenten zijn daar zeldzaam en meestal vluchtig, of worden overstemd door de stoere toon. Eerlijkheid en compassie houdt BoJack met beiden benen op de grond, terwijl het tegelijkertijd problemen onderzoekt die variëren van verslaving tot onvruchtbaarheid. Dat maakt het verschil, niet alleen in de wereld van animatie, maar ook op televisie.

Na het tweede seizoen riep The New Yorker de serie uit tot “een van de wijste, en op emotioneel gebied ambitieuze” series die er zijn. Maar z’n impact laat zich het best samenvatten in een comment die laatst werd geplaatst onder een YouTube-compilatie getiteld: "BoJack Horseman Top Ten Depressing Moments". De comment: “Oh God.”

In zijn vijfde seizoen is BoJack alleen maar dieper en donkerder geworden. De nieuwe afleveringen behandelen onderwerpen als rouw, drugsverslaving, en seksueel overschrijdend gedrag. Een paar maanden voordat Harvey Weinstein werd beschuldigd van verkrachting en seksuele intimidatie vatte de serie de nasleep van #MeToo alvast perfect samen: ("There's no such thing as bad guys or good guys… All we can do is try to do less bad stuff and more good stuff"). Maar daarnaast is BoJack waardevol voor de manier waarop mentale gezondheid wordt gerepresenteerd op televisie, omdat het niet alleen laat zien hoe depressie eruitziet, maar ook hoe het zou kunnen voelen. Waar liveaction films beperkt zijn omdat het toch enigszins logisch moet blijven, is er bij animatie meer ruimte om invulling te geven aan absurde gevoelens. BoJack is in staat om de schrijnende realiteit van depressie te laten zien, juist omdat de omgeving niet realistisch is.

De makers zijn voortdurend aan het experimenteren met het simuleren van ervaringen en emoties waar de kijker zich mee zou kunnen identificeren. Je ziet het aan de manier waarop dementie wordt gepresenteerd, waaraan BoJack’s moeder lijdt – met geblurde gezichten en hoofden waar overheen is getekend (S4 E11). Je ziet het aan de gewelddadige hallucinaties na een uit de hand gelopen drugsavontuur (S1 E11), of hoe het instorten door opioïden wordt getoond, waarbij BoJack zijn realiteit verward met scènes van de televisieshow waarin hij speelt (S5 E11). Het maakt niet uit of je zelf ooit zo erg naar de klote bent geweest dat je waanbeelden krijgt, je voelt het ook als je nog nooit zoiets hebt meegemaakt, want het zien van een cartoonpaard dat van ‘t padje af is en in de spiegel kijkt om vervolgens een echt paard te zien, geeft je wel een overeenkomstig gevoel van verwarring.

In zijn boek The Weird and the Eerie uit 2017, definieert Mark Fisher ‘the weird’ als “mensen die er niet bijhoren,” terwijl het griezelige, ofwel ‘the eerie’ een afwezigheid aanduidt, waar je normaal gezien wel een aanwezigheid zou verwachten, of andersom (bijvoorbeeld “de blinde ogen van de doden,” of een verlaten stad). Dat zijn eigenschappen die Fisher toeschrijft aan fictieboeken, sciencefictionfilms en David Lynch. Maar BoJack is er ook een voorbeeld van.

BoJack is raar. Het neemt een setting die we herkennen omdat het bestaat, namelijk Hollywood, en plaatst daar vreemde wezens in. Daarnaast is het natuurlijk een cartoon is, een combinatie waardoor het geheel automatisch vervreemdend en lollig overkomt. De regels die normaal gesproken zouden gelden in zo’n soort setting verliezen hun betekenis. Dus, wanneer de personages iets schrijnends doen, zoals hun auto de weg af rijden, hun partner wurgen, of doodgaan, dan komt dat harder binnen dan in een ‘echte’ film, omdat je als kijker er niet op wordt voorbereid. Je hebt geen enkele reden om zoiets heftigs te verwachten.

BoJack heeft ook iets griezeligs. Zoals Bob van Twin Peaks enger is dan de Zodiac Killer in American Horror Story, is ook BoJacks op de realiteit gestoelde queeste in een surreële wereld griezelig. Hoewel de structuur lijkt op die van een sitcom, lijkt de stijl meer op een grafische novelle, die je een vals gevoel van veiligheid geeft. De impact van het kijken naar depressies, verslaving, dementie, de nasleep van jeugdtrauma, of geweld op basis van gender is groter, omdat je je ongeloof achterwege moet laten bij het betreden van Bojacks wereld. Als je eenmaal in die fantasiewereld bent, bekruipen de flitsen van onze eigen realiteit je des te harder.

In een interview met Vanity Fair wordt een scène besproken uit seizoen vijf, waarin BoJack zijn tegenspeelster en vriendin Gina wurgt. Lisa Hanawalt, de producer en production designer van de serie zei er het volgende over: “Ik vind die scène nog steeds heel, heel erg naar. En misschien nog wel meer omdat animatie op een bepaalde manier gezien wordt als iets kinderlijks. Dus als cartoons zoiets surrealistisch laten zien, is het misschien nog wel vreselijker.”

Het is een feit dat het moeilijk is om mentale problemen visueel interessant te maken. Jenni Regan, senior media-adviseur van Mind, een organisatie die zich bezighoudt met mentale gezondheid, zei vorig jaar tegen VICE: “Depressie is heel saai om te laten zien. Als iemand depressief is dan willen ze niet zoveel. Ze willen gewoon onder de dekens liggen en dat is niet van toegevoegde dramatische waarde.” Soaps en drama’s zijn volgens Regan voortdurend op zoek naar een manier om “het plot voort te stuwen zonder stigmatiserend te zijn.”

Maar animatie kan hieromheen werken. Het kan spelen met formats die niet zouden werken of cliché zouden overkomen als het met echte mensen zou worden gedaan. De aflevering Stupid Piece of Shit in seizoen vier geeft een stem aan het innerlijke monoloog dat BoJack met zichzelf voert, in de vorm van een sequentie waarin hij zichzelf voortdurend bekritiseerd. Zo wordt er een aspect van depressie getoond dat de meeste televisieseries niet in beeld kunnen brengen. Dat wat gezegd wordt, of wordt gedaan, reflecteert vaak niet wat men denkt, of hoe men zich voelt. Hoewel BoJack ook een hele hoop wijsheden verbaal communiceert, ligt het hart van de serie in de momenten dat het wordt getoond, in plaats van gezegd.

Een van de meest gevierde afleveringen is Fish Out Of Water, waarin BoJack probeert om een babyzeepaardje terug te brengen naar z'n ouders, en zijn excuses aanbiedt aan een werknemer die hij heeft ontslagen. Deze aflevering bevat geen dialoog. De aflevering vindt plaats onder water, bij het Pacific Ocean Film Fest. Hij kan niet communiceren, of terugvallen op de manier waarop hij normaal gesproken problemen zou oplossen (hij kan geen rotopmerkingen maken, hij kan geen sigaret opsteken, als hij probeert te drinken, vloeit het zo de zee in). BoJack wordt hierdoor gedwongen om in contact te komen met zijn gevoel. Om twintig minuten lang geen dialoog te hebben maar toch te intrigeren met animatie, en thema’s als verdriet en eenzaamheid op een meta-tekstuele manier aan te stippen, is bewonderenswaardig.

Maar BoJack Horseman is niet de enige cartoon die goed is in het vertolken van complexe emotionele gevoelens in surreële werelden. Adventure Time werd ook steeds dieper gedurende de tien seizoenen, en ook daarin werden thema’s als identiteit, seksualiteit en de dood behandeld. Ook al was het in eerste instantie bedoeld voor kinderen (en stoners). De miniserie van The Cartoon Network, Over the Garden Wall, is een sprookje over twee halfbroers die hun thuis proberen te vinden in een bovennatuurlijk bos. Met een grijze lucht, doffe bomen, een herfstachtig kleurenpalet, en een melancholische en folklore-achtige visuele stijl, worden vage emoties op een tastbare manier weergegeven.

Anders dan het terrein dat de meeste cartoons betreden als het gaat om dramatiek – woede, angst, plezier – gaat Over The Garden Wall over angststoornissen, schaamte en zorgen. Die atmosfeer van onzekerheid is met een doel gemaakt, namelijk om de ruimte te weergeven waarin je geconfronteerd wordt met iets, en hoe je daarmee omgaat. In dit geval is het de ruimte tussen leven en dood, jeugd en volwassenheid, optimisme en realisme. Big Mouth van Netflix neemt een iets minder spookachtige route. Het laat de puberteit zien in de vorm van gigantische, geile monsters. Daarmee is het niet alleen een educatieve serie, maar ook een comedy die het stigma dat ligt op willekeurige erecties en menstrueren wegneemt, door het grappig te maken.

BoJack is anders, omdat het zich in een volwassen wereld afspeelt. Hoewel Adventure Time, Over The Garden Wall en Big Mouth navigeren door existentiële thema’s waarin hoop en lef de boventoon voeren, en die vooral toe te schrijven zijn aan de kindertijd, behandelt BoJack, verpakt in een geinige cartoon, de vernietigende klap van teleurstelling, die we allemaal meemaken bij het volwassen worden. Het laat ons de donkere tunnel zien zonder het licht aan het einde. Na vijf seizoenen terugkerende patronen te zien in zijn gedrag, vraag je je af of BoJack – een personage dat bedoeld is om te herkennen, in plaats van op een voetstuk plaatsen – gedoemd is om datzelfde patroon tot in de oneindigheid te herhalen, op dezelfde manier dat Dale Cooper gedoemd is om Laura Palmer in welke wereld dan ook niet te kunnen redden.

Er bestaan gevoelens, kwesties of gemoedstoestanden die zo grimmig voelen dat het moeilijk is om de confrontatie met ze aan te gaan. Je moet ze zachtjes benaderen met een grapje of fictionele wereld, of met een paard met een Cosby-trui aan. Door zijn kinderlijke benadering biedt BoJack een veilige afstand, die soms nodig is om iets op een goede manier te kunnen communiceren. Maar het gevoel van angst komt langzaamaan binnengeslopen – zoals altijd – door 'the weird’ en ‘the eerie’.