Waar en wanneer je geboren bent kan invloed hebben op de kans om coeliakie te krijgen

Zweedse onderzoekers hebben een verband gevonden tussen glutenallergieën en het seizoen waarin je geboren bent.
23 augustus 2016, 6:00am

Glutenintolerantie en allergieën zijn de laatste jaren hét onderwerp van gesprek. Gluten- en tarwevrije diëten blijven maar populairder worden, zonder dat daar echt goed wetenschappelijk bewijst voor is, en tot ergernis van veel restaurants. Ondanks dat onderzoek naar verschillende allergieën en intoleranties vooruitgaat, zijn de dingen waar mensen met coeliakie last van hebben goed in kaart gebracht.

Maar ondanks dat de symptomen van coeliakie – waaronder diarree, vermoeidheid, gewichtsverlies en bloedarmoede – bekend zijn en goed te herkennen, is de precieze oorzaak van de ziekte nog vaag. Mensen die een familielid hebben met coeliakie, diabetes of reuma, hebben misschien meer kans om de ziekte te ontwikkelen, maar iedereen kan het krijgen. Het kan ook opkomen na een darminfectie, zwangerschap of zelfs gewoon stress.

Uit een onderzoek is nu een opmerkelijke mogelijkheid gekomen: mensen die in de winter zijn geboren, in delen van de wereld waar over het hele jaar gezien minder zonlicht is, hebben minder kans om de ziekte te ontwikkelen.

De studie van een aantal Zweedse onderzoekers, gepubliceerd in Archives of Disease in Childhood laat zien dat Zweedse kinderen die in de zomer, lente of herfst geboren zijn, tien procent meer kans hebben om coeliakie te krijgen dan kinderen die in de winter werden geboren. Bovendien hadden kinderen die geboren werden in het zuiden van Zweden, waar het zonlicht intenser is in de lente en zomer, meer kans op coeliakie dan hun landgenoten in het noorden, waar de warme seizoenen korter en koeler zijn. Het risico op coeliakie nam toe als de onderzoekers van noord naar zuid trokken. Ook hadden meisjes meer kans dan jongens om de ziekte te krijgen.

De leeftijd waarop werd vastgesteld dat de kinderen coeliakie hadden, had ook een verband met in welk seizoen ze geboren waren. Kinderen die de ziekte voor hun tweede levensjaar kregen waren meestal geboren in de lente, terwijl de kinderen waarbij de ziekte later opdook meestal in de zomer of herfst geboren waren.

De studie opent de discussie over de link tussen seizoenen, geboorteplaats en coeliakie. Op dit moment zijn er alleen vragen, geen antwoorden. Volgens de onderzoekers zou overstappen van borstvoeding naar vaste voeding in de herfst en winter – als meer virussen de kop op steken – een rol kan spelen, omdat coeliakie soms gelinkt wordt aan bepaalde virusinfecties.

"Een hypothese voor een verhoogd risico op coeliakie en geboren zijn in de lente of zomer, is dat de baby's geen borstvoeding meer krijgen en voor het eerst gluten binnenkrijgen in de herfst en winter, een tijd dat er veel meer virusinfecties voorkomen."

Een ander deel van het onderzoek keek of een tekort aan vitamine D, vanwege minder zonlicht in het noorden, een rol speelde in het ontwikkelen van darmziekten of type 1 diabetes – een ziekte die verband heeft met coeliakie. Maar uit het onderzoek bleek dat de kinderen uit het noorden juist de minste kans hadden op coeliakie. Toch vragen de onderzoekers zich nog steeds af of een tekort aan vitamine D bij tijdens de zwangerschap in de winter, of juist meer blootstelling aan vitamine D na de geboorte, invloed hebben op de ziekte.

De studie maakt de weg vrij voor nieuw onderzoek, om beter te kunnen begrijpen hoe mensen coeliakie krijgen. Maar een echt baanbrekende geneeswijze blijft voorlopig nog uit. Voor mensen met de ziekte zal het nog even doorbijten zijn.

Een Canadese onderzoeker die claimt een pil te hebben ontwikkeld die mensen met coeliakie de mogelijkheid geeft zich tegoed te doen aan gluten, geeft misschien meer hoop.