FYI.

This story is over 5 years old.

Drugs

Cruisend door de met meth bezaaide krotten in Kaapstad

Dé hotspot voor moordenaars en gangsters.
29.8.13

Een agent die deel uitmaakt van Kaapstads Metro Drugseenheid fouilleert een verdachte in de buitenwijk Lavender Hill.

Ibrahim stopt niet met praten. Hij blijft maar doorgaan over hoe hij vervolgd wordt, dat hij gelovig is en bovendien zo onschuldig als maar zijn kan. Ik hoop dat de politieman hem snel het zwijgen oplegt, zodat deze smerig ruikende kamer in elk geval niet ook nog gevuld is met zijn gezwets. Maar het zit niet mee—Kaapstads Metro Drugseenheid gaat gewoon door met zijn werk: Ibrahims bezittingen nakijken, op zoek naar drugs.

Advertentie

Ze vinden niet veel—wat wiet en een “tiklolly”, een klein buisje met een glazen bubbel aan het uiteinde, dat gebruikt wordt voor het roken van methamfetamine, of “tik” zoals het in de buitenwijken van Kaapstad genoemd wordt. Ibrahim jammert dat hij een kind van Allah is, dat hij de enige is die gefouilleerd wordt en dat hij rechten heeft. Dan haalt een van de agenten een stapel pornoblaadjes tevoorschijn – eindelijk is Ibrahim stil.

Ibrahims huis is gemakkelijk te vinden, omdat het maar een paar meter van de Voortrekker Road ligt, de hoofdweg in Belville, Kaapstad. Hij woont in een huis met twee verdiepingen, een zwembad en heeft in de garage een Mercedes staan. Die beschrijving is misschien een beetje misleidend: het zwembad en de garage zonder dak zijn puinhopen en de Mercedes doet het duidelijk niet meer. Zelfs als het ding nog wel zou rijden heb je door de stank van rottend afval en de tocht uit het gebroken achterraam niet de meest comfortabele rit.

Ibrahim thuis in Bellville, Kaapstad.

Eenmaal binnenshuis slaat een stank van bedorven eten en menselijke uitwerpselen ons in het gezicht. De geur doordrenkt je kleren, schiet je neusgaten binnen en nestelt zich in je hersenen. De vloer kleeft en groene, lomp gespoten Arabische woorden druipen van de muren af. Voordat we ons op Ibrahim richtten, hoorden we boven twee vrouwen praten. Ik volg een politieman die we James noemen de trap op. Het is 10:00 uur ’s ochtends, maar het is pikdonker boven. James wijst naar een onduidelijk bekladde deur. De deur waarschuwt: “Vijanden van Allah, breek deze deur niet nog een keer” en “Besef dat er bovennatuurlijke krachten bestaan: waanzin en ziekten zijn echt.”

Advertentie

James klopt op de deur en zegt met een zangerige stem: “De politie is hier.” Iemand antwoordt met een Frans accent: “Kom binnen.” In de kamer zijn twee vrouwen de was aan het doen in plastic bakken, terwijl twee baby’s op een bed naast hun liggen. Ik wil naar binnen stappen maar een nieuwe, nog sterkere geur weerhoudt me. James lacht en wijst naar een badkuip in de kamer, die is gevuld met afval. Dit zijn de leefomstandigheden van kleinschalige drugsdealers in de Westkaap—een plek met een van de hoogste concentraties meth, alcoholmisbruik, mishandeling, verkrachting, moord en gangsters ter wereld.

Even later, in de undercoverauto van de Metro-eenheid (gecamoufleerd door veel roest en “King Rasta”-stickers), zit ik naast mijn begeleiders: James – een Engels sprekende politieman met een aanstekelijke lach – en een beer van een Afrikaanse vent die de bijnaam “Fluffy” heeft. Zij zijn twee van de drie blanke politiemannen die op de straten van Kaapstad werken. De rest is allemaal “colored”, zoals Zuid-Afrikanen mensen aanduiden die niet door twee blanke ouders gemaakt zijn

James houdt een verdachte aan.

Elke grote stad in Zuid-Afrika heeft een Metro-divisie. De verkeers-, straat- en specialisatie-eenheden van de Metro maken geen deel uit van de normale South African Police Service (SAPS). SAPS geeft journalisten geen toegang tot haar operaties, omdat elke vorm van media-aandacht als slecht wordt gezien. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat SAPS dagelijks beschuldigd wordt van corruptie, mishandeling en onbekwaamheid.

Advertentie

Ondanks het feit dat ze niks met de pers te maken wil hebben, is de SAPS niet cameraschuw. Laatst werden SAPS-politiemannen gefilmd terwijl ze een man achter hun auto sleepten, wat zijn laatste rustplaats zou worden. De agenten leken het helemaal niet erg te vinden dat hun acties op de gevoelige plaat werden gelegd. Het werk bij de Metro-eenheid is een heel ander verhaal. Statistisch gezien is de kans veel kleiner dat deze eenheid mensen bruut om het leven zal brengen. Metro-agenten worden beter betaald (wat overigens niet wil zeggen dat ze goed betaald worden) en krijgen vaak de verantwoordelijkheid om corrupte SAPS-agenten te arresteren. Door dit alles beschikt de eenheid over een betere moraal.

Een kleine vrouw die Kapitein Jafta genoemd wordt is de leider van de drugseenheid. Ik zeg klein, maar ze kan waarschijnlijk zonder moeite een hele verdedigingslinie doorbreken. Tijdens een huiszoeking, op zoek naar een beruchte gangster, omhelsde ze zijn vrouw en kwam ze de slaapkamer uit terwijl ze een puppy knuffelde. Ze is grappig, slim en aardig en de andere leden van de eenheid schieten in haar aanwezigheid altijd in een soort beschermende papa-rol.

Omdat ze denk ik deels verveeld zijn en deels willen pronken valt een eenheid van acht Metro-agenten een “drugbar” in Woodstock binnen. Woodstock is een buitenwijk van Kaapstad, die vooral hipsterachtige types lijkt aan te trekken, maar desondanks erg smerig is. In de drugsbar die we binnenvallen kan je elk denkbaar verdovend middel kopen, om deze vervolgens ter plekke te gebruiken. Je kunt daarna zelfs blijven slapen. Het gebouw wordt aan de voorkant afgesloten door een stalen deur, die daar geplaatst is om de politie op te houden in het geval van een inval. Dealers hebben daardoor de tijd het pand via de achterdeur te verlaten of hun drugs door de wc te spoelen.

Advertentie

Ondanks deze verdediging hebben we toch nog een aardige hoeveelheid wiet en tik te pakken gekregen. Twee dealers, die net volwassen zijn, worden gearresteerd terwijl de stonede gebruikers vanuit elke denkbare ruimte naar de binnenplaats kruipen. Daar wordt hen verteld met hun gezicht naar beneden op de grond te gaan liggen, zodat ze gefouilleerd kunnen worden. Er wordt wat tegen ze geschreeuwd en daarna wordt ze verteld dat ze op moeten rotten.

De gebruikers en dealers waren tot nu toe best vriendelijk. Ze luisterden naar de instructies en ondergingen hun fouillering als mannen, voor zover dat kan. Toen we het huis van een drugsdealer in de aftandse buitenwijk Brooklyn bezochten, dacht een man echter voor moeilijkheden te zorgen. De man, gehuld in onder meer een zonnebril en handschoenen, wilde zijn handen niet tegen de muur zetten, zodat hij gefouilleerd zou kunnen worden. Hij draaide zich om en kwam dreigend op de politiemannen af. Daar beging hij een fout—hij werd met volle kracht en open hand in zijn ribben geslagen, en plaatste prompt zijn handen tegen de muur. Fluffy legde later uit: “Gangsters moeten weten wie er de baas is als we aankomen. Als ik zwak overkom dan pikken die gasten de verkeerde boodschap op, waardoor politieagenten in gevaar worden gebracht en zelfs om kunnen komen.”

De leden van de eenheid (die niet duidelijk op de foto mochten worden gezet en niet hun eigen namen mogen gebruiken) lijken me erg dapper. Ze storten zich in achtervolgingen met methverslaafden en houden gangsters aan die met alles bewapend kunnen zijn – van roestige messen tot gestolen .45s. Ik bespeurde voor het eerst enige vorm van angst toen we het huis van een dealer binnenvielen en de agenten met hun aartsvijand geconfronteerd werden: honden.

Advertentie

“Ik haat honden,” zegt James, terwijl hij zijn 9mm Glock ontgrendelt—het is de eerste keer dat ik een van de mannen hun wapen zie pakken. James vertelde me later dat hij zijn hele magazijn eens op een rottweiler die hem aanviel leeg moest schieten terwijl het baasje met zijn drugsvoorraad over de achtermuur klom.

Ik kan door de deur net langs vier Metro-politiemannen in de tuin kijken. De jonge mannen in de tuin houden een pitbull aan een ketting vast, maar hebben de grootste moeite hem in bedwang te houden. De hond staat op zijn achterpoten, blaft razend en trekt de ketting strak. Er wordt veel geschreeuwd en de politieagenten ontgrendelen hun geweren, maar uiteindelijk weten de mannen de hond het huis in te krijgen. Daar wordt hij in een kamer opgesloten, nog hijgend van de schade die de ketting om zijn nek heeft aangericht.

We lopen de tuin in, waar vervolgens zes mannen tegen de grond gewerkt en gefouilleerd worden. Een jonge pitbull met twee puppy’s blaft constant vanuit haar kooi. Terwijl ze opgroeit zal de hond mishandeld en getraind worden, zodat ze op een dag een politieagent kan verwonden of zelfs vermoorden. Er zit nog een hond in een gesloten houten kist die met alle kracht kopstoten geeft tegen het luik—een van de verdachten moet er tegenaan leunen van de politie. Anderhalve meter naast dit hele tafereel deelt een vrouw friet uit aan twee kleine kinderen, alsof alle commotie rondom hen even normaal is als de afwas die ze zo gaat doen. We vonden in het huis geen drugs.

Een paar maanden eerder hield Wesley Woodman, agent bij de SAPS Verkeerspolitie, een chauffeur aan en bekeurde hem voor iets kleins. Normaal gesproken zou dit een rustige avond zijn in Kaapstad, maar dit incident vond plaats in Lavender Hill, dat tussen het centrum van Kaapstad en Muizenberg —verreweg het slechtste strand van Zuid-Afrika— in ligt. Het incident kostte uiteindelijk aan zowel agent Wesley Woodman als de chauffeur het leven.

Advertentie

Er gaan geruchten de ronde dat de chauffeur een gangster was. Toen hij zijn auto aan de kant zette was er toevallig een rivaliserende bende in de buurt, die de situatie als niks anders dan een mooie kans zag: ze konden de rivaal en de politieman vermoorden, en als extra bonus het dienstwapen innemen. Alle Metro-eenheden en de SAPS werd vervolgens dan ook opgedragen de bendes in Lavender Hill een lesje te leren. Ik mocht met een paar van de daarop volgende uitstapjes mee—voor iemand die niet bij de politie zit een bijzondere kans om de buitenwijken een keer te zien zonder in het gezicht geschoten te worden (hopelijk).

Twintig jaar geleden was Lavender Hill een grotendeels arme gemeenschap. De rijen van hostels met neppe bakstenenmuren zijn door de overheid gebouwd om de arbeiders uit het centrum van de stad te houden. Sindsdien zijn de Afrikaans sprekende colored inwoners de onderdrukking echter ontsnapt: ze hebben elke vierkante centimeter land geclaimd om huizen en hutten op te bouwen. Een Xhosa sprekende bevolking verhuisde ondertussen vanuit zwarte buitenwijken naar dezelfde straten van Lavender Hill. De twee groepen wonen daar nu zij aan zij. Iets dat zeldzaam is in Zuid-Afrika, ook al werd de apartheid twintig jaar geleden beëindigd.

Het eerste wat me opvalt in Lavender Hill is dat de politie in kleine konvooien rijdt en dat iedereen zijn Glock bij de hand houdt. Het tweede wat me opvalt is hoe de buitenwijk er uitziet: een soort kamp gemaakt van tinnen platen en hout, met een open riool. Huizen en hutten zijn zo gebouwd dat er net een auto kan rijden over de blubber die zij een weg noemen. Jammer genoeg is diezelfde weg gevuld met onherkenbare delen van auto’s en lopen er kinderen, honden en gangsters rond. Mijn broer is een reservist bij de SAPS en heeft in elke buitenwijk van Kaapstad gewerkt. Hij is ook in Rwanda geweest, vlak na de genocide. Hij noemde Lavender Hill de ergste plek op aarde.

We stuitten willekeurig op een hoek waar we kinderen fouilleren die daar aan het hangen zijn. Ze zien er niet verdacht uit, eigenlijk—eentje is erg jong, hij heeft een babyface. De politieman die hem vasthoudt laat mij zien dat dit slechts uiterlijke schijn is; hij trekt het shirt van de jongen omhoog, zodat ik de “Mr. No Good”-tattoo op zijn borst en de “J.F.K.” in zijn nek kan zien. Als ik wat beter kijk zie ik dat er iets uit zijn bloeddoorlopen ogen sijpelt wat er niet bepaald gezond uitziet. Hij is een juniorlid van de Junky Funky Kids (de JFK’s), een grote bende in dit gebied. Het is al jarenlang oorlog tussen de JFK’s en twee rivaliserende bendes, de Americans en de Hard Livings Gang.

 
Naast ons steekt een schattig meisje de straat over. James ziet dat ik naar haar kijk. “Het moet klote zijn om hier een schattig meisje te zijn,” zeg ik. “Of een mooie jongen. Of  iedereen,” lacht hij. “Als je de vader bent van een mooi meisje is je leven shit,” vervolgt hij. “Je kunt of je dochter door de gangsters laten afnemen of doodgaan als je voor haar opkomt.”

Advertentie

Vier kinderen zijn buiten hun huis het alfabet aan het oefenen terwijl de Metro-agenten het gras en het afval doorzoeken. Ze vinden een verborgen lading “lollies”, tik, Mandrax (een kalmeringsmiddel) en wiet. “Ik heb een weekender,” schreeuwt er eentje. “Ik heb een outfit,” antwoordt de leider van de eenheid, die we Penz zullen noemen.

“Een weekender is genoeg marihuana om twee dagen mee door te komen,” legt hij uit. “Een outfit is een halve Mandrax-pil en genoeg wiet voor een joint. Je kunt het samen roken om helemaal van de wereld te raken.”

Lavender Hill, 's nachts.

Het is laat geworden en de zon is ondergegaan; het is nu bijna helemaal donker. Er zijn geen lantaarnpalen en er is alleen afgetapte elektriciteit in sommige huizen. Mijn begeleider, Penz, rust zijn geweer op het stuur terwijl hij ongerust om zich heen kijkt. “Ze zullen waarschijnlijk proberen op ons te schieten,” zegt hij, “maar eigenlijk maak ik me meer zorgen om het feit dat we makkelijk een kind aan kunnen rijden.” Ik schuif nerveus naar het midden van de achterbank. Ze hebben me een kogelvrij vest gegeven, maar mijn hoofd en mijn nek voelen opeens bijzonder kwetsbaar.

We fouilleren nog meer mensen, zonder dat we een echt plan lijken te hebben. Het wordt bijna saai. James herinnert me eraan dat dit precies het moment is dat je doodgaat—‘s nachts, terwijl je niet oplet. Over twee uur is de dienst over, dus is het tijd voor logistiek. Het duurt anderhalf uur om met drie agenten een gearresteerde verdachte te verwerken, in wat een juridisch systeem genoemd wordt in Zuid-Afrika. Er zijn acht agenten in dienst vandaag en ze hebben één verdachte aangehouden, dus is het logisch om nog een verdachte te arresteren voordat ze terug naar het politiebureau gaan. “Hoe vind je iemand die genoeg spul bij zich heeft om hem als dealer te kunnen arresteren?” vraag ik.

Advertentie

Penz antwoordt door naar een man die voor ons loopt te wijzen. “Hij,” zegt hij. En jawel, de jonge man heeft tik bij zich, per portie verdeeld in plastic zakjes. Een kleine groep vrouwen en kinderen bekijkt ons vanaf de andere kant van de straat. Penz kijkt naar ze en schudt zijn hoofd. “Baby’s op straat terwijl het midden in de nacht is,” zegt hij zuchtend.

“Ik vraag me af waarom ze niet gewoon de macht grijpen,” zeg ik.

“Nou,” zegt een agent, “wij hebben de drugs. Dat houdt ze rustig. Wees daar dankbaar voor.”

Volg Matthew op Twitter: @mattbrownSA

Meer verhalen uit Zuid-Afrika: 

What Was the South African Military Doing in the Central African  

How to Date South African Girls  

Miss South Africa