FYI.

This story is over 5 years old.

nieuws

Tegen de hetze in: pedo's helpen

COSA is een organisatie die pedofielen helpt om (verder) kindermisbruik te voorkomen. We vragen een vrijwilliger naar zijn ervaringen en morele dillemma's.
28.10.11

Een pedofiel is geestesziek, en een gevangenisstraf van enkele maanden of zelfs jaren gaat daar weinig aan veranderen. Toch zal een veroordeelde pedofiele zedendelinquent na het uitzitten van zijn straf weer terug moeten keren in de samenleving. Op zoek naar een veilige manier om deze terugkeer te bewerkstelligen doet Reclassering Nederland sinds twee jaar experimenten met de methode COSA (Cirkels voor Ondersteuning, Samenwerking en Aanspreekbaarheid). Bij deze uit Canada overgewaaide methode wordt een ‘cirkel’ van vrijwilligers om een veroordeelde pedofiel heen gevormd. Het idee is dat een pedofiel door contact met leeftijdsgenoten uit een sociaal isolement kan worden getrokken. Hiermee wordt een belangrijke factor in het vergrijp aan kleuters en ander jong grut weggenomen.

Opvallend aan deze methode is dat het een beroep doet op de vrijwillige hulp van ‘gewone’ burgers, terwijl het merendeel van die ‘gewone’ burgers eerder refereert aan middeleeuwse martelmethoden, schandpalen en levenslange eenzame opsluiting als remedie tegen pedofilie. Toegegeven, toen ik voor het eerst las over deze methode rees bij mij ook even de vraag of je ‘zulke mensen’ wel moet helpen. Aan de andere kant: het tijdperk van lijfstraffen ligt al ver achter ons, en aangezien de meeste pedofielen niet levenslang worden opgesloten, lijkt een begeleide terugkeer me nog altijd beter dan geen begeleide terugkeer. Bovendien blijkt deze methode ook echt te werken: in Canada en het Verenigd Koninkrijk heeft het werken met COSA geleid tot een vermindering van recidive van maar liefst 70 procent.

Advertentie

Gefascineerd door de bijzondere benadering van het project, wilde ik weleens weten hoe het is om daadwerkelijk een veroordeelde pedofiel te helpen bij zijn terugkeer in de samenleving. Om daar achter te komen vroeg ik vrijwilliger Erik (30) naar zijn ervaringen. Toen Erik in de zomer van 2010 middels een radiouitzending kennisnam van het project, meldde hij zich vrijwel direct aan als vrijwilliger. Na een uitgebreide screening en een intensieve tweedaagse training werd hij eind december actief in een cirkel rondom een veroordeelde pedo. Hiermee maakt hij deel uit van een van de tien cirkels die op dit moment actief zijn in Nederland. De delinquent die door Erik begeleid wordt is eind twintig en veroordeeld vanwege sexueel getinte chats met zeer jonge meisjes, waarbij hij meerdere malen poogde met ze af te spreken.

VICE: Waarom was je direct zo enthousiast over dit project? Wat waren je overwegingen om je aan te melden?

Erik:Om te beginnen ben ik niet pas na gaan denken over dit onderwerp op het moment dat ik over COSA hoorde. Ik stoor me al jaren mateloos aan de dingen die je mensen hoort zeggen over pedofielen. Dingen als “zet ze tegen de muur”, daar kan ik me echt kwaad om maken. Ik bedoel, ten eerste gaan strengere straffen echt niets veranderen aan de gevoelens van zo iemand. En daarnaast staan ‘dat soort mensen’ vaak helemaal niet zo ver van je af als de meeste mensen denken. Een belangrijk deel bevindt zich in onze directe kringen – ooms, kennissen. Ik zou wel eens willen zien of mensen ze ook tegen de muur zouden zetten als ze zich dit realiseerden.Vroeger ging ik nog wel vaak tegen dit soort uitspraken in door een grote mond op te zetten. Maar ik raakte gewoon moedeloos naarmate ik het vaker hoorde, en uiteindelijk hield ik maar gewoon mijn mond. Door dit project kreeg ik ineens de kans om mijn grote mond om te zetten in daden. Dat trok me dus wel.

Advertentie

Rationeel ben ik het helemaal eens met jouw opmerkingen over pedofielen. Aan de andere kant kan ik me de heftige, emotionele reacties op bepaalde delicten omtrent pedofilie ook heel goed voorstellen. Een van de grootste pedofilie schandalen in Nederland – die medewerker van een kinderdagverblijf met een enorme collectie homemade kinderporno met kinderen van dat kinderdagverblijf – kwam kort na jouw aanmelding aan het licht. Hoe beïnvloeden zulke incidenten jouw overwegingen?

Zulke dingen zijn voor mij natuurlijk net zo verschrikkelijk om te horen als voor iedereen. En inderdaad, toen ik hierover hoorde heb ik mezelf wel even afgevraagd of ik wel op de goede weg zat met dit project. Maar uiteindelijk heeft het me alleen maar gesterkt: het motto van COSA is juist “geen nieuwe slachtoffers”. Iedereen wil natuurlijk dat dit soort dingen nooit meer gebeuren, en dit project helpt om dat te bereiken.

Na je aanmelding ben je gescreend en vervolgens ben je door middel van een training klaargestoomd voor de praktijk. Dan komt het echte werk. Hoe was dat? Hoe ging de eerste ontmoeting met ‘jouw’ delinquent?

Ik ben normaal een aardig relaxed persoon, maar om eerlijk te zijn was ik behoorlijk nerveus toen ik hem voor het eerst ontmoette. Die mensen zitten hier niet voor niets weet je, het zijn geen kleine jongens. De delicten variëren van het bezit van kinderporno tot echt kindermisbruik. Maar mijn nervositeit was natuurlijk niets in vergelijking met hoe het zogeheten ‘kernlid’ zich gevoeld moet hebben. Ik bedoel, hij ontmoet vier vreemde mensen die er voor hem zijn, omdat hij iets heeft misdaan. Daarbij komt dat hij in de eerste meeting uitgebreid uit de doeken moest doen wat hij had misdaan. Dat is ook behoorlijk heftig.

Advertentie

Maar die gespannen sfeer werd redelijk snel minder. Ik was echt verbaasd hoe snel ik hem ging zien als persoon, in plaats van als “de veroordeelde pedo”. Dat is uiteraard ook belangrijk voor de vertrouwensrelatie die je moet opbouwen.

‘De cirkel’ heeft natuurlijk een dubbele rol. Aan de ene kant hebben we een duidelijke controlefunctie. Ons kernlid heeft moeite met gewoon sociaal contact, dus spreken we met hem af dat hij eens koffie gaat drinken met zijn buurvrouw. Dat gebeurt dan niet, en dan moeten wij hem echt streng en kritisch vragen waarom hij dat niet heeft gedaan. Dat is niet altijd even vriendschappelijk nee. Aan de andere kant gaan we ook weleens kaarten of naar een poolcentrum, gewoon low-profile activiteiten om ervoor te zorgen dat hij langzaam maar zeker echt weer onderdeel wordt van het sociale leven. Die tweede rol kun je nou eenmaal niet vervullen als je maar blijft denken “wat een viezerik, wat heb-ie toch gedaan, wat heb-ie toch gedaan..?!”

De meeste mensen zullen echter vasthouden aan het beeld van de veroordeelde pedo. Ik kan me voorstellen dat niet iedereen begrijpt waarom je zo iemand helpt.

De reacties uit mijn omgeving waren overwegend positief. Ze vinden het bijzonder en mooi dat ik het doe. Nou moet ik er wel bij zeggen dat de mensen die het er niet mee eens zijn dat niet in mijn gezicht zeggen. Dat frustreert me wel hoor. Iedereen is natuurlijk vrij om zijn mening te hebben, maar de meeste mensen weten niet eens waar ze het over hebben als ze weer beginnen met “tegen de muur ermee”. Ik ben altijd bereid om de discussie aan te gaan hoor, maar sommige mensen vermijden dat liever. Ik kan het me wel voorstellen als mensen het eng vinden. Heel diep van binnen zit bij mij ook nog steeds dat beeld van een vies oud mannetje, dat zit er blijkbaar gewoon ingeramd door wat je ziet en hoort op tv. Maar ik vind het echt zonde als mensen hun kop in het zand steken in plaats van te zoeken naar een oplossing.

Advertentie

Lukt het jou om die twee beelden uit elkaar te houden tijdens het werken met jouw kernlid?

Nou, je houdt altijd in je achterhoofd waarom zo iemand er zit, dat vergeet je gewoon nooit helemaal. Je bent daar immers ook voor een bepaald doel. En hoewel je ook werkt aan een soort laagdrempelige omgang, het is nooit alsof je met vrienden rondhangt. Want werken aan zo’n vertrouwensband houdt ook in dat je herhaaldelijk praat over zijn daad en ook doorvraagt over hoe hij zich nu voelt, waar hij mee bezig is, waar hij mee zit en hoe hij omgaat met zijn eventuele pedofiele gevoelens. Dat is heel belangrijk, zo doorbreek je zijn geheimen en isolement. Maar dat is niet altijd even makkelijk. Ik kom regelmatig met een vol hoofd thuis van een bijeenkomst. Het blijft altijd wel even rondspoken wat zo iemand heeft gedaan en hoe ik zoiets nooit zal kunnen begrijpen. Dat ebt maar langzaam weg.

Klinkt best heftig.

Het valt wel mee. Het belangrijkste is dat ik weet waarvoor ik het doe. Ik zie resultaten, ik zie vooruitgang. Vooruitgang maken en zien is ook wel echt een voorwaarde hoor. Ik heb wel gehoord van mensen uit andere cirkels die die restulaten niet zagen, omdat die er misschien ook wel niet waren. Die vrijwilligers zijn er dan ook mee gekapt. Het wordt namelijk wel te heftig – zowel fysiek als mentaal – als je inspanningen op geen enkele manier worden beloond. Ik bedoel, ik heb het ook waanzinnig druk en zoiets komt er dan nog eens bij. Naast een wekelijkse bijeenkomst bij hem thuis hebben we met ons kernlid afgesproken dat hij ons dagelijks belt, omdat hij eigenlijk niet eens durfde te bellen. Het contact is behoorlijk intensief. En als ‘de cirkel’ besluit dat we een spoedbijeenkomst moeten inlassen omdat er bijvoorbeeld iets fout dreigt te gaan, dan moet je ook klaarstaan. Maar zolang ik weet dat wat ik doe echt uitmaakt, weet ik dat ik niet alleen die ene persoon, maar de hele maatschappij help: geen nieuwe slachtoffers. Dat houdt me op de been.

Wat mij zo fascineert aan dit project is dat het recht tegen de stroom, tegen de hetze ingaat. Pedofielen vrijwillig helpen past nou niet echt bepaald in de toon van het maatschappelijke debat. Toch verbaast het me niet dat een land als Nederland hiermee experimenteert. Ik heb me door COSA-directeur Sjef van Gennip laten vertellen dat zelfs zeer rechtse politieke partijen als de PVV het project inmiddels steunen. Vanwege het aparte – of zelfs radicale – karakter lijkt het me echter niet in elk willekeurig land inzetbaar. De onderbuikgevoelens in een land als Amerika lijken me bijvoorbeeld net even iets te sterk.

Dat weet ik niet hoor. Als je kijkt naar het debat in Nederland, dan vind ik die onderbuikgevoelens hier ook behoorlijk extreem. Of dit project wel of niet werkt hangt niet af van wat 99 procent van de mensen vindt, het gaat om dat ene procentje dat niet meedoet aan de hetze. Verder spreken de resultaten voor zich. En zolang er ook maar een paar mensen bereid zijn om als vrijwilliger te werken, moet het wat mij betreft mogelijk zijn om dit project in ieder land te starten.