Stuff

Een nostalgische tocht naar de bar waar ik als tiener leerde drinken

In café De Zet dronk ik vroeger samen met mijn vrienden mijn lever aan gort. Weemoedig ging ik nog eens terug en ontmoette per ongeluk mijn beste vriend uit die dagen.
11 mei 2016, 5:00am

De Zet, een café in Bergen op Zoom, gaat me aan het hart. Ik kwam er van mijn vijftiende tot mijn achttiende, en leerde er mezelf, mijn smaak en mijn vrienden kennen. Daarna verhuisde ik naar andere steden, om uiteindelijk in Amsterdam terecht te komen. Laatst opperde een vriend de vraag: hoe zou het zijn om weer eens terug te gaan naar de kroeg waar je als tiener kwam?

Allerlei vragen schoten te binnen: zouden dezelfde mensen er nog aan de bar zitten? Is de nieuwe eigenaar net zo'n drinkebroer als de oude? Drinkt de jeugd nu zoveel als wij destijds? En kan ik iets van mijn verloren jeugd terugvinden? Dat leek me een interessant verhaal om te schrijven. Tjokvol emoties sprong ik op de trein uit Amsterdam om het nostalgische Brabantse kroegland van mijn jeugd te heroveren en herinneringen te snuiven. Althans, dat was het plan. Ik kreeg meer dan ik om gevraagd had.

Toen ik van het treinstation richting bar liep, kwam ik langs de Grote Markt. Daar maakte ik een foto van het meest Bergse aanzicht dat er is: de kerktoren die ze Peperbus noemen en mensen die op bourgondische wijze bier drinken op terrassen. Als ik vroeger tijdens het uitgaan ging pinnen, gaf ik met mijn makkers af op het burgerlijke volk dat zich op die terrassen ophield. Nu ik zelf fucking dertig ben moet ik zeggen dat het er best prima uitzag. Hm.

Bij de kroeg aangekomen bleek dat die niet meer De Zet heet. Les Vedettes is de naam. En de nieuwe eigenaar heet Chris. "Ik kom een nostalgisch stuk over de bar schrijven," zei ik tegen Chris. Snel haalde hij toen zijn gezin bij elkaar, om te poseren. Hierboven zie je Chris en zijn vrouw en hun kindje en hun hondje.

De vergelijking met vroeger drong zich op. De eigenaar in 'mijn tijd' was Reinier. Dat was een slimme man vol humor en sarcasme van het bitterste soort. Ik denk dat hij meer van het leven had verwacht dan de veertien- tot dertigjarige alternatievelingen in Bergen op Zoom week in week uit dronken te voeren. Toch belette hem dat niet speciale avonden te organiseren, zoals de Franse avond, waarop de nieuwe oogst van de Beaujolais werd gevierd door je collectief blauw te zuipen.

Ik herinner me hoe Reinier op één zo'n avond de fles aan mijn lippen zette en me in een nep-Frans accent aanmoedigde te drinken. Ik werd de volgende ochtend wakker in een koude plas paars braak - in mijn bed weliswaar, maar nat. Riekend naar zuur zat ik bij de eerste les van die dag (geschiedenis). Dat zinde mijn ouders natuurlijk amper. Reinier was al met al minder aardig dan Chris, het moet gezegd. Maar viel er met Chris ook wat mee te maken? Is hij ook het type barman dat in naam van de fun minderjarigen een alcoholvergiftiging bezorgt?

"Valt er wat mee te maken vanavond?", vroeg ik, terwijl we naar binnen liepen en ik me aan de bar zette. Chris' vrouw (wiens naam ik vergeten ben) ging met de baby achter de bar staan, en toen legde Chris uit dat ze bezig waren met de voorbereidingen van een tapas-avond. "Mensen komen tapas eten. Het wordt druk, maar misschien kun je mee-eten", zei Chris. Baby's aan de bar? Tapas?

Ik herinnerde me dat ik vroeger met mijn goede vriend Derek aan de bar zat en dan zat te zeiken op mensen die een minder alternatieve muzieksmaak hadden dan wij. Ik herinner me dat we in de loop der jaren steeds harder gingen partyen. Een keer zat ik op Harry's schouders, terwijl Derek toekeek. In die hoedanigheid zette Harry een fles Bacardi Breezer aan mijn mond. Ik was Harry's hoofd, hij was mijn lichaam. Ik dronk voor hem, hij schreeuwde voor mij. We waren een party-centaur. Later vertelde Lieke dat ze door Harry was gevingerd op het toilet, maar wat zij niet wist was dat ik toen al een jaar verliefd op haar was. Was ik toen Harry's feestig hoofd? Waren zijn vingers de mijne? Het weekend erop was ik weer in De Zet. Derek was daar ook bij.

"Tapas?", herhaalde ik. "Ik kijk nog wel even", zei ik toen.

Dit waren de Tapas-eters. Niet echt party. Wel aardige mensen.

Naast me zaten een paar jongens te kletsen. "Chris, wil je echt iets vets horen? Iets wat echt underground is? Dan moet je Firefly van Mura Masa opzetten." Chris rommelde achter de bar en zette het nummer op. "Hoe kom je aan dat nummer?", vroeg ik aan de jongen, want hij leek te branden van verlangen om er meer over te vertellen. "We waren laatst in Rotterdam, en toen kwamen we op een undergroundparty terecht. Het was echt vet man." Ik knikte. Daarna gingen ze tafelvoetbal spelen.

Jullie mag ik wel, mannetjes, dacht ik. Ik was ook zo, maar dan met Derek. Op een vrij agressieve manier waren we bezig met muziek. Mensen die onze smaak niet deelden waren filistijnen die van niks wisten. Barbaren, dat waren de anderen. Wel waren er toen wij zestien waren oudere dudes in Bergen op Zoom die auto's hadden en draaitafels en drugs, en daar keken we tegelijkertijd tegen op en ook weer niet, omdat ze het nog steeds niet gemaakt hadden en al zo oud waren.

Ik moest daaraan denken door deze jongen, die ook net aan kwam gelopen en met zijn vriendin achter de bar ging zitten. "Doe maar een koffie Chris, ik heb een zware nacht gehad", zei hij. "Hoezo?", vroeg ik, en hij legde uit dat hij had opgetreden in poppodium de Mezz in Breda. Hij was zeer enthousiast. David heet hij, en zijn hiphopact heet De Authentiek Fabriek.

Het bleek dat we gezamenlijke kennissen hadden, waaronder een vriend wiens broer van een flat was gesprongen, een verhaal waar ik al jaren niet meer aan had gedacht. Ik dacht aan hoe de dingen veranderen, hoe ik veranderde. Na de middelbare school kwam ik uiteindelijk in Amsterdam terecht en toen voelde ik me goed. Terwijl ik daarover dacht, kwam er iemand binnen lopen.

Het was motherfucking Derek. Hij bleek te komen bijspringen, achter de bar, zodat de tapas-mensen op tijd hun drankjes kregen. "Wat de fuck doe jij hier", zei hij, waarna we elkaar omhelsden. Ik had hem al in geen tijden meer gesproken. Hij woonde in Bergen. Ik wil 'nog' zeggen. Hij woont 'nog' in Bergen. "Wat voor verhaal schrijf je?", vroeg hij, toen ik zei dat ik iets kwam schrijven.

Daar moest ik over denken. Als je het hebt over mensen die zijn blijven wonen op de plek waar ze opgroeiden, ben je al snel geneigd daar een beetje smalend over te praten, alsof ze bepaalde stations in hun leven hebben gemist. Maar met mijn beste vriend van vroeger voor me, was die neiging iets dat niet prettig voelde.

Ik zei: "Ja, ik schrijf een nostalgisch verhaal, over hoe het vroeger was ten opzichte van hoe het nu is." Het klonk lullig, alsof ik een kolonist was die het land Vroeger kwam bezetten. Maar het land van vroeger bleek Dereks huidige bijbaan, en ik ben zijn oude vriend, en ineens vielen alle verlangens om grappen te maken ten koste van mijn geboortestad weg.

Tijdens onze studietijd zagen we elkaar veel; we deelden zelfs een huis. Maar toen het na een paar jaar studeren niet zo hot met hem ging (concentreren vond hij lastig), gingen we elkaar allengs minder zien. En nu woont hij dus weer in Bergen op Zoom en ik in Amsterdam, en we zijn allebei een stuk ouder.

"Hoe is het nu vergeleken met vroeger?", vroeg ik.

"Het is niet zo druk meer", zei Derek. "Eens in de vier weken ofzo, dan staat het vol."

"Niet zoals in onze tijd he?", zei ik, maar hij schudde van nee. In 'onze' tijd stond het van donderdag tot en met zaterdagavond vol. "Maar ja, wij zopen op onze vijftiende al", zei Derek. "En nu mogen ze hier niet eens meer drinken."

"Wat doen ze nu dan, voor vertier?", vroeg ik.

"Ik denk dat ze vooral thuis zitten nu," antwoordde Derek. Het is zeer de vraag of ze daar minder drinken dan vroeger.

Er kwam een oudere man binnen. "Duveltje?", vroeg Derek. De man knikte en kreeg zijn pintje. "Hoe gaat het met je?", vroeg Derek. "Slecht!", zei de man met een ferme hoofdknik, en ik geloofde hem volkomen.

De rest van de avond besteedde ik met Derek aan de bar. Hij vertelde me dat hij toch wel weer wil studeren, dat hij het werk hier oké vindt, maar dat hij hoopt op een keer iets beters. Ik vroeg hoe het met zijn pa en zijn ma en zijn zus gaat. Hij zei dat dat allemaal goed gaat.

De avond met Derek eindigde toen hij zei dat hij naar de verjaardag van zijn pa moest.

De sfeer in de bar was inmiddels net zo rustig als in het begin. Chris liet zich de hele avond niet meer zien, omdat hij zich niet zo lekker voelde. Mensen dronken gemoedelijk en speelden

. Ik dacht na over ontmoetingen met vrienden en hoe levens anders kunnen lopen, en over uit elkaar groeien. Het is die doffe, goede pijn van melancholie, die zich richt op een verlangen om alles bij hetzelfde te houden, en de onmogelijkheid daarvan.

Maar een ding blijft hetzelfde: in de kroeg plannen maken gaat nooit over. Derek en ik spraken af dat we elkaar snel weer zouden zien en vaker zullen bellen. Dat moet vooralsnog nog gebeuren, maar op dat moment voelde het heel goed.