Quantcast

Er dreigt een burgeroorlog in Libanon vanwege Syrische vluchtelingen

Journalist David Oranje vertelt hoe gespannen de situatie is in het christelijke stadje Sin El Fil in Libanon, vanwege de grote hoeveelheid islamitische vluchtelingen uit Syrië.

Door de oorlog in Syrië kampt Libanon met een enorme vluchtelingencrisis. Het vier miljoen inwoners tellende land vangt inmiddels al ruim anderhalf miljoen Syriërs op en dat heeft nogal wat gevolgen voor de toch al moeizame sektarische verhoudingen. Vooral in de christelijke voorstad Sin El Fil, ten oosten van Beiroet, is er een hoop onvrede over de nieuwe buren.

"Acht van de tien mensen hier zijn Syrisch," vertelt journalist Wadih al-Hayek op de drukke zondagsmarkt Souk al-Ahad. De ooit Libanese volksmarkt wordt nu gedomineerd door Syriërs, die proberen hun spulletjes te verkopen, of zelf voor een prikkie iets leuks op de kop te tikken.

Al-Hayek zag zijn stad in korte tijd veranderen. "Sinds het begin van de oorlog in Syrië is de samenstelling van de bevolking sterk aan het veranderen. Syriërs nemen langzaam Sin El Fil over en dat is vooral hier goed te zien," zegt hij, terwijl een oud Syrisch dametje in een witte niqaab smekend haar hand naar hem uitsteekt en zich beroept op Allah. Verderop spelen kinderen tussen stinkende hopen vuilnis. Praten met journalisten willen de achterdochtige bezoekers en marktkooplui niet, omdat ze liever geen aandacht op het vluchtelingenprobleem willen vestigen.

Sin El Fil wordt van hoofdstad Beiroet gescheiden door de Beiroetrivier. Zowel arme als welgestelde Libanezen noemen de dichtbevolkte voorstad hun thuis, hoewel de vele zandkleurige flats er vaak erg aftands uitzien. Sin El Fil is, zoals de meeste wijken en voorsteden van Beiroet, langs religieuze lijnen verdeeld. Die verdeling is nu verstoord. Sin El Fil had ongeveer tachtigduizend inwoners, van wie verreweg de meesten christenen waren. Na vier jaar oorlog in Syrië zijn daar zeker vijfduizend Syriërs – grotendeels soennitische moslims – bij gekomen, die vooral in de armere buurten zijn gaan wonen.

Vlakbij de markt kijkt Abu George gelaten voor zich uit. George – fors postuur, kort grijs haar, norse blik, leren jas – is het hoofd van de vijftig man sterke buurtwacht, die ongeveer drie jaar geleden werd opgericht. Over de Souk al-Ahad heeft hij geen goed woord over: "Je kunt die net zo goed de Souk al-Hamidiyah noemen, oftewel de grootste markt van de Syrische hoofdstad Damascus. Arme Libanezen komen er niet meer. Vrijwel alle marktkooplui en bezoekers zijn nu Syriërs. Ze hebben de markt overgenomen," zegt hij. "Niemand heeft meer zicht op wat daar allemaal voor illegaals gebeurt. Er kan van alles gebeuren."

Steeds meer Libanezen wantrouwen hun nieuwe buren. Onderzoek van het Noorse onderzoeksinstituut Fafo vestigde in 2013 al aandacht op de onvrede over de Syriërs, vooral in christelijke gemeenschappen. Zo zei 62% van de Beiroeters zich niet op zijn gemak te voelen met een Syriër als buurman en zei 55% het grootste deel of zelfs alle Syriërs niet te vertrouwen. 41% was het zeer eens met de stelling dat Syriërs een gevaar vormen voor de veiligheid en stabiliteit en 58% vreest zelfs dat het conflict in Syrië tot een nieuwe burgeroorlog in Libanon kan leiden.

Abu George: "Veel Syriërs zijn hierheen gekomen omdat Sin El Fil een christelijke plaats is. De meeste vluchtelingen zijn soennitisch en die verkiezen een christelijke plaats boven sjiitische gebieden." Volgens hem sympathiseerden de bewoners aanvankelijk met de vluchtelingen, gezien hun eigen ervaringen met de Libanese burgeroorlog. "Maar na een jaar of twee kregen we steeds meer het gevoel dat ze een gevaar vormden. We kunnen de vluchtelingen niet meer tolereren; onze gastvrijheid is te zeer op de proef gesteld. De Syriërs vormen een bedreiging voor onze levenswijze."

Terwijl hij tussen de vuilniszakken door loopt, vertelt hij: "Bijna iedereen kende elkaar hier; niemand zorgde voor problemen. Maar toen de Syriërs kwamen, ging het mis. Vooral 's avonds nam de criminaliteit en de overlast enorm toe. Omdat Syrische mannen mijn dochter lastigvielen, laat ik haar na zonsondergang niet meer alleen naar buiten gaan. Ook hebben we een buurtwacht opgericht. We waarschuwen de autoriteiten bij incidenten en problemen. We willen precies weten wie de Syriërs zijn, waar ze wonen en wat ze doen."

Behalve de veiligheid heeft de onvrede ook economische oorzaken. Door de toegenomen vraag naar woonruimte zijn de huur- en huizenprijzen verdubbeld en door de instroom van goedkope arbeidskrachten hebben veel Libanezen hun baan verloren. "Een Syrische kapper vraagt tweeduizend Libanese pond, terwijl een Libanese kapper tienduizend pond vraagt. Libanezen moeten huur betalen, een familie onderhouden en schoolgeld betalen, terwijl Syriërs gratis onderwijs krijgen, vaak in hetzelfde pand wonen en werken of zelfs met tientallen in één woning zitten," zegt Abu George, terwijl hij hoofdschuddend wijst naar een aftandse flat. "Alleen hier zitten al dertig Syrische gezinnen. De situatie is schrijnend."

Eddy Nakhli is het daar totaal mee eens. Voor zijn telefoniezaakje lucht hij zijn hart over zijn nieuwe buren: "Ik heb een winkel én een huis, terwijl zij in één pand wonen en werken en vaak maar één keer per dag warm eten. Daarom kunnen ze hun tarieven en prijzen lager houden. Het aantal Libanese winkels is enorm gedaald, omdat ze zijn vervangen door Syrische winkels. Syriërs gaan bovendien alleen naar Syrische winkels en sturen bijna al het geld dat ze verdienen naar hun families in hun thuisland. Ze maken onze economie totaal kapot."

Dat is niet het enige waar Nakhli zich aan ergert. "Die moslims storen zich eraan als wij alcohol drinken en onze meisjes kunnen niet meer in rokjes over straat lopen – iets dat hier altijd doodnormaal was," zegt hij, driftig gebarend naar een vrouw met hoofddoek en zes kinderen om haar heen. "Ze gaan niet om met christenen – we kennen hun echte namen vaak niet eens. Ik maak me zorgen dat we niet meer als christenen in onze eigen stad kunnen leven."

De Libanese overheid voerde begin januari een visumplicht in voor vluchtelingen uit Syrië, maar die heeft volgens Nakhli niet geholpen. "De overheid heeft het ze wel moeilijker gemaakt, maar het worden er alleen maar meer." Hij vreest bovendien dat de Syriërs nooit meer zullen terugkeren. Wat hem betreft moet Libanon de vluchtelingen zo snel mogelijk terugsturen – oorlog of niet. "Die oorlog is hún probleem. Zij wilden per se voor vrijheid vechten. Wij hadden een prettig en veilig leven. Elke dag worden de problemen hier groter. Dat kan zo niet doorgaan."

De winkel naast het telefoniezaakje is van de Syrische soenniet Haitham, die in 2012 het verwoeste Aleppo verruilde voor Sin El Fil. Hij is één van de weinige Syriërs die bereid zijn om een journalist te woord te staan over de verhoudingen met Libanezen. In zijn schoenenwinkeltje werkt én woont hij met zijn familie. Zijn achternaam wil hij niet geven en op vragen over de spanningen antwoordt hij vriendelijk, maar ook erg diplomatiek. "De Libanezen zijn goed voor ons. Ik probeer hun gevoeligheden te respecteren. Ik begrijp dat sommigen het moeilijk hebben met de komst van Syrische moslims naar Sin El Fil, maar we zijn allemaal kinderen van God. Iedereen zou met elkaar overweg moeten kunnen."

Met de buurtwacht heeft hij geen probleem en hij snapt dat Libanezen bang zijn dat de Syriërs nooit meer terug naar Syrië zullen gaan. "De Libanezen hebben ons opgevangen toen we nergens anders heen konden. Die gastvrijheid mogen we niet misbruiken," zegt Haitham, waarna hij benadrukt dat hij en zijn familie wel willen terugkeren naar Aleppo. "Tot die tijd probeer ik Libanezen niet lastig te vallen, me naar hun wensen te schikken en beleefd te zijn. Meer kan ik niet doen."

Burgemeester Nabil Kahaleh van de christelijke Kataeb-partij ontkent dat de Syriërs voor problemen zorgen. Hij zegt dat de vluchtelingenstroom "totaal geen gevolgen" heeft. Volgens hem valt het aantal door Syriërs overgenomen winkels en banen erg mee, maar over cijfers zegt hij niet te beschikken. De forse stijging van de huizenprijzen en huren erkent hij wel. "Alleen is het reguleren van de woningmarkt niet mijn verantwoordelijkheid, maar die van de regering," zegt hij.

Hoewel hij zegt dat veel problemen worden opgeblazen, kan hij begrip opbrengen voor de onvrede: "Veel Libanezen vinden dat het land dit niet meer aankan. We vangen nu al meer dan één miljoen Syriërs op en er steken nog steeds vluchtelingen de grens over. De overheid weet niet eens hoeveel dat er precies zijn, want ze laten zich niet allemaal registreren. Zo'n enorme hoeveelheid beangstigt mensen, niet alleen hier, maar in het hele land."

Het is hoed dan ook hartstikke veilig in Sin El Fil, zegt hij: "Er surveilleren 's nachts honderd agenten en van iedere Syriër weten we wie hij is en waar hij verblijft. Nieuwkomers zijn verplicht zich te laten registreren en daarna houden we ze scherp in de gaten. We hebben de zaak goed onder controle." Geweld tussen de gemeenschappen is er volgens hem nooit. Hoe zit het dan met een recente vechtpartij tussen tientallen Syriërs en Libanezen, bij de zondagsmarkt? Gepikeerd antwoordt hij: "Zoiets is één keer gebeurd, maar dat was vlak bij de grens met een andere voorstad, waar ze wél problemen met Syriërs hebben."

De bewering van de burgemeester dat zijn voorstad geen problemen heeft, lijkt niet te stroken met de posters die de gemeente onlangs heeft opgehangen. 'Vanwege de huidige situatie en de consequenties van de toename van ontheemden en arbeiders, wordt u verzocht iedere verdachte actie of vermoedens van illegale acties of verblijf te melden, zodat de binnenlandse veiligheidsdiensten kunnen overgaan tot de noodzakelijke acties,' staat erop, samen met het logo van de gemeente en de handtekening van Kahaleh.

Ook Abu George zegt iets anders dan de burgemeester: "Er zijn heel veel vechtpartijen. Het zijn er wel minder geworden door de buurtwacht, maar nog steeds is er ongeveer één per week." De buurtwachtleider waarschuwt dat de zaak zal escaleren als de vluchtelingenstroom niet stopt. "Als er nog meer komen, lopen de spanningen nog verder op en kunnen we die niet meer onder controle houden." Een nieuwe burgeroorlog acht hij dan zeker mogelijk. Dat laatste is iets waar alle geïnterviewde inwoners het mee eens zijn.

Zo ook Deeb Awad, die een slagerij heeft aan de rand van Sin El Fil: "De buurtwacht kan het geweld helaas niet helemaal voorkomen. Los van de onveiligheid die de vluchtelingen veroorzaken, is het zeer problematisch dat zo veel van die mensen soennitisch zijn. Er ligt een sektarische strijd op de loer – de instroom van Palestijnse vluchtelingen was één van de hoofdoorzaken van het uitbreken van de Libanese burgeroorlog in de jaren zeventig. De instroom van Syriërs dreigt eenzelfde effect te hebben, zeker nu onder de vluchtelingen veel extremisten van Daesh (Islamitische Staat) schuilen. Daesh wil Libanon in een soennitische staat veranderen, waar geen plaats is voor christenen. We moeten ons daarop voorbereiden."

Dat die angst niet per se ongegrond is, blijkt uit het feit dat het Libanese leger een paar maanden geleden leden van twee naar verluidt slapende IS-cellen arresteerde in een flat. Het incident zorgde voor grote onrust, vertelt Abu George. "Wij dachten dat daar gewone Syriërs woonden, maar we kunnen daar dus nooit zeker van zijn. De inwoners vrezen Daesh het meest, omdat we zien hoe die groepering in Syrië en Irak christenen behandelt. De daden van Daesh voeden de haat tegen Syriërs hier, ook al weet iedereen dat niet iedere Syriër een extremist is."

Op de vraag of de christenen zich wapenen tegen die dreiging, lacht hij voorzichtig. "We dachten dat we dit wel even konden volhouden, maar dit duurt nu al vier jaar. We moeten voorbereid zijn om onze huizen, families en stad te beschermen. Dus ja, veel christenen in Sin El Fil hebben een wapen klaarliggen." Hij verwacht dat het een kwestie van tijd is voordat het kruitvat ontploft: "We voelen ons verstikt. Op een zeker moment zal er een reactie vanuit de christelijke gemeenschap komen."

Burgemeester Kahaleh beaamt dat veel christenen zich bedreigd voelen door de islamitische Syriërs, al relativeert hij het gevaar ook een beetje. "Het aantal moslims is hier inderdaad gestegen, maar de overgrote meerderheid van de bewoners is nog altijd christelijk. Ik zie de instroom niet als een bedreiging voor het christelijke karakter van Sin El Fil, hoewel ik de angsten begrijp – vooral de vrees dat er tussen de Syriërs ook extremisten zitten. Als je kijkt naar de verschrikkelijke dingen die in Syrië en Irak gebeuren, is dat een voor de hand liggende angst."

Zelfs de behoedzame burgemeester beschouwt een nieuwe burgeroorlog als een reële mogelijkheid. "Aan alle voorwaarden is voldaan: er zijn grote economische, religieuze en politieke spanningen en de verhoudingen tussen de gemeenschappen zijn heel ingewikkeld geworden. Als de internationale gemeenschap ons niet had geholpen zou Libanon waarschijnlijk al een burgeroorlog hebben gehad." Dat veel christelijke inwoners zich bewapenen noemt Kahaleh gevaarlijk, maar begrijpelijk: "Ze zijn bang. Het gevaar van gewapende strijd ligt helaas ook hier op de loer."

Daar is ook Hossam Tanouz Hazna bang voor. De christen uit het Syrische Latakia woont al zeventien jaar in Sin El Fil, waar hij een schoenenzaak heeft. "We leefden in volstrekte vrede met moslims, maar nu is een gevaarlijke kloof ontstaan. De meeste Syrische moslims die hierheen zijn gekomen zijn heel conservatief en houden er extremistische opvattingen op na. En vergis je niet: daar zijn er al veel van, en er komen er alleen nog maar meer bij. Het is dus uitstekend dat christenen zich bewapenen om Sin El Fil te verdedigen, want die extremisten vormen een groot gevaar. Niet alleen voor ons, maar voor heel Libanon."