Nederlandse gemeenten verspillen tonnen aan belabberde skateparken

In Utrecht wordt op dit moment eindelijk eens een goed skatepark gebouwd. Dat is zeldzaam, want Nederland staat vooral vol met totaal onbruikbare skateparken.

|
22 mei 2015, 2:11pm

Dankzij lokale initiatiefnemers valt er sinds kort toch nog iets te skaten op het Olympiaplein (foto via Skatemates)

Nederlandse gemeenten bouwen heel wat skateparken. Te gek, zou je zeggen. Alleen in Amsterdam heb je er al een stuk of twintig. Van deze twintig wordt het Olympiaplein het meest bezocht, en dit park staat eigenlijk symbool voor de situatie in Nederland. Er staan allerlei metalen obstakels die bakken met geld hebben gekost, maar niet worden aangeraakt door skaters omdat ze levensgevaarlijk glad zijn. In plaats van ín het park wordt er naast het park geskatet – de bankjes voor de toeschouwers zijn namelijk beter te skaten dan het park zelf.

Al tientallen jaren strooien gemeenten in alle uithoeken van het land met belastinggeld om buurten op te leuken met skateparken, alleen zijn die vaak totaal onbruikbaar. Het geld is er dus wel, maar ondertussen gaan er indoorskateparken, die opgericht zijn door skaters en wél worden gebruikt, failliet. In 2014 moest het Colosseum in Groningen, het enige indoorpark van het noorden, haar deuren sluiten, en eerder gebeurde dit al in onder andere Venlo en Weert. Ook Amsterdam zit al weer een jaar zonder indoorpark.

Sommige Nederlandse indoorparken ontvangen wel een kleine subsidie, afhankelijk van een heleboel vage factoren. In Nederland wordt skateboarden – in tegenstelling tot in België of Frankrijk – niet als sport gecategoriseerd, waardoor die parken geen kans maken op de ruimere sportsubsidies. Niet dat we skateboarden dolgraag op de Olympische Spelen terug zouden zien, maar het is natuurlijk wel mooi om ook in de herfst en winter te kunnen skaten, in plaats van buiten te moeten bevriezen of binnen meerdere zakken Doritos leeg te moeten eten op de bank.

Terwijl indoorparken komen en gaan, bouwen gemeenten door het hele land al tientallen jaren skateparkjes die bar weinig gebruikt worden door de doelgroep, met uitzondering van wat steppende kinderen uit de buurt en blowende jongeren met brommers. De term 'hangjongere' lijkt te zijn geboren aan de zijlijn van Nederlandse skateparken. De skaters, waar het park met de beste bedoeling voor gemaakt is, zijn hier niet of nauwelijks te vinden.

Je zou je als gemeenteambtenaar achter je oor kunnen krabben en spreken van een probleem als je doelgroep je dure voorzieningen links laat liggen. Toch gebeurt dit schijnbaar niet. Er wordt lukraak een park neergezet, er wordt een lintje doorgeknipt en er wordt weer doorgegaan naar de volgende klus, zoals de aanleg van een atletiekbaan – uiteraard in goed overleg met de atletiekbond.

De kern van het probleem ligt in de regelgeving: skateparken vallen in Nederland onder dezelfde wetgeving als speeltoestellen. Vaak is de ambtenaar die verantwoordelijk is voor de portefeuille van de speeltoestellen dus ook verantwoordelijk voor het plaatselijke skatepark.

Dit is waar het in de soep loopt. Gemeenten gaan in zee met speeltoestelfabrikanten die naast glijbanen en klimrekken ook mooie salespraatjes verkopen, zonder de benodigde expertise. Op dezelfde sites waar wethouders van sport en recreatie een klimrek, wipkip of glijbaantje uitkiezen, kunnen ze ook terecht voor "railslides en qurbs".

Dit ziet er misschien ~radical~ uit, maar bijna geen enkele skater kan hier iets mee. Tony Hawk woont niet in Amsterdam Nieuw-West

Voor een fractie van het geld dat uitgegeven wordt aan alle mislukte parken kan er iets gebouwd worden waar daadwerkelijk gebruik van wordt gemaakt, maar voor goede parken is samenwerking tussen skaters en de gemeenten nodig. Dit is bijvoorbeeld gebeurd in Schiedam en Zutphen, wat heeft geleid tot twee van de betere skateparken van het land. In Utrecht wordt het skatepark bij Ruigenhoek momenteel vernieuwd, en de plannen voor het nieuwe, betonnen park zien er ook bijzonder goed uit.

Dit is mede te danken aan Max Hartveld, die zowel skateboarder als jurist is. De slechte parken in Nederland stoorden hem – net als eigenlijk alle Nederlandse skaters – al vanaf het moment dat hij begon met skateboarden. Hij legde dit probleem bloot op zomoethetniet.tumblr.com en via zijn platform skateparkrecht.nl biedt hij zich aan als bemiddelaar tussen skaters en gemeenten, zoals in het geval van het park in Utrecht.

Voor zijn studie Law & Economics aan de Universiteit Utrecht schreef hij zijn scriptie over wat er beter kan aan de aanbesteding van skateparken door gemeenten. Daarnaast zet hij zich in voor Skateboard Federatie Nederland, een stichting die ervoor zorgt dat skaters georganiseerder voor de dag te komen – een lastige taak. "Je moet je toch organiseren en groeperen; dat is nou eenmaal hoe je iets bereikt in politieke onderhandelingen. Met alleen maar zeiken kom je niet ver," vertelde Max.

Max heeft nu goed contact met de gemeente, maar dat is niet uit de lucht komen vallen. "Het duurde een jaar voordat ik de juiste contactpersoon bij de gemeente vond. Het probleem is dat gemeenten zich nauwelijks laten adviseren. Er is niet één vaste manier, of één traject dat doorlopen wordt. Als je als skater zelf initiatief neemt, word je binnen de gemeente van het kastje naar de muur gestuurd. Alles valt of staat bij hoe goed de skaters en de gemeente het met elkaar kunnen vinden. Pas als de ambtenaar inzet en interesse toont, en de samenwerking goed is, dan kunnen er vette dingen ontstaan – voor skaters, door skaters."

Het is hoog tijd dat gemeenten skaters serieus nemen en het beschikbare geld zinnig besteden, en dat de skaters een stem creëren die gehoord wordt door politici aan de andere kant van de generatiekloof. Dan zien we daarna wel weer of er nog iets te zeiken valt. We blijven ten slotte wel skaters.

Lees ook:
Stacy Kranitz fotografeerde jonge skaters in Ohio
Iemand die in 'Kids' speelde is een documentaire over 'Kids' aan het maken
Leon Karssen maakt tekeningen van poezen, skateboards en skateboardende poezenpikken

Meer VICE
VICE-kanalen