900 jaar geleden verdween de maan, en het lijkt eindelijk duidelijk waarom

In het jaar 1110 was de maan ineens spoorloos verdwenen. Een millennium later hebben wetenschappers sterke aanwijzingen dat het met vulkanen te maken had.
25 mei 2020, 12:42pm
Castillo Caudilla, Spanje. Beeld: vpogarcia
Castillo Caudilla, Spanje. Beeld: vpogarcia

Ongeveer 900 jaar geleden zag een Britse getuige een volledige maansverduistering die niet alleen spectaculair was, maar ook gewoon best eng. Er was die nacht een heldere sterrenhemel te zien, maar de maan was spoorloos verdwenen.

De maan was “zo uitgedoofd dat er geen licht, geen lichtbol of ook maar iets van te zien” was, liet de getuige optekenen in een manuscript dat de Peterborough-kroniek heet. De maan bleef zo donker tot de volgende ochtend, toen-ie “vol en helder terug” was gekomen. In het millennium dat volgde is er nooit iemand met een plausibele verklaring gekomen.

Om toch enigszins te kunnen ophelderen wat er gebeurde op de nacht van 5 mei 1110, onderzocht een team wetenschappers boomringen, ijskernen en historische archieven. In een paper dat ze gepubliceerd hebben in Scientific Reports, stellen ze dat er vanwege een “vergeten cluster van vulkanische uitbarstingen” van 1108 tot 1110 een “sluier van stof” over Europa heen moet zijn getrokken, en dat de verduistering daardoor is veroorzaakt. Normaal gesproken wordt de maan verlicht door de zon, waardoor je ‘m niet meer kunt zien als het zonlicht ergens door geblokkeerd wordt – of dat nou de aarde zelf is tijdens een verduistering, of zoals in dit geval een hoop vulkanische as.

Het onderzoeksteam werd geleid door Sébastien Guillet, een paleoklimatoloog aan de Universiteit van Genève. In het paper schrijven ze dat de “donkerste totale maansverduisteringen” die zijn vastgelegd sinds 1600 “allemaal verbanden met grote vulkaanuitbarstingen”. De sterren werden niet door dit fenomeen beïnvloed doordat ze hun eigen licht uitstralen. Al schrijft Guillet in een e-mail wel dat “in de vroege negentiende eeuw ook is waargenomen dat sterren vervaagden na grote vulkanische uitbarstingen”.

De Peterborough-kroniek is “een van de meest uitgebreide en gedetailleerde verslagen die we kennen, wat betreft donkere maansverduisteringen tussen 500 en 1800 na Christus”, aldus het team. Dat riep de vraag op welke vulkaanuitbarstingen ermee te maken hebben kunnen gehad. Guillet en zijn collega’s zochten naar aanwijzingen voor grootschalige vulkanische activiteit in oude ijskernen uit Groenland en Antarctica. Deze kernen vormen een schat aan informatie over het klimaat uit het verleden, inclusief vulkaanuitbarstingen, die over de hele wereld as en aerosolen uit kunnen strooien. Het team zag dat er voor en tijdens het jaar 1110, toen de verduistering plaatsvond, pieken in sulfaataerosolen in de kernen zaten. Dat wijst erop dat de vulkanen rond die tijd rook in de stratosfeer hebben uitgestoten.

“We kwamen al snel op het idee dat de volledige maansverduistering in mei 1110 verband zou kunnen hebben met vulkanisme,” zegt Guillet. “Het trekt al langer de aandacht van astronomen, en zelf wisten we ook ruim voordat we de uitbarstingen gingen onderzoeken van het bestaan af.”

Guillet en zijn collega’s zochten naar aanwijzingen voor grootschalige vulkanische activiteit in oude ijskernen uit Groenland en Antarctica. Deze kernen vormen een schat aan informatie over het klimaat uit het verleden, inclusief vulkaanuitbarstingen, die over de hele wereld as en aerosolen uit kunnen strooien.

Om deze waarnemingen aan te vullen, richtten de onderzoekers zich op boomringen uit deze periode, omdat deze groeien op basis van seizoensgebonden klimaatpatronen. Volgens de ringen was het in het jaar 1109 in West-Europa ongebruikelijk koud en regenachtig, wat veroorzaakt of versterkt zou kunnen zijn geweest doordat een vulkaan grote hoeveelheden stof en as in de lucht blies.

Het sombere weer dat uit de boomringen blijkt, werd bevestigd door de historische verslagen die het team van Guillet verzamelde. In Ierland besloten mensen te vasten, en gaven ze aalmoezen aan God zodat “de zware regen en het slechte weer in de zomer en herfst misschien zou uitblijven”, volgens het manuscript Annals of Inisfallen. En toen in Frankrijk de honger uitbrak nadat de oogst was mislukt, “stierven er veel mensen en kwamen talloze rijke mensen in armoede terecht”, aldus de Kroniek van Morigny. In de Peterborough-kroniek staat tenslotte dat 1110 een “erg desastreus jaar” was geweest.

Het is ongetwijfeld een ingewikkeld verhaal hoe deze klimatologische en sociale ontwikkelingen zijn ontstaan, maar Guillet en zijn collega’s denken dat de combinatie van natuurlijk en historisch bewijs erop wijst dat een cluster van grote vulkaanuitbarstingen zeker een grote rol heeft gespeeld. Een van de boosdoeners is waarschijnlijk Asama, een actieve vulkaan midden op het grootste eiland van Japan. Deze vulkaan had in 1108 een catastrofale uitbarsting, wat we weten dankzij het dagboek Chūyūki van Fujiwara no Munetad.

Om de exacte bron van deze gigantische stofwolk vast te stellen is echter meer onderzoek nodig, aangezien het waarschijnlijk is dat veel uitbarstingen hebben bijgedragen aan dit “desastreuze jaar” van honger en enge zwarte hemels. Als het aan het team ligt, zou toekomstig onderzoek zich op tefra moeten richten, brokstukken in vulkanisch gesteente. Dit kan gevonden worden in ijskernen uit deze periode, en bevat mogelijk geochemische kenmerken die in verband kunnen worden gebracht met bepaalde vulkanen.

Dit nieuwe onderzoek helpt ons eraan herinneren dat alle plekken op onze planeet met elkaar in verbinding staan. Een natuurramp in de ene hoek van de wereld kan zijn weerslag hebben op mensen die duizenden kilometers verderop leven, en kan de maan zelfs verduisteren als de hemel helemaal helder is.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij VICE US.