ISIS

Zo was het leven van jonge vrouwen onder het bewind van ISIS

“Het haar en de huid van mijn moeder zaten overal op de muur. We hebben het schoongemaakt, maar als we hier zijn, denk ik aan onze familie.”
23.11.17
Salih laat foto’s van haar verwoeste huis zien (foto door Tommy Trenchard / Oxfam)

Eerder dit jaar werd ISIS eindelijk verdreven uit Mosul, na een strijd van negen maanden. De gevechten lieten een enorme ravage achter. Huizen werden ruïnes en de inwoners van Mosul dragen de lichamelijke en geestelijke littekens van de oorlog met zich mee. Er zijn hier tieners opgegroeid die niets anders kennen dan het conflict. Ze werden geboren tijdens de oorlog in Irak, zagen hoe hun land werd bezet door een coalitie geleid door Amerika. Vervolgens kwam ISIS, dat op brute wijze Mosul in een houdgreep hield. Mensen maakten traumatische dingen mee, maar zijn ook vastberaden om hun land weer op te bouwen. Oxfam (waar ik voor werk) waarschuwt voor de langetermijngevolgen voor een generatie Irakezen die opgroeide in een oorlog. De organisatie schreef een rapport met de titel ‘We Have Forgotten What Happiness Is’, waarin verteld wordt over de verschrikkelijke dingen die gebeurden tijdens de bezetting door ISIS. Jarenlang was er geen toegang tot onderwijs. Vrouwen zaten gevangen in hun eigen huis. Ze mochten enkel naar buiten onder begeleiding van een man. Toen begonnen de gevechten. Tijdens een bombardement kwamen de moeder en zus van de 15-jarige Malak om. Het tienjarige zusje van Salih stierf tijdens een luchtaanval. De benen van de 17-jarige Zahra werden verbrijzeld toen ze bedolven werd onder puin. Deze jonge meisjes zijn nu de vaandeldragers van hun natie, en van een betere toekomst. Zahra wil lerares worden, Salih een kleermaker en Malak wil terug naar school. Op VICE vertellen ze hun verhaal. Uit privacyoverwegingen zijn hun namen veranderd. Zahra, 17

Zahra in haar huis in het district Qayyarah, dat in 2016 werd terugveroverd van ISIS (foto door Tommy Trenchard/Oxfam)

Ik ben hier opgegroeid, ik kende iedereen. Ik was gelukkig totdat mijn oom werd ontvoerd. Toen ISIS kwam, wilden we ontsnappen. Maar ze vermoordden iedereen die probeerde te vluchten, dus besloten we te blijven.

Ik voelde me niet veilig, dus ik bleef gewoon thuis. ISIS greep elk excuus aan om mensen te vermoorden. Ik was bang. Als ik naar buiten ging, moest ik mijn handen en gezicht bedekken en er moest een man met me mee. Dat is geen vrijheid. Drie dagen voordat ons dorp werd bevrijd, zijn we gevlucht. Het huis van onze achterburen werd getroffen door een bom. Toen ons huis. Daarbij brak ik allebei mijn benen. Het lukte me om samen met mijn moeder, broertje en zusje te ontsnappen. Mijn vader bleef achter. Hij was bang dat ons huis zou worden afgepakt. We gingen naar Makhmur en daarna naar Kirkoek, want daar kon ik worden behandeld. Nu ISIS verdreven is, voel ik me weer veilig. Ik ga weer naar school. Ik wil graag studeren en later werken. Ik ben blij dat we weer in onze wijk wonen, en dat alle families weer samen zijn. Ik wil veel leren en later lerares worden. Ik hoop dat we hier kunnen blijven. Hier ben ik thuis. Ik wil nergens anders meer naartoe. Ik droom ervan dat iedereen kan studeren en dat we Irak heropbouwen. Salih, 20

Foto door Tommy Trenchard / Oxfam

Toen ISIS kwam, werden we gedwongen om ons lichaam te bedekken. We mochten niet meer alleen naar buiten. We probeerden te ontsnappen, maar ISIS liet ons nergens heengaan.

Dat we niet alleen naar buiten mochten, was het moeilijkste aan het leven onder ISIS-bewind. Vanuit de moskee verklaarden ze dat als een meisje alleen of onbedekt naar buiten ging, ze haar zouden laten vermoorden. We wilden weg, maar dat was doodeng. Als ISIS zag dat een familie probeerde te vertrekken, werden ze geëxecuteerd. Toen de gevechten begonnen, werden er luchtaanvallen uitgevoerd. Mijn zusje van tien werd gedood en mijn vader raakte gewond. Mijn familie vluchtte. Toen het vechten stopte, vroegen mijn ouders of we terug wilden komen. We zeiden ja. Ze vroegen: ook als het huis kapot is? Ja. Ook dan. Nu ISIS weg is, ben ik blij. Maar ik ben ook verdrietig. Mijn zusje is dood en ons huis verwoest. Ik denk er vaak aan. Ik wil dat we ons huis opnieuw opbouwen, op dezelfde plek. Ik wil in ons dorp blijven. Hier zijn mijn vrienden en mijn familie. Toch ben ik bang dat ISIS terugkomt. Ik droom ervan op een dag wakker te worden en dat ons huis opnieuw is opgebouwd. Ik droom ervan dat ik een naaimachine heb, zodat ik kleren kan maken. Malak, 15

Foto door Tommy Trenchard / Oxfam

Toen er werd gevochten, zijn veel mensen gevlucht. Maar wij bleven hier, waar het leger was. Toen raakte een mortier van ISIS ons huis. Mijn moeder en zus stierven en mijn vader raakte gewond.

Het haar en de huid van mijn moeder zaten overal op de muur. We hebben het schoongemaakt, maar als we hier zijn, denk ik aan onze familie en wat er gebeurd is. Ik ben verdrietig en ik mis ze. We gingen naar een vluchtelingenkamp. Ik moest voor mijn kleine broertje zorgen. Hij wilde nog steeds borstvoeding. Ik wilde niet in het kamp zijn, ik wilde naar huis, naar ons dorp. Het weer was zo heet dat het moeilijk was om in de tent te zijn. Ik had het er moeilijk mee. Ik kookte en bakte brood, maar niemand hielp – mijn vader was gehandicapt geraakt door de mortier. Afgelopen zomer zijn we teruggekeerd. Ons huis is vernietigd, dus we slapen nu bij mijn grootvader. Ik voel me vrij, het is veilig en ik kan gaan waar ik wil. Maar gelukkig ben ik niet. Alles is oké, maar mijn moeder en mijn zusje zijn dood. Ik ben intens verdrietig. Ik ben te jong om te trouwen. Ik wil eerst mijn opleiding afmaken en dan pas trouwen. Ik zou graag naar Mosoel gaan. Dat is een grote stad, waar je alles hebt. Mijn grootste droom is een nieuw huis, betere leefomstandigheden, meer geld en een nieuw, veilig leven.