Identiteit

Aseksuele mensen vertellen over hun liefdesleven

“Ik kan mijn vriendin in haar ogen kijken en dezelfde warmte voelen die ieder ander ervaart in een gelukkige relatie – maar ik heb gewoon nooit de neiging om haar te bespringen.”

door Serena Sonoma
26 januari 2019, 1:00pm

Foto door VegerFoto via Stocksy.

Omdat aseksualiteit een breed spectrum beslaat, kan de term bij sommige mensen verwarring oproepen – zelfs aseksuele mensen zelf zijn soms niet bekend met de vele betekenissen die het kan hebben. Wat lang niet iedereen zich realiseert, is dat aseksuele mensen nog steeds geïnteresseerd zijn in romantische relaties, en dat dat ze niet minder aseksueel maakt.

Om dit beter te begrijpen is het belangrijk om te beseffen dat seksuele oriëntatie en romantische oriëntatie twee verschillende dingen zijn. Seksuele oriëntatie gaat over tot wie iemand zich seksueel aangetrokken voelt, terwijl romantische aantrekkingskracht een verlangen is om een intieme band met iemand op te bouwen. Kort samengevat: romantische aantrekkingskracht is liefde, en seksuele aantrekkingskracht is lust. Deze twee concepten kunnen op veel verschillende manieren door elkaar lopen: iemand kan heteroseksueel zijn, maar homoromantisch, of homoseksueel maar heteroromantisch – iedere combinatie is mogelijk.

Aseksualiteit is ook nog eens een parapluterm voor meerdere dingen. Een persoon die zich als aseksueel identificeert kan overal op het spectrum vallen – waaronder ook antiseksueel, sekspositief en ‘grey-A’. Termen die andere aseksuele mensen misschien zelf misschien niet eens kennen. Volgens The Williams Institute, dat onderzoek doet naar seksualiteit en gender, is ongeveer 1 procent van de bevolking aseksueel, hoewel dat cijfer afkomstig is uit een studie van onderzoeker Anthony F. Bogaert, die het zelf een ruwe schatting noemt.

Om beter te begrijpen hoe het is om in een romantische relatie te zitten wanneer je aseksueel bent, sprak ik met een aantal aseksuele mensen die wél romantische aantrekkingskracht ervaren, over wat ze zouden willen dat andere mensen begrepen, en wat ze zouden willen dat ze zelf eerder hadden geweten.

Sommige aseksuele mensen hebben hun seksualiteit eigenlijk altijd al begrepen. Angelica (die zonder achternaam in dit artikel wil om haar privacy te beschermen) is een 21-jarige demiromantische aseksueel. Demiromantisch betekent dat ze alleen romantische aantrekkingskracht ervaart nadat ze een emotionele connectie met iemand heeft. “Ik wist dat ik aseksueel was toen ik ongeveer tien jaar was. Hoewel ik een tijdje ook heb gedacht dat ik gay was, omdat ik vrouwen aantrekkelijker vond,” vertelt ze. “Ik besefte pas dat ik aseksueel was toen ik doorkreeg dat die aantrekkingskracht een mix was van esthetische aantrekking (hetzelfde als wanneer ik een kunstwerk mooi vind) en tegen iemand opkijken.”

“Ik heb nooit een relatie gewild. Als ik als kind aan mijn toekomst dacht, zag ik mezelf in een klein appartement met huisdieren wonen,” zegt ze. “Maar toen ontmoette ik mijn partner, en veranderde ik van strict aromantisch naar demiromantisch, nadat ik maanden in de war was geweest over wat ik voelde.”

Angelica vertelt dat ze als aromantisch persoon nooit romantische gevoelens voor iemand had kunnen ontwikkelen. Maar als demiromantisch persoon werd ze verliefd op haar beste vriend (ze zegt ook dat dit niet zomaar met al haar beste vrienden had kunnen gebeuren – het ging hier om een heel specifiek individu waar ze voor viel). “Toen ik mijn partner ontmoette, had ik in eerste instantie geen romantische interesse in hem. Pas toen we heel hecht waren geworden, ging ik zoveel aan hem denken dat ik er hoofdpijn van kreeg. Maar het was een fijne, verslavende hoofdpijn. Ik keek er altijd naar uit om met hem te praten, en werd ontzettend vrolijk als ik een bericht van hem kreeg. Voor het eerst zag ik voor me dat ik de rest van mijn leven met iemand samen kon zijn.”

“Mensen denken vaak dat aseksuele mensen geen seks willen. Maar die mensen verwarren seksuele aantrekkingskracht met seksueel verlangen. Hoewel de beschrijving bij een deel van de aseksuele gemeenschap past, zijn er ook veel aseksuele mensen die van seks kunnen genieten, en er zelfs actief naar op zoek zijn.” Veel mensen denken dat aantrekkingskracht en verlangen hetzelfde is. Maar seksuele aantrekkingskracht refereert aan de genders waar een persoon zich tot aangetrokken voelt, en wordt vaak emotioneel ondersteund door de gevoelens die iemand krijgt voor een persoon die hij of zij seksueel aantrekkelijk vindt. Bij seksueel verlangen daarentegen, speelt er een andere motivatie, die vooral met de drang naar specifieke seksuele activiteiten of objecten te maken heeft. Seksuele aantrekkingskracht kan leiden tot seksueel verlangen, maar dat hoeft niet per se zo te zijn. En bij aseksuele mensen verschilt deze ervaring, en hoe ze daarmee in relaties omgaan, per individu.

Elisa Hansen, een 35-jarige uit North Carolina in Amerika, is bi-romantisch aseksueel, wat betekent dat ze zich op romantisch vlak aangetrokken voelt tot meerdere genders, terwijl haar seksuele oriëntatie aseksueel is. “Sommige aseksuele mensen ervaren wel opwinding, ondanks het gebrek aan aantrekkingskracht, maar dat heb ik zelf niet,” vertelt ze.

Elisa is op dit moment getrouwd. Ze ontmoette haar partner in de periode waarin ze eindelijk meer van haar eigen seksualiteit begon te begrijpen, na drie serieuze relaties te hebben gehad met zowel mannen als vrouwen. Ze begreep toen nog niet volledig dat ze aseksueel was, en had het gevoel dat er wat ‘mis’ was met haar, waarop ze probeerde zich eroverheen te zetten.

Nadat ze haar seksualiteit beter leerde begrijpen, ontmoette Elisa haar huidige partner. “Ons huwelijk is gezond en gelukkig, en seks is er gewoon maar een klein onderdeel van. We willen een gezin starten, dus we kunnen seks hebben met als doel het verwekken van een kindje,” vertelt ze.

“Ons huwelijk is gezond en gelukkig, en seks is er gewoon maar een klein onderdeel van.”

Elisa zegt dat haar partner zich seksueel tot haar aangetrokken voelt, maar geen hoog libido heeft. Haar partner weet dat ze best seks met hem wil hebben als het hem blij maakt, maar hij vraagt er nauwelijks om. “Als we niet zwanger proberen te worden, dan denk ik dat we ongeveer één keer in de drie maanden seks hebben,” zegt ze. “Ik voel me totaal niet seksueel tot hem aangetrokken, maar ik hou wel van hem, en ik wil graag een leven met hem opbouwen.”

Het feit dat ze af en toe seks heeft, leidt bij anderen soms tot verwarring over haar seksualiteit. “Veel gesprekken gaan zo van, ‘als mensen seks hebben, dan zijn ze niet echt aseksueel,’” zegt ze. Het enige dat echt belangrijk is in het bepalen of iemand aseksueel is of niet, is of diegene zichzelf als zodanig identificeert, zo stelt Elisa.

Elisa vertelt dat ze leerde om aseksualiteit als een spectrum te beschouwen dankzij The Purple-Red Scale of Attraction – een schaal waarmee je kunt definiëren hoe je je tot anderen voelt aangetrokken. De schaal meet aantrekkingskracht in twee dimensies: tot wie je je aangetrokken voelt, en op welke manier. Het is ontworpen als een vervanging van de Kinsey-schaal, en een poging om menselijke seksualiteit te versimpelen zonder de complexiteit ervan te ontkennen. De schaal gaat ook uitvoerig in op primaire en secundaire aantrekkingskracht. Primaire aantrekkingskracht is gebaseerd op informatie die redelijk makkelijk over een persoon te verkrijgen is, zoals uiterlijk, geur, fysieke kenmerken en eerste indrukken. Secundaire aantrekkingskracht gaat meer over de relatie en emotionele connectie die zich tussen mensen kan ontwikkelen, en bouwt op de perceptie van iemands persoonlijkheid en gedeelde ervaringen.

Aaron, een 25-jarige hetroromantische aseksuele man uit West Virginia, omschrijft zijn relatie tot aantrekkingskracht zo: “Ik kan mijn vriendin in haar ogen kijken en dezelfde warmte voelen die ieder ander ervaart in een gelukkige relatie – maar ik heb gewoon nooit de neiging om haar te bespringen.”

Volgens een onderzoek uit 2015, van een PhD-student in taalkunde aan de Universiteit van Michigan, is er binnen de queergemeenschap niet altijd ruimte voor inclusiviteit van aseksuele personen. Veel mensen in die gemeenschap zien hen namelijk niet als queer, waardoor aseksuele mensen weinig ruimte krijgen om hun identiteit te kunnen ontplooien. Toch denkt Aaron dat de aseksuele gemeenschap aan het groeien is. Want meer mensen leren de lhbt+-gemeenschap kennen – waar vaak ook nog een a bij komt, om rekening te houden met mensen die aseksueel zijn.

“Het gebrek aan seksuele aantrekkingskracht is net zo’n belangrijk onderdeel van het seksuele spectrum als andere seksuele en romantische oriëntaties van de lhbt+-gemeenschap,” vertelt Aaron. Wel merkt hij op dat er zelfs binnen die gemeenschap mensen zijn die aseksuele mensen niet begrijpen of zelfs minachten.

“Een hoop gesprekken over aseksualiteit met mensen die het niet begrijpen eindigen vaak op dezelfde manier als de discussies over biseksualiteit van jaren geleden. Dat mensen zeggen dat je “de juiste persoon gewoon nog niet hebt gevonden”, of dat het “gewoon een fase” is.

Het kan lastig zijn als de partner van een aseksueel persoon diegene niet goed begrijpt. Vooral als die partner zelf niet aseksueel is, kan het moeilijk zijn om een romantische relatie aan te gaan. Sommigen hebben dan alsnog seks met hun partner om ze tevreden te houden, zoals Joey Schwind, een 26-jarige uit Ohio die heteroromantisch is en gray-aseksueel (of ‘gray-ace’), een term voor mensen die over het algemeen aseksueel zijn, maar heel af en toe nog seksuele aantrekkingskracht ervaren. “Het is moeilijk om rekening te houden met de seksuele verlangens van de ander,” zegt hij. “Het geeft je het gevoel dat je tekortschiet.”

Als iemand meer van hem wil dan hij kan bieden, vertelt Joey, dan weet hij dat het gewoon niet gaat werken. “Ik probeer er eerst achter te komen wat iemands seksuele verlangens zijn, voordat ik close met ze word.” In Joey’s lange relaties lag de focus niet op het fysieke gedeelte van seks, maar op het rekening houden met de wensen van de ander. “Ik deed vaak wat ik kon om de ander te plezieren, en als ik diegene bevredigde vond ik het zelf ook leuker. Als we seks hadden probeerde ik me dus op hun ervaring te focussen, in plaats van die van mezelf. Maar ik heb ook een relatie met iemand gehad die maar heel heel af en toe seks wilde. Als we het dan deden, was het ook meteen betekenisvol.”

Angelica zou graag zien dat onze maatschappij er minder van uitgaat dat seks een universele behoefte en voorwaarde is om van intimiteit en hechte relaties te kunnen genieten – of überhaupt van seks zelf. “Er zijn genoeg aseksuele mensen die alsnog seks hebben,” vertelt ze. “Het erkennen en bespreken van die verschillen is onderdeel van het begrijpen van aseksualiteit.”