De wrede consequenties van verraad in de gevangenis

Het klinkt simpel, maar de jongens die zich de "rattenverdelgers" noemen, pakken soms ook de verkeerde rat.

door George T. Wilkerson; illustraties door Ryan Inzana
|
24 juli 2018, 11:04am

“Snitches get stitches.”

Dat is de belangrijkste van de regels onder gevangenen, de beruchte erecode onder dieven. Toen ik voor het eerst vast kwam te zitten, dacht ik dat het makkelijk zou zijn om niet te praten. Hoe moeilijk kon het zijn om je vrienden niet te verraden?

Op een dag viel mijn vriend Koby iemand aan die Chris heette, een man van middelbare leeftijd met een hitlersnorretje. Hij viel ‘m aan omdat Chris zonder te overleggen het tv-kanaal had veranderd. Toen Koby terug kwam uit de isoleer, was Chris overgeplaatst naar een andere afdeling.

“Die bitch heeft gesnitcht,” klaagde Koby. Zijn huid was vaal door het maandenlange gebrek aan zonlicht. Ik haalde mijn neus op. Hij keek me dreigend aan.

“Dat klopt, maar ik dacht dat je pas snitcht als je samen iets doet, en de een de ander verraadt om er zelf mee weg te komen,” zei ik. “Ik bedoel, je moest die vent altijd al hebben sinds hij hier zit. Had je verwacht dat hij loyaal aan je zou zijn? Nadat je zijn tanden eruit had geslagen?”

“Je begrijpt het verkeerd,” zei Koby. Snitchen is als je iemand aangeeft. Punt. Als je iemand in de problemen brengt, ben je een snitch.” De andere mannen om ons heen knikten, dus ik haalde mijn schouders op. Ik kon makkelijk voorkomen dat ik iemand in de problemen bracht, en iedereen zou Chris voor de rest van zijn tijd hier zien als een verrader.

Ik woonde in een cellenblok waar de zelfgemaakte wijn praktisch uit de kraan kwam. Bijna iedereen deed mee – zelfs de man met het haar van Einstein die vroeger hulpsherrif was geweest. Omdat de gevangenis werd gerund door zijn voormalige collega’s, praatte hij openlijk met hen. Op een dag grapte hij dat ons hele blok vol alcoholisten zat. Die nacht namen bewakers onze hele wijnvoorraad in beslag.

De volgende ochtend hoorde ik twee mannen er luid over praten terwijl ze naar Einstein keken, die elk oogcontact vermeed.

Man #1: “Iemand moet die woutenkop van hem verrot slaan omdat hij gesnitcht heeft.”

Man #2: “Maar hij is een agent. Wat had je verwacht? Het is onze fout dat we met hem gedeeld hebben.”

Man #1: “Dat maakt niet uit. Hij zit hier met ons, hij is een gevangene, net als wij. We moeten het samen doen. Hij heeft de code verbroken. Hij moet klappen krijgen.”

Dat ging zo een uurtje door, tot de een de ander genoeg had opgenaaid om die vent in elkaar te slaan. Maar ik heb regelmatig gezien dat dit soort mannen, die zich ‘rattenverdelgers’ noemen, de verkeerde rat te pakken hadden.

In dit geval vochten twee mannen in een cel, terwijl een derde de deur blokkeerde en op de uitkijk stond. Hij bleef heen en weer kijken, van het hok van de bewakers naar de cel.

Bewakers. Cel. Bewakers. Cel.

Plotseling kwam er een team opgefokte bewakers door een zijdeur binnen, die de cel bestormden.

Terwijl ze de twee mannen in de cel in de boeien sloegen, zei een bewaker tegen de man die op de uitkijk stond: “Ik zat in het hok. Als je niet zo heen en weer had staan kijken, had ik niets doorgehad. Probeer je de volgende keer niet zo verdacht te gedragen.” De rust keerde terug, terwijl de man op de uitkijk een kop als een tomaat kreeg.

“Damn, je hebt je maat per ongeluk verraden,” riep iemand nadat de bewakers weg waren. “Help me herinneren dat ik jou nooit op de uitkijk laat staan.”

De uitkijker stapte op de stem af en sloeg hem vol op zijn gezicht. “Ga niet slecht over mij praten, mietje,” zei hij. “Ik hou mijn hoofd koel. Als je een snitch ziet, sla je een snitch.”

De stem bood zijn excuses aan, en het label van verrader viel van de uitkijker af als een natte pleister.

De lessen stapelden zich op. Het was duidelijk dat je gestigmatiseerd en gemolesteerd wordt als er door jou iemand wordt gepakt. Je reputatie – je “gezicht” – is de manier om erbij te horen. Die bepaalt hoe mensen je behandelen, of het nou bewakers, verplegers of medegevangenen zijn. Er zijn maar weinig dingen die meer schade aan je reputatie aanbrengen dan de snitch-sticker opgeplakt krijgen. Iemand die van verraad wordt beschuldigd kan dat voorkomen door de beschuldiger uit te dagen en in elkaar te slaan – en die beschuldiger loopt zelf het risico beschuldigd te worden als hij niet achter zijn beschuldiging blijft staan.

Het was allemaal een beetje verwarrend, maar uiteindelijk dacht ik dat ik het wel wist: veroorzaak voor niemand problemen, ook niet per ongeluk, en beschuldig niemand van klikken tenzij je er klaar voor bent om rechter, jury en uitvoerende te zijn. Mijn morele kompas bleef bij me terwijl ik me aanpaste aan een leven met de doodstraf.

“We houden onszelf in de gaten.”

Dat is het devies van de doodstraf. Het aantal misdaden dat wordt gepleegd door mensen met de doodstraf is lager dan bij alle andere afdelingen van de gevangenis. Daarom geven de bewakers ons ruimte. We blijven bij elkaar en houden zo de vrede in stand. We zijn een gemeenschap. We volgen onze eigen regels. We hebben een code. Maar zoals elke andere set aan morele regels gemaakt door de mens, zijn er hiaten. Het corrupte element is inherent aan zijn paradoxale aard.

“Bewaker!” schreeuwde een aantal mannen, waaronder crimineel Lil’ Mike, die een engelachtig gezicht heeft met netjes gekamd effen wit haar.

Bewakers hielden twee geliefden in de gaten, die vaker dan eens bij elkaar in de kamer slopen. Deze keer was de bewaker in dienst net op tijd om ze te betrappen terwijl ze nog steeds hun kleding aan hadden. Ze gaf een waarschuwing: de volgende keer gaan ze naar lock-up. Dat is een kleinere cel waar gevangenen een tijdje worden geplaatst voor straf. Nadat de bewaker wegging, werd de meer masculiene geliefde kwaad.

“Waarom de fuck riep je niks?’” foeterde hij naar Lil’ Mike.

“Dat deed ik!” zei Lil’ Mike. “Zelfs een paar van ons! Ik kan er niks aan doen dat je ons niet hoorde.” Hij keek naar de anderen, die nonchalant terug naar hun cellen probeerden te verdwijnen. Lil’ Mike was oud en zwakjes. De masculiene geliefde was dertig jaar jonger en atletisch, met gebalde vuisten die er klaar voor waren om een mep uit te delen.

“Dat deed ik, verdomme!” vervolgde Lil’ Mike. “Je was gewoon te afgeleid om te luisteren. Ik zou het niet eens hoeven zeggen. Jij zou eigenlijk op de uitkijk moeten staan –”

Toen hij dat zei, flipte de geliefde, sloeg op hem in en ontweek met gemak de wiebelige meppen van Lil’ Mike.

Een paar dagen later sloegen de bewakers de lover in de boeien en plaatsten hem in een isoleercel, terwijl ze het ‘incident’ onderzochten. Iemand had een anoniem briefje gestuurd naar de opzichter. Lil’ Mike verklaarde dat hij z’n blauwe plekken over had gehouden aan een val in de douche. Hij hield zijn wandelstok omhoog om zijn geloofwaardigheid kracht bij te zetten.

“Ze denken dat het briefje van Danny kwam, het vriendje van Lil’ Mike,” zei een vriend tegen me in de rij voor het eten. “Hij doet wel gek sinds het gevecht, maar dat bewijst niks.”

Toen de geliefde terugkwam van de isoleercel, probeerde hij Danny te scalperen met een zelfgemaakt scheermes. Bewakers zagen het gebeuren, en hij werd weer teruggeplaatst in de isoleercel.

Danny weigerde om zijn verband te dragen. Hij staarde naar iedereen, terwijl hij de hechtingen in zijn haargrens liet zien als een soort van schrijnend protest waarin hij wilde zeggen: “Is dit hoe eenheid eruitziet?” Die rode strepen die over zijn voorhoofd zaten symboliseerde voor mij dat er geen weg terug was.

“We lossen onze eigen problemen op” echode er door mijn hoofd. Ik walgde ervan. Als het niet actief meehelpen aan dat iemand ergens mee wegkomt al wordt gezien als klikken, hoe kan ik dat dan ontwijken?

Het incident met het scheermes veroorzaakte een discussie. De consensus onder gevangenen is altijd geweest dat je je met je eigen zaken moet bemoeien. Dat klinkt handig, maar ook paradoxaal: hoe kunnen we de problemen in de gevangenis oplossen als je je alleen met je eigen zaken mag bemoeien? Daarom is het niet zo raar dat mensen anonieme briefjes sturen – welke toevlucht is er anders?

Ondanks de anonimiteit en het feit dat deze tekst geen rellen of straffen als gevolg zal hebben, is dit essay subversief. Ik ga in tegen tegen de autoriteit: de erecode. De oude mannen zeggen: “Het is een zinkend schip. Dat soort shit gebeurde niet in mijn tijd.” Ik betwijfel hun moraal. Ik heb genoeg horrorverhalen gehoord over die goeie oude tijd: brute verkrachtingen, dodelijk geklik, diefstal, gedwongen dienstbaarheid. Ik gok dat hun ontsteltenis voortkomt uit een gevoel van angst. Angst over dat zij de volgende zouden kunnen zijn. Ze hebben de jongere generatie juist nodig om hen te beschermen.

Misschien is het zo dat de code ooit de beestachtige elementen van de gevangenis in toom hield, maar sommige mannen maken er misbruik van om hun invloed te kunnen blijven uitoefenen. Het biedt een moreel kompas om uiteindelijk de zwakkelingen uit te sluiten, om bijna alles te kunnen rechtvaardigen. De regels over klikken en elkaar met rust laten zijn instrumenten voor in een primitieve omgeving, waar alles om macht draait en alleen de sterkste overleeft.

George T. Wilkerson is 37 jaar oud en heeft de doodstraf. Hij zit zijn straf uit in Raleigh, North Carolina. Hij is veroordeeld voor twee moorden in 2006.