Advertentie
Food by VICE

Ik haalde een nacht door in Tokio op zoek naar de heilige graal der katerremedies

Wat handige tips voor als je hoofd voelt als een tatami-mat na al die Japanse whisky's.

door Natalie B. Compton
09 augustus 2018, 10:45am

Alle foto's door de auteur

Ik heb geen idee wat de barman in deze whiskybar in een kelder in Tokio bedoelt met ‘een wedstrijdje’. Hij en zijn twee collega's kijken me stralend aan in afwachting van mijn reactie op de uitdaging. Wat moet ik proeven? Waar zit ‘m de uitdaging in? Wat kost het? In plaats van dat ik deze vragen stel, zeg ik gewoon ja. De barkeeper, Wataru, duikt achter de bar om de benodigdheden te verzamelen.

De reden dat ik überhaupt in deze kelder zit, heeft te maken met een persoonlijke obsessie: het vinden van het beste katermedicijn ter wereld. Ik weet niet zeker of er echt één bestaat, maar dat weerhoudt me er niet van om het aan elke barman, distilleerder, agave-boer en zuipschuit die ik ontmoet te vragen, van Mexico tot Finland. Op een zwoele dinsdagavond in Tokio was ik weer bezig met deze onzin, op een missie om uit te vinden of ik de geheimen die ik al jarenlang najaag in Japan zou kunnen vinden.

Japan is beroemd (of berucht, afhankelijk van wie je het vraagt) om z'n drankcultuur. Mannen en vrouwen drinken de hele nacht hard en veel, soms letterlijk tot de zon opkomt, en komen alsnog op tijd op hun werk. Ze hebben hier vast tips om de onvermijdelijke ochtendlijke pijn te beperken. En zo begon ik na een paar opwarmingsbiertje met vrienden in een izakaya (een traditionele, informele Japanse bar) in Shinjuku aan een nachtje drinken. Voor de wetenschap.

Tokio is de meest dichtbevolkte stad ter wereld. Ruimte is kostbaar, dus ondergronde bars en restaurants zijn niet ongewoon. Dat iets in een kelder zit, maakt het niet automatisch schimmig. Na een paar weken in Japan voelde ik me volledig thuis onder straatniveau. De vorige avond was ik naar Tsurutokame gegaan, een ondergronds kaiseki-restaurant dat volledig wordt gerund door vrouwen, waar veel beroemdheden en politici dineren. De plek waar ik nu ben, ROSE Whiskey Bottle Bar, heb ik gevonden op aanbeveling van Lance Henderstein, een fotograaf die soms in Tokio woont.

ROSE is geen doorsnee whiskybar. Het is goed verlicht, zodat je alle glinsterende flessen aan de muur goed kunt zien. Er hangt een tv in de hoek, waar een programma over leven in de oceaan speelt. Terwijl een clownvis door wuivende zeeanemonen zwemt, begin ik me zorgen te maken. Wataru tovert vier flessen Japanse whisky onder de bar vandaan: Yamazaki Single Malt, Yamazaki 18 jaar, 12 jaar en The Chita. Aan mij de taak om straks te proeven en te raden welke whisky in welk glas zit. Mijn angst is tweeledig. Ik ben geen whisky-expert en Japanse whisky is bizar duur.

Op papier zou dit spel eenvoudig moeten zijn. Een paar dagen eerder was ik immers in de Yamazaki-distilleerderij geweest, waar ik zelfs een heb rondleiding gekregen van Suntory's wereldwijde merkambassadeur, Mike Miyamoto. Hij werkt al sinds 1973 bij Yamazaki, en was zelfs de eerste Japanner in de whisky-industrie.

"Ik kan elke vraag over whisky beantwoorden, maar vraag me alsjeblieft niet naar iets anders,” had hij tegen me gezegd. We liepen rond in de distilleerderij, de eerste whiskystokerij van Japan, en ontdekten hoe het eraan toeging op deze heilige grond.

Ik vroeg Miyamoto of hij tijdens zijn leven in de wereld van whisky iets te weten was gekomen over katermedicijnen. Hij lachte om de vraag. “Nee. Veel water drinken. Dat is alles," zei hij. "Als je te veel drinkt maakt het niet uit wat je doet, je krijgt hoe dan ook een kater.”

Miyamoto legde uit dat hij niet veel drinkt en zichzelf goed in toom houdt. “Voor drie glazen whisky trek ik meestal zo’n uur of twee uit," zei hij. "Tussendoor drink ik veel water."

Hij vertelde me dat sommige Japanners supplementen met sesamolie nemen ten behoeve van hun lever. Hij neemt deze ook elke dag, alleen niet tegen katers, maar gewoon voor de gezondheid. Na de rondleiding proefden we een aantal whisky’s, inclusief alle whisky's die bij ROSE voor m’n neus neer waren gezet. Ik had beter op de subtiele nuanceverschillen moeten letten, in plaats van alleen te denken: jep, dit is lekker.

De andere gasten in ROSE kijken toe terwijl ik elk glas whisky oppak, ronddraai en eraan ruik, alsof ik weet wat ik doe. Op goed geluk plaats ik naamkaartjes naast mijn glazen. Mijn eerste gok is goed, waardoor het piepkleine barretje uitbarst in een welgemeend applaus. De 12- en 18-jarige whisky's haal ik door elkaar, wat een score van twee van de vier oplevert. Het besef dat alleen de 18-jarige al 7000 yen (55 euro) per glas kost, zorgt ervoor dat de moed me in de schoenen zakt terwijl ik bereken wat het verliezen van dit spelletje me gaat kosten.

Misschien komt het doordat mijn paniek duidelijk zichtbaar is, maar barvrouw Maho wijst naar de flessen, en zegt iets in het Japans – een taal die ik, voor de duidelijkheid, niet spreek. Ze haalt Google Translate tevoorschijn en laat me het Engelse woord ‘service’ zien. Ik ben nog steeds in de war. Ze probeert het opnieuw en schrijft ‘gratis’. Gelukkig.

Nu we toch op Google Translate overgestapt zijn, stel ik zelf een vraag.

“Hebben Japanse mensen een specifiek medicijn of drankje tegen een kater?” Ik typ het en laat de vertaling lezen. Maho trekt haar wenkbrauwen op en roept Wataru erbij om de vraag te bespreken. Ze reageren met ‘Ukon no Chikara’: een supplement gemaakt van kurkuma. Daarna laten ze een foto van een flesje zien: Daiichisankyo IchouYaku Green, een geneesmiddel voor darmklachten. Ik maak een foto van de foto en vertrek uit de bar.

Om half twee ‘s nachts verlaat ik ROSE. Ik vraag Wataru naar een tip voor mijn volgende bar, en hij neemt me direct mee naar een plek iets verderop. Japanse gastvrijheid is gestoord. Hij zet me af bij een bar met de naam Champion en ik bedank hem voor alles: de goede avond, de proeverij, de wandeling en de papieren waaier van Ballantine’s, die hij me in de bar cadeau deed.

Ik loop bij Champion naar binnen en meteen ook weer naar buiten. De hele bar zit vol met toeristen die brullend Bruce Springsteen-karaoke zingen. Ik besluit een plekje te zoeken in Golden Gai, een doolhof van minuscule bars, gelegen in laagbouw omringd door de wolkenkrabbers van Shinjuku.

Tijdens het navigeren door de wirwar van steegjes raak ik bevriend met de 26-jarige Taka, die voor een landbouwstartup werkt. We gaan naar Bar Bergerac, een karaoketent die ik drie jaar eerder al eens had bezocht. We bestellen een rondje mixdrankjes en ik vraag hem naar zijn favoriete katermaaltijd. Ik vertel hem dat de mijne ramen is.

“Ramen is het laatste waar ik zin in heb. Persoonlijk eet ik het liefst Japanse ingelegde groente of pap,” vertelt hij me. “Ik denk dat dat beter voor de maag is. Meestal zorgt alcohol ervoor dat mensen vette dingen willen eten, zoals ramen, maar als je echt een kater hebt wil je niet eten. Toen ik nog student was at ik vaak een kom met rijst en biefstuk bij Yoshinoya. Of McDonald's. Dat doe ik nu niet meer.

De uren verstrijken terwijl we van bar naar bar trekken. We eindigen bij een lege gin-bar vol met flessen van over de hele wereld. De barman vertelt ons dat zijn naam Indi is, zoals Indiana Jones. Hij opent een zakje kaasknabbels voor bij onze drankjes. Ik vraag hem wat mensen hier tegen hun katers doen.

“Vaste gasten in Golden Gai die te veel gedronken hebben gaan naar de sauna, en drinken veel water,“ zegt Indi. “Vaste gasten die een kater hebben komen terug om meer te drinken."

Ik vraag hem naar medicijnen of supplementen die mensen eventueel kunnen nemen. “Ik weet niks van medicijnen", zegt hij. "Pocari Sweat, misschien. Sportdrankjes." Pocari Sweat is een licht citrusachtige sportdrank vol electrolyten die je overal in Azië kunt vinden.

Taka oppert Ukon no Chikara., een drankje gemaakt van een soort groente die je beschermt tegen een kater. “Alle supermarkten verkopen ze,” zegt hij. "Japanners kopen het in de supermarkt voordat ze dronken worden. Het is een drankje dat helpt om nuchter te worden maar je ook beschermt tegen een kater.”

Had ik dat maar geweten voordat ik vandaag begon met drinken.

Als we de gin-bar verlaten is het vijf uur 's ochtends en schijnt de zon. Ik zet me schrap voor de lange wandeling naar huis en de kater die ik zeker zal hebben na het mixen van whisky, bier, sake en umeshu – een pruimenlikeur dat naar fruitige frisdrank smaakt als je het mixt met koolzuurhoudend water.

Als ik wakker word is het drie uur ’s middags en tijd om te kijken of ik een paar van de katermedicijnen die ik heb verzameld kan uitproberen. Terwijl ik een plan smeed, merk ik dat ik overal pijn heb.

Ik verlaat mijn appartement in Kanda en ga ergens koffie drinken, gevolgd door een groene thee. Gefrituurde kip klinkt als een goed idee, dus stap ik een 100 Hours Curry binnen voor een bord met rijst, vlees en saus. Het helpt een beetje. Opeens herinner ik me Pocari Sweat. Ik duik een winkeltje in om een gigantische fles te kopen.

Ik sla het sportdrankje achterover terwijl ik drogisterijen afstruin tot ik er eentje vind die IchouYaku Green verkoopt. De apotheker raadt me Bufferin aan tegen mijn hoofdpijn. Omdat de schade toch al is aangericht, zoek ik niet naar Ukon no Chikara, het kurkuma-supplement dat je moet nemen voordat je gaat drinken. Daar is het te laat voor.

Tegen de tijd dat ik de fles Pocari Sweat leeg heb voel ik me duizelig en ellendig. Ik barst uit elkaar door een mengsel sportdrank, koffie, thee en mogelijk onjuiste doses katermedicijn (de aanwijzingen waren in het Japans, en ik ben een idioot). Ik besluit voor mijn laatste redmiddel te gaan: naar de sportschool gaan. Dat is immers iets wat bijna elke barman me ooit aanraadde na overmatig drankgebruik. Ik ram mezelf door de hel die ‘de metro van Tokio in de spits’ heet heen en kom uit bij het Tokyo Metropolitan Gymnasium, waar je kunt sporten tegen het ongelooflijk lage tarief van vier euro per dag (plus de euro die het kost om een handdoek te huren).

Met elke zweetdruppel die op de rubberen sportschoolvloer valt, voel ik me iets dichter richting de buurt van normaal kruipen. Ik heb geen magische oplossing gevonden, maar ik heb wel het gevoel dat alles weer goedkomt.

Volg MUNCHIES op Facebook, Instagram en Flipboard.

Tagged:
Munchies
Food
japan
tokyo
Τόκιο
Whiskey
Whisky
japanese whisky