Quantcast
VICE Guide to Work

We vroegen mensen met een droombaan of hun werk echt zo fantastisch is

Wie wil er nou niet voor zijn werk elk weekend lekker uit eten of de hele dag gamen?

DoorNils de Langeillustraties doorNanna de Jong

Is een kantoorbaan echt zo kut als het klinkt? Hoe eerlijk moet ik zijn bij een sollicitatie? En ben ik kansloos zonder diploma? De komende drie weken kan je op VICE terecht voor alles wat je moet weten over hoe werken werkt. Lees alle artikelen uit de VICE Guide to Work hier.

De belangrijkste reden om te werken is voor de meeste mensen eenduidig: omdat je aan het eind van de maand geld op je rekening gestort krijgt waarmee je de huur kunt betalen, en leuke dingen kunt doen als reizen, eten in restaurants of de nieuwste games kopen – net waar je zelf zin in hebt. Dat je daarvoor meer dagen in de week dan je zou willen op een suffig kantoor zit, of koffie maakt voor net iets te ongeduldige mensen, neem je voor lief. Maar er zijn ook geluksvogels wiens werk zelf fantastisch is, of zo lijkt het toch althans. Want wie wil er nou niet voor zijn beroep elke week lekker uit eten, of de hele dag gamen?

We vroegen drie mensen die op het eerste gezicht een droombaan hebben, of hun werk echt zo fantastisch is, en of er ook nadelen aan hun baan kleven.

Liesbeth Rasker (29)

Liesbeth reist de wereld rond en schrijft daarover voor tijdschriften, op haar eigen website Bagtoreality en in haar boek Pinnen in Mongolië en andere oplosbare reisongemakken

VICE: Ha Liesbeth. Jij reist de hele wereld over voor je werk. Is dat net zo chill als het klinkt?
Liesbeth: Ja, eigenlijk wel. En er zijn natuurlijk ook nadelen, want alles heeft nadelen. Mensen die vergelijkbaar werk doen willen altijd graag benadrukken dat het echt heel hard werken is. Maar als je er even over nadenkt is het natuurlijk inderdaad fucking vet.

Wat zijn die nadelen dan?
Omdat ik freelance werk heb ik, net als andere freelancers, geen vast inkomen en dus in die zin geen zekerheid. Of je nou over economie of over reizen schrijft, dat blijft gewoon hetzelfde. Een ander nadeel is dat je eigenlijk niet meer echt op vakantie kunt gaan. Vanaf het moment dat ik de grens over ga, dan ga ik ‘aan’ in plaats van ‘uit’. Dan wil ik overal foto's van maken, registreren, rapporteren, omdat ik denk: oh dit is een spannend verhaal, dit wil ik aan iedereen vertellen. Dat is juist niet waarom je normaal gesproken op vakantie gaat.

Heb je dan pas echt vakantie als je een keer een weekje thuis bent?
Ja, ik kan beter vakantie thuis hebben. Als ik een rustigere periode heb met weinig opdrachten, vind ik het ontspannener om hier even te hangen. Want dan hoef ik niet zo veel van mezelf.

En heb je ook weleens geen zin in je werk?
Ja, zeker. Vorig jaar had ik een kutperiode. Er gebeurde allemaal dingen in mijn privé-leven. Ik was hartstikke verdrietig, en ik wilde alleen maar op de bank onder de deken liggen met mijn kat. Net in die periode moest ik voor een opdracht naar Athene en Madrid. En ja, je hebt soms helemaal geen zin om te vliegen en om ergens heen te moeten als je alleen maar in bed wil liggen.

Is dit je droombaan?
Ja en nee. Want ik zie het helemaal niet als een baan. Dat is echt zo, het voelt helemaal niet als werk, het is gewoon fucking vet. Ik kan me ook niet voorstellen dat ik ooit nog vijf dagen per week naar hetzelfde kantoor moet gaan, en dat ik aan iemand moet vragen of ik vakantiedagen mag. Daar krijg ik vlekken van in mijn nek.

Guy Michielsens (30)

Guy test videogames bij Guerrilla Gaming

VICE: Hoi Guy. Is jouw werk zo leuk als het klinkt?
Guy: Ik vind het zelf heel tof. Ik vond het vroeger onrealistisch om te denken dat ik een baan zou kunnen vinden in de game-industrie. Dat leek me iets dat je in Amerika moest doen, maar op een gegeven moment kwam ik erachter dat ik ook in Nederland games kon testen.

Wat is het grootste misverstand dat er over je werk bestaat?
Dat ik de hele dag spelletjes zit te spelen. Ik hoor dat heel vaak, als mijn ouders het er met vrienden over hebben bijvoorbeeld, is altijd de eerste vraag: “Oh, dus hij zit de hele dag spelletjes te spelen?” Maar er komt veel meer bij kijken. Je gaat door hele systematische plannen heen tijdens het testen.

Wilde je vroeger altijd al gametester worden?
Nee, dat was zeker niet het plan. Ik ben begonnen met economie en maatschappij op de middelbare school. Maar dat had er denk ik ook mee te maken dat ik niet dacht dat het realistisch was dat ik zou kunnen doen. Ik dacht niet dat het een mogelijkheid was.

Hoe ben je dan toch gametester geworden?
Ik heb communicatie en multimediadesign gestudeerd. Dat heb ik niet afgerond, en toen zat ik op een punt dat ik iets anders moest gaan kiezen. Ik had een paar maanden om die keuze te maken, en ik dacht: ik kan nu iets kiezen dat ik echt wil doen, en daar dan 100 procent voor gaan. Ik heb een tijdje heel goed rond gezocht, en uiteindelijk heb ik toen een baan gevonden in Spanje bij Electronic Arts, die maken games als FIFA en Battlefield. Met de ervaring die ik daar heb opgedaan heb ik na vierenhalf jaar de keuze gemaakt om terug naar Nederland te gaan en hier iets te kiezen. Dat was een heel goede timing, want toen heb ik Guerrilla kunnen vinden, die op dat moment op zoek waren naar testers voor Horizon Zero Dawn, wat mij een hele toffe game leek.

Heb je nog wel plezier in gamen in je vrije tijd, of kijk je nu naar elke game met een professionele blik?
Er zijn altijd nog games waar ik me helemaal in kan verliezen, die altijd weer iets leuks en iets nieuws bieden. Uiteraard is het wel bij onze eigen games zo, dat je de ins en outs wel weet, en je er daarom wat minder plezier aan beleeft. Maar de game-industrie is nu zo groot, met zo veel leuke games, dat er altijd wel iets nieuws te vinden is.

Hiske Versprille (35)

Hiske schrijft over eten, en recenseert restaurants voor Het Parool.

VICE: Hallo Hiske. Is het recenseren van restaurants net zo leuk als het klinkt?
Hiske: Ja, ik vind het zelf heel leuk, maar ik weet niet of iedereen het zo leuk zou vinden. Ik kreeg de baan die ik nu heb heel onverwachts omdat mijn voorganger [Johannes van Dam] overleed. Ik kom zelf uit de horeca, ik hou heel erg van uit eten gaan en ik hou ook heel erg van schrijven over eten. Dus het was toen ik ‘m kreeg wel echt een droombaan. Ik was ook nog maar net journalist, pas een jaar of twee. Het kwam wel erg vroeg, en daardoor vond ik het heel erg spannend en best wel eng. Dus in het begin was het een beetje afwachten of ik het zou volhouden en of ik het überhaupt kon. Ik ben een heel ander type dan Johannes Van Dam was. Daar kreeg ik ook wel veel gezeik over. Dus veel boze brieven in het begin heel erg. In het begin waren dat er heel veel, maar op een gegeven moment werd dat wat minder en dan raak je wat beter in je rol. Je krijgt meer je eigen stem. En dan wordt het eigenlijk pas echt leuk.

Wat is het grootste misverstand over jouw werk?
Ik vind het wel een misverstand dat recensenten ook heel goed moeten kunnen koken. Je hebt gidsen als de Lekker of de Michelingids, waarbij mensen meerdere malen naar restaurants gaan en die van haver tot gort beschrijven. Dat is heel anders dan dat je een keer naar een restaurant gaat en dan de avond die je hebt beschrijft. En dat tweede is eigenlijk wat recensenten van Nederlandse kranten, zoals ik, doen.

Wat moet je kunnen om culinair recensent te worden?
Er zijn inhoudelijke dingen die belangrijk zijn. Zo heb ik zelf in de horeca gewerkt, waardoor ik een beetje begrijp hoe het er in een restaurant aan toe gaat. Dat als je ergens zit, je ook begrijpt dat de service niet goed is omdat er een persoon te weinig staat, en dat je dat ziet. Of dat er iets spaak loopt in de keuken en je dat ziet. Dat vind ik nuttig. Maar ik denk dat het belangrijkste is dat je goed aan waarheidsvinding kunt doen, en dingen echt kunt gaan onderzoeken. Je moet weten waar je moet zoeken en waar je wat moet vragen. Dat zijn meer journalistieke vaardigheden dan dingen die perse met die culinaire achtergrond te maken hebben.

Moet je daarnaast ook talent hebben? Moet je goed kunnen proeven?
Ik weet niet zeker of goed kunnen proeven een talent is. Ik denk dat het iets is dat je kunt ontwikkelen, als je elke week ergens anders kunt gaan eten gaat dat ook best wel snel. Het gaat heel erg om je referentiekader en welke associaties je hebt bij verschillende gerechten. Dat je dat gerecht op een paar verschillende manieren proeft. Dat ontwikkel je echt door het te doen. En hetzelfde geldt voor schrijven. Je kan er wel een gevoel voor hebben of een bepaalde manier van kijken die helpt om een sprekend stuk te schrijven maar dat soort dingen kun je ook heel goed oefenen. Dus niet gaan zitten wachten op een talent maar veel gaan uit eten en daar veel over schrijven.