Interview

Daan Roosegaarde gaat de ruimte in

"We zijn met zijn allen heel hard bezig om ervoor te zorgen dat we op aarde gevangen zitten."

door Toon Heesakkers
24 april 2017, 10:16am

Al het beeld door Willem de Kam

Voor Daan Roosegaarde is het tijd voor iets nieuws. Het Smog Free Project heeft luchtkwaliteit op de agenda gezet, vooral in plekken zoals China, waar dat heel hard nodig was. Nu richt hij zich op een nieuwe uitdaging: de ruimte. In het specifiek ruimteafval – zeg maar de final frontier van de rommel die we als mensheid maken. In een gesprek over zijn aankomende projecten denkt hij hardop na over hoe je met ruimteafval een adembenemende lichtinstallatie zou kunnen maken.

De rest van dit jaar zullen we nog vaker bij Daan Roosegaarde terugkomen om het te hebben over Icoon Afsluitdijk, het grote project op de Afsluitdijk dat hij samen met zijn team in de herfst presenteert. Daar gaan verschillende tijdelijke en permanente werken komen: de Windvogel, energieopwekkende vliegers naar de droom van Wubbo Ockels, Glowing Nature, een expositie met lichtgevende micro-organismen, en het permanente slotstuk Lichtpoort. Zestig monumentale sluizen krijgen een reflecterende laag, waardoor de lijnen van de sluisdeuren oplichten door de koplampen van passerende auto's. "Als je er doorheen rijdt, dan is het net alsof je in The Matrix zit," belooft Roosegaarde.

Al het beeld door Willem de Kam

Creators: Hoi Daan! Laten we eens doen alsof we vanuit de ruimte naar de aarde kijken. Wat zie jij dan?
Daan Roosegaarde: Ik zie leven, het verlangen om te ontdekken, maar ook het onvermogen om dat in symbiose te doen met de rest van de planeet. Er zit ook zeker iets tragisch in. Het is zo mooi, het kan zo veel, maar we – inclusief mezelf – doen zo weinig.

Ik kan me nog jouw postzegels van een paar jaar terug herinneren. Daarop zie je dat leven heel goed.
Je ziet het netwerk van licht dat we als mens creëren. Sommigen vinden het schoonheid, astronomen haten dit – lichtvervuiling waardoor ze de sterren niet kunnen zien. Ik vind het zelf wel mooi, omdat het laat zien waar leven is en de impact die we hebben als mens op de aarde.

En binnenkort komt er in Eindhoven Space, een vergelijkbaar werk maar dan heel veel groter dan een postzegel.
We hebben met foto's van NASA een wand van negentig meter gemaakt. Als je er langs loopt is het net alsof je als astronaut rond de aarde reist.
Het is van hetzelfde materiaal als Beyond, de wolkenwand op Schiphol. Ook al is het maar een paar centimeter dik, ziet het er straks uit alsof je de diepte inkijkt. Er zitten allemaal easter eggs in: je ziet bosbranden, een hele grote kolonie lichtgevende algen die je ook echt vanuit de ruimte kan zien. Je ziet ook heel goed waar wel en waar geen mensen zijn. In Egypte zie je rond de Nijl veel licht, en de rest is gewoon zwart. En het verschil tussen Noord- en Zuid-Korea. Het is heel dubbel. Aan de ene kant is het alsof je naar de sterren kijkt, maar aan de andere kant denk je ook: wat zijn we toch brute wezens.

Je hebt ook al heel wat licht aan de wereld toegevoegd. Toch zie ik wat veranderen. Op de Afsluitdijk werk je met reflectie, lichtgevende bio-organismen, de energieopwekkende Windvogel. In welk opzicht ben je anders naar licht gaan kijken?
Ik denk dat we het natuurlijker aan het maken zijn. Dat we weggaan van de obsessie met ledjes, chips en sensors, en dat we veel meer kijken naar de natuur. Deels is dat omdat we op een veel grotere schaal werken en dat de levensduur van de werken ook langer moet zijn. In het begin – iets van acht jaar geleden – waren we heel trots op die microchips en die lieten we ook zien. Nu vinden we hoe zo'n lotus openvouwt veel bijzonderder. Dat is nog steeds technologie, maar het zit veel meer in het materiaal.

Dus als je technologie ergens toepast moet het natuurlijk aanvoelen?
Sowieso. En ook weg van het scherm. Fuck die apps. De natuur is een hele grote poel van informatie en kennis, die we als mens ook nog maar gedeeltelijk begrijpen. Hoe kan een uil nou vliegen zonder geluid te maken en wat kunnen we daarvan leren voor het maken van vliegtuigen?

Je was laatst bij de Verenigde Naties om te pleiten voor een universeel mensenrecht op 'schoonheid'. Waarom?
Schoonheid is een mooi en typisch Nederlands woord. Het betekent zowel 'schoon' als 'mooi'. Stiekem hebben we allemaal het verlangen naar schoonheid. Daarom reizen we af naar allerlei verre plekken. Ik vind dat we dat moeten erkennen en ook meer waardering moeten geven in de keuzes die we maken. Bijvoorbeeld in hoe we steden ontwerpen. Schoonheid is echt een uitgangspunt van me, al besef ik dat pas sinds drie of vier maanden.

Maar ik kan me wel voorstellen dat er landen op de wereld zijn die dit zien als een luxe die ze zich niet kunnen veroorloven.
Dat dacht ik eerst ook, maar dat valt wel mee. India is bijvoorbeeld bezig om het recht op schone lucht vast te leggen in de grondwet. Wat betreft het recht op schone lucht zijn drie of vier landen al heel ver om dat de standaard te maken.

Oké, maar nu hebben we het wel over het onderdeel 'schoon' van schoonheid. Hoe zit dat met het onderdeel 'mooi'?
Ja, wat is mooi? Ik denk dat het er dan meer om gaat dat je als mens een plek hebt waar je je verbonden mee voelt. Een plaats die je inspireert en uitlokt, en waar je jezelf een burger voelt en niet alleen een belastingbetaler. Het gaat me er in ieder geval niet over dat alle ramen netjes gepoetst zijn.

Ik probeer nog tot de kern te komen. Bedoel je dat iedereen een plek verdient die hem of haar prikkelt?
Ja! Nu zitten we soms op plekken waar we alleen naar een computerscherm kijken. We voeden onze dromen aan Facebook en Twitter, terwijl onze fysieke wereld crasht. En dan denken we snel: daar moet die overheid maar voor zorgen.

Je wil mensen ook gewoon graag van het scherm af hebben?
Ik wil vooral mezelf van het scherm af hebben, al ben ik zelf net zo erg. Dat scherm zal er altijd blijven en dat is prima. Je kan er ook geweldige dingen mee doen en – eerlijk is eerlijk – dankzij internet kan mijn studio ook bestaan. Ik vind wel dat we als mens steeds kunstmatiger worden en dat onze interacties steeds kunstmatiger worden. Dat vind ik niet fijn.

Studio Roosegaarde gaat ook steeds meer internationaal. Is Nederland te klein voor je geworden of hebben ze je ergens anders harder nodig?
Nederland is de proeftuin, waar we kunnen uitproberen, fouten kunnen maken en ons kunnen bewijzen. En daarna schaalt het door. Ik vind het fijn om in landen te zijn die ik nog niet ken, waardoor ik gedwongen wordt om opnieuw te gaan kijken. Azië daagt me heel erg uit. Het stelt vragen die ik niet kan beantwoorden, het investeert in mijn ideeën en het vraagt constant om meer. Nederland is heel goed aan het begin, maar vervolgens is het aarzelend in het doorpakken.
We mogen ook niet klagen: ons project op de Afsluitdijk is uniek. Wie krijgt nou de kans om een van de beroemdste dijken ter wereld vorm te geven? Maar tegelijkertijd zijn er wel plekken op de wereld waar dat soort ideeën veel harder nodig zijn en nog meer impact gaan hebben.

Je zoekt naar impact?
Ja, maar ik zoek ook naar wat ik nog niet ken. Naar plekken waar mensen vragen: who the fuck is Mister Rosebottle? Zo word je gedwongen om niet vanuit je ego te denken en weer amateur te zijn. En dan leer je. Drie jaar geleden was ik amateur in smog en nu ben ik expert, dat durf ik best te zeggen. Nu ben ik weer amateur in space waste. Ik was gisteren bij ESA en dat dwingt me weer om heel veel te leren. Dus: een nieuwe obsessie.

Vertel eens wat over die obsessie.
Wat fijnstof is voor de aarde, is ruimteafval voor het heelal. Er zijn nu meer dan 1,2 miljoen objecten die door ons handelen rond de aarde zweven. Dat zijn kapotte satellieten, mislukte proeven of gewoon afval. Het is vrij heftig, want als zo'n object een satelliet raakt, is de satelliet beschadigd. En het dreigt zo erg te worden dat we in de toekomst niets meer kunnen lanceren omdat de raket dan dat ruimteafval raakt.
Stel je eens voor: je hebt de aarde – met een dun laagje atmosfeer als bescherming – en daarbuiten is het heelal waarin alles óf vijandig óf onverschillig jegens ons is. En nu zijn we met zijn allen heel hard bezig om ervoor te zorgen dat we niet meer weg kunnen. We zitten gevangen.

Heb je al concrete plannen? Stap je binnenkort in een raket?
We zijn aan het kijken of we dat ruimtevuil op een bepaalde manier kunnen aantrekken. Als een asteroïde in de dampkring komt, dan geeft die licht.

Oké, dus je wil het afval weer terug naar de aarde trekken?
Stel: afval is licht. Dat is erg interessant. Wat nou als we in plaats van een vervuilende vuurwerkshow voor de Olympische Spelen ruimteafval gebruiken? Ruimteafval is een probleem dat we moeten oplossen, maar daarvoor moeten we mensen er wel bewust van maken. Het is ook een rol van een ontwerper om iets op de agenda te zetten. Vijf jaar geleden werd smog in China gewoon ontkend. Het was zand uit de woestijn of mist. En nu denken mensen – zelfs in Nederland – na over de luchtkwaliteit. Dat is ook een manier waarop creativiteit de wereld kan veranderen.

Wat ik nu wel denk is: shit, wéér iets vervelends waar ik me druk over moet maken.
Het is natuurlijk gewoon een persoonlijke obsessie van me. Het niet alsof ik als een soort dominee ga roepen dat we de wereld moeten gaan redden. Het intrigeert me en ik vraag me af wat ik hiermee kan doen. Het is misschien ook mijn karakter eigen. Het Smog Free Project loopt. En dan denk ik: what's next? Mijn hoofd design – ik houd van hem hoor – heb ik na drie maanden intensieve gesprekken moeten overtuigen. Het is al een hele hoop werk om de verkeersborden op de Afsluitdijk allemaal strak te krijgen.

De ruimtevaart is wel echt weer aan het opleven. Zou het zijn omdat we weg willen van de problemen die we op aarde hebben?
Ik zie het niet als vluchtgedrag. Ik hoop gewoon dat we de kennis die we daar opdoen weer op aarde kunnen toepassen. Zo begint innovatie ook vaak: superspecifiek en met superslimme mensen. Maar de kennis die je daar opdoet dwarrelt naar beneden en wordt de nieuwe standaard. De hitteschilden die NASA heeft ontwikkeld zie je nu terug in de antiaanbakpan die je voor een tientje kan kopen. Geloof me, die technologie is echt niet voor die koekenpan van tien euro ontwikkeld.

Voor mij staat de ruimte ook voor optimisme – kijk bijvoorbeeld naar de space age. Zie jij dat verband ook?
Dat optimisme zou best terug kunnen komen. Eigenlijk is het ook gekkenwerk om naar de ruimte te gaan. Maar zo is Nederland ook gekkenwerk. Als ik in China vertel dat we onder waterniveau leven, dan verklaren ze ons voor gek. Dat is – even genoeg gezeik over Nederland – iets moois aan ons land. We gebruiken techniek en creatief denken om onze habitat te creëren.

Ik denk dat we zojuist een verklaring hebben gevonden voor die lichtvlek waarmee ons gesprek begon.
Wat dan?

Dat we als Nederland technologie inzetten om op een plek te blijven leven die eigenlijk niet geschikt is.
Ja, in dat opzicht is Nederland net zo uitdagend als de ruimte. Ik mis soms die nieuwsgierigheid die we naar de ruimte hebben wel in Nederland. Als ik kijk naar de politiek sfeer of de verharde gesprekken die je hebt. Of als ik de TV aanzet: Waar is de droom? Waar is het verlangen? Waar gaan we heen? Ik weet niet of jij het ziet, maar ik zie het niet. Dat is misschien wel de reden dat ik wat meer in Azië ben.

Daar dromen ze nog wel?
Ze moeten wel. Ze willen ook, er zit een soort nieuwsgierigheid. Nogmaals: Nederland is een prachtig land. Ik ben het zeker niet zat en ik hoop Nederland mij ook niet.
Het is gewoon anders dan acht jaar geleden. Toen waren we nog de jonge honden en nu hebben we mensen die ons kopiëren. Dat is wel raar. Toen we begonnen zei iedereen: dat mag en dat kan niet. We hebben bewezen dat het kan en dan verandert je positie ook opeens. Maar we zijn nog steeds gewoon jonge honden die aan het jagen zijn.