De CEO van Microsoft denkt dat AI vooral derde wereldlanden ten goede zal komen

Mensen in ontwikkelingslanden worden volgens hem in tegenstelling tot ons niet gehinderd door logge onderwijsinstellingen.

|
06 februari 2017, 9:27am

In het Zwitserse Davos werd vorige maand tijdens het jaarlijkse World Economic Forum door vooraanstaande intellectuelen, politici en CEO's gepraat over alles wat met economie te maken heeft. De angst dat robots de meeste ongeschoolde en een deel van de geschoolde banen gaan overnemen liep als een rode draad door de discussie over AI.

De CEO van Microsoft, Satya Nadella, maakt het onverwachte punt dat het vooral de technologisch minder ontwikkelde landen zullen zijn die baat zullen hebben bij het AI-tijdperk. Mensen in ontwikkelingslanden zijn volgens hem namelijk niet gehinderd door institutionele structuren zoals wij in het Westen hebben – logge onderwijsinstellingen en statische curricula – en kunnen zich direct via het internet aanpassen op wat er nodig is voor de nieuwe banen.

In derde wereldlanden zijn er geen of weinig instituten die onderwijs centraal regelen, zoals in Westerse landen de standaard is. Het paradoxale probleem van de hoogtechnologische samenleving is dat wij voor onze concurrentiepositie afhankelijk zijn van hoe snel curricula worden aangepast door ouderwetse onderwijsinstellingen op de nieuwste technologieën.

Zelfs als de leerstof snel zou worden aangepast, dan nog moet de informatie eerst via docenten en komt het daarna pas bij de leerlingen terecht. In een markt waar ontwikkelingen enorm snel gaan, is het niet handig om zoveel tussenstappen te moeten nemen.

Nadella denkt daarom dat het huidige onderwijssysteem niet langer geschikt is voor de nieuwe technologische werkelijkheid. De nadruk zal komen te liggen op zelfstandig snel inspelen op de veranderingen op de steeds veranderende arbeidsmarkt. Wat kan al gedaan worden door machines, wat nog niet? De kans is groot dat, hoewel de AI ontwikkelt wordt in het Westen, de grootste winst in termen van economische groei en baankansen naar de ontwikkelende wereld zal gaan.

Je moet proberen uit te vogelen wat de dingen zijn die AI niet kan en je voortdurend daarop richten.

Hij voorziet problemen met het aanpassingsvermogen van de Westerse wereld op de nieuwe technologieën. "De mogelijkheden van AI zullen continu veranderen, maar ons onderwijssysteem is niet dynamisch, maar statisch, en dat is een probleem," zei Nadella.

Nu leren mensen in het Westen op school en op universiteiten nog vaardigheden die in de nieuwe economie al meteen verouderen. Wat belangrijk is in het nieuwe 'cognitieve tijdperk', is dat je leert hoe je moet leren, niet wat je moet leren. "Je moet proberen uit te vogelen wat de dingen zijn die AI niet kan en je voortdurend daarop richten," volgens Nadella. Dit betekent dat bijscholing niet iets is wat je eens in de zoveel jaar doet, maar iets wat je als werknemer doorlopend moet doen.

Victor de Boer, postdoc aan de VU en docent van het mastervak ICT4D – ICT voor ontwikkelingslanden – heeft zijn twijfels bij de analyse van Nadella. "Volgens mij is het Nederlandse schoolsysteem zich er wel degelijk van bewust dat het moet proberen leerlingen te leren hoe ze moeten leren in plaats van wat ze moeten leren." Hij geeft toe dat dat in de praktijk niet altijd lukt, maar benadrukt dat er wel degelijk aandacht is voor het flexibel opleiden van leerlingen "voor een onbekende en zeer snel veranderende arbeidsmarkt waar ook de opmars van AI een rol speelt."

Voor Nadella betekent het aanpassen aan de nieuwe globale arbeidsmarkt waar AI een steeds belangrijkere rol zal spelen dat je altijd aan het bijscholen bent. Degenen die dat niet kunnen zullen worden vervangen door AI.

De Boer: "In een cognitieve samenleving lijkt het me inderdaad van belang dat je leert hoe te leren en dit je leven lang vol te houden. Specifiek voor ons soort opleidingen [AI, computer science] is het van belang om de mogelijkheden en beperkingen van algoritmes en machines in te kunnen zien. Wat dat betreft zou een informatica- of AI-vak in het middelbaar onderwijs, of zelfs eerder, van grote waarde kunnen zijn."

Hij is er alleen niet zeker van dat de derde wereld – wat hij een veel te groot begrip vindt om zulke uitspraken over te doen – het veel beter zal doen. Zelf heeft hij de indruk dat er vooral in straatarme gebieden juist te veel wordt gefocust op het werken met verouderd Westers lesmateriaal en methodes, zoals het stampen van tafels en het opzeggen van rijtje, en juist niet voldoende op het veranderende arbeidslandschap. Wat dat betreft hebben we het in het Westen dus prima voor elkaar qua concurrentiepositie.

De manier om mensen weerbaar te maken binnen deze nieuwe realiteit, naast de nieuwe manier van denken en leren incorporeren in curricula, is volgens Nadella vooral het democratiseren van de nieuwe technologie. Het doel is dat mensen de nieuwe technologie integreren in 'alle onderdelen van hun leven', zodat ze er vanzelf mee leren omgaan en kunnen meegroeien met de ontwikkelingen. Hij wijst op Microsofts ontwikkeling van de Skype Translator. "Honderd mensen die tegelijkertijd praten in tien verschillende talen en toch in staat zijn om te communiceren met elkaar." Het gaat hem niet om een specifieke tool, maar om de onderliggende technologie. "Die moeten we beschikbaar maken. Dat is democratisering."

Tenzij we onze instituten nog snel even kunnen moderniseren – of meer politici besluiten (fire)walls rond hun land op te tuigen – zullen 'onze' banen misschien niet door AI 'gestolen' worden, maar juist door slimme Indiërs en Afrikanen. Sommige clichés veranderen nou eenmaal nooit.