Joyce, Milena, Charlotte Bouwman. Foto Dennis Heeringa. Jonge vrouwen, portret.
Van links naar rechts: Joyce, Milena en Charlotte. Foto Charlotte door Dennis Heeringa. 
Corona

Wat als je door coronamaatregelen niet meer naar de psychiater kunt?

“Als behandelaar kun je wel besluiten een patiënt in nood niet meer te zien, maar als die patiënt drie weken later bij de crisisdienst zit, winnen we er niks mee.”
01 april 2020, 4:45am

Let op: in dit artikel wordt onder andere gesproken over suïcide.

Niet alleen de horeca is dicht vanwege corona, de praktijk van mijn psychiater blijft ook gesloten. De beste man, bij wie ik al jaren één keer per week groepstherapie bijwoon vanwege mijn paniekstoornis, stuurde me een berichtje dat alle behandelingen per direct zijn stilgezet, maar “dat we wel een keer konden skypen, als ik dat zou willen”. Het komt er dus op neer dat ik het op psychologisch gebied een tijdje alleen moet zien te rooien. Zolang het goed met me gaat is dat prima, maar wat als dat over een tijdje niet meer zo is? En hoe zit het met al die ggz-patiënten die met veel ernstigere dingen worstelen dan ik? Of met patiënten die in een crisis raken?

In de Kamerbrief over de crisisstructuur binnen de ggz van afgelopen zaterdag, lees ik dat ggz-instellingen face-to-face contact zoveel mogelijk beperken in de poliklinische en ambulante zorg, en dat patiënten telefonisch en via beeldbellen worden benaderd. “Daarbij wordt gevraagd wat ze nodig hebben om de komende weken door te komen. Waar persoonlijk contact noodzakelijk is, vindt dat ook met de nodige voorzorgsmaatregelen plaats.”

Toch lijkt dit niet altijd te gebeuren. Dat is bijvoorbeeld het geval bij Joyce (20). Ze heeft een depressie, complexe PTSS, een dwangstoornis en anorexia. Voor de coronacrisis zag ze haar psychiater, muziektherapeut en psycholoog elke twee weken, en had ze daarnaast afspraken in de eetstoorniskliniek om gewogen te worden en haar eetschema te bespreken. Al die afspraken zijn per direct on hold gezet en vervangen door videobelafspraken. Joyce vertelt me dat, sinds ze haar behandelaars niet meer ziet, het een stuk slechter met haar gaat. “Videobellen voelt ongemakkelijk en als mijn behandelaars niet bij me zijn, lukt het me niet om het te hebben over hoe het echt gaat. Ik zie heel erg op tegen de komende periode.”

Ook Charlotte (26) spreekt haar behandelaar sinds de coronamaatregelen alleen nog telefonisch, terwijl persoonlijk contact volgens haar noodzakelijk is. Ze heeft trauma’s, een dissociatieve stoornis en een bipolaire stoornis. “Als ik fysiek bij mijn therapeut ben, wordt er een veilige omgeving gecreëerd waar ik mijn emoties kan uiten en gepaste adviezen krijg. Via de telefoon is het heel moeilijk om hetzelfde veilige gevoel te creëren. Omdat ik nu alleen nog maar mag bellen, kan ik mijn destructieve kant niet meer ontladen, waardoor deze groeit. Ik ben bang dat mijn negativiteit het straks overneemt. Dan ga ik stemmen horen die me vertellen dat ik dood moet, en moet ik opgenomen worden.”

Om erachter te komen hoe dit kan, bel ik Elnathan Prinsen. Prinsen is voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) en zelf werkzaam als psychiater bij een crisisdienst. In het officiële ledentijdschrift van de NVvP riep hij ggz-instellingen publiekelijk op om open te blijven en te doen wat nodig is voor patiënten. “Wat nodig is moet in overleg tussen patiënt en hulpverlener bepaald worden. Fysieke ontmoetingen zijn daarbij niet uitgesloten.” Prinsen geeft aan dat verhalen als die van Joyce en Charlotte zeker niet de bedoeling zijn. “Het is een slechte reflex om patiënten die dat wel nodig hebben niet meer te zien vanwege corona. Goede ggz-behandelaars blijven hun patiënten zien als beeldbellen geen optie is, met inachtneming van de anderhalve meter maatregel. Op veel plekken gebeurt dit ook.”

Maar omdat niet alle ggz-instellingen hiervoor kiezen, zijn er ook patiënten die nu geen face-to-face contact met hun behandelaars meer hebben, terwijl dit wel nodig is. De 29-jarige Milena bijvoorbeeld, die sinds haar veertiende bij de ggz loopt vanwege eetstoornisproblematiek, borderline-kenmerken en autisme. Drie weken geleden belandde ze na een overdosis antidepressiva in het ziekenhuis. Ze moest daar vier dagen blijven in verband met hartproblemen en mocht per direct geen antidepressiva meer slikken, waardoor ze te maken kreeg met enorme afkickverschijnselen. Milena was begonnen met het bijwonen van een crisispreventiegroep waar ze drie ochtenden per week naartoe zou gaan. Daarnaast zou ze dagelijks contact hebben met psychologen en psychiaters en thuisbegeleiding krijgen.

Hoewel Milena aangaf dat haar psychische problemen bij gebrek aan face-to-face contact snel zouden verslechteren, stopte de ggz-instelling waar ze haar crisispreventiegroep volgde daar toch mee. De instelling waar haar psychologen en psychiater werkzaam zijn, besloot om het het bij beeldbellen te houden. Volgens Milena was een opname op de crisisdienst hierdoor onvermijdelijk. “Vanaf zestien maart kon ik mijn behandelaars niet meer zien. Op 24 maart werd ik opgenomen op de crisisdienst. Het was niet meer te doen thuis. Ik ging zowel fysiek als mentaal steeds verder achteruit. Ik weet zeker dat een opname niet nodig was geweest als ik mijn behandelaars had kunnen blijven zien.”

Volgens Prinsen is dat een kwalijke zaak. “Als behandelaar kun je wel besluiten een patiënt in nood niet meer te zien, maar als die patiënt een week later bij de crisisdienst zit voor een opname, win je daar niks mee. Uiteindelijk kost dat namelijk meer personeel en inzet. En dan heb ik het nog niet eens over het verlies van levenskwaliteit voor de patiënt. Dat er meer terughoudendheid is met betrekking tot groepen is logisch, maar een-op-een is nog veel mogelijk.”

Ggz-instellingen die besluiten om patiënten als Milena niet meer te zien, zijn volgens Prinsen een van de redenen dat er een toename van aanmeldingen wordt verwacht bij de crisisdienst. “We zien dat nog niet sterk, maar we weten van China en Italië dat die toename komt. Daar zit vaak een vertraging in, wat ook niet gek is. Mensen kunnen best voor een keer één of twee weken zonder hun behandelaars. Maar niet twee maanden.” Een andere factor die zal leiden tot een toename van aanmeldingen bij de crisisdienst zijn de quarantainemaatregelen. “Hierdoor zullen ggz-afhankelijke patiënten, die vaak al een geïsoleerd bestaan leiden, nog verder geïsoleerd raken. Daarnaast is de angst die meekomt met de corona-pandemie en het wegvallen van de structuur van een dagbesteding of werk nadelig voor heel veel psychiatrische stoornissen. Er spelen dus meerdere factoren die tot een toename van opnames binnen de crisisdienst zullen leiden. En dan hebben we het nog niet eens over het feit dat er werknemers binnen de ggz uit zullen gaan vallen omdat ze corona oplopen.”

De toename waar Prinsen het over heeft, is precies waar Charlotte bang voor is. Ze wordt al jaren regelmatig opgenomen op de crisisdienst omdat ze suïcidaal is. En ook al worden noodzakelijke opnames gecontinueerd, is haar grootste zorg dat er geen plek voor haar zal zijn bij de crisisdienst wanneer ze het nodig heeft. “Terwijl die opnames voorkomen dat ik doodga.”

Prinsen zeg dat het lastig te voorspellen is of en wanneer het moment komt dat er bij de crisisdienst geen plek meer zal zijn voor mensen als Charlotte. “Nu is er nog voldoende plek. Maar bij een grote toename van aanmeldingen en het uitvallen van personeel door corona, kan er een ondercapaciteit ontstaan. Dat is niet anders dan wat er gebeurt in algemene ziekenhuizen.” Volgens Prinsen bereiden ggz-instellingen zich hier al op voor. “Er zijn allerlei schema’s om ambulant werkende mensen in te zetten op opnameafdelingen. Zo kunnen we de meest cruciale onderdelen van de ggz nog een hele tijd in de lucht houden.” Hoe lang dit vol te houden is, kan Prinsen niet voorspellen. “Het is hierbij ook lastig om het te vergelijken met landen als China en Italië, waar de ggz anders georganiseerd is.”

Als er een ondercapaciteit in de ggz ontstaat, zal de crisiszorg het laatste zijn wat uitvalt. Maar als de grens bereikt is, zullen er ook daar keuzes moeten worden gemaakt. Als er zich twee mensen aanmelden en er is maar plek voor één, zal er gekozen worden voor degene die het meest acuut zorg nodig heeft en waar het meeste gezondheidswinst te behalen is. “Dat klinkt natuurlijk hard en cru. Maar dat is hoe het gaat. Dan heb je een vorm van triage. Dat is in de psychiatrie wel lastig. Bij fysieke ziektes kun je nou eenmaal makkelijker zien wie er het eerst zal overlijden zonder hulp. Bij mentale ziektes is dat ingewikkelder. Maar de mensen die het grootste gevaar voor zichzelf en anderen vormen, zullen voorgaan. Verder is het worst in, best out. Dit zijn algehele principes in crisistijd.”

Charlotte is een platform gestart voor mensen met psychische problemen om in deze tijden met elkaar te chatten, elkaar te helpen en audio-meetings te houden.

Joyce heeft een instagramaccount aangemaakt voor ggz-afhankelijke patiënten met tips voor deze periode.

Kamp jij met depressieve of suïcidale gedachten? Bel naar de crisishulplijn 0900-0113 of kijk op 113online.nl