Piet de Jong Entebbe FC 3 (1)
Sport

De Hollander met een voetbalclub op het derde niveau van Oeganda

Piet pompt elk jaar zo’n 10.000 euro in de club. Hij weet zeker dat hij dat geld nooit meer terugziet, maar dat mag de pret niet drukken.
25 mei 2020, 10:49am

Ooit werd hij in de Sahara ontvoerd door nomaden. Zijn visspullen en auto leverde hij gedwongen bij zijn kidnappers in, maar de liefde voor Afrika kregen ze niet van hem afgepakt. Zo’n dertig jaar later is bloemenkweker Piet de Jong (52) verliefd op Oeganda, waar hij woont én mede-eigenaar is van voetbalclub Entebbe FC, een voormalige eredivisionist.

Zelfs op topniveau zijn de velden lang niet allemaal vlak. Bij de toss wordt daarom vaak niet alleen de kant gekozen, maar tegelijkertijd bepaald welk team de eerste helft bergop- of bergafwaarts speelt. De velden zijn nog het best te omschrijven als stug grasland, zoals je dat ook op de Veluwe vindt. Als er al gras ligt. En hoe dieper je het binnenland intrekt, des te groter is de kans dat er kippen, koeien en geiten over het veld lopen. Het moge duidelijk zijn: de top van het Oegandese voetbal gaat niet kapot aan glamour. Het maakt het avontuur alleen maar mooier voor Piet de Jong. Ooit was hij een, naar eigen zeggen, middelmatige voetballer van Westfriezen uit Zwaag, maar sinds 2015 is Piet mede-eigenaar van Entebbe FC, een voormalige eredivisionist die nu uitkomt op het derde niveau van Oeganda. Entebbe ligt op een schiereiland in het Victoriameer, op zo’n 35 kilometer van de hoofdstad Kampala. Ook de plaatselijke FC is geen champagneclub, vertelt De Jong. Op de vraag of er warm water is in de kleedkamers, moet hij hard lachen. “Er zijn niet eens douches. Sterker nog, ik denk dat alleen de top vijf van de eredivisie douches heeft. We hebben ook helemaal geen stadion. In een gebouwtje kunnen scheidsrechter en spelers zich verkleden. Het gras is ongelijk, hobbelig. Zeg maar gerust slecht.”

Een veld wordt omgeploegd in Oeganda. (Foto via Entebbe FC)

Wat ze wel hebben, zijn hekken. Veel hekken. Entebbe moet namelijk zelf de beveiliging voor wedstrijden organiseren. De Jong: “Je vraag je automatisch af: is het voor een club die maximaal tweeduizend bezoekers ontvangt echt nodig om rond het hele veld twee rijen met hekken te hebben staan? Nou, eigenlijk wel. De fans zijn heel snel boos.” Zonder hek rennen supporters zo het veld op als ze het niet eens zijn met de scheidsrechter. “Dat gaat met enorm kabaal. Daarom moeten wij ook de politie betalen om iedere wedstrijd met een paar man aanwezig te zijn, zelfs op dit lagere niveau. Die mannen dragen geen pistolen, maar serieuze geweren.”

Zoals bij meer gekke ideeën, werd het eerste zaadje geplant in een kroeg. Onder het genot van een biertje filosofeert De Jong zo’n vijf jaar geleden vrijuit om wat ‘in de foebal’ te gaan doen, zoals zijn West-Friese tong het omschrijft. Een van zijn tafelgenoten begint over Entebbe FC, een voetbalclub waar hij tot dan toe nog nooit van heeft gehoord, die wellicht interessant kan zijn. De Jong zoekt contact met de toenmalige eigenaar en manager. Het klikt en de Nederlander koopt voor 15.000 euro 35 procent van de aandelen in de voetbalclub, die op het moment dat hij mede-eigenaar wordt op het tweede niveau speelt. Daarnaast stopt hij er met zijn bloemkwekerij elk jaar ook nog zo’n 10.000 euro in. Geld waarvan hij vrij zeker weet dat hij het waarschijnlijk nooit meer terugziet, maar dat mag de pret niet drukken. “Ik geloof niet dat ik ooit een cent terug ga zien. Wellicht wordt het ooit nog wat met deze club en anders ben ik het kwijt. Dat maakt me verder ook niet heel veel uit.”

Een bespreking in de rust van een wedstrijd. (Foto via Entebbe FC)

Kort na het kopen van de aandelen komt hij via de burgemeester van Entebbe in contact met een Rwandese manager van een bedrijf dat goud zuivert. Mede door de investeringen van De Jong en het goudzuiveringsbedrijf promoveert Entebbe FC naar de eredivisie, waar het ook nog eens tv-gelden ontvangt. Het brengt het jaarlijkse budget op zo’n 160 miljoen shilling (40.000 euro), een klein fortuin in Oeganda. Entebbe leverde zelfs een international voor het nationale team van Oeganda, Abraham Ndugwa, die later nog de kwartfinale van de Afrika Cup zou spelen tegen het Senegal van Sadio Mané (0-1 verlies). “De faciliteiten zijn misschien tamelijk waardeloos of ouderwets, vergelijkbaar met een vierdeklasser in Nederland, maar het niveau van de voetballers is absoluut redelijk.”

Helaas zijn dit vervlogen tijden. De international werd na de degradatie verkocht en de Rwandese manager ging weg bij het goudzuiveringsbedrijf, waarna ook de sponsoring stopte. Na twee degradaties voetbalt de club nu op het derde niveau, waardoor Entebbe FC geen tv-gelden meer ontvangt. “We zijn een beetje het FC Emmen van Oeganda. In de eredivisie was het al moeilijk, maar sinds de degradatie kampen we echt met financiële problemen. Het is lastig om daar een positief verhaal van te maken richting sponsors. Hoewel we hier een vliegveld hebben met bedrijven die best wat geld hebben, lukt het mij en onze manager vooralsnog niet om ze zover te krijgen te investeren. Dat steekt.” Dan, na een korte overpeinzing: “Misschien moet ik er weer wat meer tijd in gaan steken. Mensen willen hier nu eenmaal eerder in zee met een blanke, hoe raar dat misschien ook klinkt. Daar hebben ze toch meer vertrouwen in. Uiteindelijk wil ik met Entebbe erg graag terug naar de eredivisie.”

Piet met de directeur van de club, Anthony Kimuli. (Foto via Entebbe FC)

Het is voor hem niet altijd makkelijk om de wedstrijden te volgen. Dat komt niet alleen doordat Entebbe FC vaak op donderdag om 16.00 uur speelt (het weekend staat in het teken van de Engelse Premier League). “Ik merk dat als ik kom kijken iedereen zoiets heeft van: misschien komt er wel wat extra geld aan. Dat gebeurt ook weleens, dat ik ze cash een extraatje geef na een overwinning, maar het voelt soms wat ongemakkelijk.”

De Jong doet zijn verhaal vanuit een prachtig openluchtrestaurant aan de rand van het Victoriameer. De schemering valt, hij heeft een lokaal biertje voor de neus en is net terug van een potje golfen met zijn 16-jarige zoon. Soms ruilt De Jong de putter in voor een hengel en gaat hij vissen op Nijlbaars bij Murchisson Falls, een van de mooist gelegen watervallen van Afrika. Het leven is zo slecht nog niet in De Parel van Afrika, zoals het land wordt genoemd. De drang om terug te gaan naar Nederland is er dan ook niet, of het moet om medische redenen ooit noodzakelijk worden. De droom? Een klein huisje laten bouwen in Karamoja, een landelijke regio in het noordoosten, om daar iets met dieren in het wild te gaan doen. Samen met zijn vrouw. Ze kwamen hier voor het eerst in 1995 om De Jongs oom op te zoeken, die missionaris was in Jinja, vlakbij Kampala. Een goedkope vlucht van Nairobi naar de Oegandese hoofdstad was niet mogelijk. Daarom kochten ze in een Keniaanse supermarkt twee fietsen, zonder versnellingen. Na een rit van zo’n 600 kilometer over rode Afrikaanse stofwegen bereiken ze hun nieuwe thuisland.

Hoe anders is zijn ervaring met het Afrikaanse continent een paar jaar daarvoor. In 1990 reist De Jong samen met een vriend door Afrika. In de Sahara, tussen Mali en Algerije, worden ze in hun Jeep overvallen door Toearegs, een op kamelen rondtrekkend woestijnvolk. Pas na drie dagen worden ze in de nacht door de mannen ergens gedropt. De auto zijn ze kwijt. “Daar sta je dan, in het midden van de grootste zandwoestijn in wereld. Die nomaden wezen welke kant we op moesten, dan zouden we vanzelf wat plaatsen tegenkomen. We vertrouwden het niet, want de woestijn was vrij vlak en tot in de verste verte viel er niks te zien. Toen hebben we ons eigen spoor terug gevolgd.” Halverwege de nacht zien ze silhouetten van vrachtwagens in het maanlicht. “De zon kwam op en de chauffeurs wilden net wegrijden, tot wij hard aan kwamen rennen. Het was een ervaring. Weg auto, weg geld. Zelfs mijn visspullen moeten nog ergens in de Sahara liggen,” besluit hij lachend.

Entebbe FC voor een volle tribune. (Foto via Entebbe FC)

Voor Oegandese media is het is het nog steeds wennen, zo’n Nederlandse eigenaar. In drie verschillende media wordt hij in sportartikelen Piet Djong genoemd. Hij kan er om lachen. Stiekem houdt hij van de grillen van het land, waar bijna alles te koop is. Ook scheidsrechters. Op de Facebookpagina van Entebbe FC, die toch door zo’n 3400 voetballiefhebbers gevolgd wordt, is een filmpje te zien waarin een verdediger van Entebbe overduidelijk op de bal tackelt. Toch wordt er een penalty gegeven. De tekst bij het filmpje is veelzeggend: we moeten omkoping en ‘dirty officials’ laten zien. Recent werd er zelfs een omgekochte speler geschorst voor het leven.

Het probleem van omkoping in het voetbal houdt sterk verband met een ander Oegandees probleem: je struikelt er haast over de vele wedkantoren, waar je geld kunt inzetten op voetbalwedstrijden. Om die reden werd wedden op sportwedstrijden vorig jaar in eerste instantie verboden. Later werd besloten om alleen buitenlandse wedkantoren zoveel mogelijk te weren uit het land. “Het is frustrerend. Er is veel corruptie bij de bond zelf, zeg maar in de KNVB van Oeganda. De grotere teams kopen hier de scheidsrechter om, dat merkte je zelfs in de eredivisie. Vrij zuur allemaal.”

Af en toe heeft hij er ook voordeel van dat niet alles volgens de regels gaat. Als hij wordt aangehouden door de politie en een boete krijgt, begint hij vaak over zijn voetbalclub. “Dan leg ik ze uit dat ik het geld best aan hen wil geven, maar dat ik het beter in de club kan steken. Dat werkt.”

Hij nipt nog eens aan zijn Oegandese biertje, terwijl de zon langzaam in het immense Victoriameer verdwijnt. Het is vlak voordat de coronagekte ook Oeganda treft. President Yoweri Museveni treft strenge voorzorgsmaatregelen, met een lockdown en sluiting van het luchtruim, nog voordat er een coronadode gevallen is. Niet gek, in een land dat het met 43 miljoen inwoners moet doen met 55 intensivecarebedden en een handvol beademingsapparaten. Voor de lockdown kregen mensen op diverse openbare plekken in hoofdstad Kampala een thermometer in het oor, om de lichaamstemperatuur te meten. Aan de afstemming van veel apparaten mag worden getwijfeld; de gemeten lichaamstemperatuur schommelt vaak tussen de 32 en 33 graden. Toch mogen mensen, ondanks deze onderkoelingsverschijnselen, hun weg vervolgen.

Een slaapzaal in de coronacrisis. (Foto via Piet de Jong)

De coronacrisis heeft uiteindelijk ook gevolgen voor JP Cuttings, het bedrijf van De Jong dat stekken, bloemen en planten kweekt voor de Europese markt. Sinds 2007 is hij eigenaar. Het bedrijf ligt in Garuga, vlakbij Entebbe (eveneens aan het Victoriameer). De Jong woont direct naast het bedrijf. Sinds de lockdown krijgt hij gezelschap van 300 van zijn 600 werknemers, die permanent ‘op de farm’ zijn. “Ze slapen op de tafels waar we anders de stekken kweken. We hebben ook een kliniek op de farm en onze dokter checkt iedere dag de temperatuur van alle medewerkers. We hadden overal al hygiënemaatregelen om de kas in te komen. Dat hebben we nu ook uitgebreid naar het eet- en slaapgedeelte. Het is dus een grote logeerpartij, maar wel met mannen en vrouwen in aparte gedeeltes. We willen geen coronababy’s.” De handel gaat in redelijke mate door. “We exporteren nog voor ongeveer 65 procent ten opzichte van voor de coronacrisis.”

Op dit moment zijn er volgens officiële cijfers 264 gevallen van corona bekend en is er nog niemand in Oeganda aan het virus overleden. Hoewel er veel minder getest wordt dan in Europa en het werkelijke aantal waarschijnlijk veel hoger ligt, valt de coronaschade vooralsnog mee. De Jong: “Door alle beelden uit Europa zijn mensen in Oeganda erg bang voor corona. Ze houden zich daarom goed aan de afstandsregel van anderhalve meter.” Hij en zijn vrouw proberen bij te dragen waar ze dat kunnen. “Door de lockdown hebben meer mensen honger, dus wij ondersteunen de Oegandese mensen om ons heen met voedselpakketten.”

-

Naast onze geschreven verhalen en video's hebben we nu ook een podcast: De Wereld van VICE Sports. De afleveringen zijn hier te luisteren bij Apple of hier op Spotify: