geestelijke gezondheid

Ik dacht dat ik depressief was, maar ik bleek een bipolaire stoornis te hebben

En niet eens het type bipolaire stoornis waar jij nu waarschijnlijk meteen aan denkt.

door Christina Stiehl
05 september 2017, 3:17pm

wundervisuals/Getty Images

"Misschien voel je je gewoon beter," zei mijn psychiater, "omdat er iets goeds is gebeurd in je leven." Hij was de enige psychiater die op zaterdag open was en gedekt werd door mijn verzekering uit het ziektekostenverzekeringspakket van mijn verschrikkelijke baan.

Ik staarde uit het raam en dacht na over wat hij zei, op een saaie, grijze middag in februari in Queens, een stadsdeel van New York. De eentonigheid van mijn kantoorbaan was in de bijna twee jaar dat ik er nu werkte niet veranderd, behalve dat ik nu nauwelijks nog deadlines haalde, omdat ik me niet kon concentreren. Mijn persoonlijke leven was hetzelfde: mijn vriend en ik waren al een tijd samen en het ging nog steeds prima, maar er gebeurde niets mega ingrijpends. Ik zag mijn vrienden regelmatig, en er was niks mis met mijn familie. Kortom, alles was wel oké, maar er gebeurde niets opzienbarends – tenminste, niets dat ervoor zorgt dat je nauwelijks meer kan slapen omdat je zo euforisch en hypercreatief bent en meteen aan miljoenen projecten begint, waarvan ik stiekem toch al wist dat ik er toch nooit aan toe zou komen. Later zou ik erachter komen dat dit een vorm van manie is, maar mijn psychiater destijds geloofde me niet toen ik hem mijn symptomen uitlegde.

"Ik schrijf je dezelfde dosis Wellbutrin voor als voorheen, en dan kom je over een maand terug om te kijken hoe je je dan voelt," zei hij. Ik nam het recept aan en trok de deur achter me dicht, wetend dat de 'crazy-sexy-skinny'-pil niet het antwoord op mijn problemen zou zijn. Uiteindelijk zou ik worden gediagnosticeerd met bipolaire stoornis type 2 – een mildere, maar meer verwarrende vorm van de bipolaire stoornis. De weg naar mijn diagnose bleek uiteindelijk enorm frustrerend te zijn, en het proces ging met vallen en opstaan.

"Iedereen die een volledige manie heeft gehad, heeft bipolaire stoornis type 1, en je hebt slechts één manische periode nodig om aan de criteria te voldoen. Bipolaire stoornis type 2 houdt in dat je nooit een volledige manie hebt gehad, maar mildere manieën krijgt, die hypomanieën worden genoemd," vertelt psychiater Michael Gitlin, hoogleraar klinische psychiatrie aan de UCLA School of Medicine. Mensen met een volledige manie ervaren volgens hem een aanzienlijke functionele beperking. "Hun leven wordt geschaad door hun manie: ze worden niet zelden gearresteerd, ontslagen, hun relaties gaan eraan onderdoor, ze smijten hun spaargeld over de balk, belanden in het ziekenhuis en worden psychotisch. Al die dingen maken je manisch, niet hypomaan." Hypomanie heeft daarentegen niet zo'n vernietigende werking, maar gaat gepaard met razende gedachten, een toename van energie en gevoelens van grootsheid.

"Bipolaire stoornis type 2 houdt in dat je nooit een volledige manie hebt gehad, maar mildere manieën krijgt, die hypomanieën worden genoemd."

Hoewel de manische periodes bij bipolaire stoornis type 1 en 2 verschillend zijn, is de depressie even ernstig. Mensen met een bipolaire stoornis zijn meestal depressief. Sommige mensen maken manische periodes door, terwijl anderen er slechts een paar in hun hele leven hebben of pas later in hun leven last krijgen van deze periodes. Daarom worden bipolaire stoornissen zo vaak over het hoofd gezien of verkeerd gediagnosticeerd.

Ik werd voor het eerst met een depressie gediagnosticeerd tijdens mijn eerste jaar op de middelbare school. Mijn tienen aan het begin van het jaar begonnen na een tijdje te kelderen. Als ik niet op school was, sliep ik en negeerde ik mijn huiswerk. Ik maakte thuis mijn lunch klaar en gooide die meteen weg zodra ik in de kantine kwam. Ik viel negen kilo af. Er was niets om depressief over te zijn, dat was het frustrerende: ik genoot een typische, geprivilegieerde, witte opvoeding in een fijn gezin met geweldige vakanties en een groot huis. Hoe meer ik hierover nadacht, hoe slechter ik me voelde: het zou makkelijker zijn geweest om mijn depressie aan een trauma uit mijn kindertijd te wijten. Mensen die dingen zeggen als "geluk is een keuze" weten niet hoe het is om opgesloten te zitten in de gevangenis van je eigen gedachten, waarin je je ervoor schaamt dat je bestaat en je gelooft dat je het niet verdient om te blijven leven.

Toen mijn ouders me eens uitfoeterden omdat ik me niet concentreerde op mijn huiswerk, stortte ik in en begon ik oncontroleerbaar te huilen. "Ik zie het nut van huiswerk niet in," zei ik door mijn tranen heen, "omdat ik het nut van het leven niet inzie." Elke dag weer wil ik doodgaan." Het klinkt als iets wat elke melodramatische tiener zou kunnen zeggen, maar ik meende het. Ik bracht elke dag in een donkere mist door en bedacht hoe ik mezelf kon ophangen aan een balk in de hal, zonder mijn ouders te traumatiseren. Gelukkig geloofden ze me en maakten ze een afspraak met het nabijgelegen kinderziekenhuis. In de maanden daarna bracht ik veel tijd door met een psycholoog, een arts voor jongvolwassenen en een diëtist, die mijn verschillende psychische aandoeningen met een dieet en Zoloft, waarvan de dosering om de paar weken toenam, probeerden te behandelen.

De psychotherapie, medicijnen en het gezonde dieet leken me goed te doen. Zo goed zelfs, dat ik stopte met de medicijnen en de therapie voor ik in de laatste klas zat. Dat is het rare aan antidepressiva: als ze hun werk doen en je beter laten voelen, houden ze je brein voor de gek en laten ze je denken dat je ze niet meer nodig hebt.

"Dat is het rare aan antidepressiva: als ze hun werk doen en je beter laten voelen, houden ze je brein voor de gek en laten ze je denken dat je ze niet meer nodig hebt."

De tien jaar daarna was ik naïef genoeg om te denken dat ik mijn 'stemmingswisselingen' – hoe erg ze ook waren – kon behandelen met een ouderwets dieet en lichaamsbeweging. Ondanks de jarenlange pogingen om ze allebei te negeren, werden mijn depressie en haar beste vriend, suïcidale idealisering, erger dan ooit toen ik naar New York verhuisde. In plaats van een strop waren er in New York andere mogelijkheden om zelfmoord te plegen: ik zou bijvoorbeeld kunnen wachten op de razende metro en me er op het laatste moment voor kunnen gooien, of ik kon met de lift naar de bovenste verdieping van een wolkenkrabber gaan en dan van het gebouw afspringen.

Zo nu en dan trokken de donkere wolken weg en bevond ik mezelf weer in het licht, gelukkig en extra gemotiveerd. Ik verwelkomde deze hernieuwde energie als creatieveling natuurlijk maar al te graag, en werd overspoeld met briljante, nieuwe ideeën: een opzet voor een boek, een nieuwe blog die ik zou lanceren of een artikel dat perfect voor publicatie in een blad geschikt zou zijn. Ik voer mee op deze golf van creativiteit, tikte urenlang door op mijn laptop en probeerde de woorden zo snel als ze in mijn brein opborrelden naar het scherm te vertalen. Ik sliep nauwelijks en werd de volgende dag weer enthousiast wakker, ondanks mijn razende gedachten. Het was een welkome afwisseling van de zware, zwarte wolken waarin in me normaal gesproken bevond. Zo zag een hypomane periode er voor mij uit.

"Hypomane mensen veroorzaken doorgaans geen schade aan hun leven," zegt Gitlin. "Ze voelen zich meestal geweldig: ze zijn productiever dan normaal, slapen iets minder en hebben meer energie. Veel mensen om hen heen zouden zeggen: 'Wow, zij zijn goed bezig, hoe kan er iets mis zijn met hen?' Pas later, achteraf, beseffen we dat ze eigenlijk hypomanieën hebben."

Onder invloed van Wellbutrin bleef ik tot vier uur 's nachts wakker om thuis aan projecten te werken. Ik maakte zelf een krijtbordframe, beschilderde een nieuwe schaal voor op onze koffietabel, maakte een back-up van alle bestanden op mijn laptop, sorteerde alle schoenen in mijn kast en labelde ze met tape en een pen. Ik was in jaren niet zo productief geweest.

Ik was ook emotioneler dan ooit tevoren. Sinds er voor het eerst een depressie bij mij was vastgesteld, kampte ik al met angsten. Soms had ik ineens onverklaarbare gevoelens van angst, waarbij mijn hart zo snel klopte dat ik dacht dat ik een hartaanval kreeg. Op andere momenten was ik heel prikkelbaar en boos. Mijn bloed kookte en ik schreeuwde tegen mijn vriendje, omdat hij bijvoorbeeld overrijpe bananen had weggegooid, die ik nog had willen gebruiken voor een smoothie. In manische periodes kun je je dus ook hoogst geïrriteerd voelen, in plaats van fantastisch en onoverwinnelijk.

Ik vond een andere psycholoog die werd gedekt door mijn verzekering en bezocht hem tijdens mijn lunchpauzes. Nadat ik tijdens het intakegesprek mijn symptomen van zowel de depressie als manie (ik vermoedde in ieder geval dat het manie was, met dank aan Google) had uitgelegd, vroeg hij me wat het meest irrationele was dat ik ooit had gedaan. Ik wist dat mijn vorm van manie iets milder was (dat willen zeggen dat ik nachtenlang op mijn laptop zat te tikken, in plaats van dat ik mijn bankrekening leeghaalde en alles uitgaf). Mijn vorige psychiater nam me hierdoor niet serieus, en dus besloot ik mijn verhaal wat aan te dikken.

"Ik verwelkomde die hernieuwd energie als creatieveling natuurlijk maar al te graag, en werd overspoeld met briljante, nieuwe ideeën."

"Ehm, soms geef ik veel geld uit dat ik niet heb." Dat was waar, ik ben niet de verstandigste persoon als het op geld aankomt, maar het was een grove overdrijving. Ik denk niet dat honderd euro uitgeven in een kledingwinkel telt als een manische periode. Toch trapte hij erin: hij schreef me Equetro voor, een anti-epilepticum dat gebruikt wordt om epileptische aanvallen en bipolaire stoornissen te behandelen. Bij de behandeling van bipolaire patiënten wordt Equetro meestal gecombineerd met iets anders, zoals een antidepressivum. Mijn dokter verzocht me om over een paar weken terug te komen, om te zien hoe ik reageerde op de medicijnen en om vast te stellen of we het moesten combineren met een ander medicijn.

Zover kwamen we uiteindelijk niet eens. Hij had geen receptionist, dus er was niemand om mijn telefoontjes aan te nemen om een vervolgafspraak in te plannen, en hij reageerde niet op mijn voicemails. Ondertussen gaf Equetro me het gevoel alsof ik met een kalmeringsmiddel voor paarden werd geïnjecteerd (althans, wat ik me daarbij voorstel). Ik was continu moe, en mijn depressie werd erger. Elke ochtend voelde ik me alsof ik door een vrachtwagen was overreden. Ik moest me letterlijk uit bed slepen, had bijna geen energie om m'n tanden te poetsen of mijn haar te wassen en strompelde als een zombie naar de metro. Het is niet veilig om te stoppen met medicijnen zonder de goedkeuring van een dokter, maar ik kon het geen dag langer meer aan.

Ik ging naar weer een andere psychiater, wiens kantoor gevuld was met sprookjesachtige snuisterijen en bordjes waarop dingen stonden als: 'Je moet in het leven niet wachten totdat de storm voorbij is, je moet leren om in de regen te dansen.' Ze geloofde me toen ik mijn hypomane symptomen beschreef en schreef me Latuda voor. Latuda wordt gebruikt om een bipolaire depressie te behandelen, wat anders is dan een unipolaire depressie, wat als een 'standaard depressie' wordt gezien.

"Als je ooit een manische of hypomane periode hebt gehad en daarbij een depressie hebt, dan heb je een bipolaire depressie," zegt Gitlin. "Er bestaat zowel een bipolaire stoornis type 1-depressie als een bipolaire stoornis type 2-depressie."

Hoewel het goed ging met Latuda, nam ik niets voor mijn manie of mijn prikkelbaarheid. Ik was in staat me te concentreren op mijn werk en het lukte me of 's ochtends met een goed gevoel op te staan, maar de bijwerkingen waren niet mals. Mijn arts adviseerde me om voor het slapengaan bij elke pil ten minste 350 calorieën in te nemen, dus ik slikte de pillen in tijdens het avondeten, omdat het voor mij niet ideaal was om voor het slapengaan nog een zware snack te eten. Ik heb altijd moeite met mijn gewicht gehad en tel nauwlettend alle calorieën die ik binnenkrijg.

Na een uur kreeg ik standaard een raar, angstig voorgevoel en was ik niet meer in staat om simpele taken uit te voeren, zoals tandenpoetsen. Dat bleek niets opmerkelijks te zijn, aldus de medische fora die ik volgde. Daarna raakte ik buiten westen. Overdag voelde ik me prima, maar mijn avondroutine voelde als een ware marteling, en ik kon mijn medicijnen niet nemen als ik wist dat ik die avond plannen had. (Hint: als je voorgeschreven medicatie voor een mentale ziekte slikt, sla dan geen enkele dosis over).

Anderhalf jaar na mijn eerste ervaring met Wellbutrin bezocht ik eindelijk mijn laatste psychiater. Hij geloofde me toen ik mijn depressie, de willekeurige, energieke aanvallen en de irritatie beschreef. Hij bleef me Latuda voorschrijven, maar combineerde dit met een andere stemmingsstabilisator. Ik nam van beide één voor ik ging slapen. Na een paar weken begon ik een groot verschil op te merken. Ik haat het om te zeggen dat ik me als 'mezelf' voelde, omdat ik nog maar een kind was voordat ik depressief werd, maar ik had me nog nooit zo 'normaal' gevoeld als ik op dat moment deed.

"Afgezien van het gebrek aan toegang tot de juiste zorg, worden bipolaire stoornissen nog steeds niet goed begrepen en zijn ze moeilijk te diagnosticeren."

De weg die ik heb afgelegd naar de juiste diagnose is helemaal niet ongewoon. Afgezien van het gebrek aan toegang tot de juiste zorg (zelfs als je verzekerd bent, wat weer een heel ander probleem is), worden bipolaire stoornissen nog steeds niet goed begrepen en zijn ze moeilijk te diagnosticeren.

"De meeste mensen met een bipolaire stoornis hebben eerst last van een depressie, voordat ze hun eerste hypomanie of manie hebben. In dat geval kun je zeggen: 'Nou, ze waren verkeerd gediagnosticeerd', maar er was toen geen reden om aan te nemen dat ze een bipolaire stoornis hadden, omdat ze die eerste episode nog niet hadden gehad," legt Gitlin uit.

Een bipolaire stoornis kan zich ook later in het leven manifesteren – het kost immers slechts één manische periode om technisch gezien gediagnosticeerd te worden – en wordt meestal veroorzaakt door een belangrijke levensverandering: het verlies van een geliefde, het einde van een relatie, een nieuwe baby en het daaropvolgende gebrek aan slaap. Voor mij persoonlijk was het de verhuizing van een klein stadje in Illinois naar de grootste stad van de Verenigde Staten, zonder baan en zonder geld. En eigenlijk was het ook helemaal niet zo opzienbarend dat ik ziek werd: meer mensen in mijn familie hebben een mentale ziekte, wat tenminste teruggaat tot mijn overgrootouders aan de kant van mijn moeder.

Ik heb geconcludeerd dat een geestelijke ziekte een chronische aandoening is, die een constante behandeling nodig heeft, waaronder veranderingen in mijn levensstijl. Voor mij bleek een combinatie van medicijnen, een gezond dieet, regelmatige lichaamsbeweging en genoeg slaap te werken. Als een van die dingen niet lukt, weet ik dat ik weer geïrriteerd raak en me op het hellende vlak van een depressie begeef.

Mensen met een bipolaire stoornis worden ook gewaarschuwd voor hevig alcoholgebruik, wat moeilijk voor mij is, aangezien mijn hele sociale leven draait om drinken in het weekend.

"Het maakt mij niet uit of mensen drinken, maar zwaar alcoholgebruik is op verschillende niveaus problematisch voor mensen met stemmingsstoornissen," zegt Gitlin. "Je wordt er ongeremder en onverstandiger van, dus wat je ook drinkt, je zal er meer van drinken. Daarnaast is alcohol een downer." Geloof me, ik werk eraan om minder te drinken.

Het was moeilijker om te accepteren dat ik een bipolaire stoornis heb dan dat ik depressief ben, maar het is een opluchting dat ik mijn rare symptomen nu tenminste kan verklaren. De behandeling betekent ook niet dat de symptomen van je ziekte helemaal weggaan. Ik heb nog steeds dagen waarop ik me depressief of geïrriteerd voel, of me niet kan concentreren. En er is altijd de angst dat ik nooit zo creatief zal zijn als in mijn hypomane periodes, maar ik blijf liever ongeïnspireerd dan dat ik me een losgeslagen gek voel.

Mijn huidige combinatie van medicijnen zal misschien niet voor altijd blijven werken. Gitlin zegt dat het regelmatig voorkomt dat patiënten hun medicijnen een aantal keer veranderen tijdens hun behandeling. Maar vooralsnog doen mijn medicijnen hun werk, en dat is iets om dankbaar voor te zijn.