Advertentie
Noisey

Op de koffie bij terrorlegende Opa Drokz

Een gesprek over ouder worden, hosselen op straat, de terrorscene, TMF Hakkeeh, pistolen en hoeren.

door Erin Gabriël
26 september 2014, 1:12pm


Foto: Chrissie Sewalt

In Zuid-Holland ligt een klein, kalm, christelijk dorpje genaamd Alblasserdam. Op het eerste gezicht is hier werkelijk geen kut te doen, en op het tweede gezicht waarschijnlijk ook niet. Toch stap ik op een lenteavond uit de bus in Alblasserdam. Ik heb afgesproken met waarschijnlijk een van de meest hardcore motherfuckers die ik ooit ben tegen gekomen; Richard 'Opa Drokz' Koek. De godfather of terror, god in gabberland en sneakerfanaat. Wat in eerste instantie een interview van pakweg een uur had moeten worden, blijkt uiteindelijk een soort Zomergasten aflevering van bijna drie uur. Een gesprek over ouder worden, hosselen op straat, de terrorscene, TMF Hakkeeh, koffie, pistolen en hoeren.

Richard Koek, Koek voor vrienden en 'Opa' van de hele hardcore scene werd in de jaren negentig onder meer bekend als co-host van TMF Hakkeeh en als MC op Thunderdome. Hij schreef columns voor Thunder Magazine onder de titel 'ff ouwehoeren', waarin hij vaak stevig van leer trok tegen partijen die de hardcore 'verziekten'. Hij is in de turbulente geschiedenis van hardcore altijd een van de meest stabiele namen geweest, zowel in de hoogtijdagen van de jaren negentig als in de zware tijden rond de millenniumwisseling. Hij is een van de weinige artiesten die op een festival mainstage kan staan en tóch zijn underground imago vasthoudt. Opa is dat soort onzin allang ontstegen. Zijn muziek heeft als gemene deler dat hij ergens tussen snoeiharde hardcore en pure terror zit (180 tot 220+ BPM). Bij Drokz draait het om lekker naar de raggen gaan, het echte weekendgevoel; geen handjes klappen, geen emotionele vocalen, gewoon lekker gaan.

'Je krijgt van niemand een meier'
Richard was een rebelse puber met een concentratieprobleem. Hij kwam nooit wat tekort, maar breed hadden ze het ook niet thuis. Werken voor wat je wilt, dat was thuis het credo. "Mijn eerste paar sneakers heb ik echt moeten verdienen. Mijn moeder zei op een gegeven moment 'als je echt Nikes wilt, moet je eerst een jaar met je nieuwe schoenen doen'. Toen ben ik naar de schoenenwinkel gegaan en heb de meeste wacke schoenen ooit gekocht. Compleet belachelijk, maar ze waren stevig. Die heb ik een jaar lang uiterst zorgvuldig behandeld, en toen kreeg ik eindelijk Nikes. Mijn vader heeft mij altijd geleerd 'je krijgt van niemand een meier'. Je zult het altijd zelf moeten verdienen door hard te werken. Op een gegeven moment zat ik weer te zeuren om geld voor platen. Toen zei mijn vader ineens: 'Je fiets staat daar in de schuur. In Aalsmeer heb je kassen. Je stapt maar lekker op de fiets en kijkt of je daar in de kassen kan gaan werken, van mij krijg je geen cent meer." Dus stapte hij op zijn fiets, want hij moest en zou nieuwe muziek kopen. Op naar Rijsenhout, voor een baantje. Elke zaterdag in de kwekerij, 13 jaar oud. "Op dat moment baal je daar vet van natuurlijk. Je denkt: 'Waarom geven jullie me het niet gewoon.' Ik ben nooit iets tekort gekomen, maar het was thuis geen vetpot. Het mooie daarvan is dat je leert hosselen. Mijn eerste hiphopplaten bijvoorbeeld. Ik kocht elke maand met wat vrienden nieuwe platen. Die nam ik vervolgens op een cassettebandje op en dat verkocht ik weer. Dan konden we van dat geld weer extra platen kopen. Zo is mijn eerste house collectie ook ontstaan."

Hiphop was Richards eerste liefde. Platen van LL Cool J bijvoorbeeld, of Dr. Dre. Hij ging trainingspakken dragen, wat in Hoofddorp niet zo gewoon was. "Het was echt m'n ding, die ruwe tracks. Het greep me. Nu was ik sowieso geen standaard Gaastra-jochie, zoals die rijke kids bij me uit de buurt." Het hele hiphop gebeuren was nieuw eind jaren tachtig. Het was een manier om jezelf te onderscheiden. "Dan liep je over straat, en keken mensen je raar aan. Maar als je iemand tegen kwam met dezelfde kleding, was het net of je onderdeel was van een geheim genootschap. Bij house was dat ook zo. Kale kop, bomberjack, je knipte even naar elkaar als je elkaar voorbij liep op straat." De liefde voor hiphop is zeker niet verdwenen. Nog steeds bevatten veel van Richards tracks samples uit die 'ruwe' tijd. "Als ik in het weekend wil feesten, wil ik rappers over hoeren en pistolen horen rappen. Geen diepzinnig gelul, of handjes in de lucht en meezingen. Ik wil kapot gaan, m'n energie eruit knallen op keiharde muziek."

Fame & fortune
Als je opgroeit in een huishouden waarin geen geld is voor excessief gedrag en je elke cent zelf moet verdienen, wat gebeurt er dan met je als je van de ene op andere dag een nationale beroemdheid wordt? In de hoogtijdagen van gabber overkwam dit Richard, dankzij zijn aandeel in het mateloos populaire tv-programma TMF Hakkeeh. In 'ff ouwehoeren met Drokz' besprak hij ingestuurde werkstukken, brieven, contactadvertenties en de nieuwste platen. Het maakte hem in één klap van een straatrat tot een BN'er, samen met jongens als Dano en Da Mouth of Madness. 

"Ik snapte er geen ene pestflikker van. Die mag je quoten. Dit is wat Sietse [MC Da Mouth of Madness, red.] en mij tot onze dood zal verbinden. Dat we op een gegeven moment aan de telefoon zaten en alleen maar konden uitbrengen: 'Wat de fok gebeurt er nou?' We wisten echt niet wat ons overkwam. Sta je ergens te draaien, trekt een wijf d'r broek van de reet af, of ik haar onderbroek wou signeren. Stond je vervolgens nog anderhalf uur handtekeningen uit te delen. Opeens wilde iedereen wat van je. Ik zei nog tegen Siets: 'Gast, een half jaar geleden stonden we nog ergens te blowen.' Het is bizar om de droom die je zolang hebt werkelijkheid te zien worden." 

Beroemd worden in zo'n korte tijd was niet alleen maar rozengeur en maneschijn. "Je krijgt opeens zoveel fake aandacht. In het begin denk je dat die wijven je helemaal top vinden. Maar het gaat niet om jou als persoon. Het gaat om jou als artiest, jou als een soort van droom. Dan word je op een gegeven moment wel paranoïde hoor. Als er dan iemand aardig tegen je deed, zat je gelijk af te vragen wat 'ie van je moest. Wil hij een demo? Wil hij iets anders? Je gaat klitten met mede-artiesten, en met je oude vrienden waarvan je weet dat die je normaal zullen behandelen." Het was een zware periode, waarbij ook de nodige stimulerende middelen werden gebruikt. "Je werd geleefd. Elk weekend op pad, elk weekend feest, al die aanbidding. Dat telefoontje met Sietse zal ik nooit vergeten. We hadden steun aan elkaar, omdat we allebei in hetzelfde schuitje zaten door dat televisieprogramma. In 1996 draaide ik voor het eerst op Thunderdome, en twee jaar later ontplofte de boel."

En dat terwijl ze 'gewoon maar wat deden'. "Gabber Piet viel uit, werden wij gevraagd. Wij hadden geen flauw benul hoe je zoiets deed. 'Ff ouwehoeren met Drokz' was maar een hersenspinsel. Zo van 'kom, we zetten Richard in een kantoortje'. Er was niemand die ons begeleidde. ID&T was veel te druk met het aan de gang houden van de hele machine, dus deden we maar wat. Elke woensdag naar kantoor, en we zagen wel waar we op kwamen."

What goes up, must come down
Aan het eind van de jaren negentig stortte de gabbercultuur in. Er waren teveel partijen die er alleen voor het geld in zaten. De feesten werden onvriendelijker, er liepen extreem-rechtse sujetten rond. De publieke opinie kantelde tegen 'al die drugsgebruikende kale neonazis.' "Ik vond het eigenlijk helemaal niet zo erg dat het zo hard naar beneden ging, om eerlijk te zijn. Het hele gebeuren stortte in, niet alleen wij. De scene was verzadigd. Creatief gezien was het echt om te janken in die tijd. De dj's wilden niet meer, het publiek liep weg. Dat was ook nodig, als je het mij vraagt. We zaten vast in een formule. 909-kickje eronder, de Juno erop… Dat was het."

Niet dat er iets mis is met een formule, zeker niet. "Ik werk ook via een vast patroon. Wat werkt, dat werkt. Je ziet tegenwoordig gelukkig wel steeds meer dat de status quo wordt doorbroken. Dat was ook zo rond de eeuwwisseling. Opeens moest iedereen weer knokken voor z'n centen. We begonnen weer met een schone lei. Een deel van de oude garde was het kwijt, hield er mee op. Ja, het was wel een soort zuivering." Richard moest weer opnieuw beginnen. Terwijl hij eerst nog goed in de slappe was zat (en in het vrouwelijk schoon), moest hij nu weer knokken voor zijn centen. "Daarom is mijn vriendschap met Akira ook zo sterk. Ik had connecties bij ID&T, in de bovenwereld. Kin kende alle jongens in de ondergrond. De mensen waren er, maar het was los zand allemaal. Toen zijn we onze eigen feesten gaan geven, draaiden we opeens voor 250 piek de man. Alles om de terror in leven te houden." Het lukte niet helemaal, want na verloop van tijd moest er toch weer gesolliciteerd worden. Een beslissing die, zoals later zal blijken, een van de betere uit z'n leven is geweest. 

Vandaag de dag is Richard hoopvol voor de toekomst. Ja, de hardcore heeft de afgelopen tijd ook vast gezeten in een formule, maar ook nu weer komen er steeds meer creatieve geesten op die het allemaal net wat anders aanpakken dan 'normaal.' "Ik zie het nu eerder als een evolutie binnen de muziek, in plaats van een revolutie. Nu gaat het wat natuurlijker. Toen pleurde het allemaal in elkaar tegen de wil van iedereen in. Nu is het geleidelijk, ze hebben van die kutperiode geleerd. Nu is er overal een terrorzaaltje. Het zal nooit de grootste stage zijn, maar we zijn er wel. En hopelijk dwaalt er dan iemand, die eventjes klaar is met de mainstream hardcore, toevallig ons zaaltje binnen. En misschien blijft 'ie hangen. En zien we hem volgende keer van begin tot eind bij ons vooraan staan. Dat dingen als rawstyle, hardstyle en al die andere genres zo populair worden is alleen maar beter voor ons. Want dan blijven er mensen doorstromen naar dat kleine zaaltje daar achter in, waar het allemaal net een tandje harder gaat."

The godfather of terror
Hoewel Richard vaak op de mainstage staat, is terror het genre waar zijn hart ligt. Optreden op de mainstage is dan ook vooral om zieltjes te winnen voor de vaak veel kleinere terrorzaal. "Ik heb twee doelen als ik ergens draai. Enerzijds wil ik mensen vermaken, simple as that. Aan de andere kant wil ik mensen kennis laten maken met wat ik vet vindt. En dat is terror. Hoe kan ik dat beter doen dan tijdens een set in de grote zaal, waarbij ik alles kapot draai op het einde? Sommige mensen snappen dat niet, die gaan weg. Donder je lekker op. En sommigen zitten zo van 'DAMN! Dit is dope!'. Dat is altijd mijn missie geweest, mensen kennis laten maken met iets nieuws." Richard is tegenwoordig vast onderdeel van de Masters of Hardcore familie. "Dat vind ik de kracht van MoH, dat ze het hele landschap van de hardcore bestrijken. Dat ik tijdens de tours de mainstream hardcore kan afwisselen met iets ruigs, iets anders. Dat er mensen aan het einde van de avond op me afkomen en zeggen dat ik een wereld voor ze heb geopend. Daar doe je het voor."

Tegenwoordig is terror weer een solide scene, met jonge aanwas zoals bijvoorbeeld DJ Mithridate, Deterrent man en Danny Ovington. "De jonkies staan aan de poort te rammelen. Heerlijk, echt. Ik hou van competitie. Ik kan alleen maar denken 'kom maar op'. Ik heb altijd die drive om te knokken. Ik heb een hekel aan Calimero-gedrag, zo van 'zij zijn groter, ze gunnen mij geen boekingen.' Fok dat. Als je goeie platen maakt, kom je er wel. Met strijdlust kan je talent verbloemen, dat kom op den duur echt wel. Als je niets doet met je talent, of je zit er alleen in voor de money, vrouwen en fame, val je keihard door de mand. Je moet die wil hebben om te presteren. Neem bijvoorbeeld The Vizitor en Akira. Die hebben een vrouw, kinderen, een baan, maar draaien en produceren er ook gewoon naast. Dat is toewijding, dat moet je hebben."

Gewoon gas geven. Als het niet linksom kan, dan maar rechtsom. "Als het slecht gaat, ga ik alleen maar harder. 2012 was een rampjaar voor de terror. Er kwam geen muziek meer uit. Alleen Akira, Paranoizer, KRTM, Tripped en The Sinner waren er nog. Als ik iemand vergeet, bij deze sorry. De anderen hadden allemaal wel legitieme redenen, zoals verbouwingen of persoonlijke problemen. Maar de terror lag op z'n gat. Toen had ik zoiets van 'ok, nu ga ik zoveel muziek maken dat ik die shit in leven kan houden.' Ik zie mezelf echt niet als rockster ofzo, maar ik voelde me gewoon verantwoordelijk om de scene in stand te houden. Zoals ik al zei, als het slecht gaat, gaat er een knopje bij me om en knal ik extra hard. Dat ik er dan een zakcentje mee verdien is alleen maar bonus. Al die andere boys zeiden ook tegen me 'Richard, we komen echt wel weer terug,' dus er was wel hoop, daar niet van. Ze staan er nu weer gewoon, zelfs met nieuwe namen er tussen. Het komt allemaal wel weer goed, maar iedereen moet wel scherp blijven." 

Nee, je hoeft Richard echt niet te verafgoden. "Brandweermannen of chirurgen, dat zijn pas echt helden. Ik draai alleen maar plaatjes die ik leuk vind. Dat is echt geen valse bescheidenheid, zo zie ik het ook. Ik ben een van die mensen op de dansvloer. Het enige dat ik wil, is dat pure gevoel van 'het is weekend!' overbrengen. Fok it, we trekken een biertje open, de werkweek zit erop. Ik ga ook niet claimen dat ik shit heb uitgevonden, daar gaan mijn nekharen van overeind staan. Muziek is entertainment, en als ik niet iets begin, begint iemand anders het wel." 

In 2012 was ook de laatste Thunderdome. Het concept dat ook Richard zoveel bracht. Hoe kijkt hij tegen het feit aan dat het feest er niet meer is? Hij draaide samen met DaY-mar de allerlaatste set op de mainstage, met als allerlaatste plaat dus 'Our Song'. "Ik vond het bizar om de laatste te zijn om te draaien op een Thunderdome. Maar vanaf het moment dat het aangekondigd werd dat het de laatste was, had ik er wel vrede mee. Want hoe goed de mensen achter het concept de jaren ervoor ook hun best hadden gedaan, je zag gewoon dat het niet liep zoals het moest lopen. De ziel zat er niet meer in vanuit het bedrijf. De laatste was fantastisch, daar zat ook een ploeg achter met passie. Maar als ze door waren gegaan na die laatste, vanwege het succes toen, dan had het glans ingeleverd, zogezegd. Het is goed zo. Afsluiten met een knaller. Laat de mensen er maar van balen. Dat is veel beter dan dat niemand het mist omdat het feest niet bijzonder meer was." 

'Rust in mijn kop'
Wat veel mensen niet beseffen, is dat Richard gewoon een fulltime baan heeft als inkoper bij een groot ICT bedrijf. Elke ochtend vertrekt hij op zijn scooter naar een plek waar niemand enig benul heeft wie hij in het weekend eigenlijk is en hoeveel (jonge) mensen tegen hem op kijken. "Zo is het heerlijk man. Ik hoef niet meer rond te komen van draaien en produceren. Het geeft me rust in m'n kop, de noodzaak is er niet meer. Ik draai tegenwoordig alleen nog maar op feesten als ik daar zin in heb. Als een organisatie mij nu als een of andere schijtlul behandeld, kan ik ze nu op mijn zwarte lijst zetten zonder dat het grote gevolgen heeft voor mijzelf."

Een van de redenen dat Richard niet van produceren en draaien rond wil komen, is dat hij niet meer onder druk wil werken. Die tijd heeft hij gehad, onder meer toen het hele Thunderdome circus in de jaren negentig los barstte. Hij produceert nog steeds veel, maar alleen waar hij zin in heeft. Zoals 'Our Song', een samenwerking met DJ DaY-mar en stiekem een onofficieel anthem van de allerlaatste Thunderdome. "Als ze me hadden gevraagd het anthem te maken, had ik nee gezegd. Hoe ga je in de studio zitten dan? Je moet wel echt met iets briljants komen voor de allerlaatste Thunderdome. Ik trek dat niet, dat 'moeten.' Ik ben gewoon voor mezelf in de studio gaan zitten, met een eigen idee en die fantastische samples. Ik heb Dagmar gebeld, zij regelde de kicks en binnen vier uur stond de track er. Alles viel op z'n plek, maar dat was vooral omdat er geen druk achter zat. Mijn rekeningen worden betaald, dus daar hoef ik het niet meer voor te doen. En daarom kies ik ervoor om het zo te houden. Dat ik af en toe mijn nachtrust ervoor moet op offeren, soit." 

Het is een merkwaardige keuze, vooral als je bedenkt dat Richard prima elk weekend zou kunnen draaien en daar ook rond van zou kunnen komen. "Ik werk bij een leuk bedrijf, heb leuke collega's. Het houdt me scherp. Ik moest laatst in een superdikke hut draaien in het buitenland. Maandag was ik vrij en dinsdag ochtend zat ik weer in mijn regenpak op de scooter, op weg naar werk. Wat voor rockster ben je dan? Ik ben een jongen van de straat. Dat krijg je er ook nooit meer uit. Van een dubbeltje moet je geen kwartje willen maken, daar is 'ie niet voor geboren. Ik ben een dubbeltje, en daar ben ik trots op. Ik verdien in een weekend waar die gasten maanden voor moeten sparen, zoiets moet je wel realiseren. Maar zij geven geen fok om wie ik ben, heerlijk." 

Thunder
Er is nog wel één ding waar Richard zich kwaad om kan maken, en dat is de track Thunder van The Opposites. "The Opposites komen uit de hiphop. Ik hoorde van alle kanten dat de track was bedoeld als ode aan Thunderdome. Lik m'n harige reet. Als je uit de hiphop komt en je wil respect betonen aan iets, dan doe je aan namedropping. Dan hadden ze op z'n minst het Dreamteam moeten noemen, en Promo. Mij hadden ze echt niet hoeven noemen. Maar dat ze 3 Steps Ahead niet voorbij lieten komen, dat kon echt niet. Dat was de druppel. Gaan ze in plaats daarvan lopen rappen over hoe goed ze zijn met Protools. Wat de fok heeft dat met Thunderdome te maken?"

Natuurlijk vertelt Richard wel eens wat hij in het weekend doet. Daar lachen zijn collega's ook wel om. Maar vervolgens moet er wel een bedrijf gerund worden. En dus stapt Richard elke werkdag gewoon weer op zijn scooter. In zijn regenpak. En dan maalt helemaal niemand erom wat hij voor de hardcore en terror in Nederland heeft betekend. Dan is hij net zo'n verzopen kat als de rest van ons, als we zeiknat op de stoep van ons werk staan.

--
Erin Gabriël is zelf ook een hardcore motherfucker, maar dan met pen en papier. Hij vertrekt binnenkort voor een jaar naar de States, waarvandaan hij ook af en toe verslag zal doen over de scene.  

--
Volg Drokz op Facebook
Volg THUMP op Facebook en Twitter