​Mike Servito draait vanavond met zijn held I-F

"De periode tussen '92 en '94 in Detroit was heel intiem. Je voelde de creativiteit."

|
apr. 15 2016, 4:10pm

Will Calcutt

Vanavond draait de Amerikaan Mike Servito in De Marktkantine, samen met Hagenezen I-F en Legowelt, en die line-up is geen toeval; Mike is gefascineerd door het geluid uit Den Haag. De resident van de beruchte The Bunker feesten in New York draait de laatste paar jaar veel in Europa, maar staat al sinds 1995 achter de decks – veel mensen noemen hem het best bewaarde geheim van Detroit en New York. We spraken hem over de clubs waar hij onder meer Richie Hawtin en Derrick May zag draaien, over het verschil tussen New York en Detroit, de 'perfectie' van I-F, en dansvloeren die té gezellig zijn.

THUMP: Mike, hoe kwam je met elektronische muziek in aanraking?
Mike Servito: Op jonge leeftijd had ik al een goed gevoel voor wat ik tof vond in house, techno en dancemuziek in het algemeen. Ik ging meestal met een vriend naar de club, maar soms ook alleen. Er was een clubscene en een meer undergroundscene, die opdook op verschillende plekken in de stad – al was er wel de nodige overlap. Ik hoorde de mixjes al op de radio, maar het was vooral mijn oudere neef die mij introduceerde met techno en veel andere muziek: van de vroege industrial van Ministry tot Skinny Puppy, dat tenslotte leidt naar techno. Hij liet me Derrick, Kevin en Eddie (Fowlkes red.) horen toen ik veertien was. In die tijd luisterde ik veel naar Jeff Mills op de radio, die draaide onder de naam The Wizard. Toen Big Fun van Innercity een hit werd, was ik echt trots: gewoon een plaat uit Detroit.

Hoe ervaarde je de eerste clubnacht?
In 1992 ging ik voor het eerst naar de club, puur voor de muziek. Ik dronk niet en gebruikte geen drugs. Ik was een introvert persoon en niet heel sociaal. Ik observeerde, keek naar mensen en luisterde. Af en toe danste ik, soms uren achter elkaar. In de eerste jaren dat ik uitging zag ik Richie Hawtin en Mike Huckaby draaien, daarna ging ik naar de meer underground plekken. Die waren in Detroit juist in het centrum. Daar zag ik Derrick May en D. Wynn. Met de kennis van nu was ik maar wat verwend.

Wat voor mensen kwamen op die feesten af?
Ik had het gevoel dat het publiek behoorlijk divers was. Die dagen ging iedereen voor dezelfde muziek. Het was een bijzondere scene in de tijd voor de ravecultuur een dominanter ding werd in de VS. Het publiek werd jonger en iedereen wilde het ervaren. In de periode tussen '92 en 94 was het in Detroit nog intiem.

Hoe zagen de clubs eruit?
We gingen allemaal naar club Industry voor het feest Factory Fridays. Dat was in het stadje Pontiac, ten noorden van Detroit. Het was een grote glanzende metalen club, er waren twee dansvloeren en meerdere verdiepingen, met veel bars en banken. Zelfs voor die tijd was het echt zwaar over de top. Vrijdagnacht hoorde je goede house en techno. En als je dat daar niet hoorde, moest je naar St Andrews Hall, daar was de avond 3 Floors Of Fun. Boven werd techno gedraaid, op de begane grond hiphop, en in de kelder een soort mix met van alles en nog wat. Dat leek een beetje op The Shelter, waar ook housegeoriënteerd avonden werden georganiseerd, zoals The Love Club.

Normaal gesproken ging ik eerst naar de clubs, later op de avond zocht ik meer underground plekken op. Het voelt voor mij alsof de vroege jaren negentig niet meer zijn geëvenaard; het waren zoveel creatieve jongeren die feesten organiseerden met geweldige dj's. Soms was zo'n feest enkel een donker hol met een stroboscoop, maar ik vond het best. Dan danste ik gewoon urenlang voor de speakers.

Denk je dat de clubervaring heel anders is dan nu?
Er zitten altijd voor- en nadelen aan als je clubcultuur van nu gaat vergelijken met die van toen. Ik denk dat er wel factoren zijn die niet veranderen, maar tegenwoordig is het soms een beetje té gezellig. Er wordt meer gepraat: mensen maken foto's en dansen minder. Een verbetering is natuurlijk de technologie: de kwaliteit van het geluid, daar wordt nu veel beter op gelet.

Je woont in New York. Wat is het grote verschillen tussen de twee steden?
Het is moeilijk om het New York van 2016 met het Detroit van 1993 te vergelijken. Natuurlijk zijn er overlappingen, en ik word nog steeds herinnerd aan Detroit en dat vind ik juist fijn. Toch is er een ontwikkeling gaande in New York die lijkt op het Detroit van 1992: er komen net als toen steeds meer mensen op de feesten af. Er zijn echt een miljoen feesten momenteel.


Welke clubervaring staat je het meest bij?
Ik weet niet of het een clubervaring was of meer een moment, maar ik herinner me goed dat ik de mix I-F:Mixed up In The Hague hoorde. Voor veel mensen in Detroit was die mix een shock, dit was perfectie. "Het wordt niet beter dan dit!", heb ik vaak gehoord. Het veranderde mijn perspectief op draaien. Met name de sets van I-F, Herbert en Daniel Bell hebben veel invloed gehad op mijn eigen geluid.

Als je in de club staat, ben je dan heel gefocust aan het luisteren, of dans je ook gewoon?
Ik luister wel gefocust, maar dans er wel bij. Zo nu en dan wekt een plaat mijn aandacht en moet ik weten hoe-ie heet, maar ik ga zeker niet te werk zoals sommige gasten van nu, ik hoef niet iedere track-id te weten. Ik hoor wat ik hoor en verzamel de muziek die ik kan krijgen. Er zijn tracks waar ik enthousiast over ben, maar ik zal niet janken als ik het nooit meer zal horen of niet kan achterhalen wat het was. Muziek is een krachtig iets; het is memorabel en geestverruimend. Ik kan me niet iedere plaat herinneren, maar ik herinner me de energie in een club en het gevoel dat ik kreeg bij een goed nummer.


Vanavond staat Mike in de Marktkantine, er zijn nog kaarten.
Volg Mike via SoundCloud // Facebook

Meer VICE
VICE-kanalen