Grote telefoon: groot complot?

Het is voor telefoonmakers voordelig om een telefoon te maken die je makkelijk laat vallen.

|
09 februari 2016, 9:34am

Ik heb een theorie over je telefoon.

Net als alle goede complottheorieën, bevat deze een kabaal van internationale bedrijven, miljarden euro's in omzet, honderden miljoenen onderdelen en stapsgewijs toegepaste veranderingen over een periode van jaren – allemaal om je relatie met het niet-zo-kleine apparaat in zak te manipuleren.

Toen de 4.7-inch iPhone 6 in 2014 uitkwam, weigerde ik te geloven dat het klaar was met kleinere telefoons. Ik zweerde dat ik geen nieuwe telefoon zou nemen in 2015 als Apple echt stopte met het maken van telefoons met een 4-inch scherm. Ik wilde het nauwelijks geloven dat ze dat zouden doen – maar de tekens waren duidelijk.

In 2015 mocht ik weer een nieuwe telefoon. Ik twijfelde even om mijn 5S te houden, maar het OS werd al langzaam op de twee jaar oude hardware. Andere iPhone 6-gebruikers vertelden me dat je even moest wennen aan de grootte, en dat alles dan prima zou zijn. Ik nam de 6S en hoopte dat ik me aanstelde en dat ik er gewoon aan zou wennen.

Ik zat er naast. Ik zou met meer gemak een levende vis vast kunnen houden. Ik gebruik mijn telefoon nog steeds even vaak, maar mijn handen worden gevoelloos en mijn vingers en pols doen zeer als ik 'm te lang vast heb. Ik heb verschillende grepen uitgeprobeerd, maar niets helpt.

Ik heb het geluk dat ik een nieuwe telefoon kan kopen, net als iedereen die zich dat kan veroorloven. Maar het is toch gek hoe slecht deze designkeuze is van een bedrijf dat vooral bekend staat om goed design? Smartphones veranderen de hele tijd van vorm, maar er wordt zeer weinig gesproken over de waarom smartphones steeds groter en dunner worden. Twee jaar geleden schreef ik over hoe kleinere telefoons met moderne hardware lijken te verdwijnen. (Telefoons zoals de speculatieve iPhone 5se, die gebouwd wordt uit overtollige hardware tellen niet.)

Hoe zijn we hier beland? De eerste iPhone, uit 2007, was niet veel groter dan de originele Motorola Razr uit 2003. De acht jaar daarna kwamen er smartphones uit in elke mogelijke vorm: de piepkleine HP Veer, de enorme Galaxy Notes en tientallen Android-telefoons daartussen – sommige in verschillende vormen en groottes maar meestal vergelijkbaar met het weinig-knopjes-veel-scherm-design van de iPhone.

En toen verdween, langzaamaan, die verscheidenheid in groottes. Nieuwe telefoons werden steeds groter. Kleinere telefoons stierven door geplande veroudering. En iedereen die een nieuwe telefoon wilde, keek ineens naar een etalage met alleen telefoons die groter zijn dan 4.7 inch.

Hogere machten willen graag dat wij onze telefoons laten vallen zodat ze ons nieuwe kunnen verkopen.

Met hun queeste voor telkens grotere schermen, lijken telefoonmakers vergeten te zijn dat die telefoons ook bruikbaar moeten zijn. Kleine onderzoeken hebben aangetoond dat 4.3 inch de maximale grootte is voordat mensen er niet goed meer mee om kunnen gaan. Het duurt vanaf die grootte langer om dingen te doen op de telefoon, omdat enkelhandig gebruik onhandig wordt (ha) – en die resultaten gelden voor de hand van een gemiddelde man. Uitgaande van een normale distributie is voor de helft van de mannen en vrijwel alle vrouwen een telefoon groter dan 4.3 inch – ongeveer de kleinste iPhone die nu verkocht wordt – te groot.

Een informeel Twitter-onderzoek dat ik deed (onder grotendeels mannelijke gebruikers; omdat Twitter) toonde aan dat de helft van de respondenten hun telefoon te groot vonden.

"Alle smartphones zijn gigantisch. Ik haat het dat ik gedwongen wordt om er zo een te kiezen omdat ik een top-of-the-line telefoon wil, en dat ik ook nog een superparanoïde ben over 'm laten vallen," vertelt een eigenaar van een 5.3-inch telefoon.

"Ik haat het feit dat ik honderden dollars moet betalen voor iets waarvan ik weet dat het niet bij me past, simpelweg omdat ze geen kleinere maten aanbieden," zei een andere 5.3-inch telefooneigenaar. "Ik wou maar dat ze de breedte van het scherm zouden adverteren in plaats van de diagonale lengte. Niet breder dan 6 centimeter zou ideaal zijn voor mijn handen."

"Ik kan er geen hoesje omheen doen omdat ik 'm dan niet meer kan vasthouden," klaagde een ander over hun 4.7-inchtelefoon.

Vrouwenkleding is ook niet gemaakt voor de grote-telefoontrend. "De telefoon past niet in mijn jas- of broekzak omdat kledingmakers vrouwen haten," schreef een vrouw over haar 5.3-inchtelefoon. "Het ding is ook zwaar, waardoor ik meer last krijg van peesontstekingen in mijn polsen."

Mensen waren vooral pissig over het onvermogen om de telefoon veilig met een hand te bedienen.

"Je moet 'm rondschuiven op je hand om verschillende delen van het scherm te raken, wat onvermijdelijk leidt tot 'm laten vallen en paniek," schreef iemand. "Ik kan niet comfortabel typen met een hand zonder doodsbang te zijn dat ik het kloteding laat vallen. Waardoor ik dus nooit meer chats beantwoord," zei een ander. "Het is te makkelijk om de telefoon te laten vallen en ik kan de verste UI-elementen niet meer aanraken zonder twee handen te gebruiken," vertelde weer een ander. Etcetera.

Het is ongelofelijk dat Apple, en alle andere bedrijven die smartphones bouwen, iets maken dat tegelijkertijd zo belangrijk is voor mensen en zo vervelend om te gebruiken.

Er is natuurlijk één groot argument voor een grotere telefoon, en dat is dat er meer content past op een groter scherm. De meest begeerde consument voor een dure smartphone is een verouderende babyboomer, vertelt productdesigner Bryce Rutter me. Dit is een demografie waar eerdere smartphones niet aan dachten. De tekstgrootte op het scherm kan aangepast worden met software, een groter scherm betekent dat er meer van dat dikke font zichtbaar is en dat maakt babyboomers blij.

Maar zelfs voor oudere mensen – de doelgroep van een grotere telefoon, vanwege hun verziendheid – is een grotere telefoon niet per se beter, zegt Rutter. Telefoons zijn naast groter, ook gladder en dunner geworden. Ze zijn voor iedereen moeilijk vast te houden, maar vooral voor oude mensen die minder behendig zijn. "Artritis komt vaak voor in de hand. Als behendigheid en handfunctie afneemt, lossen we een probleem ten koste van een ander op," aldus Rutter.

Dat brengt ons bij de economische verklaring en mijn eigen complottheorie om de opkomst van grote telefoons te verklaren: hogere machten willen graag dat wij onze telefoons laten vallen zodat ze ons nieuwe kunnen verkopen.

Ik heb mijn telefoon wel eens laten vallen waardoor het scherm brak: vrijwel iedereen heeft dat wel eens gehad. Een paar tuimelingen later stopte de camera met werken. De Apple Genius die ik bezocht wilde het wel door de vingers zien dat ik mijn scherm had laten vervangen door zo'n schimmige telefoonwinkel, en bood me een afgeprijsde telefoon van Apple aan voor een paar honderd dollar.

Het is zeker niet onhandig voor hardwarebedrijven dat ik en mensen om me heen zo veel moeite hebben met onze telefoons vasthouden. Ik ben geen fan van complottheorieën, maar ik zie overal tekens die wijzen op een internationaal smartphonecomplot.

In de begindagen van de Genius Bar werden vooral mensen met garantie geholpen. Geld wisselde niet vaak van handen. Als je de vroege versies van de iPhone terugbracht, was het niet vreemd om een vervangend model te krijgen als je scherm gebroken was, je home-knop kapot was, of voor andere problemen (het enige probleem waar Apple onaardig over was, was waterschade). Een paar jaar later vraagt Apple $99 om het scherm van een iPhone 6S te vervangen, zelfs als de eigenaar AppleCare heeft. Zonder AppleCare kost een nieuw scherm $129, of $149 voor een iPhone 6S Plus.

Het is nauwelijks mogelijk om uit te zoeken hoeveel dit Apple oplevert. Maar de reparatie-industrie buiten Apple om floreert. Online diensten en tientallen winkels bieden smartphonereparaties aan. IBISWorld, een bedrijf dat marktonderzoek doet in de reparatie-industrie, verwacht de komende jaren een langzame groei van jaarlijks 2.3 procent. Maar de afgelopen 16 maanden is de reparatiemarkt buiten de grote bedrijven om gegroeid van $1.4 miljard naar $4 miljard, volgens IBISWorld.

"De telefoonreparatie-industrie is de afgelopen vijf jaar substantieel gegroeid dankzij een aantal factoren, waaronder goedkoper en betrouwbaarder mobiel internet en de exploderende populariteit van smartphones, die steeds fragieler zijn en daardoor meer reparaties nodig hebben," aldus het rapport. Dit zegt verder niets over hoeveel de omzet van Apple is gegroeid door het aanbieden van reparatiediensten buiten de garantie om.

Naast de transacties rond reparaties, is er ook de refurbished – opgeknapte – smartphone-industrie, waarin telefoons in het buitenland opnieuw verkocht worden of gestript voor onderdelen. Garner berekende dat de wereldwijde opknapomzet ongeveer $7 miljard bedroeg in 2014, en in 2017 zal groeien tot $14 miljard. Veel retailers, waaronder Apple, nemen met alle liefde je oude telefoon aan – als die het nog doet, kan die namelijk makkelijk doorverkocht worden.

Toen ik dit artikel aan het researchen was, kondigde Apple een nieuw programma aanwaarbij gebruikers hun kapotte telefoons kunnen inwisselen voor nieuwe modellen, in plaats van alleen werkende telefoons aan te nemen. Het bedrijf gaat ook machines die beeldschermbeschermers aanbrengen in hun winkels zetten.

Garner gaf in dat rapport ook aan dat tech-liefhebbers de meeste nieuwe smartphone-aankopen aandrijven, en dat hun loyaliteit extreem hoog is. Als geplande veroudering niet meer genoeg winst oplevert, dan heeft een smartphonemaker blijkbaar meer opties – waaronder het makkelijker maken om de telefoon te laten vallen en reparatiediensten aanbieden. En nu telefoons bijna altijd pakweg 4.7-inch groot zijn, kan je moeilijk een andere telefoon uitkiezen om hieraan te ontkomen. Iedereen wint. Behalve de klant.