Het geluid van de claustrofobische stilte in het hart van datacentra

FYI.

This story is over 5 years old.

Het geluid van de claustrofobische stilte in het hart van datacentra

Net als bij een orkaan bestaat het epicentrum van data uit een onaardse kalmte.
12.9.14

Data centrums zijn echt superluid. Maar rechtstreeks in het hart, diep in het binnenste van de cloud, en begeef je je in een zee van oncomfortabele kalmte.

Neem het bescheiden datacenter van Birmingham City University, waar de Engelse sounddesigner en audiovisuele componist Matt Parker recent de server heeft gestalkt. Bewapend met opnameapparatuur was hij op zoek naar het geluidsprofiel van wat hij de "claustrofobische atmosfeer" noemt in de kern van het data center.

Advertentie

Het is allemaal deel van een groter doel om een collectie van 'clouds' te vergaren. Het is de laatste installatie in Parker's lopende onderzoek The Cloud Is More than Air and Water. Parker onderzoekt zowel de "akoestische ecologie" van cloud-computergebruik en wat de cloud überhaupt betekent voor iedereen die het gebruikt. Daarnaast kijkt hij ook naar de fysieke ruimte die de kasten innemen en de technici die voor de machines zorgen. Eerdere CMTAW installaties bestonden onder andere uit het geluid van lucht die in en uit het datacenter beweegt en het gebruik van grote aantallen LEDs in datacenters.

Maar het is Turbulence in the Chamber, die je boven kan zien en horen, die iets veel subliemer raakt.

"Ik liep daar rond met een shotgunmicrofoon in mijn hand, richtend in de rondte tussen de rekken totdat ik een interessant geluidsobject tegenkwam dat naar me opsprong," vertelde Parker me.

Maar zijn vangst zou niks voorstellen als hij het niet goed zou voorbereiden. Parker vertelde dat hij voor de BCU-opnames zijn microfoons had opgesteld bij een paar serverkasten, "Ik gebruik specifiek een combinatie van bijpassende stereo cardioïdemicrofoons in een X-Y opstelling en meer gerichte shotgunmicrofoons om specifieke geïsoleerde geluiden op te vangen."

"Ik heb koppels microfoons bij de gangen van serverkasten opgesteld om algemene achtergrondartikelen op te vangen," ging hij verder, "en op een gegeven moment heb ik zes shotgunmicrofoons op een rij gezet tegenover zes serverkasten om individuele servergeluiden te registreren."

"Ik ontdekte dat elke ruimte zijn eigen persoonlijkheid heeft"

Parker nam daarna alles mee naar de studio en ontwikkelde zessporige audiostukken van de omgeving geluiden en geluidsobjecten uit het hart van het datacentrum. Deze audiostukken werden daarna gevormd in een omgeving-specifieke installatie.

Voor de bijbehorende visuals van Turbulence gebruikte Parker een mengelmoes van zelfgemaakte beelden van toen hij bij BCU verbleef en een ander datacentrum (hij wilde uit veiligheidsoverwegingen niet zeggen welke). Daarnaast gebruikte hij nog promotievideo's van datacentrums die hij op Youtube vond.

"Ik heb ontdekt dat elke ruimte zijn eigen persoonlijkheid heeft. Ik geloof dat ik met het opnemen van de geluiden,een uniek geluid kan vinden van elke ruimte," legde Parker uit. "Ik zou het liefst een collectie maken van clouds met titels 'het geluid van XXX', zodat ik installaties kan maken die klinken als Facebook-, Google- of CERN-data."

Het maakt hem eigenlijk niet uit bij welk datacentrum, groot of klein, hij langs mag – Parker zei dat hij ongeveer overal wel zou willen opnemen.