Advertentie
Stuff

Hoe het is om een gehandicapte vluchteling te zijn

Drie verhalen uit de kampen in Griekenland.

door Stav Dimitropoulos
30 december 2016, 5:30am

Shaig Rasuli werd ervan verzekerd door zijn smokkelaars, die 20 duizend dollar (19.137 euro) bij zijn gezin van vier hadden losgekregen, dat zijn medische toestand en levensomstandigheden zouden verbeteren zodra hij het paradijselijke Europa zou bereiken. In Afghanistan is er namelijk maar één dokter per zesduizend mensen beschikbaar. Rasuli, 32 jaar oud, heeft hydrocefalie (een "waterhoofd") sinds zijn geboorte, en weet dat zijn terugkerende aanvallen van epilepsie, braken en flauwvallen alleen maar zullen verergeren in de toekomst. Wat hij nodig heeft om een redelijk leven te leiden is een shuntsysteem in zijn schedel, waardoor het overtollige vocht afgevoerd kan worden. Als hij dit niet krijgt kan hij een permanente hersenbeschadiging verwachten, zijn fysieke en mentale vaardigheden verliezen of misschien zelfs komen te overlijden. Maar waar en in welk ziekenhuis van Kunduz, waar Rasuli vandaan komt, had hij die operatie kunnen ondergaan? Hij had het geluk dat hij wat furosemide, acetazolamide en isosorbide had opgeslagen toen het vorig jaar in september werd uitgedeeld door het team van Artsen zonder Grenzen in Kunduz. Een paar dagen later vond er een dodelijke luchtaanval plaats op hun ziekenhuis, waarbij 42 patiënten en dokters de dood vonden.

Negen maanden geleden ging de hele familie Rasuli op een illegale tocht naar Europa, met als eindbestemming Duitsland. Alles zou daar goed moeten komen, was hun verteld, met behulp van de opvallend goed georganiseerde groep smokkelaars, waarvan de leden nationaliteiten hebben uiteenlopend van Iraans tot Hongaars en van Turks tot Oostenrijks. Toen Europa de Balkanroute in maart van 2016 dichtgooide, werden de ondernemingen van de smokkelaars echter tot een halt geroepen, en transformeerde Griekenland tot een limbo voor de mensen die al wel waren ontsnapt, maar nog niet op hun eindbestemming waren gearriveerd.

60 duizend mensen van tientallen landen zitten vast in Griekse opvangcentra, in een land dat al zeven jaar in een diepe economische crisis verkeert. Het geweten van eerstewereldlanden is voorlopig misschien gesust door geld te pompen in het fiscaal beroerde land (het nieuwe noodhulpplan van de Europese Unie zal 500 miljoen euro in de vluchtelingencrisis steken tot aan 2018). Het feit blijft echter dat een paar honderd medewerkers van 41 opvangcentra nu moeten dealen met de enorme hoeveelheid asielverzoeken en procedures. Daarnaast staat de nationale gezondheidszorg ook onder druk, door een stijgende hoeveelheid medische behoeftes van mensen die de oorlog en armoede proberen te ontsnappen.

"Het spijt ons, maar we kunnen u niet opereren omdat u niet de juiste legale documenten bezit," was het antwoord dat Rasuli ongeveer een maand geleden ontving tijdens zijn laatste bezoek aan een Grieks ziekenhuis.

"Mijn hoofd voelt aan alsof er een mes tegen mijn brein duwt," zegt hij, terwijl hij de bewegingen van een mes nadoet op zijn schedel. We zitten in het kamp in Elliniko, een plek met twijfelachtige hygiëne en niet erg rooskleurige levensverwachtingen. Zijn manier van lopen wordt elke dag instabieler, en nog erger is dat hij tegenwoordig ook problemen heeft met zijn blaas en darmen – in dit kamp, tussen tientallen mensen. Hij geeft dit toe met neergeslagen ogen.

"Ik bid vijf keer per dag," zegt hij zacht. "God zal me nu niet verlaten." 

Shaig Rasuli

Parwin Amini, 30 jaar oud, is de tweede vrouw van de voormalig machtige jihadcommandant Daut Amini, die nu is gereduceerd tot onderbevelhebber van hetzelfde kamp in Elliniko waar Rasuli vijf keer per dag bidt. In Afghanistan was Amini de dochter van een imam die tien jaar geleden bruut werd vermoord door de taliban. Een Afghaanse man kan een "exclusiever" huwelijk onderhandelen; een dochter zonder privileges kan dat niet. Maar Amini heeft vrede gesloten met het feit dat Daut nog een vrouw heeft, zegt ze. Het is niet meer haar grootste zorg.

"Ik heb drie tot vier keer per week last van acute hoofdpijn," zegt ze. "Ik kan vaak niet slapen omdat mijn handen tintelen. En als ik eindelijk in slaap val, heb ik nachtmerries. Ik zie mijn vader liggen, het bloed druipt uit zijn hoofd en neusgaten, zijn ogen staan wijd opengesperd van de angst." 

Flashbacks, het herbeleven van trauma's, een wazig geheugen, hartkloppingen, verontrustende gedachten over zelfmoord, nachtmerries, het ontbreken van melk in één borst – het zijn allemaal symptomen die Amini aan de dokter in het kamp heeft verteld. Hij vertelt haar dat ze waarschijnlijk kampt met een posttraumatische stressstoornis (PTSS), en adviseert haar man om haar bij te staan. Dat is het. En wat zou een otorinolaryngologist – dat was zijn specialiteit – van een ngo als allereerste moeten behandelen? Een vrouw die negen maanden zwanger is en op het punt staat om een miskraam te krijgen? Kinderen met de mazelen? Mannen die mank lopen van de kogels van de taliban? Vrouwen van middelbare leeftijd met borstkanker?

Amini, een vreedzame vrouw die apotheker wilde worden voor ze zich bij de gemeenschap van de commandant aansloot, krabt de laatste tijd aan haar hoofd en haar lippen tot het bloedt – een symptoom dat zelfs haar normaal gesproken onbezorgde echtgenoot zorgen baart (sommige mensen met PTSS beginnen met zelfpijniging als een manier om zichzelf in het heden te plaatsen, en zich te distantiëren van het traumatische verleden of de periodieke flashbacks). 

"Maar om mijn dochter," zegt Amini verslagen, "ben ik meer bezorgd dan om mezelf. Ze is negen jaar oud en nu al depressief." 

Daut en Parwin Amini

De elfjarige Nadia Amiri heeft een degeneratieve vorm van spierdystrofie. Ze kon lopen tot ze vier jaar oud was. Daarna begon ze ineens te hinken, waardoor ze langzaamaan de stokjesbenen en het hangende hoofd kreeg die tegenwoordig te zien zijn, volgens haar oom Ahmad Amiri, die haar heeft verzorgd tijdens de afwezigheid van haar biologische ouders. Acht maanden geleden werden Nadia's ouders gearresteerd in Turkije, waarna Nadia een maand doorbracht in een opvang tussen andere kinderen zonder voogd. Op een zeker moment lukte het de Turkse autoriteiten haar te herenigen met haar oom in het kamp in Eleonas, een gebied in Athene. Haar ouders zijn nog steeds vermist. 's Nachts slaakt Nadia vaak kreten om haar ouders. Haar oom en zijn vrouw, Alima, haasten zich dan naar haar toe met haar varkensknuffel – een cadeau van haar ouders voor Nadia's laatste verjaardag. Meneer Varken biedt meestal de oplossing. 

Nadia en Ahmad Amiri

Volgens dezelfde oom, een voormalig soldaat uit Kabul, is Nadia's leven in gevaar. Er is myotone dystrofie (MD) bij haar vastgesteld, en elke keer dat zij haar spieren gebruikt, duren de spasmen langer. Daardoor hebben de dokters de conclusie getrokken dat haar conditie verslechtert. De dokters hebben Amiri verteld dat het centrale zenuwstelsel, het hart, het maag-darmstelsel, de ogen, en de hormoonproducerende klieren van zijn nichtje zullen stoppen met functioneren. Er is geen medicijn voor de vormen van spierdystrofie, maar medicatie, oefening, fysieke therapie, rehabilitatieapparaten, ademhalingsoefeningen en operaties kunnen het verloop van de ziekte remmen.

Dit soort medische aandacht hoeft men niet te verwachten in het opvangkamp. "Ze heeft elke twee maanden een medische check-up, en mag geen zout of suiker meer eten," zegt Amiri, waarmee hij de ontoereikende medische behandeling direct samenvat. Hij neemt het kleine meisje in zijn armen om te laten zien hoe deegachtig haar ledematen zijn geworden. Nadia's brede lach verdwijnt van haar gezicht; haar verwelkomende gezicht verstijft – ze kan niet op haar benen staan, en iedereen kijkt naar haar. Alima Amiri duwt de pluizige knuffel in haar handen, en haar man legt haar terug in haar schuilplaats op bed. Nadia knuffelt Meneer Varken en haar gezicht licht weer op.

Tagged:
handicap
Griekenland
vluchtelingen
vluchtelingencrisis
gezondheid
Ziekenhuis
vluchteling
opvangcentrum
welzijn