Stuff

Mijn vader probeerde een wolf te temmen

Mijn vader wilde ons de jeugd geven die hij nooit had gehad. Maar hij wist niet voorzien hoeveel pijn en verdriet de wolf die hij als huisdier nam zou veroorzaken.
24 juni 2016, 8:51am

Ik was vier jaar oud toen mijn vader een wolf kocht. We noemden de pup Dusty, en bouwden een hok voor hem aan de rand van ons basketbalveldje, voor de garage. Voor een slaperige woonwijk in Pittsburgh was onze familie al behoorlijk raar: mijn vader had een grote lap grond en zes Siberische husky's, en deed als hobby mee aan sledehondenraces. Hij deed mee aan races door heel Pennsylvania en de omliggende staten, kocht in de loop van de jaren steeds meer honden, en organiseerde ons leven om de sport heen.

Hij droomde ervan om een wolf te trainen om de slee te trekken. Die droom mislukte, en als ik nu terugdenk aan de tragedie die zich ontvouwde, kan ik voorbij zijn alfamanfaçade kijken en een man zien die gewoon zijn zoons de jeugd wilde geven die hij zelf niet had.

De auteur en Dusty. Foto met dank aan de auteur

Dusty beet me al op de eerste dag. Het was voorjaar, 1985. Mijn broers TJ en Aaron waren respectievelijk acht en zes jaar oud, en Pa had ons bij elkaar geroepen in de achtertuin van mijn moeder om met de pup te spelen. Onze moeder woonde op een heuvel die uitkeek over de Allegheny River, en de achtertuin liep een beetje schuin af. "Niet rennen!" waarschuwde Pa me. Ik luisterde niet en probeerde weg te rennen, en Dusty beet me vol in mijn billen. Mijn moeder, die haar ex-man geloofde toen hij zei dat de pup half Duitse herder was, wreef over de blauwe plek en probeerde me te troosten. Pa was minder onder de indruk van mijn tranen.

"Ik zei toch dat je niet moest rennen," zei hij.

Als ik over mijn vader vertel, stellen mensen zich vaak een soort gigantische houthakker voor, een gespierde macho met een borstelige baard die meer tijd buiten dan binnenshuis doorbrengt. Maar dat klopt niet. Mijn vader was een gladgeschoren wiskundeleraar, en op zijn hoogtepunt niet langer dan 1,73 meter. Nadat hij met pensioen ging, kromp hij een paar centimeter en verloor hij het grootste deel van zijn haar. Ooit, toen ik al volwassen was, zag ik hoe zijn voeten boven de vloer bungelden toen hij op de bank zat en dacht ik: is dit dezelfde man die me in m'n nek kneep als ik een fout maakte bij een Little League-wedstrijd?

Lees ook: Mijn vader was een kinderverkrachter

Als kind was ik bang voor hem. In mijn ogen was hij groot en sterk. Elke hond gehoorzaamde hem – zelfs de wolf was zijn vriend. Maar Dusty werd al snel het eerste gezinslid dat tegen hem in opstand kwam. Die opstand begon op het oefenparcours. Pa liet hem in verschillende sledeteams rennen, en als Dusty de slee trok, was hij sterker dan alle honden bij elkaar. Maar in tegenstelling tot onze husky's, die instinctief wilden rennen, liep Dusty meestal op een drafje, en na afloop scheurde hij altijd zijn harnas aan stukken. Pa gaf het uiteindelijk op toen Dusty een heel team meesleurde het bos in, achter een vogel aan. Daarna speelde het leven van Dusty zich af in zijn hok en het omheinde basketbalveldje op onze oprit, waar Pa elke ochtend met hem speelde.

Ik zat op de kleuterschool toen Dusty me weer te grazen nam. Pa en een van zijn vele vriendinnetjes stonden in de garage, terwijl ik op het met sneeuw bedekte basketbalveldje speelde. Ik stak een van mijn handschoenen door het hek van Dusty's hok. Hij rook er even aan, en hapte toen toe. Ik rukte mijn arm terug – de handschoen bleef achter in zijn bek. Ik was er zonder schrammen of krassen vanaf gekomen, maar had wel de druk van zijn ijzersterke kaken gevoeld. Geschrokken liep ik de garage in. Ik was een praatgraag kind, en kreeg vaak op mijn kop van volwassenen omdat ik ze onderbrak. Bang om mijn vader boos te maken stond ik daar stilletjes, te wachten tot het mijn beurt was om iets te zeggen. Uiteindelijk keek hij naar beneden.

"Waar is je want?"

"Dusty heeft hem."

Pa rende het hok van Dusty in en rukte de handschoen uit de bek van de wolf. Terwijl hij me op mijn kop gaf omdat ik niet eerder iets had gezegd, plakte hij de want weer met ducttape aan elkaar, en liet hij me daarmee rondlopen tot hij een paar maanden later een nieuw paar handschoenen voor me kocht. Dit was niet de laatste keer dat hij de schade die Dusty had aangericht probeerde te repareren met ducttape.

Lees ook: Hoe ik een beruchte neonazi werd

Het was zomer, 1988. TJ, Aaron en ik waren aan het basketballen op de oprit. We hadden net een spelletje twee-tegen-twee gespeeld, en Pa was het huis in gerend om cola te pakken. Dusty was drie jaar oud en net zo groot als ik. Hij schuurde met zijn ribben langs het hek. Ik stak mijn vingers door het hek en aaide hem. Ik was bang voor Dusty na het handschoenenincident, maar had mijn lesje nog niet geleerd. Hij was zo prachtig. Hoe hij naar de maan huilde was kunst, en ik wilde dat hij van me hield zoals hij van mijn vader hield. Ik had al genoegen genomen met hoe hij mijn broers hem liet aaien door het hek heen, hen soms zelfs likte. Maar de wolf deelde mijn gevoelens niet.

Ik was tegelijkertijd bang voor de wolf en wilde dat hij van me hield, wat min of meer ook was hoe ik over mijn vader dacht.

Dusty bevroor, en in een flits werd ik op mijn rug gesmeten. Er zat een tien centimeter hoog gat aan de onderkant tussen het hek en de betonnen vloer, en mijn voet werd zijn hok in getrokken. Dusty beet zich vast in mijn sneaker en begon, hevig schuddend met zijn kop, me onder het hek te trekken. We hadden in die tijd veertien husky's en hun hokken stonden om dat van Dusty heen rond de oprit. Terwijl de honden blaften als een gek, trok Aaron aan mijn armen. Dusty's tanden kwamen door de schoen heen en ik gilde. Ik realiseerde me opeens dat hij mijn voet ging opeten.

Pa had een schop bij de garagedeur staan, die hij gebruikte om dennennaalden van de oprit af te scheppen. TJ greep de schop, rende naar ons toe, en gaf Dusty een flinke klap door het hek heen. De wolf sprong terug met mijn schoen in zijn bek, en ik vloog naar voren, en viel bovenop Aaron. Dusty trok zich terug in een hoekje en begon de Nike-schoen uit elkaar te trekken. Pa kwam de oprit op rennen, liet de colablikjes vallen, en schoot het hok van Dusty binnen. Hij ramde zijn knie in de nek van de wolf en beukte zijn kop op de vloer tot hij de schoen liet vallen. De husky's werden met elke klap stiller. Een paar draafden rondjes door hun hok, niet in staat om hun opwinding te bedwingen. Pa kwam het hok uit met mijn schoen in zijn hand. Een husky blafte.

"Nee!" Pa's gezicht en nek waren rood aangelopen. "Niet blaffen!"

De hond jankte en viel toen stil. Ik stond daar, met m'n sok op half zeven, te geschrokken om iets te zeggen. TJ legde uit wat er was gebeurd en, terwijl hij zijn dunner wordende haar naar achteren streek, Pa zei dat ik naar de garage moest gaan. Ik liep met hem mee naar een werkbank die achterin stond. Hij deed het licht aan, pakte een rol ducttape, en begon de schoen te repareren. Hij mopperde over de prijzen van Nike, en ik begon zachtjes te huilen. Pa beet me toe dat ik niet zo moest janken.

Het was niet dat hij niet met emoties kon omgaan. Hij knuffelde en kuste ons en zei dagelijks dat hij van ons hield. Maar hij kon slecht tegen kwetsbaarheid. En dus, in plaats van bezorgd te zijn, probeerde hij van de aanval een leermoment te maken: "Hoe vaak moet ik nou nog zeggen dat je je bewust moet zijn van je omgeving?"

De volgende dag maakte hij nog een extra stuk gaas vast aan het hek om het gat onderaan te dichten, en daarna deed iedereen alsof ik niet bruut was aangevallen door onze huiswolf. Ik werd doodsbang voor Dusty en bad elke dag dat mijn vader hem zou wegdoen. Maar dan begon Dusty te loeien tegen een sirene die ergens afging terwijl ik buiten aan het spelen was, en stroomde mijn hart vol met liefde – voor het dier en voor mijn vader. Ik was tegelijkertijd bang voor de wolf en wilde dat hij van me hield, wat min of meer ook was hoe ik over mijn vader dacht.

Lees ook: Mijn leven als jonge junk in Brooklyn

Ik praatte toen nooit over de impact die de aanval op me had – ik was te bang – en nu geloven mijn vader en broers niet dat het een traumatiserende gebeurtenis was. Als ik er nu over begin, rollen ze met hun ogen. Er waren andere gewelddadige incidenten in mijn jeugd: ik zag een keertje hoe een hond werd doodgebeten en zijn ingewanden eruit werden getrokken door andere honden. Maar mijn vader en broers weigeren meestal om over die dingen te praten. En als ze dat wel doen, dan is hun herinnering heel anders dan die van mij, en soms herinneren zij zich de dingen die ik nog levendig voor me zie niet eens. Deze gesprekken eindigen er meestal mee dat iemand tegen me zegt dat ik "het verleden moet laten rusten" en me "er gewoon overheen moet zetten."

Later, in een zeldzaam moment van openhartigheid, gaf Pa toe dat hij Dusty nooit had moeten nemen.

Diep in z'n hart is mijn vader een goede man, en soms is hij ook een geweldige vader. Mijn broers smeken me om die kant van hem te omarmen. Hij heeft ons geleed om hard te werken en verantwoordelijkheid te nemen. Hij leerde ons om te houden van dieren en de natuur. Hij moedigde ons aan om het nieuws te kijken en de krant te lezen, en nam ons mee wildwaterraften en paardrijden. Hij leerde ons poker spelen, en als ik als klein jongetje kwam kijken hoe hij zich scheerde, dan bedekte hij mijn gezicht ook met scheerschuim, en veegde hij het er weer af met de achterkant van een kam. Zoefff!

Maar zelfs de goede momenten met mijn vader hadden altijd een hypermannelijk thema, en worden overschaduwd door de slechte ervaringen omdat mijn vader en ik nooit echt goed met elkaar konden opschieten. We spreken elkaar nu bijna nooit meer. De afgelopen tien jaar heeft hij me niets dan onverschilligheid getoond, omdat ik niet voldeed aan zijn idee van wat een volwassen man moet zijn. Ik heb verschillende huizen en baantjes gehad, en ben nu in de dertig, blut, en aan het promoveren aan de universiteit. Hij vindt me egoïstisch, en ik ben de idioot die denkt dat hij kan veranderen, opeens ruimdenkend kan worden en onvoorwaardelijke liefde kan tonen. Ik worstel ermee om te bevatten dat dit is wie hij is, en dat hij zijn best doet.

Ik hou mijn daddy issues meestal verborgen. Sommige goede vrienden weten niets over Dusty of de honden. Maar ik vertelde het hele verhaal wel een keertje op mijn eerste en enige OKCupid-date met een vrouw die stage had gelopen bij de wolfhabitat in Yellowstone National Park. Haar naam was Laura, en we hadden afgesproken bij een bruine kroeg die stonk naar zweet en verschraald bier. Ze droeg een gele trui en een legerpet, en terwijl ze een plukje haar achter haar oren stak, vroeg ze:

"Hoe oud was de wolf toen hij agressief werd?"

"Vier," zei ik verrast. De meeste mensen stellen vragen als: "Hoe is-ie gestorven? Is het überhaupt legaal om een wolf te hebben in Pittsburgh?" Maar dat was voor Laura niet het belangrijkste. Ik vertelde haar hoe, nadat hij me onder het hek probeerde te sleuren, Dusty ook achter Aaron en TJ aanging, maar hen niet beet.

"Behoorlijk standaard wolvengedrag," zei Laura. "Proberen om een stapje hoger te komen in de rangorde."

Ze vroeg of mijn broers of ik nu honden hadden. Ik had er geen – nog steeds niet – en het excuus waar ik me aan vastklampte was een geldgebrek. Maar de waarheid was dat ik het niet aankon om nog een hond te zien sterven.

TJ heeft een bichon frisé en een havanezer. Aaron heeft twee Ierse wolfhonden, wat een overcompensatie lijkt te zijn voor de keffertjes van TJ. Ik vertel Laura dat ik ervan hou om met de wolfhonden van Aaron te stoeien in de achtertuin. Het doet me denken aan de manier waarop Pa met Dusty speelde.

"Hij stoeide met de wolf?" vroeg Laura ongelovig. "Jezus! Geen wonder dat de wolf iedereen aanviel. Je vader is een idioot."

Ik geloofde jarenlang in een ander verhaal, een verhaal waarin mijn vader een stoere gast was die angst inboezemde. Dusty keerde zich tegen hem omdat hij een wild dier in een kooi was, maar tot die tijd was mijn vader een badass die met een wolf worstelde en die op zijn arm liet kauwen terwijl hij 'm diep in de ogen keek, net als Ethan Hawke in White Fang.

Lees ook: Uit de gevangenis, maar nog niet thuis

De ochtend dat Dusty mijn vader beet staat in mijn geheugen gegrift. Nadat hij de honden had gevoerd, liet Pa Dusty het omheinde basketbalveld in om te eten en te spelen. TJ, Aaron en ik keken toe vanuit de hondenhokken. Pa en Dusty waren zoals gewoonlijk aan het stoeien toen het opeens allemaal heel echt werd. Dusty haalde de hand van mijn vader open. Pa sprong terug en wees met een dreigend opgeheven vinger naar de wolf. "Dat is niet hoe we spelen!"

Dusty's haren stonden recht overeind, en hij gromde. Pa rende naar de garagedeur en greep dezelfde schop die TJ twee jaar eerder had gebruikt om me te bevrijden. Hij draaide zich om en porde de wolf met de schop voordat hij kon uitvallen. Dusty had Pa in een hoek gedreven. De honden sprongen op hun hondenhokken en blaften opgewonden. Pa probeerde hem met de schop naar achter te drijven en uit de hoek te komen, maar Dusty dreef hem terug. Ik omhelsde een van de honden en begon te huilen. Aaron schreeuwde dat ik mijn kop moest houden, en ik probeerde mijn tranen terug te dringen. TJ rende het huis in en kwam terug met een runderschenkel en een steak. Runderschenkel was een traktatie die Dusty eens in de week kreeg, en TJ gooide dat als eerste in zijn hok. Toen de wolf omkeek, sprong Pa uit de hoek. Dusty draaide zich weer om en kwam achter Pa aan. TJ hing over een hek en zwaaide met de steak in de lucht, terwijl Aaron op een hondenhok trommelde. Toen Dusty weer keek gooide TJ de steak in zijn hok, en rende Dusty erachteraan. Pa gooide het hek dicht en deed het op slot. Dusty kwam daarna nooit meer zijn hok uit.

Later, in een zeldzaam moment van openhartigheid, gaf Pa toe dat hij Dusty nooit had moeten nemen. Maar hij zei dat hij geen spijt had van z'n beslissing.

Dusty. Foto met dank aan de auteur

"Ik hield echt van hem," zei Pa. "Hij was zo prachtig."

In zijn stem kon ik het kleine jongetje in hem horen. Zijn jeugd was een stuk slechter dan de mijne – een dominante moeder, een arm gezin. Hij mocht geen hond. Toen ik nog klein was praatte Pa bijna nooit over zijn moeder, maar hij had wel vaak kritiek op zijn eigen vader, omdat die volgens hem meer gaf om jagen en vissen met zijn vrienden dan tijd doorbrengen met zijn zoon. Zoals Pa het zag was hij een betere vader, omdat hij met mijn broers en ik aan sledehondenracen deed. Hij bedoelde het goed. Hij had gewoon nooit gedeald met zijn eigen emotionele bagage. Een verstandige, stabiele volwassen man zou geen wolf hebben gekocht om zich te bevrijden van het juk van zijn ouders. Een verstandige, stabiele volwassen man zou even pas op de plaats hebben gemaakt en hebben gedacht: wat doe ik als ik de wolf niet kan temmen?

Nadat Dusty hem aanviel, probeerde Pa een nieuw thuis voor hem te vinden. Hij belde dierentuinen en habitats, maar niemand wilde onze wolf hebben. De andere wolven zouden Dusty niet accepteren, en dat zou zijn dood betekenen. Net als duizenden andere Amerikanen die exotische huisdieren kopen die in de loop van tijd onhandelbaar worden, peinsde mijn vader over wat hij moest doen. Hij wilde Dusty niet doden, maar hem opsluiten in een kooi was een marteling, en Pa had een nachtmerrie waarin de wolf uitbrak en iemand aanviel. Uiteindelijk, bijna twee jaar nadat Dusty hem beet, roerde Pa sterke pijnstillers door zijn eten en dumpte het over het hek. Dusty at elke kruimel op, waggelde daarna rond alsof hij dronken was, ging toen op zijn zij liggen, en sloot zijn ogen.

Hij ademde een tijdje heel langzaam voordat hij stierf.

Mijn broers en ik stonden op een rij naast Pa en keken naar het levenloze lichaam van Dusty op de betonnen vloer. Pa begon te huilen.

"Dit is het moeilijkste dat ik ooit heb gedaan," zei hij, terwijl hij een traan wegveegde.

Bekijk ook:

De oliesjeiks die leeuwen en panters als huisdier houden

Het apentestcentrum in Rijswijk van binnenuit