We spraken de nieuwe directeur van het Rijks over de toekomst van het museum

"Wij zijn het fysieke collectieve geheugen van Nederland, het fotoalbum van ons land. Daar horen ook de zwarte bladzijden in."

|
08 juli 2016, 8:00am

Het is alweer drie jaar geleden dat het Rijksmuseum in Amsterdam heropende, nadat het tien jaar goeddeels gesloten was voor een grote verbouwing. Het museum trekt jaarlijks miljoenen bezoekers van over de hele wereld en wordt tot de belangrijkste musea van de wereld gerekend.

Vanaf volgende week is Taco Dibbits officieel de nieuwe directeur van het Rijks. Dibbits, die de vertrekkende Wim Pijbes opvolgt, werkt al sinds 2002 in het museum – eerst als conservator, daarna als directeur collecties en nu dus als algemeen directeur. Ik ging bij hem langs om te vragen hoe hij ervoor gaat zorgen dat ook de volgende generaties naar het museum blijven komen, en waarom dat eigenlijk belangrijk is.


Taco Dibbits. Foto door Jan-Kees Steenman/Rijksmuseum

Hoi Taco. Gefeliciteerd met je aanstelling als algemeen directeur. Gaan er onder jouw bewind dingen veranderen in het museum?
Er zullen zeker dingen gaan veranderen. We zijn pas begonnen met onze tentoonstellingenvleugel. Daar gaan we grote tentoonstellingen maken, en vooral Nederlandse kunst laten zien in een internationale context. We hebben door de eeuwen heen heel erg geprofiteerd van de mobiliteit van mensen – en die van kunst. We leven nu ook in een wereld waarin er veel beweging is in de vorm van migratie, en mensen kunnen tegenwoordig gemakkelijk reizen. Daardoor is de kunstwereld heel internationaal geworden. Dat interesseert me, dus we zullen Nederlandse kunst heel veel internationale ontmoetingen laten maken.

In mijn vorige functie heb ik de internetstrategie voor het museum bedacht. We zijn erg vooruitstrevend geweest in het online beschikbaar maken van alle werken uit het museum. Het is leuk dat copyright bestaat, maar daar doen wij niet aan. We hebben alles per object gedigitaliseerd, en nu wil ik gaan kijken hoe we met die objecten verhalen kunnen gaan vertellen – via film of digital broadcasting.

Twee weken geleden presenteerde het Rijksmuseum een nieuwe samenwerking met het Google Cultural Institute – de cultuurafdeling van Google. Hoe belangrijk is het internet voor het Rijksmuseum?
Vijf jaar geleden dacht ik dat websites eindig zouden zijn, omdat mensen alleen nog maar via zoekmachines het internet opgaan. Maar dat blijkt toch niet helemaal zo te zijn, omdat mensen het fijn vinden om een bepaalde plek te hebben om naartoe te gaan, ook op het internet. Een plek waarvan ze weten dat-ie kwaliteit biedt, zoals de site van het museum. Aan de andere kant moet je er als museum voor zorgen dat je aanwezig bent op plekken met heel veel bereik, zoals Google. Daarom zijn we die samenwerking aangegaan. Maar het internet verandert voortdurend, dus moet je jezelf steeds opnieuw uitvinden. Daarbij moet je niet alleen meegaan met de trends, maar soms ook nieuwe trends forceren.

Zijn jongeren een lastige doelgroep om het Rijksmuseum in te krijgen?
Wat lastig is aan jongeren, is dat ze het ontzettend druk hebben. Ze doen erg veel. Het is een groep wiens aandacht je maar kort kunt vasthouden, maar we merken ook dat die groep de behoefte heeft om dingen samen te doen. Het museum is een plek waar mensen samenkomen – ze gaan voor die unieke ervaring, en die biedt het museum. Eigenlijk zien we alle leeftijden in het museum.

In een video over de nieuwe aankopen van het Rijksmuseum, twee schilderijen van Rembrandt, worden de geportretteerde Oopjen en Marten "de Kim Kardashian en Kanye West van de zeventiende eeuw" genoemd. Die video lijkt me niet gericht op oudjes.
Jongeren zijn natuurlijk de toekomst, maar we zijn er voor iedereen, ook voor oude mensen. Maar ik denk wel dat het goed is om een link te leggen met het heden, omdat het referentiekader van jongeren bij zulke oude dingen niet zo groot is. Als je zegt 'dit is de Kim Kardashian van de zeventiende eeuw', dan begrijp je het beter, dan denk je: oh ja, daarom waren zij zo belangrijk.

Het Rijksmuseum is het museum voor Nederlandse kunst en geschiedenis. Er groeit nu in Nederland een hele grote groep jongeren op die geen Nederlandse achtergrond heeft, en die misschien niet zoveel met die Nederlandse geschiedenis heeft. Hoe krijg je die het museum in?
Iedereen wil de Nachtwacht zien. Als een Afrikaan naar Nederland komt heeft-ie net zoveel interesse in de Nachtwacht als een Nederlander. En de groep waar je het over hebt die nu in Nederland opgroeit, is voor een groot deel in Nederland geboren. Het Rijksmuseum reflecteert ook dat Nederland altijd een plek is geweest van het komen en gaan van mensen. Nederland is in de zeventiende eeuw zo'n belangrijke plek geworden omdat er veel vluchtelingen uit het buitenland kwamen. De wereld was toen wel wat kleiner, de vluchtelingen kwamen voornamelijk uit Antwerpen.

Ik denk niet dat het moeilijker is om dat soort groepen te bereiken. Ik denk dat het in de jaren zestig toen we een grote immigratiestroom hadden moeilijker was, want toen was de wereld een kleinere plaats. Nu zie je dat de mobiliteit in de wereld zoveel groter is, dat het hele geslotene dat je vroeger had is opengebroken. Ik denk niet dat dit de grootste zorg voor het museum is. Je moet ook blijven volhouden dat het museum voor iedereen is. En als je het museum inloopt zie je ook de enorme diversiteit. Dat is gewoon een feit. Ik denk wel dat het moeilijk is om mensen te bereiken die niet de financiële middelen hebben om naar het museum te komen. Daar moet je voorzichtig mee omgaan, want dat is een kwetsbare groep.

Die mensen kan je digitaal bereiken. En wij richten ons heel erg op scholen. Als je kinderen nu naar het museum krijgt en zich er laat thuisvoelen, is de kans dat ze later terugkomen groter.

Waarom is het eigenlijk belangrijk dat mensen naar het museum komen, los van het feit dat hoge bezoekersaantallen voor jou als directeur prettig zijn?
Iets weten over het verleden geeft je inzichten in hoe je nu leeft, en in de toekomst. En kunst is iets dat ons van dieren onderscheidt. Het is een basis van onze beschaving. Kunst is natuurlijk op het eerste gezicht iets dat niet direct een nut heeft; je kunt er niet op zitten, je kunt er niet mee sporten, en daarom is het zo bijzonder. Maar kunst is een primaire behoefte. Je ziet ook dat in oorlogsgebieden, zoals nu in bijvoorbeeld Raqqa, nog steeds kunst wordt gemaakt. Het helpt ons mens te zijn. We zijn natuurlijk erg verwend. We denken dat het allemaal een soort hobby is, maar dat komt doordat we in een land leven waarin kunst alom aanwezig is.

Er wordt wel eens geroepen om bezuinigingen op kunst en cultuur. Kunst zou een linkse hobby zijn...
Ik denk dat dat een verwende instelling is, om te denken dat kunst een linkse hobby is. Ik zou het willen omdraaien: degene die dat roept is opgegroeid in een land waar kunst een belangrijke rol speelt, en daar mag-ie zich heel erg gelukkig mee prijzen.

Bestaat het Rijksmuseum over honderd jaar nog?
Ja, absoluut. Ik denk dat het iets heel arrogants is om te denken dat wij de laatste generatie zijn die een museum willen hebben. Dat zag je in het fin du siècle ook, je ziet het steeds weer. Ik denk dat het de taak voor het museum is om steeds weer relevant te zijn voor de huidige generatie. De spullen die we allemaal belangrijk genoeg hebben gevonden om honderden jaren te bewaren, die moeten steeds weer geladen worden met een belang, om ervoor te zorgen dat de volgende generatie er ook weer zorg voor wil dragen. Maar dat doen we al honderden jaren, dus waarom zou het nu opeens zo zijn dat mensen zeggen: dat willen we toch niet.

Is de collectie over honderd jaar ook nog hetzelfde?
Ik denk dat de collectie wel verandert. We verzamelen reflectief, we verzamelen het verleden. En de tijd schuift op, dus de 20e eeuw zal steeds meer onderdeel worden van de collectie, en de 21e eeuw. Hoe verder je gaat, hoe meer dat verandert.

Staan er nu eigenlijk lelijke dingen in het Rijksmuseum?
Er staat geen lelijke kunst in het museum – er staan wel dingen die ik niet in huis zou willen hebben, maar er staat in ieder geval geen slechte kunst. Er staan wel objecten die niet mooi zijn. We hebben bijvoorbeeld een jas uit een concentratiekamp. Dat is een afschuwelijk object. Het is lelijk en het staat ook voor iets afschuwelijks. Of de eerste steen waar Koning Willem III voet op zette toen hij naar Engeland ging. Dat is verder ook geen bijzondere steen om te zien.

Waarom staat die steen dan toch in het museum?
Omdat het museum gaat over de cultuur, dat is de kunst én de geschiedenis van het land – en van de landen die vroeger tot Nederland behoorden. Het vertelt over de relatie die Nederland heeft met die landen.

Wij zijn het fysieke collectieve geheugen van Nederland, het fotoalbum van ons land. Daar horen ook de zwarte bladzijden in.

Leuk dat je begint over ons koloniale verleden. Er zijn een boel mensen die vinden dat over onze koloniale geschiedenis niet altijd een even eerlijk verhaal wordt verteld. Hoe vertelt het Rijksmuseum dat eerlijke verhaal – dus ook over de duistere kant van onze geschiedenis?
Het Rijksmuseum bestaat uit de spullen die we hebben. Het grootste deel van de collectie is in de negentiende eeuw gemaakt, en dat was in een tijd dat Nederland wat onzeker was. België had zich afgescheiden en Nederland moest zich positioneren. Dat betekent dat we een hele nationale, soms ook wel nationalistische collectie hebben.

Het ingewikkelde is dat als het om het koloniale verleden en het verleden van onderdrukten gaat, daar weinig objecten van zijn, want die onderdrukten hadden geen geld. Daarom moet je zien dat je met andere objecten – objecten die over de rug van onderdrukten zijn gemaakt – die geschiedenis belicht. We hebben in het museum een multimediatour over het koloniale verleden, die dieper ingaat op objecten uit de collectie die aan ons koloniale verleden refereren, en dan niet alleen aan het heldhaftige deel van de geschiedenis, maar ook juist op de zwarte bladzijden.

Ik denk dat het Rijksmuseum absoluut een taak heeft in het vertellen van dat verhaal. Binnenkort gaan we een grote tentoonstelling over de slavernij maken. Dat is natuurlijk ook een thema dat van alle tijden is. We zijn nu nog heel erg aan het bekijken hoe we dat gaan doen. Gaan we het ook over hedendaagse slavernij hebben, of focussen we op de kolonies? Daar zijn we nu nog naar aan het zoeken. Maar het is zeker een belangrijk onderdeel van de taak van het museum. Je kan juist door reflectie te geven op het verleden leren voor de toekomst, en ontdekken waar we nu staan. Wij zijn het fysieke collectieve geheugen van Nederland, het fotoalbum van ons land. Daar horen ook de zwarte bladzijden in.

Ik plak in fotoalbums juist alleen de foto's waar ik zelf goed opsta. Is dat met het Rijks niet net zo, dat in kunst alleen de mooie dingen worden vastgelegd, en de donkere kant van het verhaal ondervertegenwoordigd is?
We hebben in onze collectie een doos uit Ghana, die is gemaakt voor de toenmalige stadhouder. Die is gemaakt met Ghanees goud, en er staan ook slaven op. Daarmee kan je goed vertellen wat toen de verhouding was. Juist dat schrille contrast dat iets heel mooi kan zijn qua uiterlijk, maar dat het een hele zwarte binnenkant heeft, dat kan denk ik juist heel erg aangrijpend zijn.