FYI.

This story is over 5 years old.

Fotos

Bob Mazzer vereeuwigde de Londense metro

Bob Mazzer klikte er in de jaren zeventig en tachtig in de Londense metro lustig op los. Zijn serie is een soort historisch document geworden, vol mensen die ondergronds pissen, zingen, drinken en rottigheid uithalen.
17.6.14

Bob Mazzer is een zelfverklaarde freak, discipel van Captain Beefheart, en fotograaf. In de jaren zeventig en tachtig werkte Bob als filmoperateur in een pornobioscoop die The Office Cinema heette. Hij reisde ‘s nachts met de metro en fotografeerde de vreemde types die hij onderweg tegenkwam: Londense nachtbrakers, dronkenlappen en grapjassen. Bob is eigenlijk de oorspronkelijke instagrammer: altijd in het gezelschap van zijn camera en nooit te laat voor de perfecte fotomomenten.

Decennia later heeft hij eindelijk besloten iets met zijn foto’s te doen en stelt hij ze tentoon tijdens Underground, een expositie in een galerie in Shoreditch in Londen. Toen ik hem opzocht, droeg hij een Hawaïaanse bloemenkrans die hij onderweg tijdens zijn tripje naar de bakker ergens had opgeduikeld.

Bob Mazzer (foto gemaakt door de auteur)

VICE: Hoi Bob. Hoe is het eigenlijk begonnen? Wanneer kreeg je je eerste camera?
Bob Mazzer: Ik kreeg mijn eerste camera op mijn dertiende. Het was een Ilford Sporti, van tin en plastic. Echt een stuk schroot, maar toen had ik nog geen idee. Ik heb nog steeds een paar foto’s die ik met die camera heb gemaakt. Daarna studeerde ik aan de kunstacademie en blonk ik uit in de fotografie – zeg ik zonder een spoortje van valse bescheidenheid.

Op sommige foto’s zie je jongeren rotzooi uithalen – over dichte hekjes heen springen, enzo. Was je zelf in je jeugd een rebels type?
Dat soort mensen trok me wel aan. Pas na mijn opleiding begon ik te rebelleren, toen de jaren zestig pas echt begonnen.

Hoe heb je die jaren ervaren?
Er was geen betere tijd dan de jaren zestig, hoewel ik die pas in de jaren zeventig echt mee heb gemaakt. Ik reisde in 1969 naar de Verenigde Staten en kreeg het voor elkaar om Woodstock te missen terwijl ik er zelfs voor was uitgenodigd. Ik heb mezelf nooit als hippie gezien, ik vond hippies nogal soft. Ik zag mezelf meer als een freak, met een fascinatie voor Captain Beefheart. Ik heb ooit met hem mee in zijn tourbus gelift. Ik had uitgezocht waar hij zich ophield en ging erheen met mijn camera om mijn nek, een kleine oude Leica. We praatten wat en hij zei: “Dat is een schattige camera, wil je met ons mee in de bus?” Dus ik zei: “Ja hoor Captain, dat wil ik wel”.

Wat bracht je ertoe om foto’s in de metro te gaan maken?
Ik was geïnteresseerd in de maatschappij. Ik hield ervan dat mensen helemaal zichzelf waren in de metro en niet zomaar met de kudde meeliepen. Mensen die drank meenamen in de metro, bijvoorbeeld – ik heb ook een foto van een vrouw met een glas bier in haar hand, dat soort dingen trokken me aan. Of dat er een jongen instapte met een gitaar en een versterker. Dat soort mensen wilde ik leren kennen en fotograferen, ik wilde deel uitmaken van hun leefwereld.

Mis je die tijd nog?
Nou, ik leef eigenlijk nog steeds in die tijd, de jaren zestig en zeventig. Je ziet dat ook wel bij andere mensen van mijn generatie. Ik zie mezelf nog steeds als ventje van 25 ­– het voelt alsof Jimi Hendrix pas net is overleden. Zo leef ik.

Ik wil wedden dat sommige foto’s genoeg nostalgie oproepen.
Ja, maar eigenlijk vooral andere foto’s, niet de foto’s die in de metro zijn genomen. Dat laatste is zo’n enorm ding geworden, het is meer een historisch document. Ik heb honderden foto’s genomen. Pas nog ontdekte ik twee foto’s die ik 25 jaar geleden had geschoten.

Advertentie

Je werkte ook nog even als filmoperateur in een pornobioscoop. Hoe kwam je daar terecht?
Toen ik na de dood van mijn moeder in Londen bij mijn vader kwam wonen, vond ik in de krant een advertentie voor de baan. Het was echt geweldig. Er zijn nog nooit zoveel vrienden bij mijn werk langsgekomen als toen, zelfs mijn feministische vrienden kwamen me opzoeken. Er waren verschrikkelijk veel mensen die deze kant van het leven nog nooit van dichtbij hadden meegemaakt.

Wat fascineert je het meest aan het fotograferen van willekeurige mensen?
Ik hou van de sociale interactie. Je kunt je achter je camera verschuilen, en het kan een manier zijn om ergens binnen te komen. Natuurlijk zijn er ook momenten waarop je zou willen dat je je camera niet bij je had, bijvoorbeeld als er bier over je heen wordt gegooid.

Dat kan ik me voorstellen. Heb je ook een favoriete foto?
De foto van deze vrouw vind ik mooi. Er is iets eigenaardigs aan deze foto, iets waar ik mijn vinger niet op kan leggen.

En deze man ziet eruit als Dracula. Dat was altijd al een van mijn lievelingsfoto’s.

Mooi. Dankjewel, Bob!