FYI.

This story is over 5 years old.

reizen

In Lesotho word je sjamaan tegen wil en dank

Gabriell wilde een gewone baan in de stad, maar zijn dode voorouders dwongen hem om medicijnman te worden.

Tot voor kort bezigde ik de term “Lesotho” alleen wanneer ik dronken en lispelend een voertuig met een L op het dak nawees. Toen ik vorige maand een rondreis door Zuid-Afrika maakte, leek het me aardig ook het gelijknamige bergstaatje wat beter te leren kennen. Lesotho is een onafhankelijk koninkrijk, middenin Zuid-Afrika. Als je zou omschrijven hoe de grens er ongeveer uitziet, zou Lesotho een beetje de dooier in een omelet zijn. Je kunt natuurlijk ook gewoon op de kaart kijken.

Advertentie

View Larger Map

Het land is niet bepaald een utopia. Veertig procent van de twee miljoen inwoners leeft onder de armoedegrens en de gemiddelde levensverwachting is 42 jaar. Dat cijfer zou vooral zo laag zijn omdat men in landelijke gebieden blind vaart op de geneeskracht van traditionele dorpsdokters. De medicijnman-op-de-hoek is voor veel mensen de beste optie. Het land is doorklieft door bergen, auto’s zijn niet altijd voorhanden en een tochtje naar het ziekenhuis duurt al gauw een halve dag. Niet fijn als je rilt van de koorts.

Toen ik op mijn tocht door Lesotho het huis van een sjamaan werd binnengeleid, zag ik dat dan ook als een mooie kans om te vragen hoe hij precies zo’n belangrijke rol had gekregen. Co-schappen bestaan immers niet op het Afrikaanse platteland, zeker niet op tweeduizend meter hoogte. In een lemen hut in het agrarische Butha-Buthe-gebied moesten mijn medereizigers en ik wachten tot de sangoma, zoals de heler genoemd wordt, de kamer zou betreden.

Het huis van de sangoma

Als Gabriell (42) uiteindelijk binnenkomt heb ik het gevoel dat ik naar een Lesothaanse weeksluiting zit te kijken. Alle westerse stereotypen van een medicijnman lijken in hem samen te komen. Met belletjes om zijn middel begeeft hij zich met rinkelende stappen naar de zijkant van de ronde kamer. Een lok dierenhaar, een gedroogd apenpootje en schelpen bungelen wild om zijn nek. Zijn benen zijn ingesnoerd door een felrode rok, waardoor hij uiteindelijk wat onhandig op zijn knieën gaat zitten, zijn armen strak langs zijn lichaam.

Advertentie

Ik maak me op voor een half uurtje poppenkast, maar wanneer Gabriell op verzoek van de gids zijn eerste woorden spreekt, valt me iets op. Door de onnavolgbare klikjestaal heen hoor je dat hij zijn verhaal niet graag vertelt. Zijn stem is zacht, gepijnigd bijna, en hij staart timide naar de grond. “Ik wilde helemaal geen sangoma worden,” zegt hij. “Mijn voorouders hebben me gedwongen.”

Ik ben een beetje verbaasd. Een sjamaan heeft toch een van de eervolste posities in de gemeenschap? Maar Gabriell is verre van trots. Hij voelt zich erin geluisd, legt hij via de tolk uit. “Het is gebruikelijk dat mannen van in de twintig dit dorpje verlaten om in een Zuid-Afrikaanse stad te gaan werken. Ik reisde in 1996 dus af naar Johannesburg, vond een baan en stuurde geld naar mijn familie. Dat voelde goed: ik wilde daar een bestaan opbouwen, was er gelukkig. Maar toen gooiden boze dromen alles overhoop.”

Enkele weken na zijn trek naar de stad wordt de dan 25-jarige Gabriell overvallen door chronische nachtmerries. Iedere nacht wordt hij in zijn slaap bezocht door zijn oma. “Ze vertelde me in een lied dat ik een gave had en mijn lot moest volbrengen. Deed ik dat niet, dan zouden mensen in mijn omgeving sterven. En uiteindelijk ikzelf ook.” Gabriell wordt van deze bedreigingen vaak badend in het zweet wakker. Toch blijft hij zich drie jaar lang focussen op het verdienen van geld. “Het waren toch dromen? Dromen zijn niet echt.”

Advertentie

Wanneer na een nieuwe onheilsboodschap van zijn grootmoeder een meisje in zijn straat wordt vermoord, is de situatie voor Gabriell ineens levensecht. Verstikt van angst reist hij terug naar zijn geboortedorp, waar hij zijn ouders om raad vraagt. Zij adviseren hem de instructies van zijn oma te volgen. “Volgens haar moest ik afreizen naar het oosten, en zoeken naar een oude man die Nzuzu heette.”

Op goed geluk trekt de nog steeds door visioenen geteisterde jongen door het onherbergzame landschap. Tot zijn stomme verbazing vindt hij een aantal dorpen verderop Nzuzu. “Zonder dat hij me kende zei hij dat hij op me had gewacht. Ik kreeg het er helemaal koud van.” Vanaf dat moment besluit Gabriell zijn lot te accepteren. Een jaar lang blijft hij bij Nzuzu, die hem leert hoe hij zelf met de geestenwereld contact kan leggen. “Af en toe dacht ik dat ik gek werd. Mijn voorouders bleven maar opduiken. Ze lieten me zien welke kruiden en planten ik kon gebruiken om mensen te helpen.”

Na een inwijdingsceremonie, waarin hij geitenbloed moet drinken en ook delen van het vel moet eten, is hij op zijn 29ste een officiële sangoma. Inmiddels heeft de 42-jarige medicijnman een vrouw en twee kinderen, en heeft hij een eigen praktijk – een consultatieruimte waar hij zijn rituelen uitvoert op mensen met mentale en fysieke problemen.

“Ik kan geen gebroken botten helen. Wat ik wel kan doen is iemand emotioneel stabiliseren en tot rust brengen voordat hij naar het ziekenhuis wordt gebracht. Verder help ik mensen met verschillende fysieke klachten als rugpijn, buikpijn en hoofdpijn, en kan ik vrouwen helpen vruchtbaarder te worden. Dat doe ik door op advies van de geesten verschillende muthis, kruidenmengsels, te bereiden.”

Hij is nuchter over zijn kunsten, zeker niet gepassioneerd. Sjamaan is hij dan ook compleet tegen zijn wil. Zijn hut en zijn prachtige uitzicht zou hij zo inruilen voor een een krap kamertje en straten vol uitlaatgassen. Hij had liever een stropdas dan een talisman om zijn nek gehad. “Sangoma is geen beroep, je kiest er niet zelf voor. Als het aan mij had gelegen had ik gestudeerd, een kantoorbaan gevonden en was ik ooit een keer sushi gaan eten in de stad,” zegt hij op verdrietige toon. “Ik wil stoppen, maar als ik dat zou doen komen mijn voorouders weer op me jagen. Ik kan nooit met pensioen.”

Wanneer we na die woorden afscheid nemen van Gabriell, besluit ik hem maar niet te vertellen dat mijn neefjes en nichtjes het zo moeilijk hebben met het maken van een studiekeuze. Voor iemand die levenslang gegijzeld is in een roeping, lijken lessen in oriëntatie op studie en beroep vast bovennatuurlijk. Zelfs als medicijnman.