FYI.

This story is over 5 years old.

Vier redenen waarom Melt! Festival zo'n succes is

We haalden vorig weekend ons hart op met drugskakkers, worst en bodybuilders in matrozenpak. Een festivalverslag.
20.7.12

Foto's door Ewout Lowie

Je zou kunnen zeggen dat het publiceren van een festivalverslag een week 'na dato' een beetje laat is, maar we hebben het hier over Melt! – laat me met rust. We bezochten Melt! ook al in 2009 en 2011, en daarom zullen we hier verder niet ingaan op het feit dat het er altijd regent, dat de drugskakkershuffle veruit de populairste dans is en dat je vijf euro terugkrijgt bij het inleveren van een blauwe vuilniszak. Maar Melt! is en blijft een prachtfestival, en waarom dat o.a. zo is lees je hier.

1. Melt! is heel erg Oost-Duits.
Melt! vindt plaats in Gräfenhainichen, wat in Oost-Duitsland is. Er zijn weinig omgevingen waarin post-ironische festivalgangers zich méér thuis voelen dan in Oost-Duitsland. Je hoeft namelijk heel weinig moeite te doen om post-ironisch over te komen, in Oost-Duitsland. Kijk maar:

Gewoon over een regenachtige Aldi-parkeerplaats van de China-Imbiss-stand naar je eigen auto buiten beeld slenteren is al voldoende. Overigens is dit in Gräfenhainichen, maar het plaatsje aan de andere kant van het festivalterrein – Jüdenberg – is mínstens zo ironisch.

Verder staat het festivalterrein vol met enorme Oost-Duitse rupsbandkraandingen, uit de tijd dat men achter de muur nog dacht dat hoe groter je rupsbandkraanding was, hoe langer je piemel en hoe groter je daden en invloed op wereldmachtniveau. Inmiddels zijn die rupsbandkraandingen er vooral om wat sfeer aan het festival te geven en genoeg ruimte te bieden voor alle sponsorbannering. Het einde van de ironie is echt zoek, in Oost-Duitsland.

En als er dan per ongeluk een kalend iemand op de foto bijstaat, lijkt die dus metéén een skinhead. Ga je weer.

2. Er is goede muziek te zien en te horen.
Bij Melt! staan er vooral dingen op het programma die mijn moeder in een uitgelaten bui 'tekno' zou noemen. Daar kan een mens gauw klaar mee zijn, maar gelukkig boeken ze ook altijd een dik aantal prachtbands. Toen we bijvoorbeeld boos wegliepen bij Modeselektor omdat we per ongeluk bij Modeselektor waren gaan staan, wandelden we zo binnen bij een nieuwe lievelingsband. Het heette Knife Party [_UPDATE: deze lievelingsband bleek niet Knife Party maar Frittenbude te heten. Shoutout naar Natas ter Voert!_], en het was geëngageerde Duitse electronische rap. De band bestond uit een rapper die meermaals aangaf tegen nazi's te zijn, ettelijke muzikanten, iemand in een pinguinpak, iemand in een blauw berenpak en iemand in een dolfijnenpak. Het is niet verbazend dat daar vlagzwaaiende anarchisten op af kwamen.

Een ander muzikaal hoogtepunt was Rummelsnuff - een kwaaie bodybuilder van middelbare leeftijd in een matrozenpak die new wave schlagers ten gehore brengt. Verder drukte zijn DJ zich tien (10!) keer op één (1!) arm op, nam Mr. Rummelsnuff een mondharmonica ter hand en droeg hij op een zeker moment ook een vossenmasker. Dit zijn allemaal dingen die ik leuk en nodig vind voor een goede show.

Een vriend van me liep al vrij snel en hard weg bij het optreden, maar drukte een paar uur later na het halen van wat bier wél deze foto onder mijn neus. Om redenen is 'ie wat bewerkt.

Ik had Jacques Lu Cont/Stuart Price nog niet echt vergeven voor wat hij met Madonna heeft zitten doen allemaal, maar het was wel erg leuk om te zien dat hij weigerde om op te houden met zijn set. Daarom kwam er een kwartier na zijn eindtijd een groepje mannetjes uit de coulissen die draadjes uit zijn apparatuur trokken, "Nou, kom op. Kom nou. Nou is het klaar."-gezichten tegen hem deden en duwtjes tegen zijn laptop gaven. En dat Stuart dan vrolijk weer de handjes in de lucht gooide en een nieuw liedje aanzette. Dat was heerlijk. Ik haat het systeem en De Man, namelijk. Stuart ook.

3. De bezoekers vielen me alles mee.
Ik sta normaliter wat wantrouwig tegenover mensen die vaak naar festivals gaan, maar ik vond het publiek op Melt! echt reuze meevallen. Ja, Nederlandse drugskakkers overal. Maar ook wel veel andere mensen. Zo stond deze meneer in de rij voor de bus naar het festivalterrein, op zaterdag. Hij rook naar currysaus, wodka, verwarring en kak.

Het mooiste van dit pak is niet dat hij hem aanheeft, maar dat hij hem op een woensdagmiddag heeft zitten maken. Met een biertje bij de naaimachine. Potten verf gekocht, voorzichtig laten drogen en in een kledingzak stoppen. Je voelt die voorpret. Zijn vriendin was wel teleurstellend:

Punten voor het vrolijke neusje en haar bij haar vriend passende lichaamsgeur, maar als je liefde als maandverbandje verkleed is, red je het niet met wat verfresten en glitter op je toet.

Deze man hieronder viel eerst vooral op door zijn uiterlijk. Hij zat op een trapje, en toen we met hem gingen praten bleek dat hij straight edge was. Vroeger ging hij altijd naar metalfestivals, maar dat is hem gaan vervelen. Toen stond hij op, liep hij naar een stukje vrije ruimte en begon hij de internationale taal van de dans te spreken. Man man man. De bokaal voor sickste danser ooit zou naar hem gegaan zijn, als hij die niet ALLANG op zijn schoorsteenmantel had staan en hij er inmiddels al een beetje blasé over was.

Niet iedereen was straight edge. Gelukkig maar, want mensen die in het ochtendlicht in de vrije natuur hun pillenkater proberen weg te zuchten leveren ontroerende plaatjes op, vind ik.

Verder waren er natuurlijk een hoop blije ravers, maar omdat het verhaal gaat dat deze drie hier al sinds de zomer van 2006 in precies deze houding op dit hoekje zitten kan ik het hebben.

4. Ik kan niet genoeg benadrukken hoe leuk het is dat Melt! in Oost-Duitsland is.
Op maandagochtend staan er busjes vol buurtbewoners klaar om hun grief over de geluidsoverlast van de afgelopen dagen los te laten op de puinzooi van de bezoekers. Ik vermoed dat ze per ingeleverde vuilniszak betaald krijgen, hoor. Dan kan het dus gebeuren dat je treurig en rillerig je tentje uitkomt, en dit het eerste is dat je ziet.

Aan de overkant van de Aldi-parkeerplaats in Gräfenhainichen bevond zich de parkeerplaats van de Penny Saver, waar een Grillstation gestationeerd was. Voordat we weer naar huis reden gingen we daar nog even langs. Daar is het namelijk pas echt goed Oost-Duitsers kijken. Zoals deze meneer die we staande bij zijn auto onironisch een worst zagen eten.

Dit was de kaart van de Grillstation:

Dit was de daghap:

En net toen we overwogen of we misschien voor de experience een portie Leberzwiebelnkartoffelbrei zouden bestellen? BAM!

Die meneer weer terug in de rij voor worstje twee! Echt een Duitser. Dat is Melt!.