FYI.

This story is over 5 years old.

Vice Blog

RUSLAND - THEEPARTIJTJE MET SERGIY DE ANTI-SOVJET TERREURPRIESTER

19.10.09

Kijk, dit is dikke vader Sergiy, met zijn bolle roze wangen, zelfgenoegzaam badend in Gods alomvattende glorie terwijl hij aan nog een chocolade koekje denkt. Maar laat je niet misleiden omdat hij eruit ziet als een berg in een habijt. Sergiy is namelijk Moskou's eerste Heilige Vader van de Furie, en niet iemand waarmee je ruzie wil. In zijn tienerjaren, voor God hem vond, leidde Sergiy Rybko een anti-Sovjet burgerterreurbeweging. Daarna kwam hij terecht bij een hippiesekte die hem door de woestijn liet dwalen waar hij bijna afgeslacht werd door de moslimgoeroes die hij er ging bezoeken.

Nadat hij een tijdje in kampen van de Nieuwe Wereld Orde verbleef in Estland en Letland, verlegde hij zijn aandacht naar het laatste taboe in de Sovjet-Unie: religie. Hij heeft intussen een behoorlijk uit de kluiten gewassen orthodox rijk opgebouwd dat de religieuze behoeften van jonge bikers, punkers en rockers bevredigt, verspreid over heel de Russische Federatie. Zijn missie: ondermaatse metalbands op vrome manier laten graven in het Heilige Schrift, op zoek naar een beetje spirituele emancipatie.

Advertentie

Vader Sergiy nodigde me uit in Lazorevskoe, de belangrijkste van zijn kerken, in het noordelijk deel van centraal Moskou (waar zowel Dostojevski's moeder als Ruslands eerste vrouwelijke vechtpilote begraven liggen). We lulden een beetje bij enkele kopjes thee en wat chocoladekoekjes.

Binnen in de kapel is er niet echt iets verrassends te zien: veel gouden religieuze iconen en gangen gevuld met nonnen die lieflijk hymnen zingen. Maar in de giftshop aan de zijkant vind je bewijs van de pausrock revolutie: je kan er bijvoorbeeld orthodoxe bikerbandanas kopen.

Het vroegste wat vader Sergiy zich kan herinneren, is het begin van de jaren '70, waarin hij zich als ondervoede tiener liep te vervelen. In zijn woorden: "Ik woonde 40 kilometer buiten Moskou, het waren harde tijden. Drie keer per week moest ik vroeg opstaan, drie uur wandelen en dan in een lange rij aanschuiven, gewoon om een brood te kopen. Ik was opgevoed als communist dus had ik er nooit vragen bij gesteld. Ik herinner me dat ik het Westen echt zag als een rottig ding dat uiteindelijk Rusland wilde veroveren."

"In die tijd wist ik nog niets over de buitenwereld. Maar langzamerhand begonnen we meer spullen te krijgen. Boeken waren een zeldzaam goed, zeker als ze politiek of filosofisch getint waren. Ik slaagde er toch in een filosofisch woordenboek vast te krijgen en er was een hele pagina gewijd aan anarchie, uitgelegd in simpele woorden. In dezelfde periode vond ik een tijdschrift met een artikel over de hippiebeweging die populair was in het Westen. Het was de journalist niet toegestaan er iets goeds over te zeggen, anders zou hij gestraft worden door de staat, maar er zaten zoveel onderliggende boodschappen in. Ik las tussen de lijnen en besefte dat de buitenwereld een eerlijkere plaats met meer vrijheid was. In mijn jeugdige onschuld en woede vormde ik de Anarchistische Terreurbrigade om ons te proberen bevrijden van de onderdrukking."

De Anarchistische Terreurbrigade – de gemiddelde leeftijd van de leden was 17 – kon uiteindelijk slechts één terreurdaad bewerkstelligen. Ze slopen in het donker naar de kantoren van het raadscollege, gooiden een steen door een raam dat ze eerst hadden bedekt met een in honing gedompelde krant (zodat het glas niet luid zou breken en de aandacht zou trekken), klommen naar binnen en stalen een typemachine. Als terreurdaad klinkt dat misschien nogal ongewoon, maar in die tijden waren alle typemachines in de USSR individueel geregistreerd bij de KGB, en 's morgens vroeg zat de geheime dienst al achter hen aan met speurhonden en machinegeweren.

"We waren slim", zegt Sergiy. "We wandelden de hele nacht in de stad rond, klommen in bomen en kropen onder struiken, zodat de honden onze geur zouden verliezen. Toen vonden we een verlaten schuur en begroeven de typemachine onder de vloerplanken. We dachten er twee maanden niet meer aan, tot de KGB de zoektocht opgaf."

Advertentie

Waarschijnlijk niet goed beseffende hoe onmogelijk uitvoerbaar hun plannen waren en wat de consequenties zouden zijn als ze betrapt werden op hun revolutionaire activiteiten (iemand zin in een goelagvakantie iemand?), typte de ATB op hun nieuwste aanwinst een anarchistisch manifest, dat ze dan in de stad verspreidden. Het riep volgelingen op om zich te verzetten tegen de regering, bij het ATB aan te sluiten en de rechten te eisen om een Autonome Anarchistische Republiek op te richten. In hun zonderlinge utopische visie, hadden Sergiy en zijn metgezellen gepland om een wetteloze staat te stichten diep in het Altaïgebergte, waar er geen machthebber of autoriteit zou zijn. Mensen zouden van het land leven in een puur libertijnse staat.

Toen ze een aanzienlijke groep volgelingen om zich heen hadden verzameld, plande de ATB een tweede terreuraanval: ze zouden de West-Duitse ambassade bestormen en bekogelen met stenen. Het offensief tegen het kapitalistische West-Duitsland werd uitgelokt door de recente arrestatie van een of andere Rote Armee Fraktion-terrorist. Ik vermoed dat het niet in Sergiy opkwam dat het RAF communisten waren, de aartsvijand van het ATB, maar maakt niet uit – fight the power!

Een week voor de aanval bereikte het ATB-pamflet een andere Sergiy. Sergiy Moskalev, een Russische hippie die later futurologist werd in de regering-Jeltsin, spoorde vader Sergiy op en praatte hem anarchisme uit het hoofd. "Gelukkig is Moskalev toen opgedaagd", grijnst de priester. "We waren gewoon jonge vechtersbazen die onrust trapten en we waren bijna gesnapt. Hij was degene die me liet inzien hoe ik productiever kon zijn in mijn queeste naar vrijheid."

Advertentie

"Hij zei dat alle politiek vuiligheid is en we enkel door de geest vrij kunnen zijn. Als je me toen had gevraagd wat ik van God vond, had ik waarschijnlijk gezegd dat Hij gewoon een ouwe baardige kerel was die ergens op een bankje zat. Hoewel ik nog lang niet aan het Christendom toe was, leerde Moskalev me de mogelijkheden van de spiritualiteit ontdekken. Dus zei ik de bestorming van de ambassade af en sloot me in de plaats aan bij zijn hippiebeweging."

Nog steeds gefixeerd op het idee om in de Altaï een vrije republiek te stichten, raakte Sergiy geobsedeerd door de communes in de Kathmanduvallei waar hij van had gehoord en door de mystieke islamitische school van het soefisme. Hij en zijn nieuwe hippiebende besloten op pelgrimstocht te gaan naar Centraal-Azië in de hoop een soefi te vinden die hen het pad van de verlichting zou wijzen. Ze waren verstekelingen op een goederentrein naar Kyrgyzstan, werden er halfwege afgegooid en moesten zichzelf toen een paar dagen door de woestijn slepen, waar ze met kameelrijders meereisden. Ze werden uit elke stad verjaagd door KGB-agenten, en zo belandde vader Sergiy uiteindelijk in Oezbekistan.

"We zagen een prachtige oude moskee en op de trappen lag een moslimman op leeftijd te slapen", vertelt hij. "We dachten dat we na onze lange reis eindelijk echt op onze bestemming waren aangekomen, dat we op het punt stonden iets geweldigs te ontdekken. Toen we dichterbij kwamen, werd hij wakker en vertrok zijn gezicht van angst en woede. Hij trok zijn zwaard en een paar minuten later jaagden hij en een horde van zijn soefistenvrienden ons schreeuwend weg. Op dat moment besefte ik wat voor een volstrekte idioot ik was."

Terwijl vader Sergiy zichzelf nog een kop groene thee inschenkt, stoot hij weer een vermakelijke combinatie van woorden uit. "Bij de Kaspische Zee ontmoette ik een bouwvakker die geïnteresseerd was in filosofie en de Kamasutra vertaalde als hobby." Deze bouwvakker, van wie Sergiy zich de naam niet kan herinneren, stuurde hen naar de eerste hippiebijeenkomst van 1978, die plaats vond in Vitropia in Estland. Toen ze er aankwamen werden ze geconfronteerd met het hippiebestaan zoals wij het kennen in het Westen: bezopen, uitzinnige dwazen die met hun piemels en tieten in het rond staan te zwaaien als teken van bevrijding in hun met insecten bezaaide kampen.

"Natuurlijk sloot de politie ook daar uiteindelijk alles af, maar het was er sowieso een vreemde boel", zegt Sergiy. "Ze staken een treinwagon vol hippies en stuurden hen naar de gevangenis in Sint Petersburg. De wagon werd bewaakt door twee KGB-agenten maar bij elke halte onderweg, sloten twee van de hippies zich op in de wc en ontsnapten door uit het kleine raampje te klimmen. Het leek niet of het de politie veel kon schelen, en naar het schijnt heeft de laatst overgebleven hippie vlak voor ze in Sint Petersburg aankwamen hen de hand geschud en een goede reis gewenst. Daarna sloot ook hij zich op in de wc."

Advertentie

Sergiy bleef in hippiecommunes leven en produceerde illegaal anti-communistische propaganda. In 1980, vlak voor een golf van massa-arrestaties, vertrok hij. "De grootvader van de leider van onze beweging bleek een KGB-chef te zijn. Hij verraadde de hele boel."

Toen vond Sergiy werk in een lokale kerk als klokkenluider, iets waar zijn ouders als toegewijde communisten niet opgezet mee waren. Opgewekt toont Sergiy me hoe hij het beldeuntje voor de eredienst op zondag heeft aangepast, zodat hij er drumwerk van Slayer in kon vermengen, en vertelt me hoe dat het moment was waarop hij besefte wat zijn volgende stap moest zijn.

Hij werd als priester gewijd en begon het evangelie te verkondigen voor punkers en metalfans, de jongeren waarin hij het meest een verlangen naar waarheid terugvond. Nadat hij het Bob Marley Orthodoxe Culturele Centrum in Moskou had opgericht, begon Sergiy Gods boodschap te verspreiden door rockshows te organiseren, gevechtssportclubs te runnen en zijn eigen succesvolle "Sobriety Club", ofte "Geheelonthoudersclub".

Niet echt onverwachts werkte hij zowat elke Christen in de stad op de zenuwen, maar langzaamaan hebben de minder conservatieve priesters vrede met zijn systeem. Onlangs ontving hij een prijs voor zijn goeie daden voor de jeugd van Moskou. Maar Sergiys droom reikt verder. "Na Rusland wil ik het podium in de Wembley Arena veroveren", zegt hij. "Dat is mijn droom. En daarna ga ik naar Harlem om een kerk te bouwen, en blijf er wonen tot iemand me neerschiet."

TEKST: ALEX HOBAN
VERTALING: JASPER MISPELTERS