Ik liet een politieschets van mijn vriendin maken aan de hand van een verklaring

FYI.

This story is over 5 years old.

Tech

Ik liet een politieschets van mijn vriendin maken aan de hand van een verklaring

Compositietekeningen in ‘Opsporing Verzocht’ zijn overtuigend, maar lijken ze eigenlijk wel een beetje?

Als ik kijk, kijk ik vaak op dinsdagavond rond 20.35 televisie. Dat weet ik, omdat ik bijna nooit tv kijk en als ik dan kijk, steeds Opsporing Verzocht opstaat met Anniko van Santen, die ik nog ken uit haar korte periode bij Telekids, 100 jaar geleden.

Ze werpt inmiddels geen emmers groene slijm meer over mensen heen en dat is maar goed ook, want Opsporing Verzocht is misschien wel het serieuste programma op de Nederlandse televisie. En na het journaal misschien ook wel het langstlopende.

Advertentie

Vorige week bestond het 35 jaar.

Over de jaren is het programma is behoorlijk conceptvast gebleken, maar er zijn wel kleine vernieuwingen op te merken. Zo zie ik bijvoorbeeld bijna nooit meer concepttekeningen van daders. Ook in het wereldje van de concepttekenaars vinden gewetenloze afrekeningen plaats. Alleen zijn de daders geen schurken, maar efficiëntieminnende ambtenaren, gewapend met camera's en gezichtsherkenningssoftware.

Bijna altijd heeft Anniko wel camerabeelden van het achterhoofd van een bellende man met pet. Of als die er niet zijn, een pixelige van-boven-af-foto van de tasjesdief. De laatste keer dat een conceptportret naar mijn weten het grote nieuws haalde, was van de vermeende afperser van John en Linda de Mol. En die man zag eruit als elke man wiens vrouw een abonnement heeft op de Linda.

“Mensen denken altijd dat ik dat portret heb getekend, maar dat is niet zo. Die tekenaar had een ruitjesshirt getekend. Dat moet je nooit doen, want dan kijken mensen alleen nog maar naar die ruitjes,” zegt Wilma IJzerman.

Wilma is een van de meest ervaren compositietekenaars in ons land. 21 jaar, doet ze het al. “En weet je hoe vaak ik in die tijd een vrouw heb getekend?” Nee, zeg ik. “Eén keer. Maf he?!” Ze is bescheiden, maar ook trots op haar werk. Al meerdere keren hebben haar composities rechercheurs geholpen een dader te vinden, maar die tijden lijken nu voorbij. “Ik word nooit meer gevraagd. Al een jaar niet meer.” Ze maakt zich zorgen dat het komt omdat mensen denken dat zij de afbeelding van de afperser van John en Linda de Mol heeft getekend.

Advertentie

Maar als ik het later de nationale politie vraag waarom ze Wilma niet meer inzetten, geven ze het relatief saaie antwoord dat ze mensen intern hebben opgeleid, en ze steeds vaker met een computerprogramma werken. Nog los van het computerprogramma, dat volgens Wilma nogal ballon-achtige menshoofden oplevert, is het natuurlijk een feit dat er op elke straathoek een cluster camera’s hangt die eruit zien als een tros druiven.

Eerder deze week werd bekend dat de politie meer vrijheden krijgt in het vrijgeven van deze beelden in programma’s als Opsporing Verzocht. Op zich is dat een effectieve manier om meer boeven te vangen. Volgens eerder onderzoek van de Erasmus Universiteit blijkt dat een item in Opsporing Verzocht de kans dat een zaak wordt opgelost van 25 naar 40 procent verhoogt. En door nieuwe techniek en scherpere beelden zal die kans waarschijnlijk alleen maar groter worden.

Voor mij persoonlijk krijgt het programma wel een andere betekenis. Het geldt nu meer als herinnering aan het alledaags surveillance die steeds omvattender wordt, en minder als bevestiging van de mannen en vrouwen van de recherche die met behulp van simpele middelen, zoals compositieportretten, rovers en bendeleden opspoort. Maar laten we deze banale romantiek laten voor wat het is (ook ik wil dat de boef wordt gevangen), en het over kwesties van smaak hebben.

Want compositieportretten zijn ook gewoon erg mooi, en kennen een lange geschiedenis. Het enige dat ontbreekt zijn de worden “Wanted, Dead or Alive”.

Advertentie

Ik vraag Wilma of er een kunstvorm verloren gaat in de compositietekening. “Ja, ik vind van wel,” zegt ze na een seconde of drie. “Het is niet alsof ik een Rembrandt aflever, maar het is wel een gave. Niet iedereen kan dit.” Wilma beschouwt zich als vakman, maar ze plaatst zich ook in een familie van kunstenaars. “Piet Lap, is een bekende aquarellist, Wouter Lap tekent karikaturen, en die hangt ook in het Rijksmuseum. Dat zijn allemaal neven van me.”

Als ze over straat loopt, is ze altijd gezichten aan het opslaan. En als ze thuiskomt tekent ze de unieke onderdelen op – scheve neuzen, haardrachten of een bijzondere oogopslag. Ze verzamelt data. Terwijl ze dit zegt denk ik aan de kunstmatige intelligentie die vorig jaar, op basis van een dataset van 346 schilderijen van Rembrandt, een behoorlijk overtuigend nieuw werk heeft afgeleverd voor het Rijksmuseum.

Betekent dit dat een kunstmatige intelligentie binnenkort het werk van Wilma kan doen?
Het is al gebleken dat de creativiteit en intuïtie die je nodig hebt om een spelletje GO te winnen prima na te bootsen zijn. Er is geen reden dat een computer geen mensenhoofd zou kunnen uitbeelden op basis van een situatiebeschrijving. Computers kunnen menselijke emoties al beter lezen dan mensen. De moeilijkste uitdaging zal zijn om de machine de situaties te leren begrijpen op een emotioneel niveau.

“Iemand die iemand verkracht kijkt niet hetzelfde als een gewone passant,” ze wijst naar een man met een rode jas die nogal rustig uit z’n ogen kijkt. “Als iemand een man beschrijft met bolle ogen, moet je dat dus een beetje weten te relativeren.”

Advertentie

Belangrijk voor de programmeurs die deze hypothetische machine ooit zullen bouwen, is dus dat ze zelf al deze situaties begrijpen: ze moeten begrijpen hoe Wilma werkt. Ze moeten weten welke vragen ze stelt.

Om erachter te komen hoe ze te werk gaat vraag ik haar mijn vriendin te tekenen. Ik ben nog bezorgd dat het niet eerlijk is, omdat een misdaad vaak vluchtig is, en mijn relatie als het goed is niet. Maar, zo zegt ze me, een compositietekening wordt meestal alleen gemaakt bij ernstige misdrijven. “En een moord staat op je netvlies gebrand. Toen ik iemand vijf jaar later vroeg om een dader nog eens te beschrijven, kreeg ik precies hetzelfde verhaal.” Ze pakt haar potlood en verontschuldigt zich dat ze geen kleurtjes heeft meegenomen.

Wilma IJzerman: Hoe omschrijf je het gezicht? Is het een rond of een ovaal gezicht?
Motherboard: “Ovaal. Ja zo. Maar de deukjes zijn iets dieper. En de kaak is iets zwaarder. Maar niet veel. Zelfs nog iets rechthoekiger.”

Wat voor haar heeft ze?
“Een heel kort pony’tje. En voor de rest lang blond haar.”

Tot hoe lang is het?
Wijst naar borstkas: "En de pony loopt tot hier door" (wijst naar slaap). "Dus dat haar komt in feite recht naar beneden gevallen hierlangs.” (wijst naar plekje schuin achter het oor).

En wat voor soort oren heeft ze?
“Een klein puntje aan de bovenkant. Een puntig oortje.”

En heeft ze oorlelletjes. Oorbelletjes of?
“Ja. Ze heeft oorbellen. En ze heeft ook wel oorlellen.”

Advertentie

Wat voor wenkbrauwen heeft ze?
“De vorm van haar hoofd is nu wel echt goed.”

En de neus?
“uhhhmm…”

Een rechte neus? Een lange neus?
“Ja, een lange rechte neus!” (Praat ik haar nu na, of weet ik echt wat voor neus ze heeft?)

Bij jou zie je niet echt neusvleugels. En bij haar?
“Als je haar recht van voren ziet, dan kun je wel vleugeltjes zien.”

En d'r mond?
“Dikke lippen. De bovenlip staat wat omhoog, en vaak staat ie net een beetje open en dan zie je d'r boventanden.”

Ze tekent een knaagdierenmond, en begint te gummen. Schetst wat, en dan is het goed .

Anders ziet er een beetje gek uit zo he.
“Haha.”

Dikke onderlip ook?
“Ja.”

Ja, dan moet ik het toch even vragen. Heeft ze een getinte huidskleur?
“Nee… Haar neusgaatje heeft trouwens de vorm van een witte boon.”

Dat heeft ze waarschijnlijk toch wel iets meer neusvleugels.
“Hm hm.”

En ze had gewone wenkbrauwen hè?
“Ja. Het zijn geen rechte wenkbrauwen. Best rond. En ze lopen niet te ver door.”

En heeft ze iets van piercings?
(Na zeker 10 seconden denken) “Nee, niet in haar gezicht.”

En haar ogen. Wat voor ogen heeft ze? Ik schets nu gewoon wat.
“Nou wacht even. Ze staan….Ik vergat het bijna. Ze staan een beetje omhoog. Amandelvormig.”

Haar kin is dan toch wat ronder denk ik. Er zit meisjes achter je. De ene heeft een wat spitse kin, en de ander een wat ronde. Op welk meisje lijkt ze het meest?
“Ze heeft een sterke kaak, maar geen puntige kin. Die moet niet teveel naar beneden gaan. Ze heeft vrij rechthoekige kaken die niet heel ver naar beneden gaan. En ze heeft een lange nek.”

Advertentie

Wat heeft ze aan?
“In het wintertijd een blouse met een trui erover. En die pony is echt recht hè. Helemaal recht!”

Ja, echt zoiets.
“Zo ziet het er wel goed uit. Het lijkt echt al. Ik denk dat de wangen nog iets te dik lijken. En die ogen die staan wat recht.”

Bij die laatste aanwijzing begin in te merken dat ik doordraaf. Het blijft een schets.

Nou zo ga ik dus te werk. Zo bouw je een gezicht op.
“Ik vind het heel knap hoor.”

Ja, maar zo zeg ik het ook altijd: je bouwt samen een gezicht op. Door te prááten!

Foto: Wester van Gaal