Identiteit

Praten over zelfmoord bleek zelfs voor mijn therapeut een taboe

Ik moest een non-suïcidecontract ondertekenen: “Ik verklaar dat ik op de volgende afspraak kom en dat ik dus deze week geen zelfmoord pleeg.”

door Rosanna ten Have en Anoniem
06 juli 2017, 2:42pm

ILLUSTRATIE DOOR TITIA HOOGENDOORN

In groep acht kwam ik tot de conclusie dat heel veel problemen op de wereld worden veroorzaakt doordat er te veel mensen zijn. Ik werd bijvoorbeeld heel verdrietig van het journaal en bedacht toen dat je aan dit probleem zelf iets kon doen – namelijk door zelfmoord te plegen.

Voor mij is de gedachte aan zelfmoord een filosofisch vraagstuk: wat betekent het om mens te zijn en wat voor verantwoordelijkheid geeft kennis? Op die manier moet je je eigen bestaan gaan verantwoorden. Je bent al een mens – dat zijn al minpunten – en dat moet je goedmaken, dat is eigenlijk niet te doen. Als je je afval niet scheidt, ben je een slecht mens. Als je ervoor kiest om te blijven leven, moet daar wel een tegenprestatie tegenover staan.

Voor mij is zelfmoord een heel rationele overweging. Het is niet zo dat ik niks heb om voor te leven; alleen al van mijn konijnen word ik heel erg blij.

Toen ik twaalf was, probeerde ik het er met mijn moeder over te hebben, maar zij zei dat je daar niet over moest praten. In mijn hoofd was zelfmoord dus iets waar iedereen wel over nadacht, maar waar niet over gesproken mocht worden. Tijdens mijn therapie kwam ik er pas achter dat niet iedereen er zo over denkt als ik.

Ik werd heel verdrietig van het journaal en bedacht toen dat je aan dit probleem zelf iets kon doen – namelijk zelfmoord plegen.

Twee jaar geleden, in maart 2015, had ik voor de eerste keer een intakegesprek bij een psycholoog. Na dat gesprek werd de diagnose 'chronische depressie met een sociale beperking' gesteld, en drie maanden later had ik eindelijk wekelijks een afspraak met mevrouw Bos*. Mevrouw Bos had altijd een panterprinttruitje aan, wat mij fascineerde. Mijn zelfmoordgedachten zijn in het begin niet ter sprake gekomen, omdat ik eerst moest wennen, voordat ik het over zo'n onderwerp kon hebben. Daarnaast klikte het tussen mij en haar niet zo goed; ze heeft me drie keer uitgelegd wat een vicieuze cirkel is, en tekende daarbij op een whiteboard een berg met haarspeldtochten.

Na een half jaar heb ik uiteindelijk toch de moed bij elkaar geraapt om het over mijn suïcidevraag te hebben. De gedachte over die verantwoordelijkheid was voor mij een manier van leven geworden, al klinkt dat heel dramatisch. Als iets heel lang in je hoofd zit en je daar zo aan went, worden alle andere dingen irrelevant.

Mevrouw Bos reageerde dit keer zonder vicieuze cirkel en zonder whiteboard. Ze schrok er heel erg van. Ze zette het 'protocol' in werking: eerst nam ze een test af die suïcidaliteit signaleert, en daar kwam een score uit die mevrouw Bos nog meer liet schrikken. Ik probeerde haar uit te leggen dat ik het er gewoon over wilde hebben. Dat ik haar dit vertelde betekende juist dat ik het niet ging doen, want gesprekken zouden het uitvoeren alleen maar bemoeilijken.

Na een half jaar besprak ik mijn suïcidevraag eindelijk met mijn therapeut, en toen ontstond er gelijk één grote panieksituatie – terwijl ik er gewoon over wilde praten.

Mevrouw Bos riep er een collega bij en samen spraken ze, waar ik bij was, door hoe dat protocol moest worden ingezet en wat ze nou eigenlijk moesten doen – alsof ze samen een checklist afwerkten. Ik werd verzocht om een contactpersoon te bellen, dus belde ik mijn vriendje.

Het gesprek was inmiddels afgelopen maar ik moest blijven wachten en nog meer vragenlijsten invullen. Daarna werd er een non-suïcidecontract onder mijn neus geschoven dat ik moest ondertekenen: "Ik verklaar dat ik op de volgende afspraak kom en dat ik dus deze week geen zelfmoord pleeg."

Ik vroeg wat de ontbindende voorwaarden waren, maar dat vonden ze niet zo grappig. Een gesprek was niet mogelijk. Het was één grote panieksituatie, terwijl ik er gewoon over wilde praten. Na een tijdje kwam mijn vriend me ophalen, en hem werd op het hart gedrukt dat hij me de komende week niet alleen mocht laten en alle spullen uit huis moest halen waarmee mijn plannen mogelijk zouden kunnen worden gemaakt.

Deze situatie voelde als verraad. Ik wilde het alleen over mijn gedachten hebben, maar de psycholoog reageerde geschrokken en werkte een protocol af – ik kon haar er nog net van weerhouden om mijn ouders te bellen. Het voelde hetzelfde als het moment waarop mijn moeder zei dat ik niet over mijn doodswens mocht praten.

Deze manier van denken bleek dus ook voor mijn psycholoog een taboe. En juist door deze reactie, werd ik opstandig: 'ik was het niet van plan, maar nu overweeg ik het zeker, zodat ik kan bewijzen dat zo'n contract niet werkt' – was toen mijn ongezonde gedachte.

Mevrouw Bos nam ook contact op met mijn huisarts en met haar had ik de volgende dag een afspraak. Gelukkig was zij niet zo in paniek. Ze verwees me door naar een grote geestelijke-gezondheidszorgorganisatie. Ze bieden daar alles aan: van ambulante hulp tot tijdelijke opname, en alles daar tussenin. Eerst kwam ik bij de crisisdienst terecht, wat betekende dat er twee keer in de week een vrouw bij mij thuis langskwam waarmee ik op een nuchtere en fijne manier, en in mijn eigen omgeving, kon praten over hoe mijn gedachten werkten. Het was voor het eerst dat ik het gevoel had dat dat kon.

Bij de crisisdienst had ik voor het eerst het gevoel dat ik op een nuchtere manier over mijn zelfmoordgedachten kon praten.

We keken samen wat ik kon doen en waar ik terechtkon, want de crisisdienst is een tijdelijke oplossing. Samen bedachten we dat het goed was om naar een centrum voor psychotherapie te gaan. Daar kreeg ik vijf dagen in de week therapie, soms bleef ik daar slapen, en ik ben er in totaal acht maanden geweest.

Het centrum was gericht op persoonlijkheidsstoornissen, en na heel veel vragenlijsten kreeg ik de diagnose 'persoonlijkheidsstoornis met trekken van borderline en een obsessief compulsieve persoonlijkheidsstoornis'.

Het idee van zo'n centrum is precies wat ik me ervan voorstelde: een groot landgoed met veel bomen, een vijver, eenden en ganzenkuikens en een heel grote moestuin. Op dat landgoed stond een groot gebouw, het 'leefgebouw' en de therapieën waren in een ander gebouw. De huishoudelijke taken werden afgewisseld en voor het ontbijt ging er een belletje, dan moesten we stil zijn. Half negen was de opening en daarna volgde mindfulness: 'Tel de deuren vanaf het moment dat je vanochtend bent opgestaan. Als je het getal vergeet is dat niet erg, dan begin je gewoon opnieuw." Daarna begonnen de therapieën, wat allemaal in groepen werd gegeven: sociotherapie, psychotherapie, creatieve therapie, bewegingstherapie, psychosomatiek, tuintherapie en voorbereiding voor het weekend.

Voor mij was de behandelmethode van acht maanden in dat centrum veel te lang en intensief; na een dag bij een groep sliep ik de rest van de tijd. Bij de eerdere diagnose was gesteld dat ik geen autisme had, maar omdat de groepssessies mij zo zwaar vielen, zijn ze dat toch weer nader gaan onderzoeken.

Het zou al heel erg helpen als er in ieder geval door professionals niet zo paniekerig wordt gedaan.

Momenteel ben ik ook voor autisme in behandeling, en het gaat nu beter. Ik denk niet dat de gedachte over zelfmoord ooit weg zal gaan, maar soms is het wel minder aanwezig. Nu de therapie gericht is op autisme en blijkt dat mijn prikkelverwerking niet goed werkt, weet ik dat ik daarom somber, moe en moedeloos word. Daar kan ik, met de juiste therapie, zeker iets aan doen. Daardoor zullen mijn gedachtes niet zo gauw meer op hol slaan.

Als ik opnieuw dit traject aan moest gaan, zou ik niet naar de basis-ggz gaan, voor lichte tot matige problematiek, maar aangeven bij de huisarts dat ik een verwijzing wilde voor specialistische ggz. De crisisdienst heeft me heel goed geholpen – daar werken mensen die niet zo gauw schrikken en met je meedenken. Ook weet ik nu dat je altijd eerlijk moet zijn: iets niet minder erg maken en eigenlijk al bij de huisarts aangeven waar je over nadenkt. Het voelt raar om gelijk alles op tafel te moeten gooien, maar zo word je wel het beste geholpen.

In de gezondheidszorg moet er meer aandacht zijn voor suïcide. Dat er een campagne is over suïcidepreventie met de slogan Stel de vraag van je leven is goed, maar ook heel ambitieus. Je vraagt hiermee heel veel van je omgeving. Als er in ieder geval door professionals niet zo paniekerig wordt gedaan, zou het al heel erg helpen om dit onderwerp meer bespreekbaar te maken.

*Namen zijn aangepast

Op de site van 113 Zelfmoordpreventie lees je meer over wat je kunt doen als je je zorgen maakt over mensen in je omgeving, of waar je terecht kunt met eigen vragen over zelfmoord.

Mensen in België kunnen terecht bij Zelfmoord 1813.