Schrijven doet Basje Boer niet in haar eentje
Foto door Nick Helderman
Identiteit

Schrijven doet Basje Boer niet in haar eentje

We spraken de Nederlandse schrijfster over mentoren, het loslaten van controle en het gebrek aan vrouwelijke personages in boeken.
17 augustus 2016, 11:43am

Basje Boer bracht onlangs haar debuutroman 'Bermuda' uit. We spraken haar over de eenzaamheid die schrijvers ervaren, gidsen in het leven en waarom vrouwen veel werk van vrouwelijke auteurs zouden moeten lezen.

Mentorschap in de kunst interesseert me. Misschien in alles, maar zeker in kunst, kun je haast niet zonder mensen die je leren om met een bepaalde blik naar de wereld te kijken en dat te gebruiken om dingen te maken. Als er niemand is die je inspireert en je helpt jezelf vormen, blijf je altijd zoeken, denk ik.

De hoofdpersoon in het onlangs verschenen boek Bermuda heet Meis en zij zit met datzelfde probleem. Ze probeert houvast in het leven te vinden, en besluit een vreemd soort mentorrelatie aan te gaan met een ander karakter in het verhaal: kunstenaar Aaf Ankersmit. Die geeft de zoekende Meis uiteenlopende en soms vreemde opdrachten om houvast te vinden – van stoppen met seks met bepaalde jongens tot stoppen met suiker door haar thee roeren.

Ontoevalligerwijs had ik gehoord dat de schrijver van Bermuda, Basje Boer, zelf ook een soort mentorrelatie onderhoudt met Marja Pruis (romanschrijver en criticus bij De Groene Amsterdammer). Hoe werkt zo'n rol? Is het voor iedereen aan te raden? Werkt het bij vrouwen anders dan bij mannen? En heb je er als eenzame schrijver iets aan? Daarover sprak ik Basje Boer.

BROADLY: Ha, Basje. Het leek me interessant je te spreken over de mensen die je ondersteunen bij het schrijven, zoals Marja Pruis. Toen las ik je boek, en viel het me op dat er ook een heel erg ondersteunende relatie in zit, tussen Aaf Ankersmit en Meis. Kun je iets vertellen over hun relatie?
Basje Boer: De relatie drukt uit dat Meis iemand is die heel erg zweeft in het leven – iemand die manieren zoekt om houvast te krijgen. Terwijl ze ook voelt dat ze niet meer aan haar beste vriendin, Elfriede, kan plakken. Ze vindt die houvast niet in zichzelf, maar zoekt het bij anderen. Dat komt naar voren in haar relatie met Aaf, die ze gebruikt als gids in het leven.

Heb jij zelf zulke gidsen?
Je zou kunnen zeggen dat Elik Lettinga, mijn uitgever, zo iemand is. Ooit volgde ik de fotografieopleiding aan de Rietveld Kunstacademie, en toen deed ik mee aan de Elle Literatuurwedstrijd. Ik werd welgeteld tweede. Zo kwam ik in contact met Elik Lettinga – ze zat in de jury en was toen nog redacteur bij De Arbeiderspers [een Amsterdamse uitgeverij].

Hoe ging dat contact?
Elik zei: "Ik wil wel meer van je lezen." Maar ik vond dat ik toen vooral oude zooi had, waar ik niet meer achterstond – dingen die ik had geschreven voor ik überhaupt aan de Rietveld was begonnen. "Laat me iets nieuws schrijven," zei ik tegen haar. Uit die nieuwe dingen is toen een verhalenbundel voortgekomen. En nu, bijna tien jaar later, is er dan mijn debuutroman. Dat heeft dan weer met Marja Pruis te maken.

Hoe dan?
Ooit kwam ik via haar bij De Groene Amsterdammer terecht en heb ik filmrecensies geschreven. Op een gegeven moment heb ik haar benaderd met de vraag of ze het leuk vond mijn verhalen te lezen. Ik wilde verder met het schrijven van korte verhalen. Ik ben toen bij andere uitgeverijen gaan kijken. Die zagen een nieuwe bundel op zich wel zitten, maar ik kwam er zelf niet helemaal uit – wat ik nou precies wilde. Ik was al heel lang niets groots aan het doen, behalve publiceren in literaire tijdschriften. Ik dacht: als het jaren geleden is dat ik een boek heb uitgegeven, mag ik mezelf geen schrijver meer noemen. Toen heb ik Marja benaderd, om haar mijn materiaal te laten lezen. Ik zag niet meer of het goed was. Ze zei: "Je moet terug naar je eerste redacteur gaan, met haar in gesprek gaan." Dat heb ik toen gedaan, en daar kwam uit dat ik op dit punt in mijn carrière echt een roman moest gaan schrijven. Anders word je niet serieus genomen.

Foto door Nick Helderman

Hoe verliep het schrijven van Bermuda vervolgens?
Vervolgens kreeg ik in korte tijd verschillende redacteurs toegewezen: zwangerschapsverlof, onverwacht vertrek... Daarna moest ik het zelf zien te rooien. Dus toen heb ik zo'n beetje mijn eigen mensen verzameld: Marja Pruis las mee, en Rebecca Wilson. Ze is redacteur bij uitgeverij De Geus. Rebecca is een vriendin van me en heeft daardoor een ander soort blik, maar wel een goede. Zij was echt een cheerleader van het boek. Ik vertelde haar bijvoorbeeld iets wat één van mijn redacteurs had gezegd, die dingen in het verhaal bruut wilde omgooien. Dan werd Rebecca echt boos, van: "Dat slaat nergens op, het is goed zoals het is." Het was heel fijn om daar tussenin te gaan zitten – want als je maar één mening hoort, wordt het moeilijk te bedenken wat je ergens zelf van vindt.

Is Marja een mentor?

Het is iemand tegen wie ik op kijk, maar ook iemand met wie je het gewoon hebt over hoe je het schrijft. Juist als peer is het heel fijn als je het hebt over hoe je een stuk of boek schrijft, het begin, waar je tegenaan loopt, en hoe je het oplost. Je staat ook op gelijk niveau en maakt allebei fouten, soms vaker dan anders. Of dat het ineens goed gaat en er een boek is. Ik denk dat zij het niet leuk zou vinden om mentor genoemd te worden. Ze vond het duidelijk wel heel leuk om mij van begin af aan te begeleiden – om iets voor mij te kunnen betekenen.

Maakt het uit dat ze vrouw is?
Ik denk dat het wel uitmaakt. Ik denk dat een man die wat ouder is, en meer ervaring heeft, en iets boven jou staat – dat zo'n verhouding sneller anders is. Ik voel me meer op mijn gemak bij vrouwen, ga sowieso makkelijker relaties mee aan. Het is ook fijn om voorbeelden te zien van andere vrouwen en hoe ze dingen doen. Mannen kan ik ook bewonderen, maar met vrouwen kun je je makkelijker identificeren. Daarom is het zo belangrijk dat we in de popcultuur goede vrouwelijke voorbeelden hebben. Niet per se supervrouwen, maar vrouwen die gewoon normaal zijn en waarmee je je kunt identificeren.

Marja lijkt me soms streng in haar columns, merk jij dat ook?
Ja, Marja kan zeker iets strengs hebben in haar schrijven. Maar ze is ook streng voor zichzelf, vind ik. Ik herken dat wel: als je hoge verwachtingen hebt van jezelf, verwacht je ook veel van anderen. Naar mij toe vind ik haar echter helemaal niet streng. Ik heb het idee dat wij allebei mensen zijn die makkelijk hun kwetsbaarheden kunnen laten zien. Dat is een kwaliteit die ik heel erg waardeer in andere mensen. Ik denk zeker dat het goed is om strenge mensen in je omgeving te hebben, vooral als je zo'n vak hebt als het schrijversvak, waarbij het op je eigen discipline aankomt. Maar Marja is niet zo iemand, niet voor mij althans. Misschien is ze in dat opzicht meer een vriend. We praten over schrijven, maar ook over de nadelen van hoge hakken dragen, om maar iets te noemen.

Denk je dat schrijvers baat hebben bij een mentor in hun leven?
Schrijven is een eenzame praktijk. Ik denk dat als je dingen maakt, en je doet dat in je eentje, dat het zinnig is om mensen om je heen te verzamelen die weten hoe dat is. Om advies aan te vragen, puur zakelijk of inhoudelijk, om je hart te kunnen luchten, om je ervaringen mee te delen. Die mensen hoeven niet per se mentor te zijn

Marja Pruis en Basje Boer. Foto door Jan Postma

Heb je andere vrouwen als voorbeeld?
Natuurlijk. Maar dat kunnen net zo goed personages zijn. Ik hou ervan als vrouwen in verhalen niet alleen maar bezig zijn met romantische liefde, maar juist met vriendschappen onderhouden, normale dingen. Ik heb net een stuk geschreven over de nieuwe film van Absolutely Fabulous. Die vrouwen zijn niet per se een voorbeeld, maar ze hebben fundamenteel schijt, en dat zie je bijna nooit bij vrouwelijke karakters. Zelfs als vrouwen zich misdragen zijn ze daar nog mee bezig: "Kijk ons eens niet perfect zijn." Terwijl de _Ab Fab_-vrouwen juist niet eens doorhebben dat ze zich misdragen. Ik zeg niet dat je net zo hard moet gaan zuipen als zij, maar ik waardeer het dat ze niet zo bezig zijn met de kaders.

Ik heb laatst een keer geteld in mijn boekenkast, en ik geloof dat zeven procent van de auteurs vrouw was.
Vrouwen zijn gewend zich te identificeren met jongens. Dat is heel vanzelfsprekend, omdat er zoveel voorbeelden van mannelijke hoofdpersonages zijn in films en boeken. Mannen zijn minder gewend zich in te leven in vrouwelijke personages. Ik lees bijna alleen maar werk van vrouwen. Dat is halfbewust, maar ook weer niet. Als je klassiekers leest, zijn dat automatisch mannen. Het zou helpen als vrouwen veel vrouwen lezen

Uiteindelijk verlaat Meis Aaf Ankersmit in het boek, omdat Aaf Meis volledig begint te controleren.
Ja, dat doet Meis uiteindelijk beseffen dat je leven compleet aan een ander overgeven niet de manier is. Je kan niet te veel op anderen leunen in dit leven. Je moet de gids in jezelf zien te vinden.

Ik zoek al jaren de gids in mezelf. Helpt schrijven daarbij?
Ik heb jarenlang fervent een dagboek bijgehouden, om grip te krijgen op mijn gevoel. Vroeger deed ik een maand met een dagboek, tegenwoordig is het een jaar.

Je hebt geen controle totdat je schrijft?
Ja. Maar op een gegeven moment moet je ook dat loslaten. Je hebt uiteindelijk alleen de illusie van controle op je leven – en aan het eind ervan gaan we allemaal dood.

Bedankt, Basje.

-

Vrouwen praten misschien veel, maar we horen ze te weinig. Daarom is Broadly Nederland er. Like onze pagina.