Relaties

Mijn dwangstoornis verziekt al mijn relaties

"R-OCD is verschrikkelijk. Het is jeuk in je hoofd. Je wordt er wanhopig van."
22 augustus 2018, 10:06am
Foto via designer491/Getty Images

"Mijn eerste vriendje was echt een duffe watermeloen. Dat vind ik als ik nu aan hem denk. Ik kan er niets aan doen. Het zijn de eerste woorden die in me opkomen. Misschien is het niet zo gek dat ik twijfelde aan die relatie. Misschien heb ik mijn aandoening wel gewoon verzonnen.”

Tegenover me zit Hyke. Een twintiger die me heeft uitgenodigd in haar huisje. Het is er gezellig. Het ruikt naar wierook en overal staan plantjes. Het doet me een beetje denken aan het biologielokaal van mijn oude middelbare school. Maar ik ben hier niet om terug te denken aan mijn puberteit (goddank). Ik ben hier voor Hyke. Ik wil weten wat haar aandoening R-OCD, een dwangstoornis die zich richt op relaties, precies is. Harde cijfers over deze subcategorie van een obsessieve-compulsieve stoornis (OCD) zijn lastig te vinden. De onderzoeken die er wel zijn, werden uitgevoerd met te kleine groepen. Daardoor is het moeilijk om er goede conclusies over te trekken.

“Ik blijf twijfelen en nadenken. Er is namelijk altijd een piepkleine kans dat het geen dwanggedachte is.”

Relationship Obsessive Compulsive Disorder is een vorm van de dwangstoornis OCD, net zoals smetvrees. Het kenmerkt zich door obsessieve twijfel over de relaties van een persoon. Die twijfels kunnen zich richten op de persoon zelf, maar ook op een partner of een naaste. Zo kunnen mensen met R-OCD zich afvragen of ze wel genoeg voor hun partner voelen, maar ook of hun partner wel genoeg voor hen voelt. Ze kunnen gefrustreerd raken omdat dit gevoel niet te meten of te vergelijken is, of juist dwangmatig bezig zijn om elk klein detail uit te spreken naar hun partner, zodat er ‘niks in de weg staat’ van de relatie. Recent R-OCD-onderzoek richtte zich op moeders die dwangmatig twijfelen of ze wel genoeg van hun kinderen houden. R-OCD laat zich dus niet makkelijk in een hokje plaatsen.

Ook Hyke kan moeilijk omschrijven waar haar obsessies nou écht op gericht zijn. Dit komt met name omdat ze – ondanks haar officiële diagnose – twijfelt of ze wel echt OCD heeft. Dit is niet zeldzaam: mensen met OCD weten in hun hoofd wel dat het dwang is, maar het voelt als de waarheid. Hyke werd als tiener doorverwezen naar een psycholoog omdat ze angstklachten en moeite met studeren kreeg. Ze was altijd een perfectionist. Tijdens de sessies met haar psychologe kwam ze erachter dat ze OCD heeft. Eerst richtte de dwang zich op haar studietempo, maar niet veel later ook op haar relaties.

Hyke denkt lang na over de vraag wat deze aandoening met haar doet: “R-OCD is gewoon kut. Ik blijf twijfelen en nadenken. Er is namelijk altijd een piepkleine kans dat het geen dwanggedachte is. Wat als het waar is wat ik denk? Als ik gewoon een label te zien kreeg met ‘Pas op! Dit is een dwanggedachte!’, dan kon ik een knop omzetten.”

“Het begint heel subtiel. Maar het wordt erger en het gaat niet meer weg.”

“Ik snap wat Hyke bedoelt,” zegt psychiater Menno Oosterhoff. “Ze wil zeker weten dat het dwang is, maar er is geen zekerheid die bestand is tegen de obsessie.” Oosterhoff leeft zelf ook met OCD en schreef hierover het boek Vals Alarm. "Ik ken het verhaal van een vrouw die twijfelde of haar kinderen wel van haar waren. Zelfs na een DNA-test was ze niet overtuigd: de kans is steeds 0,00001 procent dat zo’n test niet klopt. Maar zelfs zonder mogelijke foutmarge zou ze getwijfeld hebben of de arts misschien had gelogen om haar gerust te stellen. R-OCD is verschrikkelijk. Het is jeuk in je hoofd. Je wordt er wanhopig van. Met dwang ga je een kleine onvolkomenheid beleven als een onoverkomelijkheid. Een klein foutje, een klein risico, daar blijf je op haken.”

En dat is precies wat er bij Hyke gebeurt. Op het moment dat ze een iets minder positieve eigenschap van haar partner ontdekt, slaat de twijfel toe. “Het begint heel subtiel,” legt ze uit. “Maar het wordt erger en het gaat niet meer weg.”

Tijdens haar eerste relatie sloegen de twijfels al toe. Niet over de ‘duffe watermeloen’ met wie ze een relatie had, maar over het feit dat ze wellicht homoseksueel zou kunnen zijn en daarom minder voor hem voelde. Het legde een enorme druk op haar relatie. Hyke wilde haar watermeloen niet aan het lijntje houden, maar ook niets voor hem verzwijgen. Bijna een jaar lang heeft ze obsessieve gedachten gehad over homoseksualiteit. Dit wordt H-OCD genoemd en zorgde uiteindelijk voor een pijnlijke beëindiging van haar relatie.

Oosterhoff: “R-OCD en H-OCD zijn vaak met elkaar verweven. Ik vind ‘seksuele oriëntatie-OCD trouwens een beter begrip, want het komt ook vaak voor bij homoseksuele personen. Zo ken ik het verhaal van een homoseksuele man die al vijftien jaar samenwoonde met zijn mannelijke partner en opeens dacht: is mijn leven niet op een leugen gebaseerd? Wat als ik hetero ben? Deze vorm van dwang komt heel veel voor. Ik word er bijna dagelijks over gebeld. Maar ook hier is vrij weinig over bekend.”

Hyke heeft inmiddels haar H-OCD bijna per ongeluk achter zich gelaten: “Ik ben het gaan onderzoeken en in mijn geval klopten de twijfels: ik val echt op vrouwen. Het was voor mij persoonlijk een droomscenario, want waar ik dwang bij voelde bleek waar te zijn. Dan kun je dat op een gegeven moment accepteren, want het is wat het is. Overigens was ik na een tijdje weer bang dat ik toch op mannen viel. Dat had verkeerd uit kunnen pakken, maar ik heb nu wel geaccepteerd dat ik biseksueel ben. De angst is weg.”

“Probeer maar eens in slaap te vallen op een onontplofte bom en te denken: ik zie wel of hij afgaat.”

Hyke zegt dat haar R-OCD hardnekkiger is. Er zijn duizenden dingen waar het zich op concentreert. Niet alleen de twijfel of ze bij haar partner moet blijven, maar ook over zijn of haar negatieve eigenschappen. Ze krijgt geen antwoorden en alleen maar meer vragen: “Het maakt eigenlijk niet eens meer uit of ik wel of geen relatie heb, want de R-OCD verziekt alles. Bij die duffe watermeloen dacht ik letterlijk: zou vogelgefluit mooier klinken als ik morgen als vrijgezel wakker word?”

“Heel logisch,” reageert Oosterhoff. “Je lijdt onder een kwellende onzekerheid. Daar wil je een einde aan maken, desnoods door de relatie te verbreken. Maar het probleem is niet de relatie, maar de obsessieve onzekerheid.”

Hyke heeft enkele serieuze relaties gehad, maar waarom ze zijn beëindigd weet ze eigenlijk niet zeker: “Ik weet niet of het de R-OCD was die het uitmaakte, of ikzelf.” Inmiddels heeft ze toch weer een partner. “De R-OCD gaat ook hier weer opspelen,” weet ze. “Dat is chronisch en wordt steeds erger.”

Oosterhoff is optimistischer: “Als ik haar was zou ik naar een gespecialiseerd centrum gaan. Vaak worden psychische aandoeningen niet intensief en grondig genoeg aangepakt. Je hebt meestal langer nodig dan een jaar. Je moet vertrouwen oefenen, onzekerheid leren verdragen en kunnen denken: ik zie het dan wel weer. En dat is verrekte lastig. Probeer maar eens in slaap te vallen op een onontplofte bom en te denken: ik zie wel of hij afgaat. Dan slaap je natuurlijk niet lekker. Toch zien we regelmatig dat een behandeling wél werkt en dat het je als het ware afstompt voor de gevoeligheid voor kleine onvolkomenheden. Daarnaast bestaat er natuurlijk medicatie en in het uiterste geval ‘deep brain stimulation’. Het idee van Hyke dat ze er nooit afkomt vind ik heel somber, maar dat het een hardnekkige aandoening is, kan ik niet ontkennen.”

Door ons fijne gesprek durf ik Hyke een gevaarlijke laatste vraag te stellen: houdt ze een partner niet altijd aan het lijntje, omdat ze zeker weet dat de R-OCD haar vroeg of laat toch wel laat twijfelen? Ze moet gelukkig lachen: “Ja. Dat is egoïstisch, maar daar ben ik juist wel blij om. Het laat een omgekeerd gevoel zien. Iets dat lijnrecht tegenover de R-OCD staat. Het siert mij misschien niet en ik wil niemand aan het lijntje houden, maar ik hoop natuurlijk dat de relatie standhoudt. Ondanks het risico wil ik er altijd voor gaan.”

Volg TONIC op Facebook en Twitter.