Ziek van seks

Ik loog mezelf bij de GGD naar binnen voor mijn eerste soa-test

Daar sta ik dan, een wattenstaafje in m’n reet te porren op de wc van de GGD. Ik hád nu ook in bed kunnen liggen met een pizza en Netflix.
22.2.18
Links: het gezicht van iemand die doet alsof ze niets te vrezen heeft, maar ondertussen doodsangsten uitstaat. Rechts: foldertje dat ik meekreeg naar de wachtruimte. Foto's eigendom van de auteur

Toen vorige week de uitslagen van onze grote soa-enquête op de redactie binnenstroomden, verbaasden wij ons collectief over het feit dat maar liefst 53 procent van de deelnemers nog nooit een soa-test heeft laten doen. Zelf behoor ik op 26-jarige leeftijd ook nog tot die groep, al heb ik altijd het idee gehad dat ik daarmee tot een minderheid behoorde. Het landelijke percentage, dat gemeten is op basis van meerdere leeftijdsgroepen, ligt zelfs nog veel lager: 66 procent van de vrouwen en 75 procent van de mannen in Nederland heeft zich nog nooit op een soa laten testen. Zo slecht doet de gemiddelde VICE-lezer het dus niet eens. Op de open vraag waarom deelnemers aan de enquête zich eigenlijk nog nooit hebben laten testen, kwamen verbazingwekkende antwoorden binnen: "No dirty ho's on my dick, bro," vulde iemand in. Een ander: “Bij de dokter kost het geld en naar de GGD gaan is best spannend.” Sommige mensen lieten zich ook tegenhouden door de lange wachtlijsten bij de GGD: “Er was geen plek, ik moest een maand wachten en toen was ik het vergeten.” Toen wel meer mensen van ons team toegaven zich nog nooit bij de soa-poli gemeld te hebben, vroeg ik me af of het geen wijsheid was om zelf aan den lijve te ondervinden hoe zoiets in z’n werk gaat. Ikzelf heb in mijn leven maar twee bedpartners gehad; mijn eerste vriendje, met wie ik welgeteld acht maanden samen was, liet zich vrij regelmatig testen op soa’s en had aantoonbaar niets. Mijn tweede (en huidige) vriend heeft zich in een ver verleden laten testen, voordat ik in beeld was. Toch hebben we verder nooit aanvullende bescherming gebruikt; ik heb van begin af aan de pil geslikt. Dom, wel. Geen van ons heeft ooit last gehad van symptomen die op een soa zouden kunnen wijzen, maar we weten allebei dat dat ook precies niks zegt. Ik besluit dat het tijd is om een afspraak in te plannen bij de GGD, al blijkt dat makkelijker gezegd dan gedaan. Het zou ‘t makkelijkst zijn wanneer ik de GGD Amsterdam een bezoekje kan brengen, aangezien het VICE-kantoor zich ook in de hoofdstad bevindt. Vol enthousiasme vul ik mijn persoonsgegevens in, en mijn woonadres in Rotterdam. Fout. Ik bevind me volgens de site "buiten het verzorgingsgebied van deze GGD." In een duister verleden woonde ik in Amsterdam-Noord, en dus besluit ik mijn vroegere adres in te tikken. Ik zeg altijd dat ik mijn oogleden nog liever met een botte schaar af zou knippen dan dat ik weer in Amsterdam zou gaan wonen, maar voor één dagje wil ik best doen alsof. De rest van de vragenlijst vul ik wel naar waarheid in. "Heeft u soa-gerelateerde klachten?" Nee. "Heeft u onbeschermde seks gehad in de afgelopen 7 dagen?" Ja. "Bent u gewaarschuwd of verwezen?" Nee. "De GGD Amsterdam heeft voor onbepaalde tijd geen plek voor afspraken voor mensen met uw risicoprofiel", verschijnt er op mijn beeldscherm. Kut. Hoe moeilijker het me gemaakt wordt, hoe groter de wens om me te laten testen. Ik overleg op de redactie even of het ethisch gezien wel verantwoord is om te liegen tijdens mijn intake, om in aanmerking te komen voor een test. De consensus is ja, al is het maar om aan te tonen hoe moeilijk het tegenwoordig is om een afspraak in te plannen bij de GGD. Ik vul in dat ik onbeschermde seks heb gehad met iemand die genitale herpes bleek te hebben, en me daar achteraf over heeft gewaarschuwd. "De GGD Amsterdam heeft voor onbepaalde tijd geen plek voor afspraken voor mensen met uw risicoprofiel." Ik begin een nieuwe intake, en vul weer in dat ik onbeschermde seks heb gehad met een kerel die me later waarschuwde dat hij gonorroe heeft. "Helaas zijn er op dit moment geen mogelijkheden voor een afspraak voor de eerstkomende 15 werkdagen." Weer mis. Opnieuw begin ik een intake, en dit keer vul ik in dat ik onveilige seks heb gehad met iemand die later opbiechtte hiv te hebben. Raak. Binnen een half uur word ik teruggebeld door de GGD, en een paar dagen later kan ik al terecht, geheel kosteloos.

In de wachtruimte. Foto eigendom van de auteur

Die avond kom ik thuis en vertel ik m’n vriend dat ik de week erop voor hiv en de hele mikmak ga laten testen, in de naam van de journalistiek. "O, dat vind ik wel spannend," zegt hij. "Waarom?", vraag ik verbaasd. "Ja, dat wij allebei geen symptomen hebben, betekent natuurlijk niet dat we nergens last van hebben – en we hebben ons allebei niet laten testen toen we een relatie kregen." Ik ben op de hoogte van zijn voormalige bedpartners en hij van de mijne, maar dat die mensen er ‘schoon’ uitzien zegt natuurlijk ook vrij weinig. Gadverdamme, hij bevestigt wat ik eigenlijk al wist, maar nu begin ik bijna zenuwachtig te worden. Die donderdag meld ik me ‘s avonds bij de soa-poli in Amsterdam. Ik word te woord gestaan door een aardige mevrouw bij de receptie. "Houd je volgnummertje in de gaten en dan word je zo omgeroepen, oké?" Ze duwt een foldertje in m’n hand, en ik begeef me gedwee naar de wachtruimte, waar ik zenuwachtig mijn foldertje door begin te bladeren. "Als u een e-mailadres en een Nederlands mobiel telefoonnummer heeft opgegeven, ontvangt u een bericht wanneer de testuitslagen online staan," lees ik. Ik slaak bijna een zucht van opluchting dat ik mijn resultaten niet meteen te horen krijg. Op de middelbare school was ik al die struisvogel die pas een week later haar cijfers in Magister checkte, om maar zo lang mogelijk in ontkenning te blijven leven. "De soa-polikliniek maakt beperkt gebruik van een hiv-sneltest, volgens vaststaande regels. Als u de sneltest is aangeboden, krijgt u de uitslag hiervan na ongeveer drie kwartier," lees ik verder. Die test krijg ik ook vast aangeboden, omdat ik door mijn leugens nu zogenaamd tot een risicogroep behoor. Ik merk dat ik me heel bewust ben van mijn omgeving en continu naar de deur kijk of er mensen binnen zullen komen die ik ken. "Doe éffe normaal," spreek ik mezelf streng toe. Als er al vrienden of kennissen binnenkomen, zijn ze hier om precies dezelfde reden als jij – en dat soa's niet doorgegeven zouden kunnen worden door nette mensen, is ook je reinste onzin. Na een kwartiertje gewacht te hebben, wordt mijn nummer omgeroepen en begeef ik me naar behandelkamer 14, waar ik ontvangen word door een sociaal verpleegkundige. Hij geeft me een hand en vraagt me mijn verhaal te doen. Ik stamel wat en zeg dan: "Euh, ik heb een tijdje een los en onveilig contact gehad met een jongen die me verzekerd had dat hij niks had, maar vorige week belde hij me en vertelde-ie dat hij hiv blijkt te hebben." De verpleegkundige kijkt me vol medeleven aan en zegt dan: "Jeetje Charlotte, wat heftig. Heel naar dat dit je overkomen is. Nou, we gaan kijken wat er uit je test komt… Hiv hebben staat niet meer gelijk aan een doodvonnis, hè? En je hoeft ook niet per se besmet te zijn." Ik voel me een leugenachtig stuk stront en bijna vertel ik hem waarom ik hier echt ben. "Ja, was wel even schrikken," zeg ik in plaats daarvan, en ik glimlach verontschuldigend. Hij legt me heel zorgvuldig uit wat de volgende stappen zullen zijn. "Ik ga nu eerst twee buisjes bloed bij je afnemen, eentje voor de hiv-sneltest en één voor de definitieve uitslagen." Nog een geluk bij een ongeluk dat ik absoluut geen angst voor naalden heb. Na het afnemen van m’n bloed is het tijd voor mijn vaginale en anale uitstrijkjes, die ik bij mezelf mag afnemen. Daar sta ik dan, een wattenstaafje in m'n reet te porren op het toilet van de GGD in Amsterdam. Ik hád nu ook in bed kunnen liggen met een pizza en Netflix. Ik stop de wattenstaafjes in de bijbehorende buisjes en geef ze af bij het laboratorium. Daarna neem ik weer plaats in de wachtkamer: het is nu wachten op de testresultaten van de hiv-sneltest. Na twintig minuutjes word ik door dezelfde verpleegkundige weer de behandelkamer ingeroepen. Nog voordat ik de deur achter me dicht heb getrokken, steekt hij m'n duim al naar me op. Ik vlieg hem bijna om de hals: ook al was ik er eigenlijk al vrij zeker van dat ik geen hiv had, ergens voel ik me toch enorm opgelucht. En die man is zo aardig. "De test was negatief!" zegt hij met een glimlach op z’n gezicht. "Dit ga je zeker wel vieren hè, met een stukje taart en champagne?" Ik voel me met de minuut schuldiger en wil nu eigenlijk alleen maar zo snel mogelijk weg. De volgende dag neem ik contact op met Klazien Visser, die jarenlang bij de GGD werkzaam was als soa-verpleegkundige, maar een aantal jaar geleden Soapoli-online oprichtte. “Toen wij in 2011 het idee voor de Soapoli-online ontwikkelden, was dat voornamelijk omdat de subsidies die de GGD ontving zouden worden gekort,” vertelt ze me. “De risicogroep die zich tot de GGD kon wenden, werd daardoor een stuk kleiner. Destijds was het aanbod voor betaalbare soa-tests heel klein, en wij wilden met Soapoli-online een betrouwbaar alternatief bieden voor mensen die tussen wal en schip zouden vallen. Mensen die normaal gesproken gewend waren zich gratis te kunnen laten testen bij de GGD, werden nu namelijk naar de huisarts verwezen – en veel mensen wilden dat liever niet.” Daar kunnen volgens Klazien verschillende redenen voor zijn: “Soms woon je in een klein dorpje en vind je het niet prettig dat de huisarts op de hoogte is van jouw soa, of wil je liever niet dat hij of zij van jouw seksuele geaardheid op de hoogte is. Anderen vinden het vervelend dat de ziektekostenverzekering mogelijk op de hoogte wordt gesteld van hun testen en uitslagen.” Daarbij duurt het bij de huisarts ook een stuk langer voor je je testresultaten terugkrijgt, en betaal je de test van je eigen risico. “Die kosten zijn niet altijd heel inzichtelijk, en kunnen ook schrikbarend hoog uitvallen,” legt Klazien uit.

Reden voor een feestje, ik bleek soa-vrij te zijn

Vervolgens besluit ik mijn verhaal op te biechten bij Marleen Vollebregt, soa-arts bij de GGD Amsterdam. “Er wordt best wat gelogen om toch een gratis soa-test te kunnen laten doen. Op de exacte aantallen hebben we alleen niet zo’n zicht, omdat mensen niet altijd open kaart spelen,” legt ze uit. “Het gebeurt weleens dat mensen het gelijk toegeven wanneer ze bij ons in de behandelkamer zitten. We sturen op zo’n moment niemand weg, maar benadrukken wel dat ze de volgende keer echt een afspraak met hun huisarts moeten maken.” Ook wordt cliënten uitgelegd waarom: “De GGD’s werken met een maximum budget, en dat moeten we besteden aan de groepen die het meeste risico lopen op soa’s. Het is dus niet de bedoeling dat andere groepen daar gebruik van maken – hoe jammer we dat ook vinden, want we zouden het liefst iedereen helpen.” Marleen vindt dat er iets zou moeten veranderen in de zorg: “Het is heel kwalijk als mensen geen test laten doen vanwege de kosten die eraan verbonden zitten. Er zou met zorgverzekeraars onderhandeld moeten worden, dat mensen bijvoorbeeld minstens twee testen per jaar vergoed krijgen.” Ook is ze van mening dat er stappen genomen moeten worden wanneer iemand zich niet op zijn of haar gemak voelt bij de huisarts, en zich om die reden maar tot de GGD wendt: “Je huisarts moet een persoon zijn die je volledig vertrouwt, en als een patiënt zaken omtrent seks niet met de huisarts durft te bespreken, zit dat zorg in de weg. Als cliënten dit bij ons aangeven, ondersteunen we diegene ook bij het zoeken naar een nieuwe huisarts – en kijken we hoe we het voor die persoon makkelijker kunnen maken om hulp te zoeken.” De GGD worstelt al jaren met die lange wachttijden, geeft ook Marleen aan: “Die wachttijden blijven we houden, omdat de vraag gewoon heel groot is. In 2018 is ons streven 50.000 mensen zorg kunnen bieden [het totaal aantal consulten seksuele gezondheid, red.], en de bedoeling is dat dit ook steeds gestroomlijnder gaat. We hebben ons proces onder de loep genomen en willen nu verschillende punten gaan verbeteren, wat uiteindelijk kortere wachttijden en efficiëntere zorg tot gevolg zal hebben.” Het aantal soa’s in Nederland stijgt gestaag. Het goede nieuws is echter dat je je tegenwoordig ook bij particulieren kunt laten testen, en een afspraak maken bij je huisarts is ook nog steeds een optie. Nog een goed nieuwtje: ik bleek uiteindelijk helemaal soa-vrij te zijn. Al met al viel de hele ervaring enorm mee: de medewerkers van de soa-poli zijn reuzeaardig en proberen je zo goed als kan op je gemak te stellen. De verpleegkundige die mij hielp heeft op geen enkel moment gebruik gemaakt van een belerend vingertje, en ook de testen waren zo gepiept. Tenslotte zou ik dit moment graag aan willen grijpen om mijn oprechte excuses aan te bieden aan eerdergenoemde verpleegkundige. Mocht ik me onverhoopt opnieuw bij de GGD melden, dan hoop ik dat ik weer net zo sympathiek opgevangen word als bij mijn GGD-ontmaagding.