Russische ruimtebasis Buran spaceshuttle
Rusland

Ik brak in bij een Russische ruimtebasis en nu zit de geheime dienst achter me aan

De Russen vinden het absoluut niet chill als je verstoppertje met hen speelt.
13 maart 2018, 1:24pm

Dit is een verhaal van een anonieme fotograaf, zoals verteld aan Julian Morgans.

Hier zie je een Russische spaceshuttle, die ergens in een hangar op de steppen van Kazachstan stof staat te happen. Het is een overblijfsel van het Buran-programma, een mislukte poging van de Sovjets om een herbruikbare spaceshuttle te bouwen. Het programma was gebaseerd op plannen van de NASA die de Russen hebben gestolen. Tussen 1974 en 1993 werden er miljarden in de Buran gestoken. Alleen in 1988 is het gelukt om een Buran kort in een baan rond de aarde te brengen.

Toen de Sovjet-Unie uit elkaar viel, werd het Buran-programma gestaakt en half-afgebouwde spaceshuttles werden in de voormalige Sovjetrepublieken achtergelaten. Een van de ruimteschepen werd in 2002 vernietigd, toen de hangar waarin hij stond instortte door een storm . Een prototype van de Buran wordt in het Technikmuseum Speyer in Duitsland tentoongesteld. Deze twee Burans in het Kosmodroom van Bajkonoer in Kazachstan zijn zeer waarschijnlijk de enige andere overlevenden.

Het is maar een enkeling gelukt om in het complex in te breken en het met sd-kaart en al te verlaten. Een van deze mensen – een urbex-fotograaf uit Europa – vertelde mij zijn verhaal. Hij wilde niet dat zijn naam gepubliceerd zou worden, omdat hij bang is dat hij dan niet meer vrij de wereld rond kan reizen. En dat is voor zijn werk vrij essentieel.

Hij legt in zijn eigen woorden uit hoe hij het complex is binnengedrongen, hoe hij daar is weggekomen en hoe de Russische veiligheidsdiensten hem sindsdien achter de vodden zitten. De tekst is door ons ingekort en verhelderd.

Ik las op internet voor het eerst over het Buran-programma en ik dacht direct: dit komt op mijn lijstje te staan. Het voelde als het ultieme hoogtepunt voor iedere urban explorer. Het neusje van de zalm. Dus in oktober 2015 ging ik naar Kazachstan.

De ruimtebasis bij Bajkonoer is enorm: zeventig bij negentig kilometer woestijn, met honderden lanceerplatformen uit de tijd van de Koude Oorlog. Een paar daarvan worden nog steeds gebruikt, bijvoorbeeld voor missies naar het internationale ruimtestation ISS. Maar ik was alleen geïnteresseerd in één specifieke hangar. De voornaamste uitdaging was dat die ongeveer veertig kilometer van de grote weg ligt. Er is bij de hangar geen plek waar je een auto zou kunnen verstoppen, dus rijden is geen optie. Daarnaast patrouilleren er constant jeeps door het gebied.

Tijdens mijn reis van 2015 heb ik voornamelijk geobserveerd. Met een verrekijker probeerde ik uit te vogelen waar er werd gepatrouilleerd en op welke tijden. Ik heb toen alleen die gegevens verzameld en gezocht naar een manier om zonder auto door de woestijn te komen. Dat bracht me op het idee om een fiets te gebruiken. Want, zodra je eenmaal binnen het complex bent, kun je gebruikmaken van de verharde binnenwegen. Zo hoefde ik alleen de twintig kilometer tussen de hoofdweg en de binnenwegen door het zand af te leggen.

Ik ging terug naar huis en werkte mijn plan uit. Ik bestelde een vouwfiets en hield het schema van de lanceringen in de gaten. Dat staat gewoon op internet en ik was op zoek naar een periode waarin er zo min mogelijk activiteit was. Zo zag ik dat er in augustus 2016 helemaal geen lanceringen op de planning stonden. Halverwege die maand was het volle maan, waardoor het makkelijker was om ’s nachts te reizen. Dit werd het plan.

De eerste plek waar hij zijn auto probeerde te verstoppen. De fiets staat rechtsonder.

Ik arriveerde op vrijdagnacht en het begin was appeltje-eitje. Ik vond een plek om mijn auto te verstoppen – een stapel autobanden, tapijten en vuilnis die in de woestijn was gedumpt. Terwijl ik al die rommel op mijn auto aan het gooien was, kwam er net een patrouille langs. Ik dacht: shit! Waarschijnlijk dachten ze dat ik net als de lokale bevolking afval aan het dumpen was, dus ze reden gewoon door. Maar ik wist ook dat ze hun route waarschijnlijk zouden aanpassen, om te zien wat ik aan het uitspoken was. Tijd om mijn plan aan te passen. De volgende nacht vond ik zeven kilometer verder naar het oosten een kerkhof. Daar kon ik mijn auto rustig parkeren en niemand die daar vragen over zou stellen.

Vanaf daar begon ik te fietsen. Toen ik de eerste binnenweg bereikte, ontstond mijn eerste grote probleem. Ik dacht dat de wegen verhard zouden zijn, maar het bleek gewoon een zandweg. Ik had geen keus, dus ik moest maar door het zand fietsen. Ik dacht dat ik een uurtje of vijf moest fietsen, maar dat werden er negen en het was ongeloofelijk zwaar. Tegen de tijd dat ik bij de hangar arriveerde, was het ochtend en was ik volledig uitgeput. En daar stuitte ik op een nieuw probleem. De hangar zou open moeten zijn, maar alle deuren zaten toch echt op slot. Ik dacht: verdomme, ben ik hier helemaal naartoe gefietst, kan ik niet naar binnen. Door wat oude olievaten op te stapelen, kon ik bij een brandtrap en zo naar de tweede verdieping klimmen. Daar was de deur open. Het was rond half zeven ’s ochtends en ik stond in de hangar. Het was er extreem donker. Door maar één rij ramen scheen licht in de ruimte die leek op een enorme kathedraal. En toen zag ik onder me twee van die geweldige spaceshuttles.

Het was net een mausoleum voor de space age. Twee uur lang zat ik daar naar ze te kijken. Ik probeerde wat te slapen, maar ik had zoveel adrenaline dat het niet lukte. Rond tien uur in de ochtend, toen het licht beter werd, begon ik met fotograferen.

Het was een rustige zondag op het Kosmodroom van Bajkonoer. De hele dag klom ik wat rond, om de mooiste hoeken te bereiken. De spaceshuttles stonden daar overduidelijk al een kwart eeuw stof te happen en ze zaten helemaal onder de vogelpoep. Eentje had een ladder aan de onderkant, waardoor ik ook naar binnen kon klimmen. Maar daar was niks te zien. Ze waren gewoon verwoest. De hele hangar was overigens een bouwval, aangezien Kazachstan al tien jaar lang niet wist wat er met de basis zou gebeuren en de boel had leeggestript. Alles wat enigszins waarde had, was weggehaald en ik denk dat de hangar echt niet lang overeind blijft staan.

De raket waarmee de Buran werd gelanceerd.

Nadat ik een hele tijd had gefotografeerd, wilde ik nog naar een ander hangar in de buurt. Daar zou een enorme Energia-raket liggen en het was maar vierhonderd meter verderop. Dus ik sloop daarheen en nam wat foto’s. Toen ik op het punt stond mijn biezen te pakken, stond ik opeens oog in oog met drie forse Duitse herders. Ze maakten een enorm kabaal en eentje kwam gevaarlijk dicht in de buurt. Ik greep een rondliggend stuk staal en haalde mijn pepperspray tevoorschijn, die ik speciaal voor waakhonden had meegenomen. De herder kwam steeds dichterbij en hapte naar me. Ik gaf hem een tik op zijn bek en bespoot hem met pepperspray. Daarna maakten ze zich alle drie uit de voeten.

Het was inmiddels donker en het was tijd om weer terug te gaan. Ik wilde daar niet zijn op maandagochtend, dus ik moest voor zonsopkomst weer bij mijn auto zijn. Ik liep ongeveer acht kilometer terug naar mijn fiets en stapte op. Uit het niets had ik de koplampen van een jeep achter me. Ik gooide mijn fiets snel op de grond en rende een meter of vijftig de woestijn in. Ik zag verderop een man over de weg zwalken, een stukje de woestijn in tuimelen en weer terug op de weg komen. Ik heb geen idee of ze me aan het zoeken waren, of wat ze überhaupt aan het doen waren. Ik denk dat het gewoon weekend was, en ze wat wodkaatjes hadden gehad. Ik dacht wel: rij alsjeblieft niet over mijn fiets heen. Gelukkig waren ze er toch voorbij gereden en kon ik mijn fietstocht hervatten.

Na uren door het zand te fietsen was ik volledig uitgeput. Ik dacht dat het makkelijker was om gewoon te gaan lopen, dus ik dumpte mijn fiets en mijn kogelvrije vest. Talloze keren wilde ik even gaan liggen om uit te rusten, maar ik wist dat dit niet kon. Zonder voldoende water in de volle zon door de woestijn lopen is levensgevaarlijk. Ik had zes liter meegenomen voor 36 uur, en dat zou voldoende moeten zijn. Maar niet voor de woestijnhitte.

Zo rond zes uur ’s ochtends kwam ik eindelijk bij mijn auto. Ik reed ongeveer twintig kilometer, zette de airconditioning vol aan en viel in slaap. Rond het middaguur werd ik weer wakker en vervolgde mijn weg terug.

Eenmaal thuis had ik een grote tentoonstelling. Er waren een boel mensen en ik deed goede zaken. De reis die me ongeveer duizend euro had gekost bleek zeer lucratief, want ik had al ongeveer het twintigvoudige terugverdiend.

Maar vier dagen later kwam ik thuis en stond de deur van mijn appartement open. Ik wist meteen dat er was ingebroken, maar er was niet de rommel die je daarvan verwacht. Mijn Nikon was wel weg – de grote Nikon waarop de foto’s van de raket nog stonden. Mijn laptop was ook weg, maar verder niets. Er zaten zes lenzen in dezelfde cameratas, en die waren er nog. Net als mijn Sony A7, die ik als back-up gebruik. Dat was wel gek. Ik belde de politie en ze kwamen naar mijn huis om de aangifte op te nemen. Later belde ze me en zeiden: “Kijk, het is niet logisch dat de dief alleen je camera en je laptop heeft meegenomen. Dus, we denken dat dit een signaal uit Moskou zou kunnen zijn.”

De politie zei dat ik moest oppassen, omdat dit soort gasten geen schatjes zijn. Ze dachten dat het een erekwestie was. Het is voor de Russen gênant dat iemand als ik op een plooifiets hun megageheime ruimtebasis binnendringt. Daarnaast betalen de Amerikanen tientallen miljoenen om iemand vanaf Bajkonoer naar het ISS te sturen, dus het is ook niet goed voor de zaken. Sinds dit akkefietje probeer ik dan ook uit de media te blijven, wat een reden is om in dit verhaal anoniem te blijven.

Ik ben overigens niet bang. Ik kijk niet constant over mijn schouder. Als je dit soort werk doet, moet je ook niet te veel doemdenken. Het is ook gewoon een goed verhaal en ik heb het al verschillende keren aan vrienden en familie verteld. Ik heb hiervan geleerd dat ik altijd een plan b moet hebben. Ik had weliswaar pepperspray bij me, ik droeg een kogelvrij vest en ik heb zelfs geleerd hoe je “handen omhoog” in het Russisch zegt, maar ik had geen plan b toen de eerste verstopplek voor de auto niet werkte. Ik had een alternatief moeten hebben, want dan had ik niet hoeven te improviseren.

Dus, de voorbereiding is heel belangrijk. Maar als iemand er ook heen zou willen gaan, dan is mijn advies toch om het niet te doen. Een tv-zender heeft zelfs gevraagd of ik hun team de hangar in zou willen loodsen. Ze wilden me er heel veel geld voor geven. Maar ik ben gewoon geen gids. Zelfs voor veel geld wil ik dat risico niet lopen. En in eerste instantie ging het me ook om de foto’s, niet per se het geld dat ik daarmee verdiend heb.

Wil je elke zaterdag een overzicht van onze beste verhalen toegestuurd krijgen? Schrijf je dan nu in voor onze newsletter.

Volg VICE België ook op Facebook, Twitter en Instagram.

Dit artikel verscheen eerder op VICE Australië