Tech by VICE

De Groningse domeinfraudeur die ziekenhuizen en goede doelen oplicht

The Trademark Office maakt mensen wijs dat een concurrent er bijna met hun domein vandoor gaat, tenzij ze betalen.

door Matt Richards, Maria Tsnompilantze, en Tommaso Lecca
09 augustus 2017, 9:46am

Op 4 juli kreeg Paul van Zon een telefoontje. Tot zijn verbazing wilde de beller het over zijn website hebben. Paul en zijn vrouw Mayke hebben een klein zorgconsultancybedrijfje. Mayke focust zich op de patiënten en Paul runt het zakelijke gedeelte.

Hun website is daar een belangrijk onderdeel van. Zoals bij veel kleine bedrijfjes is de website cruciaal om naamsbekendheid te krijgen. Maar de beller, die zei dat hij van een organisatie genaamd The Trademark Office was, had slecht nieuws. Hun domeinnaam eindigt op '.nl'. De beller zei dat er door een derde partij een verzoek was gedaan voor exact dezelfde domeinnaam, maar dan eindigend op '.com'. "Hij zei dat een derde partij achter onze domeinnaam aan zat," zegt Van Zon.

In Nederland eindigen de meeste websites op '.nl' – dat is een domeinextensie. Als bedrijven een website maken, kopen ze het adres, inclusief de extensie, van een domeinprovider. Maar als een bedrijf een domeinnaam heeft met een bepaalde domeinextensie, is dezelfde domeinnaam vaak nog steeds te koop met veel andere extensies. Volgens de man van The Trademark Office wilde iemand een website kopen met dezelfde naam als de site van Van Zon, maar met een andere extensie.

"Je wil geen concurrent met precies jouw naam, dus dat bedrag betaal je natuurlijk."

Van Zon was er – niet geheel onbegrijpelijk – bezorgd over, maar de man van The Trademark Office had goed nieuws. Omdat de site van Van Zon al online stond, had hij het eerste afwijzingsrecht op alle nieuwe domeinextensies, iets wat de man het "eerste registratierecht" noemde. Voor een heffing van € 297,50 zou The Trademark Office de extensie tien jaar lang vasthouden. "Je wil geen concurrent met precies jouw naam," zegt Van Zon. "Dus dat bedrag betaal je natuurlijk."

Connor Todd pleegde ooit ook zulke telefoontjes. Het was zijn werk om mensen zoals Van Zon te bellen en ze uit te leggen dat hij van de 'registratieafdeling' van The Trademark Office was. Hij waarschuwde de mensen aan de andere kant van de lijn er dan voor dat iemand een versie van hun webdomein wilde kopen en dat ze 48 uur de tijd hadden om dat tegen te houden, door dat domein eerst op te kopen. Maar dat dreigement was niet waar. "Er is niemand anders," zegt Todd. "Wat we die mensen vertelden over iemand die hun domein wilde registreren, klopt helemaal niet."

"Ze vroegen je om te proberen goede doelen, ziekenhuizen, bejaardentehuizen en kerken op te lichten."

Het verhaal is een verkooptechniek die The Trademark Office gebruikt om ondernemers bang te maken zodat ze nieuwe domeinextensies gaan kopen voor hun eigen website. Er is geen geïnteresseerde derde partij, en volgens de SIDN, de stichting die over de registratie van alle .nl-domeinnamen gaat, is er ook geen "eerste registratierecht". In de woorden van een andere voormalig werknemer die liever anoniem bleef: "Niets eraan was echt."

Dezelfde werknemer legde uit dat deze methode werd toegepast op allerlei organisaties. "Ze vroegen je om te proberen goede doelen en kerken op te lichten," zegt hij. "Scholen, ziekenhuizen en bejaardenhuizen."

Op de website van The Trademark Office staat dat het bedrijf in Amsterdam gevestigd is, maar dat is niet waar. Het salesteam werkt op een kantoor in het centrum van Groningen, met een balkon dat uitkijkt over de Grote Markt, in het midden van de stad. Er hangt een banner van het balkon, zichtbaar voor iedereen die over het grote plein langs het stadhuis en de VVV loopt. Maar in plaats van "The Trademark Office" staat er "Bok-Bright, Creating Opportunities".

"We lichten niemand op, we liegen niet, we zeggen geen dingen die niet waar zijn. We leveren een dienst."

Jonathan Oudekerk is eigenaar van zowel The Trademark Office en Bok-Bright. Het lijken twee aparte rechtspersonen, maar toch zijn het twee taken van dezelfde bedrijfsstructuur te zijn – één om personeel te werven en in dienst te hebben (Todd werkte bijvoorbeeld voor Bok-Bright), en het ander om contracten met bedrijven binnen te slepen.

Oudekerk verdedigt zijn bedrijf dat opereert in Nederland, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Ierland richt en vindt dat het een legitieme dienst aanbiedt: "We lichten niemand op, we liegen niet, we zeggen geen dingen die niet waar zijn. We leveren [een] dienst."

Hij ontkent dat zijn verkopers potentiële klanten vertellen dat er een specifieke derde partij klaarstaat om het domein op te kopen. "Dat is absoluut niet wat we zeggen. Het is een waarschuwing voor een potentiële dreiging," zegt hij. "Iedereen op deze planeet kan een gratis domeinnaam registreren, dus er is altijd een bepaalde angst." Hij houdt ook vol dat hij zijn salesteam nauwlettend in de gaten houdt om ervoor te zorgen dat niemand zegt dat er een specifieke partij geïnteresseerd is.

Maar deze beweringen zijn in tegenspraak met wat voormalig werknemers vertellen, de meldingen van benaderde bedrijven en de interne trainingsgids van het bedrijf.

De handleiding (zie hieronder) instrueert werknemers specifiek om uit te leggen dat een ander bedrijf actief aan het proberen is de gerelateerde domeinnaam op te kopen. Het beschrijft ook het eerste registratierecht (waarnaar verwezen wordt als regel of wet) als iets wat echt bestaat, samen met details van hoe het salesteam het uit moet leggen aan potentiële klanten.

Volgens de anonieme werknemer zeiden managers zelfs dat het eerste registratierecht voorkwam in documentatie van de EU. "Ze logen eigenlijk tegen ons allemaal," zegt hij.

In de handleiding van The Trademark Office worden de derde partij en het "eerste registratierecht" specifiek vermeld

Oudekerk verdedigt ook zijn meerdere bedrijfsnamen. Hij liet weten dat meerdere handelsnamen gebruikelijk zijn. Maar Koen Konings, een advocaat gespecialiseerd in domeinnaamgeschillen en privacywetgeving, zegt dat de EU-wetgeving heeft om ervoor te zorgen dat ieder bedrijf transparant is over wie ze zijn en waar ze gevestigd zijn.

Volgens domeinbeheerder SIDN gebruiken domeinfraudeurs vaak "namen die klinken zoals ons bedrijf". In haar handleiding geeft The Trademark Office haar verkopers de opdracht tegen potentiële klanten te zeggen dat het bedrijf een "handelsmerkenkantoor in de Benelux" is.


De anonieme voormalig werknemer herinnert zich nog een bijzondere gebeurtenis. Toen ze bedrijven aan het bellen was met hun nepverhaal, kreeg ze het Bureau voor Intellectueel Eigendom van het Verenigd Koninkrijk aan de lijn. Zij zeiden dat ze The Trademark Office zouden aangeven bij de politie.

Dit kun je verwachten als je bij Bok-Bright gaat werken

Met haar tactieken overtuigde The Trademark Office Van Zon om de nieuwe domeinnaam te kopen. Op het einde van de dag stond die ook op z'n naam. "Hij deed wat hij beloofde," zegt Van Zon, "Maar hij deed het voor een grote hoop geld." Die hoge prijs maakte Van Zon achterdochtig. Terwijl hij wachtte op de factuur, googlede hij het bedrijf en stuitte hij op een blog geschreven door advocaat Jeroen Thiele.

Thiele, gespecialiseerd in bedrijfs- en faillissementsrecht, werd in oktober door The Trademark Office opgebeld. De beller vertelde hem hetzelfde verhaal, en vroeg hem zelfs of hij het was die de nieuwe domeinnaam had aangevraagd. Toen hij zei dat dat niet het geval was, stelde de beller dat het wel eens één van zijn concurrenten zou kunnen zijn.

Net zoals Van Zon was Thiele bezorgd, maar ook gerustgesteld dat er een oplossing bleek te zijn. Hij vroeg het bedrijf de exacte voorwaarden via e-mail door te sturen voordat hij een beslissing zou maken. De verkoopster zei hem dat dat niet mogelijk was, om dan te vervallen in een complexe juridische verklaring die volgens Todd niets anders is dan "een manier om de verkoop zo snel mogelijk door te duwen".

Thiele was niet overtuigd. "Ik ken dit soort bullshit," zegt hij. "Ik had er genoeg van… ik wilde geen zaken met ze doen." In zijn blogpost doet hij de verkooptechnieken van The Trademark Office uit de doeken, en waarschuwt hij potentiële klanten om niet met hen in zee te gaan. Meteen begonnen andere mensen die ook zo'n telefoontje gekregen hadden contact met hem op te nemen.

Bedrijfseigenaren zijn al zeker sinds oktober 2015 doelwit van dit soort verkoopmethoden. Toen wijdde het tv-programma Opgelicht?! er een aflevering aan. Maar achttien maanden later blijken de praktijken nog steeds gewoon verder te gaan.

"Deze gebeurtenissen vallen niet onder consumentenbescherming."

The Trademark Office is niet het enige bedrijf dat op deze manier te werk gaat. Op de website van domeinbeheerder SIDN staat een hele reeks commentaren van mensen die door verschillende bedrijven zijn benaderd. The Trademark Office is zelfs niet het enige Groningse bedrijf dat in domeinfraude doet. In mei werd copywriter Carlijn Biesemaat gebeld door Webz Nederland uit Groningen, met een bijna identiek verhaal over een concurrent die achter haar domeinnaam aan zat en dat zij haar konden helpen – uiteraard tegen betaling.


Thiele zegt dat veel mensen die hem hebben gecontacteerd, naar de politie zijn gegaan. Maar advocaat Koen Konings, gespecialiseerd in domeinnaamgeschillen, zegt dat bedrijven niet hetzelfde beschermingsniveau genieten als consumenten. "Dat is een heel andere zaak," zegt hij. "Deze gebeurtenissen vallen niet onder consumentenbescherming." Daarom betwijfelt hij of het zinvol is om naar de politie te gaan. "Daar kunnen ze niets doen. [Ze zeggen dan] 'dit is privaatrecht, geen strafrecht'".

De politie adviseert mensen om fraudegevallen te rapporteren bij de Fraude Helpdesk, een onafhankelijke organisatie die informatie over fraude verzamelt en verspreidt. Iedereen kan de organisatie contacteren "voor informatie, om vragen te stellen of om een fraudegeval te melden", maar ze publiceren geen waarschuwingen over specifieke bedrijven. De informatie die ze verzamelen, kan wel doorgegeven worden aan de politie in het geval van een onderzoek.

Bedrijven kunnen ook zelf actie ondernemen. Hoewel The Trademark Office doet wat het belooft, zegt Konings dat contracten die gesloten worden door bewust valse informatie te gebruiken, ongeldig verklaard kunnen worden. "Volgens Nederlands recht heeft zo'n overeenkomst nooit echt bestaan," zegt hij "Omdat het onder valse omstandigheden gesloten is geweest." Jeroen Thiele is het met hem eens: "Fraude is een reden om het contract te ontbinden."

Omdat zoveel mensen hem contacteren, heeft Thiele een brief gemaakt die bedrijfseigenaren kunnen gebruiken om af te dwingen dat het contact geannuleerd wordt. Dat leek eerst te werken, maar toen meer mensen de brief begonnen te gebruiken, vocht The Trademark Office terug. Het begon brieven te sturen vol complexe juridische terminologie en dreigingen faillissement aan te vragen voor het bedrijf in kwestie als het de openstaande vergoeding van € 297,50 niet zou betalen.

De proceskosten zijn alleen al meer dan het bedrag dat de ondernemers willen terugeisen.

Volgens Trademark Office-eigenaar Jonathan Oudekerk is de brief die Thiele opstelde "juridisch gezien belachelijk". Maar zes maanden nadat Van Zon zijn bedrijf contacteerde, waren de bedreigingen nog steeds niet meer dan bedreigingen. Volgens Van Zon zei Thiele dat als hij niet zou toegeven aan de druk, het probleem "langzaam zou verdwijnen."

Het ligt moeilijker bij bedrijven die de vergoeding al hebben betaald. Een rechtszaak beginnen is duur. "Veel duurder dan € 300,- overschrijven," zegt Konings. De proceskosten zijn alleen al meer dan het bedrag dat de ondernemers willen terugeisen. "Dat is nou precies de reden waarom zulke frauderende bedrijven kunnen overleven," zegt hij. Oudekerk bevestigt dat er tot nu toe nog niemand z'n geld heeft teruggekregen van zijn bedrijf.

SIDN zegt dat ondernemers zich het beste beschermen tegen fraude door zorgvuldig na te denken welke webdomeinen ze nodig hebben, en die vervolgens te kopen. Als ze dan door een of ander louche bedrijf worden gecontacteerd, kunnen ze gewoon nee zeggen.