Dit is wat er met je gebeurt als je een week lang niets anders dan insecten eet

Ik at zeven dagen lang alleen maar sprinkhanen, wormen en vogelspinnen. Het was verschrikkelijk.

|
02 mei 2018, 8:26am

Als je een steak van 250 gram eet, consumeer je ook ongeveer 4.000 liter water. Het grootste deel van dat water zit namelijk in het bevochtigen van de drie vierkante meter maïs of graan waar de koe, van je steak van 250 gram, zich mee voert. Een steak geserveerd met salade en friet is absoluut een smakelijke maaltijd, maar het is niet de beste manier om eiwitten binnen te krijgen. Vooral als je er rekening mee houdt dat onze planeet er elk jaar 83 miljoen mensen bij krijgt, die allemaal eiwitten willen eten.

Maar er is een oplossing. Voedselwetenschappers noemen het entomofagie, een ingewikkelde term voor het eten van insecten. Ze zeggen dat een stevig insectendieet onze groeiende bevolking zou kunnen voorzien van dezelfde eiwitten, vetten, aminozuren, vitaminen en mineralen als traditioneel vee, zonder de natuurlijke hulpbronnen overmatig te belasten.

De Verenigde Naties hebben een belangrijke rol gespeeld in deze push, waarbij entomofagie in 2013 in de krant verscheen als populair door het artikel: “Edible insects: future prospects for food and feed security.” Het artikel werd 2,4 miljoen keer gedownload in slechts 24 uur, en zoals je je misschien nog wel herinnert, was 2013 een groots jaar voor mensen die dingen zeiden als "blijkbaar zullen hamburgers gemaakt worden van sprinkhanen in de toekomst."

Maar nu, vijf jaar later is dat nog steeds niet het geval. Alle ecosystemen ter wereld zijn in hun slechtste staat terwijl er ondertussen weer een half miljard mensen is bijgekomen. En nog altijd eet niemand insecten, wat me doet afvragen: is een insectendieet echt een oplossing?

Ik besloot om het uit te proberen.

Voorbereiding

Ik begon bij een online supermarkt, Edible Insects, die de markt voor insecten in Australië lijkt te beheersen. Ik kocht daar voor 3 euro aan sprinkhanen met basilicumsmaak, 10 euro aan krekelproteïne in poedervorm, 10 euro aan geroosterde krekels, 4 euro aan Mexicaanse sprinkhanen, twee eetbare tarantula’s met een waarde van elk 3 euro, 11 euro aan sprinkhaanzout, 6 euro aan mopane wormen, en 3 euro aan een flesje met zwarte mieren. Alles samen was het ongeveer 110 euro aan eetbare insecten.

Een ander bedrijf genaamd Karma3, dat biodiversiteitsafval beheert in het Australische Melbourne, bezorgde me gratis 17 gram van hun droog geroosterde vliegenlarven. Ik vroeg aan CEO James Sackle hoe hij de larven zou koken. "Ik raad ze meer aan in een salade of dat soort dingen, omdat ze crunch geven," zei hij. "Of leg ze bovenop de pasta."

Maandag

Tijdens mijn eerste maaltijd kwam ik erachter dat krekels smaken als modder. Ik dronk een proteïneshake op basis van krekelpoeder, en het leek een beetje alsof ik zand moest doorslikken. Na twee slokken van de smurrie op te drinken gooide ik de smoothie in de gootsteen en vertrok ik hongerig en ontevreden naar mijn werk.

Tegen lunchtijd was ik uitgehongerd en besloot ik het gevecht met de beestjes aan te gaan. Dus ging ik voor een groente-roerbakschotel met maden, vergelijkbaar met wat Sackle had aanbevolen. "Ze zijn knapperig en ze smaken naar popcorn met karamel," had hij mij verzekerd. Ik deed mijn best, maar de vleugels van de tropische vliegen verpestten alles. Ik kreeg het voor elkaar om twee happen door te slikken voor ik, alleen in de personeelsruimte, in tranen uitbarstte.

Het drong plotseling tot me door dat ik een vreselijke fout had gemaakt.

De waarheid is dat ik bang ben voor insecten. Doodsbang. Toen ik zeven was, was ik ervan overtuigd dat als ik mijn gezicht niet bedekte terwijl ik sliep, er een oorworm of een spin in mijn gehoorgang zou kruipen en daar eieren zou leggen. Dat zorgde ervoor dat ik jarenlang met een hand over mijn oor sliep. Ondertussen doe ik dat niet meer, maar ik ben wel een veganist die graag spinnen doodt. Ze zijn gewoon lelijk en harig. Ze zijn onnatuurlijk en ik haat ze.

En nu probeerde ik al mijn eiwitbehoeften te stillen met insecten, gedurende zeven volle dagen.

Omdat ik hulp nodig had nam ik contact op met professor Arnold Van Huis, 's werelds bekendste expert op het gebied entomofagie, en co-auteur van het eerder genoemde VN-artikel. Ik was eerlijk tegen Van Huisabout over mijn angst voor insecten, en hij verzekerde me dat de meeste mensen meer geneigd zijn tot het eten van insecten wanneer ze niet als zodanig herkenbaar zijn. "Er zijn nogal wat studies over de houding van consumenten geweest, en die studies wijzen op een paar dingen zoals het verstoppen van insecten in producten als brood, noedels of pasta's," vertelde hij me via Skype.

Maar hij gaf toe dat het een hele uitdaging was om al mijn veganistische hulpmiddelen op het vlak van eiwitten, zoals tofu en peulvruchten, te vervangen door beestjes. "Maak er geen snack van," beval hij aan. "De uitdaging is om het in te zetten als basisvoedsel."

Later op de avond, warmde ik mijn lunch nog een keer op, en de roerbakschotel van larven was niet meer zo verschrikkelijk. Hun harde lichamen voegden een sjalot-achtige textuur toe aan de maaltijd, maar ik kreeg maar een half bord op omdat ik hun ogen naar me zag staren. Ik werd ook paranoïde over het vast komen te zitten van een pootje tussen mijn tanden en ging toen naar bed, terwijl ik me een grote mislukking voelde.

Dinsdag

Ik werd wakker en voelde me depressief. Ik moest nog zes dagen doorkomen en ik voelde me hongerig en, raar genoeg, kwaad op mezelf omdat ik me hongerig voelde. Ik wou niet eten maar ik besloot dat ik tenminste wel wat insecten kon proberen die klaargemaakt waren door professionals.

Jethro Canteen is een restaurant dat insecten serveert in Melbourne, en het verbaasde me hoe ze het voor elkaar kregen om de noterige smaak van de krekels te mengen met de macadamiahummus in mijn Buddha Bowl. Hun eten was veel beter dan het mijne en ik hield een praatje met de eigenaar van het restaurant, Billy Zarbos.

Zarbos vertelde me dat ze eerst krekels als hoofdingrediënt serveerden in een van hun salades, maar ze maakten er een bijgerecht van omdat het niet verkocht. Blijkbaar zeiden klanten dat ze zouden terugkomen om het te proberen, om dat vervolgens nooit te doen. Gek genoeg ontdekte Zarbos dat kinderen onder de twaalf jaar wel fan waren van de krekels. “We kwamen erachter dat kinderen er echt voor open staan, misschien omdat ze insecten in hun hoofd niet als iets slechts ervaren,” zei hij.

Die avond bekeek ik mijn avondeten als een wedstrijd. Als een twaalfjarige insecten kon eten, waarom zou ik het dan niet kunnen? Dus ik at wat vogelspinnen, en hoewel de twee spinachtigen, met de grootte van een vuist de meest intimiderende insecten ooit waren, smaakten hun lichamen leerachtig, taai en onmiskenbaar gastronomisch.

Geen van mijn huisgenoten kon trouwens kijken naar mij terwijl ik de vogelspinnen opat, wat een beetje irritant was. Ze eten allemaal regelmatig vlees, maar ze walgden van vogelspinnen. Waarom?

Woensdag

Ik was 48 uur bezig en er behoorlijk klaar mee. De dagen waren een aaneenschakeling geworden van rituelen waarbij ik mezelf moed in sprak om een ontbijt bestaande uit insecten te eten, waarna ik bijna niets at en de rest van de dag chagrijnig was. Ik was niet meer gewoon geïrriteerd. Ik was ziedend.

Ik begon mijn dag weer eens met een proteïne-shake. Maar deze keer nam ik twee scheppen Greensect, dat spirulina en kaneel bevatte.

Weer kon ik er maar de helft van binnen krijgen. Uiteraard werd ik boos en vroeg ik mezelf af wat me tegenhield om het op te eten? Waarom kon ik geen eenvoudige smoothie opdrinken? Ik was al vijf jaar veganist maar ik kon een simpele krekelshake niet aan?

Misschien lukte het me wel met iemand die mijn hand vasthield. Dus ik overtuigde mijn vriendje om krekelbeignets met me te eten, gemaakt van verwerkte groenten en krekels. En ook al waren de burgers slap, doordat ik hem de burger zag opeten voelde ik me meer op mijn gemak. Ik slaagde erin de helft van de hamburger te eten voordat hij zich plotseling misselijk voelde. Toen voelde ik me ook misselijk.

Het niet kunnen opeten van al het voedsel dat ik had bereid, maakte me ook van streek op een ethisch veganistisch niveau. Vóór het dieet zorgde ik dat alles op was - ik likte letterlijk kommen en messen in restaurants af - omdat ik dacht dat het voedsel beter af zou zijn in mijn maag dan in de vuilnisbak. Maar nu schonk ik deze smoothies van een tientje in de afvoer zonder erbij stil te staan. En als iemand die van dieren houdt en iedereen berispt omdat hij vlees eet, sloeg het nergens op.

Donderdag

Noma, een tweesterrenrestaurant in Kopenhagen, serveert een gerecht met kreeft en levende mieren. Dus probeerde ik het volgende bij het ontbijt: toast besmeerd met Vegemite en zwarte mieren. Mijn huisgenoot Brad nam een plak en hemelde de smaak op door te zeggen: "Dit is next level woke!" Terwijl ik keek naar Brad die de mieren at, kreeg ik een beetje vertrouwen in de maaltijd.

Ik at de hele maaltijd en voelde een kleine golf van trots. Het dieet draaide niet langer om de kwaliteit van de insecten, maar om hoe ik ze in mijn lichaam kon krijgen. En ze waren eindelijk daarbinnen.

Ik sloeg de lunch over, en ging, nog altijd vol zelfvertrouwen ,rechtstreeks over op het avondeten. Maar die avond maakte ik tortilla's met Mexicaanse sprinkhanen, toen ik een blonde haar ontdekte die in de verpakking zat. Terwijl ik me dus al niet lekker voelde leken de kapellines – een zeer grote en zeer intimiderende bruine sprinkhaansoort – nu gevaarlijk en onhygiënisch. Dus wederom ging alles naar de vaantjes en had ik weer een jankmoment in de keuken.

Interessant genoeg had professor Van Huis me verteld dat insecten een stukken veiligere maaltijd zijn dan vee. Varkens staan een stuk dichter bij de mens, legde hij uit. "Als ze ziekteverwekkers hebben, betekent dit dat hun ziekteverwekkers gevaarlijk kunnen zijn voor de mens." Dus ik herinnerde mezelf eraan dat sprinkhanen taxonomisch te ver van ons af staan om een pathogene bedreiging te zijn, en dwong mezelf de tortilla op te eten. Maar toen kotste ik hem uit en barstte ik weer in huilen uit.

Vrijdag

Tegen de tijd dat het vrijdag is ging het echt slecht. Sommige citaten uit mijn voedingsdagboek luiden: "Ik haat iedereen" en "Ik wil niet dat iemand naar me kijkt of vraagt waarom ik deze dingen eet", en de ergste: "Ik wou dat ik dood was." Ik voelde me suïcidaal en stom, hoewel ik me ervan bewust was dat het gewoon een simpel gebrek aan voedsel was. Deze manische episodes waren slechts een bijwerking van onverantwoordelijke calorieënconsumptie, maar ook al wist ik dat wel, echt helpen deed het niet.

Getraumatiseerd door de avond ervoor, sloeg ik het ontbijt over en fietste ik naar mijn werk terwijl mijn zicht begon te vervagen. De grond gleed onder me weg. Ik at niets en mijn lichaam was in hongersnoodmodus gegaan: ik was aan het hallucineren. Ik bleef de doorschijnende wolken van Studio Ghibli boven het stuur van mijn fiets zien zweven.

Die namiddag ging ik naar mijn dokter. Maar in de wachtkamer vulde ik mijn telefoonnummer in waar ik mijn achternaam moest opschrijven, en mijn vriend en mijn huisgenoten merkten dat ik bleek was en veel fronste. Ik vroeg mijn huisarts Dr. Lisa Whitmarsh of ik dood zou gaan. Ze vertelde me dat ik niet zou sterven, maar gaf me een waarschuwing. "Als je dit dieet langere tijd volhoudt, kan het aanzienlijke schade aanrichten." Ze zei dat de schade te maken had met mijn gewichtsverlies – ik was binnen vier dagen bijna een kilo afgevallen – en dat ik wispelturig en gefrustreerd was omdat ik geen energie had.

Wat ik had geleerd was dat de voedingswaarde van een insect niet uitmaakt als je het ‘m niet naar binnen krijgt. Ik had ook ontdekt dat het gemakkelijker was om honger te verdragen dan de gedachte aan insecten te moeten eten.

Zaterdag

Ik stelde mijn lunch uit en ging op zoek naar iets om me op te vrolijken. Een nieuwe schorpioenlolly. De bananensmaak was goed, maar ik kon niet stoppen met staren naar de lolly terwijl ik mezelf afvroeg hoeveel pijn de schorpioen had geleden door verzwolgen te worden door gesmolten suiker.

Eerder deze de week had ik gesproken met een expert in de psychologie van voeding en percepties van voedsel, de Amerikaanse docent dr. Mathew Ruby. Hij had iets gezegd dat echt bij me paste. "Voor zover we weten lijden insecten niet zo veel, maar als we het mis hebben, hoe vaak gaan we het dan nog mis hebben tijdens onze levens? Hoeveel insecten zouden er nog moeten sterven om bij te dragen aan een kilo voedsel?”

Een argument van de vleesindustrie is dat het slachten van één koe tientallen mensen voedt. Maar als we de honger van een persoon met insecten willen stillen, moeten we er duizenden doden. Voor mij voelt dit aan als een ethische valkuil.

Maar het was zaterdagavond en mijn kamergenoot had een etentje gepland. Terwijl zij een simpele spaghetti aten, probeerde ik mijn pasta met larven in tomatensaus op te eten. Ik voelde me geïsoleerd. Een van de fijne gasten, Lauren, vertelde me bemoedigend dat de maden op kappertjes leken, maar ik eindigde weer in tranen. Ik probeerde mezelf ervan te overtuigen dat dit misschien hetzelfde was als voor een veganist die voor de eerste keer tofu eet, maar een van mijn huisgenoten herinnerde me eraan dat tofu niet smaakt als een uitgedroogde worm.

Zondag

Het was nu dag zes van mijn zevendaags entomofagisch dieet, en ik stond geen stap dichter bij het toevoegen van insecten aan mijn voedingspatroon. En terwijl ik me dat realiseerde wist ik dat er geen hoop voor de wereld was. Als ik al geen insecten kan eten, hou waarschijnlijk zou het dan zijn dat een nog conservatiever persoon entomofagie omarmt, in het bijzijn van zijn vrienden? Niet, dacht ik. Helemaal geen kans.

Ik belde mijn vader, die in de jaren negentig veganist werd, en hij herinnerde me eraan dat het ook moeilijk was toen hij zich twintig jaar geleden onthield van vleesproducten. Veganisme was toen relatief nieuw, vertelde hij me. "Maar insecten eten kan het nieuwe veganisme zijn. Je kunt echt invloed uitoefenen op de houding van mensen, op wat ze consumeren en hoe de dingen die ze eten worden gecultiveerd.”

Het was de laatste dag en ik was het mezelf verschuldigd om de rest van de insecten niet voor niets te hebben laten sterven. Dus maakte ik een van mijn favoriete gerechten uit mijn kindertijd: pannenkoeken met banaan en beestjes. Tijdens het bakken dacht ik aan de afgelopen week. Mijn conservatieve Griekse grootouders begrepen het dieet niet, en mijn veganistische vader ook niet. Eigenlijk was ik er niet zeker van of ik het zelf wel begrepen had, wat verklaart waarom ik de pannenkoeken vreselijk vond, zoals gewoonlijk.

Terwijl ik ze in de vuilbak schraapte herinnerde ik mezelf aan wat professor Van Huis zei over insecten die vies waren. "Het is absoluut een cultureel vooroordeel," zei hij. "Het is gewoon een kwestie van het publiek voorlichten en het is belangrijk om insecten in een positief daglicht te plaatsen voor het gewone volk."

Ik had dat helemaal niet gedaan. En nu ik er zeker van was dat insecten geen toekomst hebben op vlak van voedsel, was ik maar al te blij iets te eten dat ouderwets, ecologisch twijfelachtig en verrukkelijk was. Pindakaas op toast. Zonder insecten.