Ik bezocht zo veel mogelijk musea op één dag

En snoof zoveel cultuur dat het bijna mijn neus uitkwam.

|
apr. 10 2018, 9:34am

Je hebt van die mensen die uren door een museum kunnen slenteren, terwijl ze het eigenlijk al een beetje gezien hebben. Ze gaan dan gewoon door omdat ze net een duur toegangskaartje hebben betaald, en ze die er koste wat kost uit willen halen.

Zelf doe ik dat anders. Ik bekijk liever wat minder kunstwerken, en laat die echt goed op me inwerken. Het scheelt natuurlijk dat ik een museumkaart hebt, maar die heb ik dan ook niet voor niets. Van korte bezoekjes zul je in ieder geval niet snel museumvermoeid raken, tenzij je er wel héél veel achter elkaar inplant.

Daarom besloot ik eens te kijken hoeveel musea ik op één dag in Amsterdam kan bezoeken – een stad die je gerust een mierenhoop van musea kunt noemen. Ik stel mezelf als voorwaarde dat ik in elk museum tenminste één kunstwerk aandachtig moet hebben bekeken.

Een pittige uitdaging, maar ik hou van uitdagingen. En van musea. Je zou zelfs wel kunnen stellen dat ik er maar geen genoeg van kan krijgen. Eens zien of dat na zo’n dag nog steeds het geval is.

08:45
Het is donderdagochtend, kwart voor negen. Fris en opgewekt sta ik bij de ingang van Artis, waarin het museum Micropia zit. Het is vlakbij mijn huis en een van de weinige musea in de stad die voor tien uur opengaan. Daar moet ik optimaal van profiteren, want tijd is schaars vandaag.

Het is een klein museum over micro-organismen, dus perfect voor een flitsbezoek. De medewerker die de deur opendoet slaapt nog een beetje. Ik niet. Vol energie sprint ik de nog lege dierentuin binnen richting Micropia. Daar leer ik dat er meer bacteriën op smartphones zitten dan op wc-brillen. Super interessant.

09:16
Tien minuten later sta ik weer buiten. De volgende bestemming is op het Museumplein. Daar kan ik natuurlijk niet omheen op zo’n dag.

Ik werp mijn fiets tegen een muurtje aan, en om half tien sta ik voor De Nachtwacht in het Rijksmuseum. Maar vooral niet te lang. Het is een groot museum, dus om niet te veel tijd te verliezen ga ik er rennend doorheen. Totdat de beveiliger zegt dat rennen verboden is. Snelwandelen gelukkig niet.

Hier was ik zelfs iets te snel voor de fotograaf

10:11
In het Stedelijk wil ik een werk goed bestuderen. Ik kies voor een door Wolfgang Tillmans gemaakte foto van een slappe balzak. Daar sta ik zeker vijf kostbare minuten naar te kijken. Tillmans is te gek, en slappe balzakken ook. Om tien uur sta ik stoom af te blazen voor De Aardappeleters in het Van Gogh Museum. Ik bedenk me hoe rot het moet zijn als je zo afhankelijk bent van aardappelen, en niet eens een frituurpan hebt.

Aangezien het inmiddels tien uur is geweest, zijn alle musea open. Voor de afwisseling maak ik een kleurplaat in de kinderafdeling van de Hermitage, en tegen de tijd dat ik het Outsider Art museum binnenloop, besef ik dat ik naar de wc moet. Terwijl ik dat doe, lees ik de catalogus. Daarna loop ik een rondje door de Hortus Botanicus, om te kijken of ze daar nog iets hebben dat met kunst te maken heeft, maar dat blijkt niet het geval. Of ik heb in al mijn haast gewoon niet goed gekeken, dat valt natuurlijk niet geheel uit te sluiten.

10:44
In het Rembrandthuis word ik tot mijn afgrijzen geweigerd, omdat de receptioniste doorheeft dat ik me net anders gedraag dan de andere bezoekers. Namelijk: als iemand die een doel heeft. Ik probeer haar dat uit te leggen, maar tevergeefs. Gefrustreerd door dit onrecht en de verloren tijd sta ik snel weer buiten.

In het Joods Historisch museum mag ik gelukkig wél naar binnen. Eigenlijk heb ik best zin om heel even pauze te nemen, maar pauze nemen kost tijd, en dat heb ik niet. Gelukkig is er een tussenweg. Ik pak zo’n stoeltje voor mensen die slecht ter been zijn en staar naar een Chanoeka-kaars. Onderweg naar buiten loop ik tegen een kunstwerk aan dat bestaat uit allerlei telefoonsnoeren. Voor de zekerheid check ik of ik mezelf er eventueel later vandaag aan kan ophangen. Dat kan.

12:15
Inmiddels begin ik honger te krijgen, dus ik haal een broodje in het museumcafé van het Allard Pierson Museum. Terwijl ik die opeet, sta ik alweer de martelwerktuigen in het Martelmuseum te bekijken. Mijn aandacht wordt vooral getrokken door de Judaswieg, een soort spitsvormig object met de punt naar boven, waarmee mensen die iets verkeerds hadden gedaan in hun anus of vagina werden gespietst.

Ook de andere martelwerktuigen zijn behoorlijk interessant – zo interessant dat ik per ongeluk iets te lang blijf hangen. Interessante musea hebben een slechte invloed op de snelheid van een museumbezoek. Misschien moet ik dus maar naar een museum dat me heel saai lijkt: het Tassenmuseum. Ik bekijk een tas in de vorm van een taartje, geheel bedekt met Swarovski-kristal.

14:01
Ik fiets langs het Anne Frank Huis, maar de rij is zo lang dat ik in al die tijd dat ik erin zou staan makkelijk drie andere musea zou kunnen bezoeken. Ik ga verder.

14:12
De rij voor het Amsterdam Museum valt gelukkig mee. Hier hangt een graffiti-kunstwerk van Eberhard van der Laan dat Damsko Strijder heet. Ere wie ere toekomt. In Madame Tussauds bekijk ik een wassen beeld van Gerard Joling. Zoals ik al zei, hebben interessante musea een negatieve uitkomst op mijn snelheid. Vandaar. En Gerard Joling staat nou eenmaal dicht bij de ingang.

Of is dat lui? Misschien moet ik even wat beter mijn best doen om meer échte musea aan mijn ketting toe te voegen. Dan moet ik mezelf wel even moed inpraten. Ik ga naar Ons’ Lieve Heer op Solder, en vraag God of hij me kan helpen me door deze dag heen te slepen.

14:49
Op de fiets naar NEMO realiseer ik me hoe moe ik ondertussen ben, en dat de wereld in een soort waas aan me voorbij trekt. Eenmaal binnen kan ik op een zogenaamde toekomstvoorspeller bekijken hoe ik er in de toekomst uit zal zien. Ik zie een uitgebluste, vermoeide en zieke vrouw. Dan tikt een andere bezoeker me op mijn rug: “Hé, je moet nog op Older klikken.” Blijkbaar heb ik er niet zozeer een heel leven voor nodig om er afgeleefd uit te zien, maar gewoon een flink stel musea.

15:19
Ik ga door naar het Nationaal Holocaust Museum – geen al te vrolijke bedoening, maar dat is oké, want dat ben ikzelf inmiddels ook niet meer zo. Als je somber bent, schijnt het goed te zijn om je daaraan over te geven. Ook daar kan een museum bij helpen.

Terwijl ik op een bankje in de vorm van een jodenster zit, pink ik een traantje weg. Ik kijk naar een gedenksteen. Omringd door bloemen en kaartjes denk ik aan al die arme mensen die hier ooit gevangen zijn gehouden. De wereld is een hel. Arthur Schopenhauer heeft gelijk.

Een man komt vragen of het wel goed met me gaat, en biedt me een doekje aan, waar ik dankbaar nog even keihard en jammerlijk in brul als een vijfjarig kind. Maar dan is het weer tijd om door te gaan. Ik heb een taak te volbrengen.

16:02
Om wel een beetje in dezelfde sfeer te blijven – ik had hier al rekening mee gehouden – wandel ik het Verzetsmuseum in. In het Bijbels Museum bekijk ik een portret van Jezus, die me niet alleen lijkt te willen vertellen dat hij van me houdt, maar ook dat ik hem nu al wel weer lang genoeg heb aangestaard.

In het Klederdrachtmuseum bekijk ik wat geinige hoeden, en vervolgens fiets ik naar het Amsterdam Pipe Museum, waar oprecht hele bijzondere pijpen te zien zijn. Ik vraag een museummedewerker “of ze ook zo van pijpen houdt,” maar daar krijg ik niet echt een antwoord op. Wel een streng gezicht. Ik merk dat ik wat melig begin te worden, waarschijnlijk van de vermoeidheid. Nadat ik diezelfde vraag aan nog een paar mensen heb gesteld, word ik verzocht het museum te verlaten. Ik ben duidelijk in een soort overspannen staat terechtgekomen.

18:17
Omdat het inmiddels zes uur is geweest, wordt het aanbod aan musea dat nog open is ineens een stuk kleiner. Dronken van de vele indrukken fiets ik langs een paar gesloten musea, en betrap ik mijzelf erop hoe blij ik stiekem ben dat ze dicht zijn. Dat je van musea moe kon worden wist ik wel, maar de totale lethargie waarin ik inmiddels verkeer is allesomvattend. Iedere visuele prikkel is er een te veel.

Het Sex Museum is nog wél open, dus ik ga naar binnen. Met een pijnlijk hoofd kijk ik naar stenen lullen en ouderwetse seksspeeltjes. Voor even verkeer ik in een dimensie waarin tijd of ruimte niet meer lijken te bestaan en waan ik me een mak schaap dat zich hersenloos door de eindeloze stroom toeristen laat meevoeren. Want dat zijn er best een hoop trouwens, in dit museum.

19:30
Ik ben vlakbij de pont naar Noord, en laat het nou net zo zijn dat ook het EYE Filmmuseum aan de overkant nog open is. Daar sluimer ik nog even langs wat videowerk van Hito Steyerl, al kan ik het eigenlijk nauwelijks nog in me opnemen.

Ook het Foam is nog open. Ik moet zeggen dat de fotografie van Lucas Foglia zeer geschikt is voor de vermoeide museumganger. Vooral een foto waarop een verticaal bos te zien is. Een bos waarin de bladeren van de bomen maar van vorm veranderen, en uiteindelijk een soort strepen worden. Ik zie allemaal kleine Jezusjes, die iets uitspugen. Als ik goed kijk realiseer ik me dat het pijpen zijn. Stenen pijpen, en hele kleine Judaswiegjes.

21:01
“Hé, word eens wakker,” zegt een stem. Ik lig languit op de grond in het Foam, achter een bank. “Het is niet de bedoeling dat u hier slaapt mevrouw.” Ik grijp naar mijn hoofd, het voelt alsof ik een kater heb. “Hoe laat is het?” vraag ik aan de beveiliger. “Het is negen uur. We gaan sluiten.”

Ik kan mijn geluk niet op, en loop naar buiten. Misschien heb ik wel een of ander onzinnig record verbroken. Geen flauw idee. Ik kom erachter dat mijn fiets is meegenomen door de gemeente, omdat ik hem fout geparkeerd had. Maar dat maakt me niks uit. Ik heb in 12 uur 26 musea bezocht – ik heb zoveel gezien dat ik ze nauwelijks allemaal kan uitschrijven.

Die museumkaart heb ik er nu denk ik wel uit.

Dit artikel is aangepast. In een eerdere versie werd gesproken van "een door Thomas Borgmann gemaakte foto van een slappe balzak." De fotograaf van deze slappe balzak was echter niet Thomas Borgmann, maar Wolfgang Tillmans.

Meer VICE
VICE-kanalen