Stuff

Ik hield 24 uur mijn mond om het goede voorbeeld te geven

Zou het niet veel prettiger zijn als iedereen al zijn ongevraagde meningen lekker voor zich zou houden?
17.6.17
Foto's door Fleur Groenen

Mensen houden ervan om dingen te vertellen. Dat ze op zo'n leuk feestje waren afgelopen weekend, of dat ze gisteren een linzencurry hebben gemaakt die echt heel lekker was, maar waar mensen het meest van houden is vertellen wat ze van dingen vinden. Dankzij het internet kan iedereen overal van op de hoogte blijven, en dus ook een mening vormen over om het even welk onderwerp. Het resultaat is een gigantische overdaad aan meningen – ik krijg soms het idee dat je erop aangekeken wordt als je ergens een keer géén mening over hebt.

Advertentie

Op televisie kun je elke avond van de week kijken naar meerdere programma's waarvan het hele concept bestaat uit mensen die hun mening geven. Ze zitten dan met zijn allen aan een tafel, en vinden overal iets van. Van de moeizame kabinetsformatie, van het uitgavepatroon van Lil' Kleine of van de juiste bereidingswijze van spaghetti carbonara. Ook in het dagelijks leven ontkom je niet aan alle meningen die ongevraagd worden geuit en in je gezicht gesmeten worden.

Nou ben ik een groot voorstander van de vrijheid van meningsuiting, maar toch denk ik vaak aan hoe chill het zou zijn als mensen wat vaker hun mond zouden houden. De geschreven meningen kan ik op zich nog bewust negeren, de talloze oraal en in mijn gezicht verkondigde meningen niet. Nou is de kans best groot dat je denkt: gast, hou zelf je bek. Dat is dan ook precies wat ik heb gedaan. Om het goede voorbeeld te geven hield ik 24 uur mijn mond dicht. Typen mocht wel – omdat ik niet met mijn mond typ en omdat typen min of meer mijn werk is. Een dag niet praten was al moeilijk genoeg, zo bleek.

22:00 uur Omdat ik wel zag aankomen dat dit niet heel gemakkelijk gaat worden begin ik met een klein beetje valsspelen. Ik begin om tien uur 's avonds, als ik thuis ben en sowieso waarschijnlijk niet zoveel gezegd had. Mijn moeder appt me en vraagt hoe het met me gaat. Ik typ terug dat ik moe ben en stel voor om later te bellen. Ik ben vergeten dit goed voor te bereiden. Het laatste wat ik heb gezegd is "Doei, tot morgen," tegen een collega. Misschien had ik mijn laatste woorden voor de komende 24 uur zorgvuldiger moeten kiezen, had ik nog even snel iets over de staat van de wereld moeten zeggen of zo, maar goed. Ik kijk een documentaire over reigers en ga vroeg naar bed.

Advertentie

08:00 uur: Ik sta iets vroeger op dan normaal, om er zeker van te zijn dat ik mijn tijdelijke huisgenoot – die ik nog niets heb verteld over dit plan om de hele dag niets te zeggen en die zo vriendelijk is geweest om me onderdak te verlenen omdat ik even geen huis heb – niet tegenkom. Hoe leg je zonder woorden aan iemand uit dat je niet gewoon een lul bent als je niets terugzegt op een vrolijk "goedemorgen"?

08:15 uur: Ik hoor dat mijn huisgenoot toch wakker is. Ik wacht tot ze onder de douche staat en knijp er dan snel tussenuit. Stil zijn is ook een beetje laf zijn.

8:20 uur: Op weg naar kantoor word ik op de fiets afgesneden door iemand met meer haast dan ik. Normaal gesproken zou ik deze gelegenheid met plezier aangrijpen om de rijke selectie scheldwoorden in mijn vocabulaire ten toon te spreiden, maar ik hou me in. Dit is alvast winst, voor die fietser dan. Zelf blijf ik met een hoop opgekropte woede zitten.

9:30 uur: Terwijl ik een sigaret sta te roken voor mijn kantoor komt de collega op wie ik een kleine crush heb aanfietsen. Ik zwaai, maar als ze op me af komt lopen om een praatje te maken maak ik een verontschuldigend gebaar, gooi ik mijn half opgerookte sigaret weg en vlucht ik naar binnen. Niet praten is helemaal niet leuk.

10:04 uur: Mijn collega's, die ik gisteren al heb ingelicht over dit plan, lachen allemaal om mijn zwijgzaamheid. Ze verheugen zich vooral op een dag zonder slechte woordgrappen. De collega's die niet op de hoogte zijn van mijn plannen reageren wisselend. Er is iemand die aanvankelijk denkt dat ik woedend op hem ben, iemand anders denkt dat het intens slecht met mij gaat en dat ik in tranen zou uitbarsten als ik iets zou zeggen. Nou is het weleens beter gegaan, maar zo erg is het nou ook weer niet.

Advertentie

11:09 uur: Iedereen om me heen praat de hele tijd, en ik moet me steeds blijven concentreren op het zwijgen, om te voorkomen dat ik toch per ongeluk iets zeg. Het ging net bijna mis toen mijn klunzige collega zijn telefoon liet vallen, en in een poging om 'm te vangen bijna zijn laptop van tafel stootte. Normaal gesproken had ik deze gelegenheid dankbaar aangegrepen om een rotgrap te maken, en dat deed ik ook bijna, maar net op tijd slikte ik mijn woorden in.

12:30 uur: Ik lunch met twee vrienden. Ik had gehoopt dat ze me hierin zouden steunen, maar natuurlijk zien ze vooral een aanleiding om me het leven zuur te maken. Ze zeggen onzedelijke dingen over mijn zus, niet omdat ze mijn zus onaardig vinden, maar omdat ze weten dat ik niets terug kan zeggen. Bij het bestellen van een broodje helpen ze me niet, waardoor ik in een volle broodjeszaak moet uitbeelden wat ik wil hebben (wat is het internationale gebaar voor 'een broodje gezond en een pakje melk?')

De zelfscankassa, die zelf wel praat maar geen antwoord verwacht, is mijn vriend.

13:39 uur: Ik zit een beetje voor lul in de wekelijkse redactievergadering. Ik dacht dat het heel prettig zou zijn om even anderhalf uur mijn mond te houden, maar het is super irritant dat andere mensen al mijn ideeën afschieten en ik niks mag zeggen om ze te verdedigen. Jullie moeten het nu helaas doen zonder het artikel waarin ik honderd euro in cryptocurrency investeer en honderd euro in krasloten, om er zo achter te komen wat een verstandigere investering is. Eeuwig zonde, en bovendien oneerlijk dat ze het de vorige redactievergadering wel een heel leuk idee vonden toen ik opperde om een dag lang mijn bek te houden.

16:04 uur: Ik denk al de hele dag dat ik allemaal goede ideeën heb, maar dat ze niet helemaal tot hun recht komen omdat ik ze niet mondeling kan toelichten. Aan de andere kant heb ik misschien ook wel allemaal goede ideeën omdat ik niet de hele tijd aan het ouwehoeren ben.

Advertentie

16:34 uur: De zelfscankassa is mijn vriend. Ik heb net een blikje cola en wat fruit gekocht, zonder dat ik me hoefde te voelen als zo'n botte hork die zich te goed voelt om met een kassameisje te praten. Ik heb tot nu toe – misschien met uitzondering van vanochtend op de fiets – het idee dat mijn zwijgen me méér een lul maakt, in plaats van minder. Ik groet mensen niet terug als ze me gedag zeggen en ik ontloop mensen die met me willen praten.

16:49 uur: Ik heb net weer bijna iets gezegd. Naast me voerden twee mensen een zeer oninteressant gesprek, en toen het onderwerp 'morphsuits' ter sprake kwam kon ik de behoefte om ongevraagd mijn mening te geven nauwelijks onderdrukken. Achteraf gezien is het natuurlijk prima dat ik mijn mening over morphsuits even inslikte, want no one cares en iedereen die mij kent weet al lang wat ik van morphsuits vind.

18:00 uur: Op normale dagen tel ik vanaf een uur of vier af tot het zes uur is en ik op een terras een glas bier of wijn mag drinken, maar vandaag ben ik iets minder enthousiast, want als je daar niet een beetje slap bij kunt ouwehoeren is de lol er ook snel vanaf en blijft alleen het treurige alcoholisme over. Voor de vorm drink ik twee glazen wijn op een terras om de hoek van mijn werk, maar omdat ik toch niet aan de gesprekken om me heen kan deelnemen taai ik sneller dan gewoonlijk af.

18:37 uur: Ik bestel eten op internet, niet alleen omdat ik een Randstedelijke rotmillennial ben, maar zodat ik niet met mensen hoef te praten in de supermarkt of in een restaurant. Ik wijs verontschuldigend op mijn keel als de bezorger voor de deur staat. Ik geloof dat hij het niet zo erg vindt dat hij niet met me hoeft te spreken. Ik eet mijn eten en scroll een halfuur door Netflix – mijn Netflixconsumptie beperkt zich meestal tot net zo lang scrollen tot ik geen zin meer heb om iets te kijken. Daarna lees ik een boek.

22:00 uur: Ik heb vandaag een paar keer nagedacht over wat ik zou doen als ik eindelijk weer mocht praten. Ik bel mijn moeder om te klagen over mijn werk, waarvoor ik dingen moet doen als een hele dag zwijgen. Omdat ik daarna toch nog met het idee zit dat ik iets in te halen heb vandaag, ga ik naar mijn stamkroeg om een biertje te drinken en een paar mensen ongevraagd mijn mening over willekeurige dingen op te dringen. Dat voelt toch eigenlijk best lekker.

Afgezien van het meisje op de fiets dat ik niét de huid heb vol gescholden, vonden andere mensen het voornamelijk onhandig en ongemakkelijk dat ik niet met ze praatte. Rik, die hele dagen naast me zit en met wie ik graag praat over alles van het nieuwe nummer van Adje tot zijn liefde voor huzarensalade, merkte op dat hij me opeens niet meer zo interessant vond. Dat is waarschijnlijk waarom mensen zo graag praten ­– wie wil er nou niet interessant gevonden worden.

Zelf vond ik het vele malen verschrikkelijker dan ik had verwacht. Niet praten is niet alleen slecht voor je sociale contacten, het is ook fucking moeilijk. Steeds moeten nadenken over wat je allemaal niét zegt is vervelend maar vooral ook vermoeiend. Aa het eind van de dag was ik moe en chagrijnig. Ik geloof dat ik wat meer begrip heb gekregen voor de praatdrang die mensen hebben. Niet dat ik nu opeens de radio aanzet om eens lekker op mijn gemak te gaan zitten luisteren hoe Coen en Sander uren achter elkaar praten over precies niks, maar ik geloof dat ik wel een beetje van mijn overtuiging ben afgestapt dat het beter voor de wereld zou zijn als we collectief ons spraakvermogen zouden verliezen. Praten is soms wel handig, en het is ook leuk. Sowieso kan ik mensen natuurlijk niet het zwijgen opleggen, maar door mezelf een dag lang stilte op te leggen ben ik tot het inzicht gekomen dat het misschien meer aan mij ligt dan aan de rest. Misschien moeten mensen niet minder praten, maar moet ik gewoon wat minder luisteren.