5G-paniek
Illustratie: Benjamin Tejero

5G is lang niet de eerste technologische ontwikkeling die tot paniek leidt

Eerder in de geschiedenis waren mensen ook al bang voor radio’s, magnetrons en weefmachines.
Sébastien Wesolowski
Paris, FR
23 september 2020, 12:57pm

De komst van 5G verloopt op z’n zachtst gezegd niet heel soepel. Ondanks de enorme mogelijkheden van de nieuwe technologie – denk aan zelfrijdende auto’s en virtual reality – zien veel mensen de vijfde generatie van het mobiele internet namelijk vooral als een bedreiging. Er zijn activisten die zich zorgen maken om de gevolgen voor het milieu, maar de grootste zorgen zijn er om de volksgezondheid. De theorie dat mobiele telefoons kanker zouden veroorzaken zingt al een tijdje rond, al is er nauwelijks wetenschappelijk bewijs voor, en er zijn ook een hoop mensen die zeggen dat je corona kunt krijgen van het 5G-netwerk. Sommigen geloven zelfs dat de zendmasten het virus rechtstreeks op mensen kan overdragen – en dat je ze dus het best maar gewoon in de fik kunt zetten.

Welkom in 2020, zou je bijna zeggen, maar dit fenomeen bestaat eigenlijk al heel lang. Elektromagnetische golven, hoogspanningslijnen, magnetrons, radio's, radars, windturbines en wifi-modems: ze zouden allemaal leiden tot gezondheidsproblemen als leukemie, onvruchtbaarheid en autisme. Geen van deze theorieën zijn ooit wetenschappelijk bewezen, maar vanwege een hoop miscommunicatie, weinig begrip van wetenschap en pure mystificatie zijn mensen er hardnekkig in blijven geloven.

Om te beginnen is het goed om te weten wat voor ‘golven’ dit nou eigenlijk zijn, en hoe ze werken. Het menselijk oog kan maar een minuscuul klein deel van de energie waarnemen die in de vorm van elektromagnetische golven en andere soorten straling door het universum gaat. Dat bereik wordt ook wel het zichtbare spectrum genoemd, en komt overeen met alle kleuren die we kunnen waarnemen.

Elektromagnetische straling wordt geclassificeerd aan de hand van golflengte. De kleur die we kennen als paars verplaatst zich op een golflengte van ongeveer 400 nanometer (nm). Straling onder 400 nm noemen we ‘ultraviolet’ en is onzichtbaar voor mensen. Een ander type straling, ‘ioniserende straling’, verplaatst zich ook met een golflengte onder de 400 nm. Deze straling verandert de atomen die het aanraakt in ionen, door hun elektronen weg te slaan en de chemische bindingen van de moleculen te verbreken. Dat is gevaarlijk voor mensen. Radioactieve materialen zoals uranium geven bijvoorbeeld ioniserende straling af, die tot heftige brandwonden en zelfs de dood kan leiden.

Maar goed, dat is dus wel een ander soort straling.

De paniek rondom elektromagnetische straling begon in de jaren vijftig. In de nasleep van de Tweede Wereldoorlog werden militaire buitenposten in Oost-Europa getroffen door een mysterieuze ‘radiogolfziekte’. Mensen kregen klachten als vermoeidheid, hoofdpijn, duizeligheid en slaapproblemen, die ze toeschreven aan radio’s en radars. Tegenwoordig staat dit ook wel bekend als elektrohypersensitiviteit, wat door de medische wereld niet als echte ziekte wordt beschouwd, en eigenlijk alleen door ‘patiënten’ zelf gediagnosticeerd wordt.

Vanaf 1979 werden elektromagnetische golven ook in verband gebracht met kanker. Het begon allemaal met een wetenschappelijk artikel, waarin stond dat er in Colorado meer hoogspanningslijnen waren in de buurt van huizen met kinderen die kanker kregen dan bij kinderen voor wie dat niet gold. Of dat verband echt een oorzaak-gevolgrelatie had is talloze keren onderzocht, maar er is tot op de dag van vandaag nog altijd geen bewijs voor gevonden.

In de jaren tachtig, toen steeds meer huishoudens een magnetron kregen, werden ook meer mensen bang voor elektromagnetische straling. Ze zouden kanker veroorzaken en de voedingsstoffen in producten vernietigen. Hoewel uit onderzoek blijkt dat magnetrons in een goede staat geen gezondheidsrisico’s voor mensen met zich meedragen, komt het fabeltje dat de Sovjet-Unie ze in 1976 verbood nog altijd geregeld naar boven drijven.

Gezondheidsorganisaties als het Franse Nationale Agentschap voor Volksgezondheid zeggen dat er een “mogelijk verband” is tussen elektromagnetische straling en kanker, met name in het geval van leukemie bij kinderen. Dat is gebaseerd op oude onderzoeken die daar een verband tussen aantroffen, maar de Wereldgezondheidsorganisatie noemt het bewijs “zwak” en is niet bepaald overtuigd van de methodologie.

In 2011 classificeerde het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek elektromagnetische straling als "mogelijk kankerverwekkend", maar wel met een grote slag om de arm. Er was “beperkt" bewijs dat het gebruik van mobiele telefoons in verband bracht met twee specifieke soorten kanker: een glioom (een hersentumor) en akoestisch neuroom (ook wel bekend als ‘brughoektumor’). Verder was er “onvoldoende” bewijs voor andere typen. 

Als er dus al een wetenschappelijke basis is, dan is deze nogal wankel, maar dat heeft veel mensen er niet van weerhouden om in paniek te schieten over elektromagnetische golven. Maar als wetenschappers het al niet helemaal zeker weten, is het voor niet-wetenschappers al helemaal lastig om erachter te komen hoe het zit. Technofobie, de angst voor nieuwe technologieën, is dan ook iets dat al sinds mensenheugenis bestaat.

Ian Hacking, een Canadese wetenschapsfilosoof, deed onderzoek naar het fenomeen ‘tijdelijke psychische aandoeningen’. Dat zijn stoornissen die alleen binnen een bepaalde context voorkomen en vervolgens verdwijnen. Toen in Europa doorzichtig glas zijn intrede deed, begonnen sommige mensen bijvoorbeeld te geloven dat ze zelf uit glas bestonden. Zelfs koning Karel VI van Frankrijk was er stellig van overtuigd: hij kleedde zich in versterkte kleding om zijn ‘kwetsbare’ lichaam te beschermen. (Zijn bijnaam was overigens ‘De Waanzinnige’.) Ook de Luddites waren grote technofoben. Dat waren Engelse textielarbeiders uit de negentiende eeuw, die hun weefmachines vernielden omdat ze al die ‘moderne’ technologie maar niks vonden.

De onzichtbare golven die ons vandaag de dag met elkaar verbinden, worden als soortgelijke dreiging gezien. En nu grote bedrijven ook nog eens als aasgieren achter onze persoonlijke gegevens aan zitten, worden mensen wantrouwend en wenden ze zich tot complottheorieën. Maar 5G is zelf niets meer dan de zoveelste zondebok.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij VICE Frankrijk